Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina11/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Hoofdstuk 11

Van de grond komen


Het laatste wat ik dacht te zien - voordat ik mijn brandende ogen sloot - was Laurie die via onze schuifdeuren met stralende ogen naar me toe kwam lopen. Het was een blik die ik niet vaak op haar gezicht zie, vooral niet op zo’n dag als vandaag.
Ik kon niet wachten om m’n ogen weer open te doen om te zien of ik het wel goed had gezien, maar opnieuw kreeg ik een vlaag rook in m’n ogen en begonnen ze weer hevig te tranen. Terwijl ik m’n ogen dichtkneep en m’n gezicht vertrok vanwege de stekende pijn in m’n ogen wachtte ik totdat het minder werd. Ik hoorde de kippebouten op de barbeque-grill vlak voor me sissen en het gelach en gepraat om me heen van zo’n veertig mensen dat onze achtertuin vulde. Voordat ik in staat was m’n ogen weer open te doen, voelde ik haar hand op m’n schouder en hoorde ik haar wat in m’n oor fluisteren.
“Je raadt nooit wie ik net heb gesproken!” zei ze en kneep me zachtjes in m’n schouder. Ik had haar nog nooit zo ontspannen gezien, met een tuin vol mensen die op eten zaten te wachten.
“Oh, daar ben je geweest,” zei ik met m’n ogen knipperend vanwege de pijn terwijl ik m’n best deed om scherper te kijken. “De kip is pas over 20 minuten klaar. En het lijkt erop dat er nog niets klaar is.”
“Ontspan je,” grinnikte ze. “We zijn hier om plezier te hebben met elkaar en niet om de een of andere prestatie te leveren.” Aan haar gezicht kon ik zien dat dit allemaal net zo ongewoon voor haar was als dat het voor mij was.
“Nou, raad eens! Je raad nooit wie er net binnenkwam!”
“Ik weet het niet...je zus?” Laurie houdt het meest van haar, maar ze zien elkaar niet zo vaak omdat ze vijf uur rijden van ons vandaan woont.
“Neen,” zei Laurie, en ze liet haar schouders even zakken toen ze aan haar zus moest denken. “Dat zou wel erg leuk zijn geweest..... Het is John.”
John? In gedachten ging ik de lijst van achternamen door van degenen die hadden opgegeven dat ze zouden komen. Ik kon me geen naam bedenken die haar zo opgewonden deed zijn. Maar haar spottende en kwasie geergerde blik van ‘wat-kijk-je-nou-zo-dom-naar-me deed me eindelijk beseffen over wie ze het had.
“Je meent het! Waar is hij,” zei ik en keek langs haar heen naar binnen en voelde me een beetje stom omdat hij niet meteen in m’n gedachten was opgekomen. Het was ongeveer een jaar geleden sinds ik hem voor het laatst had gesproken en ik had de hoop al lang opgegeven dat ik hem weer zou zien.
“Hij is binnen, zich even aan het opfrissen.,” antwoordde Laurie. “Hij zei dat hij graag wilde blijven eten.”
“Waarom heb je me niet eerder geroepen?”
“Ik heb het geprobeerd, maar hij zei dat je druk leek te zijn en hij wilde me helpen met de salade en de sausen klaar te maken. We hebben zo’n goed gesprek gehad, liefje. Hij gaf me het gevoel alsof ik hem al m’n hele leven ken en dat ik hem alles zou kunnen vertellen of vragen. In feite heeft hij me raad gegeven in een aantal zaken, waar ik al een tijdje moeite mee heb in het proces waarin we zitten. Ik kan gewoon niet wachten om het je te vertellen.”
“En ik kan haast niet wachten om het te horen.”
“Ik vraag me af of jouw eerste indruk over John eigenlijk toch niet juist is geweest...”
“Kom nou.....denk jij dat hij Johannes de discipel is?? Waarom denk je dat?”
“Ik weet niet… Hij heeft iets – diepte? zeker, en als hij met je praat weet je gewoon dat hij om je geeft, als persoon. Ik heb nog nooit zo iemand als hij ontmoet. Hij zegt de vreemdste dingen, die aan de ene kant zo ongelofelijk simpel zijn, maar aan de andere kant zetten ze je enorm aan het denken. En ik heb gemerkt dat ik daardoor heel anders tegen een aantal dingen ben gaan aankijken.”
“Ik heb geprobeerd je te vertellen dat ..”
“Ik weet het, maar ik heb nooit gedacht dat het zo bevrijdend zou zijn! Denk jij dat hij toch Johannes zou kunnen zijn?”
“Waarom vraag je het hem niet?” Ik grijnsde haar aan,omdat ik wel wist dat ze dat nooit zou doen.
“Ik zou me zo idioot voelen,” zei ze terwijl ze naar de achterdeur van ons huis gebaarde waar John net uit kwam lopen.
“Ah, daar ben je!” riep John en liep in de richting van de barbeque.
“Ik heb net gehoord dat je zo’n goede keukenhulp bent,” zei ik en gaf hem een stevige hug. “Fijn je weer te zien.”
“Jou ook, Jake! Ik zie dat je een aardig feestje hebt vandaag!”
“Dat was aanvankelijk niet de opzet. We hadden wat mensen uitgenodigd, maar op de een of andere manier zijn we het overzicht kwijtgeraakt en mensen bleven maar vragen of ze ook konden komen.” We keken de tuin in naar het geanimeerde potje volleybal dat in de linkerhoek werd gespeeld. Een aantal mensen zat in de schaduw toe te kijken terwijl ze ondertussen geanimeerd met elkaar aan het praten waren. Verderop zat een groepje in het zwembad lol te maken en op verschillende andere schaduwrijke plekjes stonden of zaten kleine groepjes mensen met elkaar te babbelen. In de buurt van de keuken stond een ping-pong tafel vol met allerlei soort eten, met daaromheen koelboxen met frisdrank en een paar kleine vrieskastjes met zelfgemaakte ijsco’s erin.
“Dat ziet er goed uit! Weet je zeker dat ik niet ongelegen kom?”
“Jazeker wel....neen hoor, we vinden het fijn dat je er bent. Het is zo’n tijd geleden, ik vroeg me al af of ik je ooit nog terug zou zien.”
“Ik ben eigenlijk in de stad om wat mensen op te zoeken. Ze hebben het erg zwaar op dit moment – ze zijn boos over de manier waarop de gemeente waarin ze zaten hen heeft behandeld. Maar Vader is hierdoor iets heel moois in hen aan het doen. Ze zeiden dat ze je kennen en ik zou je hun telefoonnummer willen geven,” zei hij en haalde een stuk papier uit z’n zak met hun naam, adres en telefoonnummer erop. “Ik heb ze verteld dat ik je zou vragen om ze eens te bellen.”
“Dat zullen we zeker doen,” zei Laurie en pakte het papier uit z’n hand en liep naar binnen.
“Nou, hoe gaat het met je, Jake?”
“Het is een avontuur, John, dat is zeker. We hebben aardig wat ongelofelijke ups en downs meegemaakt sinds we elkaar de laatste keer zagen.”
“Ahh, dus je hebt die voorgangersjob aangenomen!”
Ik was het al helemaal vergeten en de gedachte eraan deed me in lachen uitbarsten. “Ja! Natuurlijk!” John zag wel aan m’n gezicht dat ik hem voor de gek hield.
“Waarom niet? Vast inkomen, mooie baan, persoonlijke waardering! Waren dat niet belangrijke aspecten voor je toen we elkaar voor het eerst ontmoeten?”
Wauw! Dat was een tijd geleden. Ik dacht terug aan de vier jaar sinds ik John had ontmoet. In sommige opzichten leek het veel langer geleden.
“Het is heel gek, John. Ik denk niet meer aan die dingen. Ik vind het zo geweldig om deel te hebben aan dit leven in Jezus en anderen te helpen dit ook te doen, dat het me niet meer uitmaakt wat anderen ervan denken en ik maak me ook geen zorgen meer over m’n loopbaan.”
“Dus...wat is er gebeurd?” vroeg John terwijl ik de kippenboutjes op het gloeiende rooster omdraaide.
“Ik zou niet weten hoe ik het zou moeten samenvatten. Kijk maar om je heen, dan zie je wat er gebeurd is. God heeft ons zoveel relaties gegeven en we ontmoeten zoveel mensen die hongeren naar Jezus... Dit hebben we in tijden niet meegemaakt. We maken mee dat mensen voor het eerst Hem leren kennen en anderen die groeien in hun relatie met Hem. Het komt maar zelden voor dat ik een gesprek met iemand heb waarin Jezus niet op de een of andere manier ter sprake komt.”
“En hebben Diana en jij nog een gesprek gehad met je vroegere voorganger?”
“Ja, en ik vind het zo geweldig wat dat allemaal weer heeft uitgewerkt. Als we zo dadelijk een momentje samen hebben zal ik je alles vertellen,” zei ik en knikte in de richting van de mensen die vlakbij ons stonden en makkelijk zouden kunnen horen wat we zeiden.
“Ik zou het graag horen. Zit je nog in de makelaardij?”
“Een beetje. Alleen als ik gevraagd word om te helpen, maar ik ben niet meer bezig om een kantoor op te zetten. Het grootste gedeelte van m’n tijd help ik anderen in hun relatie met God. In diverse groepen ben ik gevraagd om m’n verhaal te komen doen en ook geef ik tijd aan mensen die een moeilijke episode doormaken op hun ‘reis’. Ik vind het zo geweldig te zien hoe Vader levens verandert terwijl ik niets anders doe dan hen helpen vrij te komen van gevoelens van veroordeling, waardoor ze altijd het idee hadden dat God niet van hen hield. Als ik nu over het leven van Jezus lees, zie ik duidelijker wat Hij deed: mensen vrijzetten van schaamte zodat ze de geborgen plek bij Zijn Vader konden binnengaan. En dat zie ik in m’n eigen leven nu ook gebeuren. Dat is misschien wel de grootste gift die je mij gegeven hebt, John. Ik voel me nu niet meer schuldig door de misplaatste gedachte dat ik toch steeds tekort schiet in wat ik doe. En wat ik doe doe ik ook niet meer uit een soort plichtsbesef dat voortkomt uit jagen naar zelfgerechtigheid. Ook eis ik geen bepaald gedrag meer bij andere mensen: ik aanvaard ze zoals ze zijn.”
“Dat is fantastisch!”
“Ik heb me nooit gerealiseerd hoeveel van wat ik dacht dat het bediening was niets anders was dan misbruik maken van het schaamtegevoel dat mensen toch al gauw hebben. Of dat nu was door hen zich schuldig te laten voelen omdat ze tekort waren geschoten of omdat zij aan de verwachtingen van anderen probeerden te voldoen.”
“Dat is wat religie doet, Jake. Het is een systeem dat drijft op het aanpraten en misbruik maken van gevoelens van schuld en schaamte, vaak met de beste bedoelingen, maar altijd met de ernstige gevolgen.”
“Het werkte wel, althans van de buitenkant bekeken.”
“Ja, maar het zorgde er alleen maar voor dat de gebondenheid steeds sterker werd. Uiteindelijk bleef men toch vastzitten aan deze gevoelens van schuld en schaamte en slingerde men heen en weer tussen zelf-medelijden en zelf-voldaanheid. En zo vond men nooit de vrijheid door te leven in Hem. Hierdoor gaat men denken dat God een oorzaak-gevolg-relatie met hen wil hebben: als zij goed zijn, zal Hij goed voor ze zijn en als ze niet goed zijn, zal God tegen hen zijn.” “Nu zie ik in waarom zoveel mensen van Hem vervreemd zijn geraakt. Vorige maand heb ik twee mensen bezocht die terminaal zijn en ze waren allebei vertwijfeld door de gedachte dat ze iets verkeerds hadden gedaan en dat ze daarom dit hadden verdiend, maar ze wisten niet wat ze verkeerd hadden gedaan. Het duurde een hele tijd voordat ik door de pasklare antwoorden die ze gaven kon heenprikken, maar uiteindelijk gaven ze allebei toe dat ze boos waren op God omdat Hij hen niet had genezen. Ze bekenden ook dat ze zich nu schuldig voelden omdat ze zulke gedachten hadden.”
“De meesten geven niet toe dat ze boos zijn, omdat ze bang zijn dat er dan nog iets ergers met hen zal gebeuren. Dus blijven ze denken dat het niet eerlijk is wat God doet en ze komen er niet uit. Net als in jouw geval, toen je in het ziekenhuis was die avond, weet je nog?”
“Dat weet ik nog goed, John. Ik ben zo blij dat God me stukje bij beetje heeft veranderd. Soms heb ik het niet eens in de gaten totdat ik in een situatie terecht kom en mezelf op een manier zie reageren zoals ik nooit eerder heb gedaan. Ik geniet enorm van de Jake die Hij tevoorschijn laat komen.” “Het is net als een vlinder die uit z’n cocon kruipt en vleugels krijgt, Jake. Is het niet bedroevend dat we vroeger dachten dat we mensen konden dwingen geestelijk te veranderen, in plaats van ze te helpen groeien in ‘Vader meer vertrouwen’ en merken dat Hij hen verandert? Je kan een rups niet in een vlinder-pasvorm persen en haar vervolgens ‘dwingen’ te gaan vliegen. Ze moet van binnenuit veranderen.”
“En het is zoveel mooier om zien dat mensen verlost worden van hun gevoelens van schuld en schaamte, dan ze er mee op te zadelen. Geen wonder dat het concept van ‘christelijke gemeenschap hebben’ gebracht wordt als een verplichting. Wie wil er nu met mensen omgaan die je steeds maar confronteren met wat je verkeerd hebt gedaan om zo schaamte op je te laden of je onder druk zetten zodat je aan hun verwachtingen zult voldoen?”
“En daardoor wordt je leven als lid van het Lichaam afgewogen op grond van wat je prestreert en is het zo manipulatief. Is dit niet veel beter,” zei John en keek de tuin in.
Ik wist niet zeker wat hij daarmee bedoelde, maar knikte instemmend.
“Ik heb zelfs onze gesprekken op internet gezet, John. Ik hoop dat je het niet erg vindt? Er is een ongelofelijke response. Mensen over de hele wereld maken ook dergelijke reizen, en denken na over hun leven in Hem en wat leven als Zijn gemeente inhoudt. Het lijkt erop dat steeds meer mensen de leegte van het georganiseerde christendom inzien. Ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal mensen dat me vertelde dat mijn verhaal zoveel lijkt op dat van hen ....behalve jou dan. Eén man was zelfs van streek omdat hij jou niet tegen het lijf was gelopen terwijl hij zo wanhopig op zoek was geweest naar wat Gods leven in Hem nu eigenlijk inhield, terwijl jij een ......”
Oeps! Ik vond het maar beter om die zin niet af te maken.
Maar zo gemakkelijk liet John me niet gaan. “Terwijl wat, Jake? Wat heb je ze verteld?”
“Ik liet in het midden of jij misschien Johannes de discipel van Jezus was. Je weet toch dat ik me dat aanvankelijk afvroeg? Dus ben ik daar openhartig over geweest.”
“En tot welke conclusie ben je gekomen?” John keek me grijnzend aan.
“Ik weet het niet. Jezus zei tegen Petrus dat het mogelijk was. En je zal moeten toegeven dat er toch wel ongelofelijke dingen in mijn leven hebben plaatsgevonden sinds we elkaar hebben ontmoet. Jij schijnt op een bepaalde manier ‘grip’ op deze reis te hebben en dat ben ik verder bij niemand anders zo tegengekomen. Jij hebt me geholpen zodat enkele van mijn diepste verlangens door Vader vervuld konden worden, waardoor ik een grotere vrijheid in m’n leven heb zien komen om Hem te volgen. Dus de vraag wie jij bent is veel minder belangrijk voor me geworden. Maar ik moet toegeven dat ik wel nieuwsgierig ben. En ...je hebt het nooit ontkend!”
John glimlachte, maar toen hij z’n mond opendeed om me antwoord te geven werden we onderbroken. Marvin kwam naar ons toelopen en ging achter John staan. Hij sloeg z’n armen om hem heen en zei: “Wie hebben we hier!”
John draaide zich om en glimlachte. “Marvin! Jij!”
“Ken je me nog?? Hoe is het mogelijk. Ik zag je hier staan met Jake en ik dacht ‘daar moet ik bij zijn’. Ze hadden me niet verteld dat jij ook zou komen.”
“Dat wisten ze hier ook niet. Ik kwam toevallig langs. – Zeg, jij bent vroeger ook voorganger geweest, niet?”
“Ik zal het niet over jouw zonden hebben als jij de mijne ook met rust laat,” lachtte Marvin.
“Noem de mijne maar, als je dat wilt. Des te dankbaarder ben ik Hem,” antwoordde John. Marvin lachtte schaapachtig alsof hij de grap niet helemaal kon volgen.
Na nog wat grappenmakerij van beide kanten, wendde John zich tot mij:”Ik zie dat er aardig wat mensen hier zijn van die huiskring toen. Hoe gaat het daarmee, Jake?”
“Er valt niet veel over ‘het’ te zeggen, John. We hebben sinds jouw bezoek nooit meer een ‘gewone’ samenkomst gehad. Ik weet niet hoe dat komt, echt waar. Maar de relaties zijn wel gegroeid en we zien elkaar vaker. Ik maakt mij niet zoveel uit, hoor, dat we geen samenkomsten meer hebben zoals vroeger, maar soms vraag ik me wel eens af of we toch niet soms zouden moeten ‘samenkomen’.”
“Nou, mij maakt het wel wat uit,” zei Marvin.
“En waarom,” vroeg John.
“Omdat ik niet het gevoel heb dat ik iets belangrijks doe.”
“Zoals ....”
“Dat weet ik niet. Dat is het rare ervan,” zei Marvin terwijl hij z’n hoofd schudde en een zucht van frustratie uitte. “Ik heb nog nooit zulke vruchtbare relaties gehad en ik ontmoet mensen uit de buurt en op m’n werk, die hun leven openen voor Jezus. Het lijkt erop dat ik steeds vaker onder de mensen ben.” “En dat vind je niet productief?”
“Ik weet niet of ‘productief’ het juiste woord is. Op de een of andere manier focussen we ons nergens op. Ik ken mensen die niet de fellowship gevonden hebben die ik heb. Het is alsof ze het gevoel hebben dat ze aan hun lot worden overgelaten wanneer ze zich niet meer kunnen richten op het geregeld houden van samenkomsten.. Als onze oude groep nog bij elkaar kwam zou ik ze uitnodigen.”
“En wat zou dat veranderen?” vroeg John.
“Weet ik niet. Ik denk dat ze daardoor weer vaste grond onder hun voeten zouden voelen.” Marvin leek een reactie van John wachten, maar toen die niet kwam vervolgde hij:”Ze hebben iets nodig.” Opnieuw stopte hij even maar John hapte nog steeds niet. “Identiteit denk ik.” “Zou een samenkomst houden hen die identiteit kunnen geven of zou die alleen maar het gemis eraan verhullen?” vroeg John.
Ik keerde de spetterende kippebouten maar weer eens om, blij dat ik niet degene was die werd gegrild.
“Ik had gehoopt dat het zou zorgen voor een zekere gerichtheid en motivatie.”
“En dat krijg je als je een samenkomst houdt?” vroeg John.
Marvin keek John aan met een verwarde blik in z’n ogen. Ik weet niet zeker of hij wist wat hij moest zeggen of misschien probeerde hij Johns techniek uit. “Het zou toch wel nuttig zijn, niet,” flapte Marvin er tenslotte enigszins gefrustreerd uit.
John legde z’n arm over Marvin’s schouder. “Ik wil je niet teleurstellen, Marvin, maar het is belangrijk eens goed over deze dingen na te denken. Als je een samenkomst houdt met de hoop dat het een bepaalde gerichtheid zal opleveren, zal het erop uit draaien dat die meer afleidt dan dat ze nuttig is. Men zal naar de samenkomst komen in de veronderstelling dat dát hun focus is, maar de tijd zal leren dat dat niet voldoende is.”
“Waarom?” Marvin’s stem klonk al minder scherp.
“Omdat de ‘Vader leren kennen’ de motivatie geeft. Samenkomsten zijn een armzalig vervangingsmiddel daarvoor.”
“Dus we gaan gewoon maar zitten en hoeven verder niets te doen?” Marvin’s frustratie kwam weer opzetten.
“Wie heeft er iets over ‘niets doen’ gezegd? Ik moedig je alleen maar aan om niet een samenkomst te beginnen louter en alleen om een samenkomst te hebben. Iedere keer wanneer mensen zien dat God iets doet, wil men een gebouw neerzetten en een beweging starten. Petrus wilde dat ook toen ze op Berg der Verheerlijking waren. Toen hij niets beters wist te zeggen, stelde hij voor om iets te gaan bouwen. Als je op deze manier reageert Marvin, moet je zien vrij te komen van het overschatten van je eigen kunnen.”
“Mijn wát,” lachte Marvin. “Ik snap niet eens wat dat betekent!”
“Het wil zeggen dat ‘de gemeente bouwen’ iets is dat Hij doet en niet iets wat wij doen. Denk niet dat je in staat zult zijn om iets neer te zetten met behulp van je eigen vernuft. Dat heeft men de afgelopen 2000 jaar -tig keer geprobeerd te doen, en altijd met hetzelfde negatieve resultaat. Zeker, in het begin is het leuk en geweldig om te zien hoe God levens aanraakt. Maar dan komen wij eraan met onze eigen pogingen om er ‘structuur’ aan te geven. Het eind van het liedje is dat men vast komt te zitten in die structuur, in het instituut dat door hen gesticht werd om Gods leven te bewaren en te behoeden. Maar uiteindelijk komt het erop neer dat Hij meestal naar buiten wordt gewerkt omdat ze hun eigen wijsheid hoger achten. (Wat ze natuurlijk niet zo zullen zeggen!) Maar wij zijn gewoonweg niet briljant genoeg om God te vertellen hoe Hij het moet doen.” John glimlachte:”En daarom praten we er nu ook over...”
“Maar wat versta jij dan onder ‘kerk’ of ‘gemeente’, John, als het niet inhoudt dat je op geregelde tijden bij elkaar komt?”
“Ik beweer niet dat je niet bij elkaar moet komen, Marvin. Ik zeg alleen dat samenkomsten niet kunnen geven waar jij naar op zoek bent. Kijk eens om je heen.” John wees naar de achtertuin. “Zijn deze mensen niet bij elkaar?”
“Noem jij dat gemeente!?” Marvin was net zo verbaasd als ik.
“Dat vraag ik me ook af! Ik dacht dat dit een barbeque was,” voegde ik eraan toe.
“Neen, ik zeg dat de gemeente hier is. Hier zijn mensen bij elkaar die van Hem houden. In de loop van deze dag zullen ze veel van Zijn leven met elkaar delen, daar ben ik zeker van. Jezus zei dat er maar twee of drie bij elkaar hoefden te zijn en Hij zei niet dat je het steeds op hetzelfde tijdstip, dezelfde plaats, op dezelfde manier en iedere week moet doen. Hij heeft blijkbaar niet aan ‘de gemeente’ gedacht als iets dat wij uberhaupt moeten doen, of waar we naar toe moeten gaan, maar als de realiteit van waaruit we elke dag kunnen leven.
Zie je niet dat we dat al aan het doen zijn? Als je gezamenlijk als Zijn Lichaam leeft zal je elkaar iedere dag bemoedigen en stimuleren om elkaar nog meer lief te hebben en nog meer vanuit genade te leven. En dat kan zo eenvoudig zijn als barbequen met elkaar.”
“Zelfs zonder een bijbelstudie of aanbiddingsdienst?” vroeg Marvin.
“We hebben het over hoe Vader werkt, nietwaar? En aanbidding wil niet zeggen dat we een dienst houden met liederen of gebed, Marvin. Het is leven als een dagelijkse overgave aan het leven van Jezus in je, waardoor je Hem de gelegenheid geeft Zijn leven in je uit te werken. Dit is de vreugde van leven in het Koninkrijk: merken dat Hij in en door je heen werkt. Maar ik weet zeker dat als er hier iemand is die samen met anderen wil zingen, Hem prijzen of samen bidden. En als anderen dat ook willen zou dat geweldig zijn. Volgens mij zijn die mensen daar aan het bidden.” John wees naar een groepje in de patio dat in een kring stond en elkaar een hand had gegeven.
“Maar wij hebben geleerd dat gemeente-zijn is iets anders inhoudt.”
“Dat weet ik. Maar dat zal niet zo simpel zijn als wat wij nu doen en evenveel plezier geven. We moeten er dan veel meer voor doen terwijl we ons er toch minder vrij en ontspannen bij voelen. Zie je niet hoe het Koninkrijksleven uit je hart is weggeroofd?” John schudde z’n hoofd en zuchtte. “Op je aardse reis kom je al genoeg moeilijkheden tegen. Zou je het niet fijner vinden om je leven samen met anderen te delen in vreugde en met bemoediging?”
“Maar hoe kunnen pasbekeerden dan groeien, John? Hebben ze dan geen onderwijs nodig?”
“Wat zijn wij op dit moment aan het doen? Ik probeer je te helpen iets te ontdekken waardoor je in een grotere vrijheid zult komen. Is dat geen onderwijs?”
“Maar niet iedereen is erbij betrokken. Sommigen missen dat nu.”
“Misschien dat ze dit gesprek mislopen, maar ik betwijfel of ze missen wat God vandaag in hen wil doen. Hij is daar erg goed in.”
“Vind jij niet dat het beter is om een samenkomst te hebben waarbij iedereen tegelijkertijd betrokken is?”
“Het gaat er niet om wat beter is. Het gaat erom wat echt is. Er zijn een heleboel manieren waarop de gemeente haar gemeenschappelijke leven kan vieren. Op dit moment lijkt het erop dat je maar een van die manieren ziet. Als je gemeente beziet als een realiteit in plaats van een activiteit zal je ‘gemeente-zijn’ kunnen vieren op elke mogelijke manier waar God je samenbrengt met andere leden van Zijn Lichaam. Ik zou niet willen zeggen dat dit hier beter is. Maar het is zeker niet slechter. Er gebeuren vandaag een heleboel mooie dingen, gewoon doordat we bij elkaar zijn. Soms wordt het leven dat we in Hem hebben het beste uitgedrukt door een gesprek zoals we dat nu met elkaar hebben. In een breder verband komt dat het beste tot z’n recht in een bijeenkomst. Als je het alleen maar op een bepaalde manier ziet, mis je zoveel andere manieren waarop Vader werkt. In plaasts van te denken over wat voor soort samenkomst of groep we zouden moeten hebben, kunnen we ons beter afvragen hoe we mensen het beste kunnen helpen om in dit leven te groeien. Jake had wat dat betreft daarnet een paar goede ideeen.”
“Wat...” vroeg ik terwijl ik de laatste kippebout van het rooster afhaalde. Ik wist niet precies waar John op doelde. “We hadden het toch niet over ‘gemeente’, wel?”
“Jazeker. Wanneer mensen leren leven in de relatie met Vader, vrij van schaamte, ....dát is de kern van leven als Lichaam van Christus. Kom erachter hoe je dit leven met anderen kan delen en je bent Lichaam, ‘gemeente’.”
Marvin stond op het punt nog een vraag te stellen, maar ik pakte de schaal met kippebouten op en gebaarde naar hen om me te volgen naar waar de rest van het eten stond en waar de anderen zich al verzameld hadden.
Ik heette iedereen welkom, vertelde dat John er ook bij was gekomen en vroeg of hij wilde bidden voor ons. Hij glimlachte naar me, wachtte even, liet z’n blik over de tafel heen gaan en knikte toen. “Laten we allemaal een leeg bekertje nemen,” zei John. Hij nam een stapel bekers en gaf die door aan degenen die dichtbij hem zaten. Toen nam hij een brood en ging zitten. Hij brak het brood in stukken en gaf die door aan degenen die naast hem zaten.
“Iedereen mag een stuk nemen.”
Toen, met een knipoog naar Laurie, nam hij de kan met druivensap die ze net op de klaptafel bij het raam had neergezet. Hij schonk een paar bekertjes, in vlakbij zich, en gaf de kan door aan Jeremy om de rest in te schenken.
Zodra iedereen wat had hield John z’n hand met het stuk brood erin omhoog en de anderen volgden zijn voorbeeld. John dankte God voor Zijn voorziening, voor het eten op de tafel, de vergeving van onze zonden, voor goede vrienden en bovenal voor het leven in de Zoon.
“Zijn lichaam werd verbroken opdat onze geest zou leven. Denk daaraan en aan Hem als je eet.”
En dat deden we. Toen hield John zijn beker omhoog. “Dit is het bloed van Zijn verbond dat ons schoonwast van onze zonden en onze geest verfrist. Dit is de laatste maaltijd die Hij gebruikte op die avond met Zijn volgelingen en Hij heeft gezegd dat we het moesten doen tot in de toekomende eeuw.”
“Aan onze Koning, onze Verlosser en onze oudere Broer in Vaders huis…,” zei John en hief z’n beker op en wachtte even. Anderen voegden zich bij het uitbrengen van de toast om hun dankbaarheid jegens Jezus te uiten.
Tenslotte besloot John met te zeggen:”Totdat wij U van aangezicht tot aangezicht zullen zien...,” en keek omhoog. Vervolgens wendde hij zich tot degenen die bij hem stonden en toastte met hen door zijn bekertje tegen dat van hen te houden. En toen dronken we gezamenlijk onze beker leeg en waren een ogenblik stil, vol ontzag voor Zijn genade, en ons bewust van onze liefde voor elkaar. Uiteindelijk werd de stilte doorbroken doordat verschillende mensen elkaar begonnen te huggen en daarna in de rij gingen staan bij de tafel met eten.

Nadat we onze borden hadden opgeschept ging ons gesprek met John verder met een aantal anderen die zich bij ons in de patio hadden gevoegd. Marvin gaf een korte samenvatting van waar we het over hadden gehad en zei toen:”Ik houd van jouw definitie van gemeente-zijn, John, maar hoe gaan we dit nu iedere week doen?”


“Wat denk jij, Jake?”
“Alleen als we het bij Marvin thuis doen en hem het eten laten klaarmaken,” stelde ik voor.
“Misschien helpt het jullie als je niet gaat bedenken wat je iedere week zal gaan doen, maar richt je je op wat Jezus vandaag van je vraagt. Het is duidelijk dat jullie een hart hebben voor mensen aan wie niet veel aandacht wordt besteed. Dat is fantastisch. Maar maak er geen ‘programma’ van om ze op die manier te motiveren, maar probeer te ontdekken wat Jezus van je vraagt om elkaar te bemoedigen of toe te rusten. Zo eenvoudig is het.”
“Zoals ze uitnodigen om te komen eten?”
“Ja, bijvoorbeeld. Je kan ook een aantal mensen uitnodigen om samen een studie over een bepaald onderwerp te doen, als je dat tenminste op je hart hebt. Bijvoorbeeld over een bepaald aspect van ons leven in God. Ik denk dat ze zo iets met beide handen zullen aangrijpen.”
“En wat doen we daarna?”
“Wat Hij jullie dan geeft om samen te doen. Onthoud dat het toerusten van mensen om in Hem te leven op de eerste plaats komt, dan zal je zien hoe Hij Zijn Lichaam samenbrengt. Begrijp me niet verkeerd. Het is geweldig als een groep mensen besluit om bewust samen op te trekken om zo uitdrukking te geven aan ‘gemeenschap zijn in Hem’: samen naar God luisteren, het delen van je leven met een ander, elkaar helpen met de middelen die je hebt en om elkaar geven, en gewoon doen wat God ook maar van je vraagt. Maar dat kan je niet organiseren, je kunt er geen structuur aan geven. Onthoud dat ‘discipel worden’ eerst komt en dan pas ‘met elkaar’. - Als je eerst zelf leert om Jezus te volgen en dan anderen helpt om dat ook te doen, zal je zien dat ‘gemeente-leven’ overal om je heen tevoorschijn springt.”
“Maar hoe ziet dat er uit?”
“Dat kan van alles zijn. Ik ken mensen die samen trektochten door de bossen maken en samen ontbijten onder de bomen. Ik weet van mensen die naar dezelfde buurt zijn verhuisd omdat ze het prettig vonden om dichter bij elkaar te wonen. Ik ken een paar gezonde huisgemeenten die dit leven met elkaar delen en ik ken ook mensen die in een gebouw bijeenkomen. Ik ken anderen die in een team werken om huizen te bouwen voor de armen, om te koken voor een zendingsorganisatie of een andere creatieve manier hebben gevonden om het leven van Jezus in hun cultuur bekend te maken. - Het kan op zoveel verschillende manieren vorm krijgen, omdat Vader zo creatief is. Als je probeert iets of iemand te kopieren zal je merken dat er geen leven meer in zit en dat het een lege vorm is geworden. Ook al was de start misschien veelbelovend en spannend....geleidelijk aan zal het sterven. De gemeente komt tot leven wanneer men gericht is op Jezus en niet wanneer de gemeente op zich de prioriteit krijgt.
Dit is een geweldige tijd om samen te leren je vreugde in Hem te vinden. Blijf leven, liefhebben en luisteren en Hij zal je leiden naar die uitdrukkingsvorm van gemeente-zijn die het beste beantwoordt aan Zijn plannen voor jullie. Maak je geen zorgen als je er niet de vinger op kan leggen en zeggen: “Dat is de gemeente”. Júllie zijn de gemeente. Wees niet bang om in die realiteit te leven.”
“Als gemeente-zijn zo eenvoudig is, John, waar blijven dan de leiders? Hebben we geen oudsten, voorgangers en apostelen nodig?”
“Waarvoor?”
“Moet er niet iemand zijn die de leiding heeft en dingen organiseert zodat men weet wat er moet gebeuren?”
Marvin was bijna in alle staten. Ik kromp ineen omdat ik wist dat hij niet te horen zou krijgen wat hij graag wilde horen.
“Waarom?? Zodat de mensen iemand anders kunnen volgen dan Jezus? Zie je niet dat we al een leider hebben? De gemeente geeft aan Jezus de eerste plaats in alles en ze zal niet toestaan dat iemand anders op Zijn plaats kruipt.”
“Dus leiders zijn ook niet meer belangrijk?”
“Niet zoals je altijd naar ze hebt gekeken. Men kan zich tegenwoordig nauwelijks een voorstelling van gemeente-leven maken zonder te denken aan een organisatie en een leider die de anderen leidt en vormt conform zijn visie. Sommigen vinden het fijn om leiding te geven, anderen willen graag geleid worden. Door dit systeem is Gods volk zo passief geworden dat de meesten zich niet kunnen voorstellen dat er een leven bestaat zonder een leider van vlees en bloed met wie zij zich kunnen identificeren. Vervolgens vragen we ons af hoe het komt dat we geestelijk zo enorm tekort schieten. Ook hoor je ‘gemeente-leiders regelmatig klagen dat de gemeente-leden eens ‘volwassen’ moeten worden. - Lees het Nieuwe Testament nog eens door en je zult ontdekken dat er niet zoveel aandacht wordt besteed aan zo iets als leiderschap. In tegenstelling tot wat je vandaag de dag tegenkomt. Gezien de tientallen boeken en ander materiaal over dit onderwerp...”
“Maar er waren toch oudsten en apostelen en voorgangers?”
“Zeker, maar zij stonden niet op een podium om de mensen te leiden volgens hun persoonlijke visie. Ze bewogen zich achter de schermen en deden precies wat jij ook op je hart hebt om te doen, Marvin: mensen helpen dieper in Christus te gaan leven zodat Hij hen kan leiden! Het is niet zo dat oudsten ervoor moeten zorgen dat de gemeente blijft draaien, maar om de volgelingen van Jezus te helpen een echte relatie met de levende God te vinden. Daarom vroeg Hij ons om mensen te helpen volgelingen van Hem te worden. Let er ook op dat Hij gezegd heeft dat Hij z’n gemeente zou bouwen. Laten wij ons richten op onze taak en laat Hem de Zijne doen.”
“Maar waar vinden we zulke leiders vandaag de dag?”
“Ga niet op zoek naar leiders zoals je ze altijd hebt gekend. Denk aan broeders en zusters die wat verder op de reis gevorderd zijn dan jij. Ze vindt ze overal: in deze stad en zelfs in deze tuin!”
”Maar hoe zullen we ze herkennen als ze niet aangesteld zijn?”
“Mijn wedervraag zou zijn:’Hoe weten we zeker of ze wel dienende leiders zullen zijn? Omdat ze een titel hebben? Heb jij ook niet zogenaamde voorgangers en oudsten gekend die de geestelijke volwassenheid misten die bij hun positie hoorde? - Zei Jezus niet, dat degene die in Zijn gezin (lees: ‘gemeente’) taakverlichtend werk doen, niet degenen zijn die autoriteit over anderen hebben, maar degenen die díenen? Is het dan zo moeilijk om te zeggen wie die leiders zijn?” vroeg John.
“Ik denk dat ik toch liever badges zie met hun naam erop.” zei Marvin en we moesten allemaal lachen.
Op dat moment liep een vrouw van middelbare leeftijd achter me langs naar een paar mensen die op het gras in de tuin zaten. Toen ik naar haar knikte en glimlachte, stond ze stil en vroeg:”Mag ik je even iets vragen, Jake?”
“Natuurlijk, Christie.”
“Er is iets met m’n auto,” zei ze,”Hij maakte zo’n raar geluid toen ik hier naar toe kwam rijden. Misschien kan er iemand even naar kijken.”
“Ik zou het graag willen doen, maar ik heb er niet zoveel verstand van. Ken je Bob, daar in dat blauwe overhemd?” Ik wees naar hem.
Ze keek en knikte:”Niet zo goed, maar we hebben wel kennis gemaakt met elkaar.”
“Hij heeft er meer verstand van dan wie dan ook hier. Ik zal hem even vragen of hij wil kijken.”
“Dat zou fijn zijn,” zei ze, terwijl ze verder liep en zich bij wat anderen voegde.
Toen ik het aan Bob had gevraagd en weer terug liep naar John en de anderen, keek John me aan en zei:“Zo makkelijk is het nu,” en gebaarde met z’n hand. We wisten geen van allen waar hij het over had en keken elkaar met een vragende blik aan. “Waarom verwees Jake haar door naar Bob?”
“Omdat hij degene is die verstand heeft van auto’s,” zei een van de anderen. “Dat weet iedereen. Hij doet niets liever.”
“Ik denk dat Christie dat niet wist, en Jake deed niets anders dan hem aanwijzen. Zo eenvoudig kan het zijn om Gods gaven in het gezin te ontdekken. Jezus zal je in de gelegenheid stellen om relaties aan te gaan met anderen. Naarmate die relaties hechter worden zal je ontdekken wat de gaven zijn die Hij aan anderen gegeven heeft. Het gaat niet op een heimelijke manier zodat bijna niemand het weet. En wanneer je iemand ontmoet die zo’n gave bij een ander nog niet ontdekt heeft, kan je die persoon helpen door hem te verwijzen naar die persoon. Het zou kunnen dat Paulus dit bedoelde toen hij Timotheus en Titus iets vroeg te doen. Ze stelden in ieder geval geen leidersteams aan. Is het niet mogelijk dat ze gewoon degenen die de waarheid van het evangelie kenden en erdoor veranderd waren herkenden? Er waren ook mensen die beweerden dat zij leiders waren, maar het niet waren, en Paulus wilde niet dat jonge gelovigen in verwarring zouden komen door zulke mensen.”
“En werkt dat?” vroeg Marvin en schudde z’n hoofd.
“Beter dan wat dan ook, volgens mij,” antwoordde John. “We kunnen dit gerust aan Jezus toevertrouwen! Hij kan het gemeente-zijn veel beter sturing geven dan wie van ons dan ook. Leef in Hem en doe wat Hij je ook maar op je hart legt om te doen en je zal versteld staan van wat Hij onder jullie kan doen.”
“De mensen vinden ons toch al vreemd,” vulde Laurie aan.
Met een hartelijke lach stond John op en excuseerde zich: “Ik moet er weer vandoor.”
Hier en daar klonk gekreun omdat sommigen hem nog meer vragen wilden stellen.
“Kunnen we dit niet nog eens doen?” vroeg Marvin.
“Ik vind het prima, maar daar ga ik niet over.”
“Maar we willen nog zoveel andere dingen aan je vragen,” vulde iemand anders aan.
“Vraag het maar aan Jezus,” reageerde John. “Ik kan de hele dag wel vragen blijven beantwoorden maar dat zou jullie niet zoveel helpen. Dit leven kan je niet rationeel oppakken, je moet het ervaren terwijl je op reis bent met Hem. Hij zal je de dingen duidelijk maken op het moment dat Hij vindt dat het nodig is.”

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina