Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina12/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Hoofdstuk 12

De Grote Samenkomst


Het was een hele tijd geleden sinds ik op een podium had gestaan in een volle zaal, waar de mensen keurig in rijen achter en naast elkaar zaten. Het had wat vreemd aangevoeld om de uitnodiging aan te nemen en nog meer om er op in te gaan. Bryce, de voorganger van Cornerstone Chapel, had me uitgenodigd om in zijn gemeente te komen spreken over mijn diepere relatie met de Vader, gebouwd op het vertrouwen in Hem.
Ik kende Bryce niet zo goed. We hadden vroeger een enkele keer samen in de bediening gestaan en dus kwam zijn uitnodiging, twee maanden geleden, vrij onverwacht. Hij vertelde dat hij wat over mij had gehoord en hij wilde het graag uit m’n eigen mond horen. Ik kon alleen maar gissen wat hij had gehoord, of waarom hem dat iets kon schelen, maar ik dacht dat het wel aardig kon zijn om daar achter te komen.
Niets had me meer van m’n stuk kunnen brengen. Hij was indertijd jeugdpastor toen ik hem leerde kennen en later was hij senior pastor geworden. Zijn gemeente was snel gegroeid toen mensen van twee andere grote gemeenten bij hen kwamen, toen er een ware uittocht had plaatsgevonden nadat de populaire voorgangers van die gemeenten vertrokken waren. De ene was naar een grotere gemeente gegaan en de ander vertrok na het openbaar worden van een schandaal. De pakkende en humoristische stijl van spreken van Bryce, gevoegd bij de musici die konden wedijveren met iedere professionele musicus, hadden van Cornerstone de populairste evangelische gemeente gemaakt van deze streek. Ze hielden iedere zondag drie diensten, in een groot gebouw, en ze dachten erover om een eigen gebouwencomplex neer te gaan zetten. Ik dacht dat Bryce z’n geluk niet op zou kunnen.
Maar zo zat het dus niet – althans wat het ‘z’n geluk opkunnen’ deel betrof. Tijdens ons eerste gesprek vertrouwde hij me toe dat hij bezig was geestelijk dood te gaan en hij had het gevoel dat dit ook voor de meeste mensen in z’n gemeente gold. Zijn relatie met God werd opgeslokt door de eisen die samen hingen met een groeiende gemeente. “Ik heb gemerkt dat er geen overeenkomst is tussen het succes van mijn bediening en de vruchtbaarheid van mijn relatie met Hem. In feite is het zo, dat ik m’n beste preken geef als ik midden in de narigheid zit. Ik begin te denken dat ik de bediening gebruik om me voor Hem te verbergen.”
Hij wilde de passie voor God die hij vroeger had gehad terug hebben, maar hij wist niet hoe dat moest. Toen hij anderen over die honger vertelde, verzekerden ze hem dat het feit dat hij meevoer op de golf van een vruchtbare gemeente, het bewijs was dat God hem zegende en dat hij z’n twijfels aan de kant moest zetten. Dat werkte dan een tijdje, maar z’n innerlijke eenzaamheid en z’n worsteling met de toenemende verleidingen wonnen het uiteindelijk en maakten hem zowel boos als depressief. En z’n gezin thuis had daar het meest van te lijden. Zonder dat de buitenwacht dat merkte...
We wisten geen van beiden waar dit allemaal naar toe zou leiden, maar wel dat hij een risico nam met de weg die hij nu insloeg. Hij bleef er echter bij dat hij niets anders wilde dan een echte relatie met God, ongeacht de gevolgen. Aan het eind van ons gesprek had hij me zelfs gevraagd om in zijn gemeente te komen spreken.
De dienst waarin ik gesproken had was voorbij. Laurie en ik hadden afscheid genomen van Bryce en we liepen naar het parkeerterrein onze ogen dichtknijpend tegen de felle middagzon. Er stonden hier en daar nog wat mensen die me bedankten dat ik gekomen was. En toen zag ik hem. Het was John, die op het parkeerterrein ons tegemoet kwam lopen. Ik dacht een ondeugende glimlach op z’n gezicht te zien.
“Wat doe jij hier??” vroeg ik hem. “Oh, ik raad het al,” zei ik plagend. ”Je bent net uit de lucht komen vallen op, toevallig kwam je op dit parkeerterrein terecht en toen zag je mij ineens.”
“Neen. Het is niet zo vreemd als dat. Ik heb vorige nacht bij Diana en Jeremy thuis geslapen. En toen ik de krant inkeek zag ik dat jij hier zou spreken en ik wilde je zien. Ze hebben me hier afgezet. - Het gaat wel goed met ze, vind je niet?”
“Dat is wel wat zwak uitgedrukt, John. Ik heb nog nooit twee mensen zo snel zien groeien. We zijn samen met hen op reis en het gaat geweldig.”
“Ze vertelden me dat ze zelfs weer contact hebben gehad met Jim en zijn vrouw. Ik vind het zo mooi te zien hoe God echte verzoening kan brengen tussen mensen, zelfs als er verraad en tragische dingen hebben gespeeld.”
“Het is een prachtig verhaal,” bracht Laurie in,”maar ik vraag me af waarom ze ons niet verteld hebben dat je zou komen.”
“Ze wisten het niet,” glimlachte hij en ik wist wat dat betekende.
Ik vroeg hem of hij mee ging lunchen, maar hij zei dat hij geen tijd had. Iemand uit Los Angeles zou hem over enkele ogenblikken hier oppikken.
“Laten we gewoon hier wat verder praten met elkaar, zo lang er gelegenheid voor is,” zei John en wees naar een picnic tafel onder de bomen aan de rand van het parkeerterrein. Terwijl we naar de plek toe liepen hoorde ik de roep van wat ganzen boven m’n hoofd. Ik keek omhoog en zag zo’n twaalf van hen in V-formatie naar het zuiden vliegen.
Het was een adembenemend mooie herfstdag.
“En wat doe jij hier?” vroeg John.
“Oh, oh..’Big Brother is watching me’!” Ik wierp m’n armen in de lucht als teken van overgave: ”Heulen met de vijand.”
“Zo denk je toch niet,” lachte John,” tenminste, ik hoop van niet.”
“Neen, zeker niet. Maar toen ik me aan het voorbereiden was, vroeg ik me af wat jij ervan zou denken als je me hier aan zou treffen. Sommige mensen praten over deze instituten alsof het hetzelfde is als de slavernij van de Israelieten in Egypte. En ik wist niet of jij tot die groep behoorde.”
Ik vertelde John over mijn relatie met Bryce en zijn uitnodiging om hier te komen spreken.
“En hoe ging het?” vroeg John.
“Dat zou je aan hen moeten vragen.”
“Het was fantastisch,” antwoordde Laurie. “Toen hij hen vertelde over zijn leven in Vaders liefde zaten ze het ene moment te lachen en het volgende ogenblik te huilen.”
“Maar ik voelde me helemaal niet op m’n gemak, John. Vroeger vond ik zo iets geweldig, maar vandaag vond ik het zo ineffectief.”
“Hoezo?”
“Ik heb dit jaren gedaan, maar ik weet niet of dit wel zo veel uitwerkt om mensen te helpen vrij te leven. Ik twijfel er niet aan dat je wat zaadjes kan planten en soms gaat er bij iemand een lampje branden, maar de meeste mensen lijken na een poosje wel hardhorend te zijn geworden. Zelfs als ze iets horen dat hun echt raakt, zijn ze het alweer vergeten als ze buiten zijn en pakken ze hun gewone leventje weer op. Aan de andere kant moet ik zeggen dat de gesprekken die wij met elkaar hebben gehad voor mij levensveranderend zijn geweest. Ik weet dat het niet alleen de woorden waren die jij sprak, maar vooral op welk moment je ze sprak. Het waren de momenten waarop ik aan het worstelen was met allerlei dingen en ik probeerde antwoord te geven op de vragen die ik had of op de vragen die jij stelde. Het was het tijdstip waarop dit allemaal plaatsvond en jij in beeld was, waardoor het zo’n krachtige uitwerking had. Ik weet alleen niet goed hoe ik zo iets in een preek moet gieten.”
“Dat lukt ook niet, je weet dat we het hebben over een proces, een reis. Maar dat wil niet zeggen dat wat je vandaag deed geen waarde heeft gehad. Alles heeft z’n plaats en z’n tijd. Maar zoals je al zei, dit ‘onderwijs geven’ komt niet op de eerste plaats. Op de lange termijn helpen systemen zoals waar deze de mensen nog in zitten niet om de diepte van het leven in Christus te ervaren. En ook niet de diepten van het hebben van christelijke gemeenschap met elkaar. Maar ze helpen de mensen vaak wel om voor het eerst in aanraking met Vader te komen.“
“Ik weet dat ik een stukje van de waarheid en mijn honger naar God in een gemeente zoals deze ontving,” zei Laurie.
“Maar werd die honger ook gestild, Laurie?”
“Soms dacht ik van wel. Maar als ik nu terugkijk denk ik dat ik er alleen maar door gefrustreerd raakte. Ik kreeg er honger naar God door, zo erg dat die daar niet kon gestild worden . Maar het zorgde er ook voor dat ik het gevoel had dat dat mijn schuld was. Ik dacht dat het kwam omdat niet genoeg kennis had of dat ik niet goed genoeg m’n best deed.”
“Dat gebeurt er als een instituut probeert iets te doen wat het niet kan doen, omdat het niet daartoe geroepen is. Door de mensen op een vaste tijd naar een bepaald gebouw te laten komen en steeds dezelfde soort diensten te laten mee maken, leidt het de mensen onbewust verder weg van het echte geestelijke leven in Hem. Het geeft hen de illusie van geestelijkheid door middel van ‘geestelijke’ ervaringen, maar ze laat de mensen niet zien hoe je elke dag met Hem kan leven temidden van de worstelingen waarmee je in je leven nu eenmaal te maken hebt. Dat is een van de vreemdste dingen binnen het Christendom, dat ze zichzelf opsluit in een institutioneel doosje. Wie wil er nu grootgebracht worden in een weeshuis? Ons hart verlangt naar een gezin. Daar leren de kinderen wie ze zijn en hoe ze hun plek kunnen vinden in de wereld. Maar dit lijkt op een weeshuis waar alles draait om wat de leiding nodig vindt en waar de totaliteit van het ‘instituut’ belangrijker wordt gevonden dan ieder persoon op zich. Je kan alleen maar ‘overleven’ als je je aan de regels houdt, maar dat is niet de manier waarop Jezus je met de Vader laat kennis maken. Daar heb je een gezin voor nodig met broers en zusters waar je steeds op kunt rekenen zonder dat er gewacht moet worden op een samenkomst of een seminar.”
“Daarom heb je mij zo goed geholpen. Elke keer leek je er op het juiste moment te zijn, als ik je echt nodig had. Zelfs op momenten dat ik je eigenlijk liever niet zag. Je hebt me geleerd hoe ik kon afgaan op de dingen die God in mijn hart had gelegd. Dat heeft mij geleerd hoe ik met Hem kan wandelen. En nu zou ik mijn leven in Hem voor geen goud willen ruilen voor wat dan ook.”
“Ik ook niet,” vulde Laurie aan. “Maar wat voor nut hebben deze ‘instituten’ dan nog?”
“Misschien dat ze al die mensen die zo in religie verstrikt zijn geraakt zo druk bezig houden dat ze geen energie meer over hebben om de rest van de wereld ermee te infecteren,” zei ik grinnikend.
“Dat zou niet zo best zijn,” glimlachte John met me mee, en werd toen weer ernstig. “Maar ik denk dat het wat ingewikkelder is dan dat. Zoals je al zei, goed onderwijs kan helpen zaadjes te planten en mensen helpen contact te leggen met medereizigers die God in de komende jaren wil gebruiken. Maar daar zit een prijskaartje aan. Op de lange duur kunnen instituten mensen misbruiken, wanneer de eis van gelijkvormigheid een duidelijke rol gaat spelen. Ik moedig mensen altijd aan om weg te hollen als dat gebeurt. Maar dat neemt niet weg dat sommige instituten redelijk gezond kunnen zijn. De gezinsdynamiek van liefde en barmhartigheid kan je ook daar aantreffen en ook daar kom je gemeente-leven en fellowship tegen. Weet je nog hoe het was in de begindagen van de City Center Gemeente?”
“Ik weet dat nog wel!” Laurie’s gezicht klaarde op. “Dus zo slecht was het nog niet?”
“Neen, zeker niet. In feite is men gedurende de eerste tijd van een nieuwe groep gefocust op God en niet op wat ‘de gemeente’ nodig heeft of vindt. Maar meestal ebt dat na een tijdje weg wanneer financiele druk en het verlangen naar routine en regelmaat de eenvoud van het volgen van Jezus ondermijnen. Relaties worden vlak en plichtmatig door de gewoontevorming en als het mechanisme, het in stand houden van de structuur, zoveel energie opzuigt om het draaiende te houden, verliest ze gaandeweg ook haar oorspronkelijke inhoud.en het sprankelende leven in God.”
“Denk jij dat God er zo naar kijkt?”
Ik had gezien dat John af en toe over mijn schouder keek, maar ik had niet gemerkt dat er zich nog iemand bij ons had gevoegd. Ik draaide me om en zag dat Bryce achter me stond.
“Hoe lang ben je hier al,” vroeg ik.
“Ik kom net aanlopen. Ik was op weg naar m’n auto toen ik jullie hier zag zitten en ik vroeg me af of dit die ‘beruchte’ John was.”
Ik vertelde hem dat dit zo was en stelde hem aan John voor. “Mag ik erbij komen zitten? Dit is precies waar ik mee worstel.”
“Natuurlijk,” zei John en schoof op om plaats te maken voor Bryce zodat hij naast hem kon zitten.
“Jake en ik hebben de laatste maanden heel wat bijzondere dingen meegemaakt. Ik vind het zo geweldig wat God in zijn leven aan het doen is.”
“Oh ja? Ik kende Jake alleen maar van gezicht, jaren geleden, maar ik vond hem toen nogal neerbuigend naar mensen die niet dachten zoals hij. Toen hoorde ik verhalen dat hij de City Center Gemeente had verlaten en dat hij nergens meer naar toe ging en ik veronderstelde dat hij het zoveelste verbitterde slachtoffer was geworden van de bediening. En toen, een paar maanden geleden, hoorde ik z’n naam opnieuw noemen in gesprekken en ik vond het fijn wat ik hoorde. Dus belde ik hem op en toen we elkaar ontmoetten was ik echt verrast. Dit was niet de Jake die ik had gekend. Hij was zo veranderd en wat hij vertelde wekte een diepe honger in mij op. - Maar hoe langer ik nu op deze reis ben, van ‘leven in Christus’, hoe minder ik gemotiveerd ben om dit alles in stand te houden,” zei hij en gebaarde naar het imposante gebouw dat stond te schitteren in het zonlicht. “Ik voel me helemaal niet meer op m’n gemak hier. Zelfs niet met de groei die hier plaatsvindt. Hoe meer mensen we van buiten aantrekken, hoe leger we schijnen te worden van binnen. Dit is een heel geschikte plek om je te verbergen – je kan hier regelmatig naar toe komen en zelfs gezegend worden. Ik zeg steeds tegen mezelf dat we hier iets prachtigs aan het doen zijn, en dat houdt me staande. Maar op momenten dat ik heel eerlijk tegen mezelf ben, zet ik daar een vraagteken bij. Ik zou er zeker mee kappen als God vindt dat het irrelevant is, zoals je daarnet zei.”
“Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd, Bryce. Ik bedoel niet dat God jou of de mensen hier irrelevant vindt. Dat zijn ze niet. Met irrelevant bedoelde ik dat God verder kijkt dan het instituut omdat Hij geinteresseerd is in mensen. Hij wil dat ze Hem leren kennen en echte gemeenschap met elkaar zullen ervaren. Hij zal hen gedurende hun hele leven daartoe blijven uitnodigen.”
“Dus jij hebt er geen problemen mee dat ik hier heb gesproken, John,” vroeg ik enigszins opgelucht.
“Natuurlijk niet, Jake, ik heb geen enkel probleem mee om ergens te komen waar God komt en Hij zal ook hier zeker mensen naar Zich toetrekken.”
Bryce vervolgde:”Maar als je kijkt naar al het werk dat hier verzet wordt en al het geld dat er in gestoken wordt, dan is de geestelijke vrucht wel erg magertjes. Er komen geen mensen tot bekering. De aanwas in onze gemeente is afkomstig uit andere gemeenten, waar moeilijkheden waren. Ik ken hier niemand die ook op reis is net zoals Jake, en er zijn maar enkelen die ook zo’n honger hebben als ik. Maar we hebben het zo druk dat het ons niets uit schijnt te maken.” Bryce’s stem brak toen de worsteling die ik ook zo vaak in anderen had gezien, naar boven kwam.
John boog zich naar Bryce en legde zijn hand op de zijne. “Het is niet anders. Als mensen weglopen met het programma en er afhankelijk van worden voor de geestelijke invulling van hun leven, hebben ze haar beperkingen niet in de gaten. Het kan geen vervangingsmiddel zijn voor hun eigen ‘leven in Hem’ en ze kan alleen een illusie van gemeenschap produceren omdat ze gebaseerd is op wat mensen doen om het instituut overeind te houden.”
“Maar het kan niet beter worden? Ik word heen en weer geslingerd tussen er iets aan gaan doen of weggaan. En geen van beide opties bevredigen me. Ik vraag me af of je het kan veranderen, of liever gezegd of ík dat kan. Er zijn al mensen die een vraagteken plaatsen bij mijn leiderschapspositie als ik praat over de strijd die ik heb. En ik weet niet hoe ik aan inkomsten moet komen als ik weg ga.”
John liet zijn woorden een tijdje in de lucht hangen, en ik hield me ook stil. Ik wist dat dit de ‘zaaddragende’ vraag was waar Bryce mee worstelde. Ik kon hem geen antwoord geven en ik was heel erg benieuwd wat John zou zeggen.
Terwijl we zaten te wachten zag ik nog een vlucht ganzen overvliegen. Je kon hun roep horen toen ze zich voegden bij de andere vluchten die naar het zuiden vlogen.
“Wat moet ik doen? Deugt het niet en moet ik wegrennen? Kan het beter worden als mensen als Jake een tijdje hier blijven, als tegenwicht tegen degenen die het systeem willen dienen?”
Hij keek me aan en glimlachte. We hadden dit gesprek al een keer eerder gevoerd. Hij had me zelfs gevraagd om er over na te denken om in het bestuur te komen zitten.
“Men heeft al zo’n tweeduizend jaar lang geprobeerd het systeem te veranderen en het resultaat is bijna altijd hetzelfde geweest: er komt een ander systeem voor in de plaats, dat op haar beurt ook weer een vervangingsmiddel wordt. Heb je gemerkt dat degenen die jouw honger delen niet jouw passie hebben om iets aan het systeem te doen?”
“Dat heb ik gemerkt, ja. De mensen wier geestelijke volwassenheid ik het meest waardeer lijken juist degenen te zijn die er weinig voor voelen om deze zaak te helpen runnen. Ik ben erg teleurgesteld in hen. Het houdt in dat we nu op leiderschapsposities mensen hebben die God nog niet zo goed kennen, maar ze hebben wel een uitgesproken mening over hoe de dingen moeten gebeuren.”
“Dat zou je iets moeten zeggen....”
“Het zegt me dat ze misschien in feite niet zo geestelijk zijn, als ze mij niet willen helpen.”
“Okay dat is een mogelijkheid. Maar het kan ook zijn dat ze hun tijd misschien wel willen investeren in het dienen van mensen in plaats van een eindeloze reeks van ‘het gemeente-programma’ te moeten volgen door o.a. de talloze commissievergaderingen te moeten bijwonen.”
“Daar was ik al bang voor,” zei Bryce en liet een gefrustreerd glimlachje zien. “ Maar daardoor wordt het ‘mechanisme’, zoals jij het ook hebt genoemd wordt toevertrouwd aan mensen die Gods karkakter niet kennen. Er is niet met hen te werken.”
“Dat is een probleem,nietwaar? Structuren hebben te maken met macht krijgen en jouw eigen uitgestippelde route volgen. Zij die Hem beter hebben leren kennen, hebben dat niet nodig.”
“En er zijn momenten dat ik niet zeker weet of ik m’n talenten wel wil gebruiken om de zaak draaiende te houden als het toch niet effectief is voor het Koninkrijk, vooral daar het mijn gezin berooft van een vader, omdat ik er nooit ben.”
“Is dat wat je voelt?”
“Niet ik, maar m’n vrouw zegt dat steeds. En misschien heeft ze gelijk. Ik moet toegeven dat ik zo druk ben met al deze dingen op het ‘kerkelijke erf’, dat ik zoiets niet eens in de gaten heb gehad.”
“Je zou er goed aan doen om naar haar te luisteren. Maar het is nog belangrijker om naar Jezus te luisteren. Bryce, ik heb de indruk dat je probeert een besluit te nemen over je toekomst dat gebaseerd is op principes in plaats van op simpele gehoorzaamheid. Vraagt Jezus van je om hier te zijn of vraagt Hij je om weg te gaan? Dit is een heel goede gelegenheid om naar de fluistering van Zijn wil in je eigen hart te gaan luisteren. En waarom zou jij jezelf van die mogelijkheid beroven?”
John beantwoordde zijn eigen vraag aan Bryce met een vriendelijke glimlach. “Nooit. Dit is iets tussen jou en Hem. Dit samen met Hem uitzoeken zal je helpen groeien in je relatie met Hem. Ga niet op zoek naar het ‘goede’ of het ‘verkeerde’ antwoord op wat je vraagt. Want dan zal je anderen moeten veroordelen die niet doen wat jij doet. Het kan zijn dat Hij wil dat je nog blijft om deze mensen lief te hebben zodat jouw honger hen kan aanmoedigen.”
“Of hen frustreren,” verbeterde Bryce.
“Het gebeurt allebei,” glimlachte John. “Het kan ook dat Hij wil dat je weggaat. Maar ook dan zal je ervaren dat Hij voor je zorgt. En dat zal gebeuren op een manier die je hier nooit zal leren. Ik weet niet welke van de twee voor jou geldt, Bryce.”
“En daar loop ik nu vast. Ik weet het gewoon niet. Iedere dag wordt ik heen en weer geslingerd, afhankelijk van de situtatie waarin ik me bevindt.”
“Daarom zou het helpen als je je ogen niet richt op de omstandigheden maar naar Hem kijkt. Hij is in staat om je overal door heen te leiden en om gaandeweg Zijn plan in jou uit te voeren.”
“Ik weet het gewoonweg niet,” zei Bryce en schudde z’n hoofd.” Misschien ben ik gewoon bang om m’n inkomen kwijt te raken.”
“Is dat ook zo?”
“Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik er niet over nadacht. Ik ben hiervoor opgeleid: ik weet niet of ik iets anders kan.”
“Het zou je verbazen wat Vader je zou kunnen vragen te doen en hoe Hij je van middelen kan voorzien. Maar wat je kan doen is met je angst naar Hem toe gaan en Hem vragen je de weg te laten zien.”
“Dat heb ik gedaan. Al duizend keer,” zuchtte Bryce.
“Dan is het de tijd nog niet,” hoorde ik mezelf tot m’n eigen verbazing zeggen en vanuit m’n ooghoek zag ik John glimlachen en even knikken.
“Wat betekent dat, Jake?”
“Onderdeel van de reis is dat je doet wat Hij je duidelijk maakt. Als je iets aan Hem hebt overgegeven laat Hem er dan mee aan de gang gaan. Als Hij je zou vragen om vandaag weg te gaan, dan denk ik dat je dat zou weten, zelfs al zou je dat beangstigen. Als Hij het nog niet aan je heeft duidelijk gemaakt, wacht dan af. Blijf van Hem houden en Hem volgen, iedere dag. Ik ben bezig te leren hoe ik in Hem kan rusten, en alleen te doen waarvan ik weet dat ik het moet doen en niet iets te doen waarvan ik (nog) niet weet of ik het moet doen. Het is een van de moeilijkste lessen om te leren, maar wel een die je enorm vrijmaakt.”
“Maar ik wil een goed-of-fout-antwoord,” Brcye’s frustratie klonk duidelijk door.
“Willen we dat niet allemaal,” zei ik en kon z’n frustratie begrijpen,” totdat Hij ons Antwoord wordt? Maar het gaat erom wat Zijn beslissing is en niet die van jou, en het zal duidelijk zijn wanneer Hij het duidelijk maakt.”
“Je kan Hem gewoon vragen om duidelijk te maken met wie Hij wil dat je optrekt,” opperde John.
“Probeer niet uit te vissen wat jij wilt of wat jij denkt dat het beste is om te doen. Ga af op de groeiende overtuiging die Hij nu en in de komende dagen in je hart legt.”
“Het kan zijn dat het niet eens jouw beslissing is. Misschien dat iemand anders de knoop voor je doorhakt,” vulde ik aan.
“Zo doet Hij het vaak,” stemde John in.
“Geef eens een voorbeeld?”
“Nou, ik heb er niet voor gekozen om City Center Gemeente te verlaten, Bryce. Ik werd ontslagen, weet je wel?”
“Dat klinkt niet zo leuk,” Bryce’s stem droop van de ironie.
“Jake heeft gelijk,” kwam John ertussen door, ”soms weten we niet wat God wil omdat er nog andere dingen spelen die tot klaarheid moeten komen en ook omdat het leven van anderen nog raakvlakken heeft met jouw leven.”
“Dus het is in feite een van dag tot dag wandel waarbij we Jezus de gelegenheid geven Zijn gang in ons te laten gaan,” vroeg Bryce.
“Precies, Bryce,” zei John. “En wanneer je dat leert zal je nooit meer terug willen. Jezus is heel goed in staat om je te laten zien hoe je dat moet doen, vooral als jouw verlangen om Hem te behagen niet in conflict komt met je wil om alleen iets te doen wat jij het beste of het makkelijkste vindt.”
“Door bijvoorbeeld mijn financiele zekerheid te stellen boven mijn geestelijke passie.” Bryce mompelde meer in zichzelf dan dat hij het tegen ons had. “Dat is misschien wel het moelijkste. Ze noemen het niet voor niets ‘Puriteinse werkethiek‘ waarmee we opgevoed zijn,”glimlachte John. “Zo vaak hoor ik de mensen zeggen:”Maar we moeten zelf toch ook wat doen!? – Wat wij moeten doen is ons overgegeven aan de liefderijke zorg van Vader.”
“Maar ik heb hier zoveel ingestopt, John. Ik weet niet of ik wel in staat ben om dit achter me te laten als Hij dat van me vraagt.”
“Klopt. Dat weet je ook niet. Maar het zal je verbazen waartoe je in staat zult zijn als de weg duidelijk zichtbaar wordt. Er komt een dag dat je dingen gaat doen die waardevoller zijn dan wat je hier aan het doen bent.”
“En wat moet ik ondertussen doen?”
“Luister naar je honger. Wees er eerlijk over naar jezelf. Doe elke dag wat Hij je op het hart legt.”
“En als daar nu een conflict uit ontstaat?”
“Bijvoorbeeld?”
“Ik weet niet. Ik hoor nu al wat gemompel, dat ik de collecte niet genoeg aanbeveel of mensen niet genoeg aanspoor om bij het kinderwerk te komen helpen. Als ik de mensen aanmoedig om op God te vertrouwen, vinden m’n assistenten dat ik m’n werk niet goed doe.”
“Geloof me, ik ken dat,” antwoordde John met iets droevigs in z’n stem. “Maar blijf Hem volgen, ook wanneer dat betekent dat er conflicten komen. Blijf steeds vriendelijk en zachtmoedig tegen iedereen, maar ga geen compromis aan waar je het niet mee eens bent. Ik weet niet hoe dit allemaal zal uitpakken voor je, Bryce, maar het zal altijd op een manier gebeuren waar jij niet aan gedacht hebt.”
“Maar ik ga ‘dood’ op deze manier.”
“Misschien wel ja. Maar als je Hem volgt, wat voor andere keus heb je dan? Luister naar je honger, Bryce. Die zal je blijven vormen en je de moed geven voor wat er ook voor je ligt.”
“Als het erop uitdraait dat ik wegga, moet ik dan tegen anderen zeggen dat zij ook beter weg kunnen gaan?”
“Hoezo, waar zou dat goed voor zijn?”
“Om ze dit alles te besparen en ze te wijzen op iets dat echter is.”
“Als je ze op Jezus wijst zal dat altijd helpen. Mensen vertellen dat ze weg moeten gaan zal dat zelden doen. Hoe zou het voor jou geweest zijn als Jake je dit vijf jaar geleden gezegd zou hebben?”
“Ik zou gevonden hebben dat hij een scheuringmakende rebel was en ik zou niets met hem te maken willen hebben.”
“En hoe zou jou dat geholpen hebben? Je zou alleen maar nog meer weerstand hebben tegen wat God in jou de afgelopen tijd heeft gedaan.” Bryce was in diep gepeins verzonken. “Weet je, Bryce, er is een tijd voor waarheid. Als je iemand de waarheid vertelt voordat hij er aan toe is om het te horen, duw je hem verder weg, hoe goed bedoeld het ook was.”
“Hoe weet je of ze er klaar voor zijn?”
“Denk je echt dat op één dag, op de een of andere zondagmorgen, honderden mensen tegelijkertijd er klaar voor zullen zijn?” John glimlachte en Bryce even later ook.
“Dat snap ik. En hoe zit het met personen afzonderlijk?”
“Dat moet Jezus je laten zien. Hij kan ervoor zorgen dat jij aanvoelt of iemand er klaar voor is of dat je moet wachten. Let er vooral op dat je hun belang op het oog hebt en dat je hen niet gebruikt om je gelijk te bewijzen, en hen te dwingen het met je eens te zijn. Dat werkt nooit. Ook is het belangrijk dat je naar hun vragen luistert omdat je daaruit zal kunnen afleiden of ze honger hebben naar meer. Ook bij Jake heb ik goudklompjes neergelegd om vervolgens rustig af te wachten wat hij ermee ging doen. Als hij luisterde, worstelde en meer vragen ging stellen nam ik hem verder mee. Als hij dat niet deed, liet ik het los! Ik probeerde hem te dienen; ik hoefde mezelf niet te bewijzen.”
Zijn antwoord verbaasde me, en ik kon niet anders dan me afvragen wat ik had gemist omdat ik niet snapte waar hij naar toe wilde. Ik vroeg me af of Jezus daarom in gelijkenissen en metaforen onderwees: om zodoende mensen die honger hadden te helpen zonder dat hij degenen die er nog niet aan toe waren onnodig zou verharden. Dat zou ik eens nader moeten onderzoeken.
“Waar het op neer komt, denk ik, is dat als ik een uitdrukkingsvorm van gemeenteleven wil vinden die overeenstemt met waar de bijbel het over heeft, ik óf de structuur van dit instituut moet veranderen óf weg moet gaan.”
“Of op moet houden naar die andere vorm te zoeken.”
“Wat...? Dat meen je niet?”
“Er is geen enkele institutionele vorm die alles wat gemeente-zijn inhoudt uitdrukt. Zoek het niet in het institutionele, niet in het structurele, maar in het relationele. Zeker, het Nieuwe Testament spreekt over primaire zaken: Jezus is het enige hoofd en we zullen alleen maar op Hem gericht zijn; als gelovigen moeten we elkaar dagelijks bemoedigen; er is alleen maar sprake van meervoudig en gelijkwaardig leiderschap; er is open deelname van iedere gelovige en dat alles moet plaatsvinden in een atmosfeer van vrijheid, zodat iedereen in Hem kan groeien.”
“Zoals ik dat heb met Jake?”
“En ook met anderen die God je zal geven wanneer je Hem gewoon volgt,” vulde John aan. “Sommigen zullen je op een gedeelte van je reis helpen, en jij zult anderen helpen op een gedeelte van hun reis, maar over het algemeen zal je merken dat je elkaar helpt in het samen leven in Hem.”
“Maar als we die passie inkaderen…” Bryce’s stem haperde toen hij zich afvroeg hoe hij die vraag zou afmaken. Tenslotte hield hij z’n hoofd scheef en vroeg:” Zijn passie en structuur elkaars tegenpolen?”
“Neen, dat zijn ze niet. Niet alle stucturen zijn fout. Eenvoudige structuren die het delen van Zijn leven met elkaar vereenvoudigen kunnen ongelofelijk positief zijn. Het probleem ontstaat wanneer structuren een eigen leven gaan leiden en een vervangsmiddel worden voor onze afhankelijkheid aan Jezus.”
“Dus ik hoef niet op zoek te gaan naar de volmaakte vorm van de gemeente of te proberen er eentje te stichten?”
“Zoals jij dat zegt, neen. Maar Jezus bouwt de gemeente die zonder vlek of rimpel is. Ze omvat elk persoon in deze gemeenschap en over de hele wereld verspreid, mensen die leven in een groeiende relatie met Hem. Je mag best kijken hoe die gemeente zich elke dag manifesteert in de mensen en gebeurtenissen om je heen. Maar probeer er niet een organisatie van te maken waarbinnen jij de dienst uitmaakt. Dat werkt gewoonweg niet. Jezus zag de gemeente als een realiteit, niet als een opdracht aan Zijn volgelingen om die te stichten. Ze groeit, overal om je heen. Jij ziet dat niet omdat jouw zicht te beperkt is om haar schoonheid en omvang te kunnen zien.”
“Hoe kan ik daar verandering in brengen?”
“Er is maar een manier – blijf je richten op Hem. Waar Jezus de eerste plaats krijgt komt de gemeente eenvoudigweg op een prachtige manier tevoorschijn. Hij wijst je jouw plek in het Lichaam aan, precies waar Hij jou wil hebben. En naarmate de relaties groeien zal je merken dat je in aanraking komt met mensen die ook samen willen optrekken. Dat is iets heel moois, als dat gebeurt, maar blijf op Hem gericht. Ook groepen die goed begonnen zijn, gericht op Jezus, kunnen al snel geneigd zijn het samenkomen te gaan organiseren en structureren, met als gevolg dat het leven verdwijnt en de dood intreedt. Als het niet meer om Jezus gaat, raken we als groep het contact met Hem gaandeweg kwijt en blijven we tenslotte met lege handen achter.”
“Ik weet niet wat ik moet zeggen.” Je kon de strijd van Bryce’s gezicht duidelijk aflezen. “Dit druist in tegen alles wat ik heb geleerd. Ik ben hiervoor opgeleid, om leiding te geven. Ik voel me zo machteloos als ik moet leven zoals jij daarover praat.”
“Zo heeft het systeem ons nu in haar macht,” zei John en schudde z’n hoofd, Bryce’s strijd daarmee onderstrepend. “Wij denken dat we het systeem kunnen gebruiken door onze eigen initiatieven en inspanningen erin te stoppen en uit te voeren, maar dat houdt meteen in dat ze niet in staat is het leven voort te brengen waarnaar wij zo hunkeren. Want dat leven vind ik alleen in Hem.”
“En dat gebeurt alleen wanneer ik ophoud de touwtjes in handen te houden,”zei Bryce begrijpend.
“Of te veronderstellen dat je dat doet, Bryce,” zei ik. “De moeilijkste les die ik op deze reis heb geleerd is dat ik in feite nooit de touwtjes in handen heb gehad. Ik dacht alleen maar dat het zo was.”
John zweeg en dus ging ik verder. “Echte gemeenschap met anderen is niet iets dat jij op wat voor manier dan ook tot stand brengt. Het is een gift van God.” “Maar gaat dat niet lijnrecht in tegen vrijwel alles wat ik hier doe?”
“Is dat ook zo?” vroeg John.
“Dat vraag ik me dus af. Oh, we gedragen ons natuurlijk heel netjes. We manipuleren de mensen nooit openlijk, maar we moedigen de mensen op geen enkele manier aan om dit soort leven te leven. We praten erover, we willen dat men dit doet, maar onze inspanningen zijn erop gericht dat dit instituut groter wordt en succesvoller zal zijn. We leren hen niet hoe ze in praktische zin op Hem kunnen vertrouwen, maar wel hoe ze hun geborgenheid kunnen vinden door deel te hebben aan wat wij doen.”
Bryce was even stil en dacht na. “Ik weet dat het beste wat wij kunnen voortbrengen mijlenver verwijderd is van het leven dat ik in Jake zie. We noemen samen zingen ‘aanbidding’ en regelmatig naar de samenkomst gaan ‘fellowship’ en we hebben onszelf wijsgemaakt dat dit gebeurt door simpelweg aanwezig te zijn, of het nu in ons hart leeft of niet. We hebben de mensen geleerd dat je moet deelnemen aan onze samenkomsten en programma’s en we laten ze denken dat wanneer ze dat doen ze zullen groeien in hun geestelijk leven.”
“Of ze dat nu wel of niet doen, ze komen in feite om Hem te kennen,” zei ik.
“Dat is het! Ik heb met jou in de afgelopen twee maanden meer fellowship gehad, Jake, dan met wie dan ook hier in jaren. Ik kan tegenover jou gewoon eerlijk zijn over waar ik zo erg naar verlang zonder dat ik me veroordeeld voel. Hier lijkt men te zoeken naar uiterlijke motieven.”
“Dat je eerlijk mag zijn en strijd mag hebben zijn sleutels voor ware vriendschap,” zei John.
Wauw, ik moest denken aan heel lang geleden toen ik daar zelf ook nog mee worstelde.
“Hoe kan verplichting nu leiden tot een echte relatie, Bryce? Je gaat iemand pas ergens toe verplichten als het langs de natuurlijke weg niet meer werkt en het niet meer levend is. Als je in Hem leeft en Hij in jou, zal je elke gelegenheid aangrijpen om met andere broeders en zusters in contact te komen die ook deze reis aan het maken zijn of er honger naar hebben. Het gaat er dan niet om dat ze dat verplicht zijn te doen, maar iets waar ze niet buiten kunnen.” “Daar komt het steeds weer op neer, niet? Als we gericht zijn op het leven in Hem komen die andere dingen ‘vanzelf’. Als we dat niet doen zal het niet uitmaken wat we doen, maar het zal nooit beantwoorden aan onze honger.”
“Absoluut. Hij is de drijfkracht die ons tezamen brengt en zonder Hem voldoet geen enkele verplichting om te komen.”
Terwijl ik sprak werd ik me hiervan veel meer bewust dan vroeger. “Ik ben ervan overtuigd dat de gemeente die Jezus aan het bouwen is elke menselijke benadering overstijgt – wat we ook proberen om het te vervangen of erop te laten lijken.”
“Bedoel je dat er geen enkele manier van bij elkaar te komen als Gods volk bestaat die een vervulling is van de hoop van de Nieuw Testamentische gemeente?” “Oh, jawel, er bestaat wel zo’n samenkomst,” zei John met een stelligheid die mij verbaasde.
“Echt waar? Daar wil ik wel meer over horen,” zei ik.
Op dat moment vloog er weer een troep gakkende ganzen over de bomen en trok onze blik naar de hemel. We bleven kijken terwijl de steeds wisselende V-vorm verder naar het zuiden vloog.
“Zij snappen het!” zei John met een glilmlach toen we allemaal weer omlaag keken.
“Wat snappen ze?”
“Ze zijn bezig te verzamelen. Ze zijn allemaal op weg naar het zuiden, naar de warmte. Het maakt niet uit in welke groep ze zitten op dit moment: ze zijn op weg en gaan in de goede richting.”
“Dus we moeten allemaal naar het zuiden vliegen?” vroeg Bryce, die niet snapte waar John het over had.
“Jij denkt aan samenkomen in de vorm van ‘samenkomsten houden’, een plek waar je naar toe gaat, en je bent op zoek naar de volmaakte vorm die succes garandeert. Maar geen enkele samenkomst kan dat garanderen. We hebben niet in de gaten dat Jezus altijd bezig is Zijn kudde om Zich heen te verzamelen. Over de hele wereld merken mensen dat hun honger naar Hem hun honger voor wat anders verdringt en dat elk vervangingsmiddel dat ze uitproberen hun rusteloosheid alleen maar doet toenemen. Wanneer ze hun ogen op Hem gericht houden zullen ze niet alleen met de dag dichter naar Hem toegroeien, maar ze zullen ook zien dat ze samen met anderen dezelfde richting op gaan. Zo vliegen ganzen samen, niet omdat ze verplicht zijn dat te doen, maar omdat het dan minder zwaar voor ze is en ze tegelijkertijd toch dichter bij hun doel komen.”
John keek weer omhoog en we volgden zijn blik. We zagen nu op z’n minst vier verschillende troepen ganzen die naar het zuiden vlogen. “Al die ganzen zullen uiteindelijk samen op dezelfde plek terechtkomen. Dat is alles wat Jezus wil – een groep die op weg is naar Hem, omdat Hij ze naar Zich toe trekt. En in die groep helpt men elkaar door elkaars lasten te dragen. Van hen die in dezelfde richting gaan als zij. En dat is het bijeenkomen, de samenkomst, als je het zo wilt noemen. Daarbij gaat het niet om het tijdstip waarop je samenkomt, ook niet om waar je samenkomt of in welke vorm je samenkomt, maar dat je met je hart samen op weg, gaat naar Hem. Als dat gebeurt, zal je merken dat je niet lang alleen blijft. Je zal merken dat er nog anderen zijn die in dezelfde richting gaan en door samen te reizen kan je elkaar onderweg helpen. Daarom lijdt je alleen maar pijn als je op zoek bent naar mensen die op een bepaalde manier samen willen komen of hetzelfde denken als jij over allerlei geestelijke zaken. Het gaat dus niet om een zgn. ‘eenheid van leer’ of ‘eenheid van visie’. Ieder persoon die jouw weg kruist is een potentiele reisgenoot. Of dat nu een gelovige of een ongelovige is, of die persoon nu in een instituut zoals dit hier zit of niet. Door hen lief te hebben maak je samen deel uit van die ‘groep die naar het zuiden vliegt’, richting Jezus. En zo ben je samen op weg naar de Grote Samenkomst. Maar het doel blijft hetzelfde. Het gaat om Hem! Het gaat altijd om Hem – niet om de vorm van samenkomen of om een van tevoren opgesteld programma, ook niet om niet een veilig salaris of om een voorspelbare toekomst.”
Niemand zei er wat, maar diep binnen in me viel er iets op z’n plek. Ik wist dat wat hij zei veel meer inhield dan ik op dat moment kon bevatten.
We zaten stil, ieder met z’n eigen gedachten en keken naar de vogels die achter de horizon uit het zicht verdwenen.
“Ik weet nog steeds niet wat ik moet doen,” zei Bryce, vol geveinsde frustratie, een glimlach tevoorschijn toverend.
“Dat weet je wel,” zei John teruggrijnzend.
“Ik weet het,” Bryce richtte zich op,” volg Hem, elke dag! Hoe beangstigend dat ook klinkt, het brengt echte vrijheid, nietwaar?”
“Dat brengt het zeker. En dat zal het beste lukken als je je gewoon kan ontspannen terwijl Hij bezig is. Hij maakt het niet moeilijk; Hij wil echt dat je Zijn Koninkrijk ervaart. Het brengt vreugde wanneer Hij je tot Zich te trekt, en het is geen kwestie van moemakende verplichtingen uitvoeren. En het is evenmin een loze belofte die Hij gedaan heeft.”
Op dat moment kwamen de mensen met wie John naar Los Angeles zou meerijden het parkeerterrein oprijden met hun auto.
John gaf ons allemaal een hug, stapte in en we zwaaiden naar hem toen de auto het parkeerterrein afreed.
Toen de auto de weg opreed keerde Bryce zich naar me toe en zei:” Ik begrijp nu waarom jij hem zo graag mag, Jake.”
“Ik heb nog nooit zo iemand als hij ontmoet,” antwoordde ik.
“Ik ook niet, Jake. Ik ook niet.....”



1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina