Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina13/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Hoofdstuk 13

Het laatste afscheid


Ik zag zijn vertrouwde figuur zitten op dezelfde bank waar we ons eerste gesprek hadden gehad, nu zo’n vier jaar geleden.
John had me eerder die dag opgebeld en gevraagd of hij me om 16.00 u. zou kunnen ontmoeten in het park waar mijn reis was begonnen. Terwijl ik ernaar toe reed, dacht ik terug aan alles wat John en ik hadden meegemaakt in die vier jaar en ik glimlachte, dankbaar voor zijn wijsheid, vriendschap en liefde. Onze relatie was zeer zeker veranderd gedurende die tijd.
Ik was al een hele tijd die wanhopige behoefte kwijt om hem te bestoken met allerlei vragen en genoot nu gewoon van zijn vriendschap. En wat een vriendschap was het geweest! Na elke ontmoeting met John merkte ik dat m’n vertrouwen in Vader enorm was toegenomen.
Ik stapte uit m’n auto en voelde een heerlijk lente briesje langs m’n gezicht strijken en ik snoof behaaglijk de zoete geur van de citrus bloesem op, die van een boomgaard vlak in de buurt naar me toe waaide.
Toen ik naar John toeliep zag ik dat hij in een levendig gesprek gewikkeld was met een jongeman in trainingspak. Die maakte pas op de plaats terwijl hij met John aan het praten was.
Toen ik dichterbij kwam schudden ze net glimlachend elkaars hand en de jogger vervolgde zijn weg. John sprong overeind om me te verwelkomen.
“Hi Jake. Fijn dat je vrij bent. Ik wilde je graag nog even zien voordat ik vertrek.”
We gaven elkaar een hug. “Voordat je vertrekt? Jij vertrekt altijd!”
“Daar heb je gelijk in,” glimlachte hij. “Maar meestal niet naar zover als deze keer.”
“Oh? Waar ga je naar toe?”
“Ik steek de oceaan over, voor een tijdje, om wat mensen in Afrika op te zoeken en ik denk dat ik hier niet meer kom. Ik wilde met jou nog een keer het fundament doornemen.”
M’n hart zonk. Ik kon me niet voorstellen dat hij niet meer een vast ofschoon onvoorspelbaar punt in mijn leven zou zijn.
“Dat vind ik jammer,” zei ik. “Maar mijn verlies zal zeker hun winst zijn. Ik weet zeker dat zij net zo gezegend zullen worden door jou aanwezigheid als ik.”
“Zo voelde het niet altijd voor jou, toch?”
“Nou ja, het was in het begin niet makkelijk. Je hebt me soms echt in moeilijkheden gebracht.”
“Oh neen, dat heb ik niet gedaan. Ik heb je nooit gezegd dat je iets moest doen. Ik maakte alleen maar wat opmerkingen, stelde wat vragen en gaf je wat opties. Maar jij maakte de keuzes.”
“Dat besef ik nu .... maar die pakten niet altijd zo goed uit.”
“Hoe zouden ze ook? Je had steeds twee verschillende soorten verlangens die voortudrend met elkaar in conflict waren.”
“Hoe bedoel je?”
“Je had zo’n ongelofelijke honger naar God om Hem te volgen. Maar je wilde ook zo graag zekerheid hebben en dat je geliefd was bij de mensen. Dat gaat gewoon niet samen als je Hem volgt. We zijn geborgen en hebben zekerheid omdat Hij met ons is. Niet omdat onze omstandigheden zo gemakkelijk zijn. Wanneer je je best doet dat iedereen je graag mag wordt je niet de persoon die God voor ogen heeft. Toen je ging doen wat God je in je hart gegeven had, viel het andere koninkrijk in stukken. Dat was niet te voorkomen, maar het was niet plezierig om mee te maken. Het is nooit fijn om mensen te zien die in die strijd gewikkeld zijn.”
“Maar ik ben blij dat die tijd nu achter me ligt.”
“Dat is zo, Jake!” zei John en grinnikte.
“Ik had er geen idee van hoe echt Jezus voor me zou kunnen zijn en voor mijn gezin. Ik had er ook geen vermoeden van dat zoveel gedachten die ik had over ‘Hem volgen’ zo krom waren. Ik ben blij hoe het uiteindelijk allemaal is gegaan. Hoewel het pijnlijk is geweest, kan ik naar waarheid zeggen dat dit het leven is waar ik in mijn hart altijd naar heb uitgezien. Zelfs de beste tijd die ik binnen religie heb gehad gaf me toch vaak een leeg gevoel. En ik voelde me dan altijd gefrustreerd omdat ik het gevoel had dat ik meer moest doen.... maar God ook!. Dat heb ik nu niet meer. Zelfs als het moelijk is ben ik God dankbaar voor wat Hij in me aan het uitwerken is zodat ik vrijer in Hem zal kunnen leven. Elke avond, als we naar bed gaan, danken Laurie en ik God voor de manier waarop Hij in ons werkt en voor de mensen die Hij op onze weg heeft gebracht.”
“Dat is prachtig. Tevredenheid is een van de mooiste gaven op deze reis.”
“En toch is er nog meer dan dat. Vroeger was ik zo gefocust op wat ik van God verlangde en op wat voor manier ik dat kon krijgen. Nu wil ik niets anders dan Hem kennen en Hem de gelegenheid geven om mij te veranderen zodat ik Hem weerspiegel. Het is moeilijk uit te leggen... Vroeger probeerde ik een christen te zijn. Nu merk ik dat ik dingen doe en zeg die me zelf verbazen. Hij heeft me veranderd John, en dat is niet mijn verdienste.”
“Zo hoort het ook, Jake.”
“Ik vind het alleen jammer dat het me zoveel tijd heeft gekost om daar achter te komen.”
“Bij Vader gaat het niet zozeer om de tijdfactor, Jake. Hij vindt het heerlijk om dingen in ons uit te werken, ook wanneer dat tijd kost. Wat je nu geleerd hebt, kan jou nooit meer ontnomen worden...wat God ook van je vraagt. Of dat nu is om ergens naar toe te gaan of dat het gaat om wie Hij op je weg brengt.” “Dit leven in Christus is alles wat Laurie en ik ooit hoopten te vinden en we hebben het nergens anders kunnen vinden. Gisteren had ik een ongelofelijke ontmoeting, John, en het maakt me stil, te zien hoe God werkt.”
“Wat is er gebeurd?”
“Ik moest me melden om in een jury te zitting te nemen en ik had daar eigenlijk helemaal geen zin in. Terwijl we in de vergaderzaal zaten te wachten zat ik te lezen in ‘Time’. Ik zat daar alleen in een lange rij met stoelen, toen er een jonge, mooie vrouw aan kwam lopen die op de stoel rechts naast mij ging zitten. Ik had er geen flauw idee van waarom ze speciaal die stoel koos, maar ik keerde me naar haar toe en begroette haar. Ze vertelde me dat ze Nicole heette. Na wat algemeenheden over wat voor werk we hadden, ons gezin en het gedoe om in een jury te moeten zitten, wist ik verder niets meer te zeggen en ik pakte mijn tijdschrift weer op.
Maar het volgende ogenblik greep ze plotseling m’n arm beet. Ik draaide me naar haar toe en zag dat ze huilde. Ze vertelde me dat ze dacht dat haar vader haar haatte. Toen ik vroeg waarom, vertelde ze me dat ze gisteravond een verschrikkelijke ruzie met hem had gehad.
Toen ze me begon te vertellen waar het precies over gegaan was, kreeg ik de indruk dat ze haar vader verkeerd had begrepen. Ik hoorde haar dingen zeggen die ik ook tegen mijn eigen dochter had gezegd en ik wist dat hij ze niet zo bedoeld had als zij ze had opgevat. Ik opperde dat ze haar vader misschien verkeerd had begrepen.
Ik probeerde haar te helpen om het van haar vaders kant te zien en ze was verrast door de gedachte dat ze het misschien allemaal bij het verkeerde eind had gehad.”
‘Dus u denkt dat m’n vader van me houdt?’ vroeg ze.
Ik zei haar dat ik haar vader niet kende en dat alleen zij dat zou kunnen zeggen, maar het was de moeite van het uizoeken waard. Ze vertelde me dat ze zodra ze klaar was met haar jury-verplichting naar hem toe zou gaan om er achter te komen wat hij precies had bedoeld.”
“Dat is mooi,” zei John.
“Dat is nog niet alles. Een paar minuten later werd ze opgeroepen om in de jury plaats te nemen. Ze pakte haar spullen bijeen en stond op om de anderen te volgen naar de gerechtskamer. Toen ze me gedag zei, legde ik impulsief m’n hand op de hare en vroeg haar - tot m’n eigen verrassing - of ik haar iets mocht vragen. Ze knikte.
“Hoe is je relatie met je Hemelse Vader?” vroeg ik. Je kon merken dat ze niet wist waar ik het over had toen haar gezicht betrok. Ze vroeg of ik het over God had. Ik antwoordde bevestigend en haar antwoord zal ik nooit vergeten. Ze snauwde me haast toe:” Met dat gedoe ben ik opgegroeid. Ik haat Hem!!”
‘Ik gllmlachte en zei:’Nicole, zo mis als je het misschien hebt ten aanzien van je aardse vader, zo dodelijk mis heb je het ten aanzien van je Hemelse Pappa. Je hebt een Vader die meer van jou houdt dan wie dan ook op deze planeet ooit van je zal houden.’
‘Toen haar gezicht vol verbazing oplichtte vroeg ze me of dat echt zo was en als het zo was wat zij dan moest doen. Ik wist dat ze weinig tijd had dus kon ik haar alleen nog maar zeggen:
”Vraag zo meteen, als je deze zaal bent uitgelopen, aan God of als Hij inderdaad zoveel van je houdt als ik net gezegd heb, Hij zichzelf aan je bekend wil maken.’ Ze verzekerde me dat ze dat zou doen en vertrok. Ik weet dat Gods oog op haar rust en ik vond het prachtig om zo’n gesprek te hebben gehad. Ik had echt de zekerheid dat Vader me had geleid in m’n contact met haar, en tot haar had gesproken.”
“Hoe meer we vrede hebben gevonden in ons binnenste, hoe makkelijker het voor God is om ons te gebruiken om anderen aan te raken. - Wat een prachtig verhaal!”
“En ik ben niet de enige. Er zijn zoveel anderen die deze levensreis ervaren in vrijheid en blijdschap. Weet je nog van die huisgemeente bij ons thuis?” “Ja, ik wilde je net vragen hoe het daarmee gaat?”
“Ik weet niet goed hoe ik het moet zeggen. We komen nog steeds bij elkaar maar niet zo regelmatig meer als eerst. Het lijkt ook niet meer op de samenkomsten zoals we die vroeger hadden, toen we onze best deden om als gezin met elkaar om te gaan. - Mijn verhaal over Nicole is maar een van de vele dingen die we meemaken nu God ons aan anderen geeft. Laurie en ik zijn onlangs begonnen met een groep pasbekeerden op de dinsdagavond. Ze wilden graag dat we ze zouden helpen met hun relatie met God. Het is zo geweldig om dit te doen, we genieten ervan.”
“En Bryce?”
“Ik weet nog niet hoe dat verder gaat. We ontmoeten elkaar nog steeds regelmatig en hebben dan heel goede gesprekken. Hij groeit nog steeds, maar zit ook nog gevangen tussen wat hij in zijn hart ervaart en wat de anderen van hem verwachten. Het zorgt voor een soort scheiding tussen hen die zijn honger delen en hen die zich erdoor bedreigd voelen. De komende maand zal wel beslissend worden.”
“Houd je contact met hem?”
“Absoluut, hoewel de weg die voor hem ligt niet eenvoudig zal zijn. Welke kant die ook op gaat.”
“Na waar jij allemaal doorheen bent gegaan, zou het me niet verbazen als jij het hier even bij laat.”
“Aan de ene kant wil ik dat wel, maar ik zal hem toch niet laten zitten.”
Op dat moment hoorden we stemmen onze kant op komen. Toen ze dichterbij kwamen merkten we dat ze steeds luider gingen praten, waardoor ons gesprek gestoord werd. We voelden dat er spanning was onder hen, zelfs voordat we wisten waar ze het over hadden. het was duidelijk dat verschillende van hen boos waren. We zagen dat ze met ongeveer twaalf personen waren. De ouderen onder hen sjouwden met koeltassen en picnic spullen, terwijl de kinderen al het park in waren gerend om te gaan spelen. Ze liepen in de richting van de overdekte picnicplaats onder de bomen, achter de bank waar John en ik zaten. Ze waren nu zo dichtbij dat we konden horen waar ze het over hadden.
“Ik ga dood als ik nog zo’n dienst moet meemaken.”
“Anders ik wel,” reageerde een ander.
“Je moet oppassen met wat je zegt,” waarschuwde een van de vrouwen.
“Anders...? Worden we dan getroffen door de bliksem ofzo?”
“Neen, maar misschien hoort hij ervan en dan zal je er spijt van hebben.”
“Toen ik voor de eerste keer in deze gemeente kwam vond ik het zo vol leven en ik had het gevoel dat men om elkaar gaf. Nu krijg je de ene na de andere lading schuld over je heen. Het is net alsof we niet genoeg voor God doen. Het kost ons al vier avonden per week met wat we allemaal moeten doen en meemaken. Ik ben óp! Meer kan ik niet geven.”
“Nou, misschien had hij het dan niet tegen jou.”
“Oh neen? Waarom voel ik me dan zo schuldig?”
“Dat weet ik niet. Hij bedoelt het goed en al heeft hij het niet altijd bij het juiste eind, hij is de gezalfde des Heren.”
“Als ik dat nog één keer hoor…..” begon iemand, maar maakte de zin niet af.
Er zat zoveel pijn in de woorden, dat ik me onwillekeurig omdraaide om te zien wie dat had gezegd. De woorden kwamen van de kleinste dame van de groep. Tot nu toe had ze zich stil gehouden, maar haar woorden kwamen eruit alsof er een stuwdam barstte. “Gods gezelfde, m’n hoela. Hij is bezig zijn eigen koninkrijk te bouwen en oudsten zoals jij zitten erbij en laten hem gewoon z’n gang gaan. Het maakt mij kapot en ook m’n gezin en het kan niemand een lor schelen.” De mensen vlakbij haar zaten met hun mond half open, verbijsterd en stil. De vrouw scheen zelf ook geschokt te zijn door haar eigen woorden. Zodra ze zich realiseerde wat ze gezegd had, begroef ze haar gezicht in haar handen en begon te huilen. Twee vrouwen kwamen naar haar toe om haar te troosten, de anderen stonden als bevroren.
Ik keek John aan. Hij had zijn ogen gesloten, als in gebed, en zijn gezicht vertrok alsof hij pijn leed. Toen hij mijn blik opving zag ik heel even een glimlach op z’n gezicht komen. “Wil jij hierop reageren, of wil je dat ik het doe?” vroeg hij en keek me aan.
“Waarop?” vroeg ik, niet helemaal zeker van waar hij op doelde.
John knikte met z’n hoofd in de richting van de overdekte pincic plek achter ons. Er hing een geladen atmosfeer over de groep. Zwijgend begonnen enkele van hen de koeltassen te openen en haalden het eten tevoorschijn.
“We kunnen toch niet zomaar tussen beide komen?”
“Ik denk niet dat ze het zo zullen opvatten,” zei John.
Ik vroeg me af hoe je zou moeten beginnen. “Doe jij het?”
“Nou, ik denk dat jij het best aan kan, als je het zelf ziet zitten,” zei John met een glimlach. “Ik moet trouwens weg.”
Hij stond op en ik volgde zijn voorbeeld. “Het ga je goed, Jake,” zei hij, met zo’n beslistheid dat ik tranen in m’n ogen kreeg.
“Zie ik je ooit nog terug?”
“Dat is niet erg waarschijnlijk,” zei hij. “Althans... niet aan deze kant van de eeuwigheid.”
“Bedankt voor alles wat je voor me hebt gedaan,” zei ik mijn tranen terugdringend. “Ik kan me niet voorstellen dat ik het overleefd zou heben als jij er niet was geweest.”
“Ik was het niet, Jake,” zei John zich losmakend uit m’n omarming en een kleine rugzak onder de bank vandaan halend. “Het was Vader die bij je kwam en Hij kan dingen op zoveel manieren doen.”
“Hoe dan ook, ik ben blij dat jij het was.”
“Ik ben ook blij dat ik het was, die je heeft mogen en kunnen helpen. Nu hebben anderen jouw hulp nodig, Jake, ...als jij bereid bent,” zei John en knikte in de richting van het paviljoen achter ons, waar de groep zat.
“Ik wil best, maar ik weet alleen niet wat ik moet zeggen.”
“Dat komt wel. Ga gewoon naar ze toe en houd van ze.”
En hij gaf me een klopje op m’n schouder en liep weg, het park door, naar de uitgang. Ik keek hem na en wist eindelijk het antwoord op de vraag die me al zo’n tijd had bezig gehouden.Nu wist ik wie John was en het antwoord was zo ongelofelijk eenvoudig. Ik schudde m’n hoofd en slaakte een zucht: ik wist het. Toen liep ik naar de picnic tafels, me nog steeds afvragend wat ik zou kunnen zeggen. Op dat moment wees een van de mannen naar de vrouw die zo fel was geweest en zei:”Je zou je moeten schamen, Sally. Jezus zou zo iets nooit zeggen.”
En op dat ogenblik kwamen de juiste woorden in m’n gedachten, als vanuit een ander leven, iets wat ik een hele tijd geleden zelf had gehoord.
Ik voegde me onopvallend bij hun kleine groep en zo zacht en rustig mogelijk vroeg ik:”Jullie hebben er geen idee van hoe Jezus eigenlijk is, wel?”

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina