Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina4/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

Hoofdstuk 4

Waarom je beloften niet werkten


Ik vind het heel vervelend als ik om 06.00 u. opsta voor het mannen-ontbijt, in een restaurant in de buurt, en vervolgens merk dat de anderen niet op komen dagen. Het is tenslotte wel een discipelschapsgroep!
Met z’n vijven hebben we deze groep gevormd nadat we zes maanden geleden een mannen-weekend hadden gehad, waarbij we beloofden rekenschap naar elkaar af te leggen om zo goede, zo niet betere, echtgenoten te zijn, betrokken vaders en toegewijde gelovigen. De opkomst was de eerste weken niet bijster groot geweest, maar vandaag kwam er maar eentje opdagen en hij was al minstens twee maanden niet geweest. In feite hadden we hem al ‘afgeschreven’.
Even later kwam Bob Miller, een van onze bestuursleden, me vertellen dat hij en Joyce, zijn vrouw, uit elkaar waren.
Ik hoopte dat Gil Rodriguez zou komen, omdat hij de enige was met wie ik kon praten over mijn toenemende problemen in de kerk, waar ik trouwens vooral John de schuld van gaf.
Dus in plaats van dat ik het over mijn eigen zorgen had, besteedde ik alle tijd om met Bob over zijn echtscheiding te praten. Hij was al meer dan 30 jaar met Joyce getrouwd, ze hadden drie kinderen grootgebracht en tot op dit moment dacht ik dat zij een van onze voorbeeld-echtparen waren. Aangezien Bob een van onze bestuursleden was, wist ik dat deze scheiding een negatieve uitwerking zou hebben op onze gemeente.
Joyce was toevallig wat pornografie op z’n computer tegengekomen en voelde zich daardoor zo vernederd dat ze had geeist dat hij vertrok. Ik wist zeker dat het een misverstand was, maar Bob verzekerde me ervan dat dat niet zo was. Het was een worsteling die al dateerde vanaf zijn jeugd en hij dacht dat hij het achter zich had gelaten. “Het internet maakte het zo makkelijk,”beleed hij. Hij hoefde geen risico te lopen door ergens een video te huren of een tijdschrift te kopen.
Tijdens ons gesprek hoorde ik mensen lachen. Het kwam uit een andere hoek in het restaurant. Ik herinner me nog hoe ongepast ik het gelach vond terwijl ik te maken had met zo’n verdrietige zaak vlak voor m’n neus. ‘Hoe durven ze zo’n plezier te hebben op dit tijdstip, terwijl er mensen in de buurt zijn die zo’n pijn hebben!’
Ik probeerde van alles om Bob te helpen het weer in orde te maken met Joyce, maar hij zei dat dat onmogelijk was. Dat laatste voorval was niet alles. Hun huwelijk was geleidelijk aan minder geworden sinds de kinderen het huis uit waren en dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Tenslotte raakte onze tijd op, omdat Bob naar zijn werk moest.
We stonden op en liepen naar de kassa om te betalen. Ik was woest, omdat de anderen niet waren komen opdagen, en ook op Bob omdat hij zo stom was geweest. Toen ik m’n wisselgeld van de cassiere terugkreeg, keek ik om me heen en zag ineens een bekend gezicht, van iemand die uit het toilet kwam. Het was alweer twee maanden geleden sinds we door de zondagschoolafdeling in onze kerk rondgewandeld hadden. Onze ogen ontmoetten elkaar en hij leek net zo verrast te zijn als ik.
“John, wat doe jij hier?”
Er verscheen een brede glimlch op z’n gezicht en hij antwoordde grinnekend:”Jake, hoe is het met je?” Hij kwam naar ons toe en gaf me een hand.
Ik wilde hem aan Bob voorstellen, maar ik wist niet eens hoe John’s achternaam was. “Bob, dit is John, een vriend van me. We hebben elkaar een paar maanden geleden voor het eerst ontmoet.”
Ik keerde me naar John en voegde er aan toe: ”Sorry, ik geloof dat ik je achternaam nog niet ken...”
“John is ok,”zei hij terwijl hij Bobs hand schudde.
Bob glimlachte, maar meteen kwam er weer een gespannen blik op z’n gezicht. “Bent u de ...?” Vervolgens keerde hij zich naar mij toe en begon opnieuw: ”Is dit die man...?”
Hij stopte, onhandig naar woorden zoekend. Ik was bang voor wat hij verder ging zeggen en gaf hem mijn beste ‘wees-voorzichtig’ blik. “Is dit de man die jou al die narigheid heeft bezorgd?”
Ik keek John schaapachtig aan toen hij naar mij keek. “Zo zou ik het niet willen zeggen...”
“Nou ja, misschien was het iemand anders.” Bob wierp een blik op zijn horloge, mompelde dat hij te laat op z’n werk zou komen en zwaaide ons gedag terwijl hij zich naar buiten haastte.
“Het verbaast me jou hier te ontmoeten,” zei ik en keerde me naar John toe.
”Ïk heb hier vanochtend met een oude vriend van me ontbeten,”zei hij.” Hij moest weg en ik heb nu nog een uur voordat mijn bus vertrekt.” Hij knikte in de richting van de bushalte een eindje verderop.
“Waar ga je naar toe?”
”Ik heb een bijeenkomst vanavond in het noorden van de staat.”
“Kwam je me opzoeken?”
“Dat was klaarblijkelijk niet nodig, Jake. Ik had echt geen tijd om iets te regelen, maar als je zin hebt om bij mij aan tafel te komen zitten? Ik heb nu wel wat tijd.”
Ik volgde hem naar de andere kant van het zaaltje en ging aan een tafel zitten, in de hoek waar even daarvoor dat gelach vandaan was gekomen.
“Was jij dat die zo hard lachte aan deze tafel of was dat een andere tafel,” vroeg ik terwijl ik even rondkeek.
“Oh, dat was Philip! Ik wou dat ik geweten had dat jij hier was, want ik zou het fijn vinden als jullie elkaar zouden leren kennen. Misschien op een volgende reis van me... Hij is ook op reis, net zoals jij en hij heeft het de afgelopen tijd erg moeilijk gehad, maar hij is er goed doorheen gekomen. Hij is zo blij als een kind dat dansend en springend de zee inrent. Zijn blijdschap is nog aanstekeliger dan zijn lach.”
”Ik ben blij dat er tenminste nog iemand is die plezier heeft,”zei ik, en het sarcasme droop van mijn lippen.
“Dat klinkt niet zo geweldig.”
“Het is afschuwelijk geweest sinds vorige keer toen we elkaar spraken en deze ochtend deed echt de deur dicht. Er kwam niemand van onze discipelschapsgroep voor mannen opdagen, behalve Bob die we al een hele tijd kennen. Hij kwam me alleen maar even vertellen dat hij en zijn vrouw uit elkaar zijn, omdat ze pornografie op zijn computer heeft gevonden. Hij is een van de leiders in onze kerk. Wat een zooitje!”
”Het lijkt erop dat je echt kwaad bent.”
“Dit is zo slecht voor de kerk.”
“Ben je daarom boos op hem?”
Het was de eerste keer die morgen dat ik probeerde na te gaan wat ik nu eigenlijk voelde ten aanzien van Bob. Ik was zo van streek geweest toen hij over zijn scheiding vertelde en wat voor effect dit zou hebben op de gemeente, dat ik gewoon niet aan Bob zelf had gedacht.
“Ik geloof niet dat ik boos was op Bob. Ik was kwaad omdat hij gefaald had en ...Ïk weet niet wat of hoe ik dacht, maar nu je het zo vraagt, ik ben geloof ik behoorlijk hard geweest tegen hem. Ik denk dat ik het hem kwalijk neem dat hij niet trouwer aan de groep is geweest en dat hij heeft moeten toegeven dat hij worstelt met een zonde.”
“Rekenschap afleggen geldt niet voor degenen die het moeilijk hebben, Jake, maar voor hen die slagen.”
“Maar moeten we dan niet aan elkaar rekenschap afleggen?”
“Waar haal je dat vandaan?”
“Het staat toch in de bijbel?”
“Kan je me laten zien waar?”John pakte de bijbel die naast hem op de bank lag en schoof hem over de tafel naar me toe.
Ik pakte hem op en begon te bladeren terwijl mijn hersens koortsachtig werkten om een passage te vinden. Ik kon er niet op komen. Ik keek zelfs even in de concordantie achter in de bijbel, maar vond alleen passages die betrekking hadden op rekenschap aan God geven, maar niet aan elkaar.
“Staat er niet ergens in Hebreeen dat de mensen aan de leiders rekenschap moeten afleggen op de een of andere manier?”
“Neen,” grinnikte John,”het zegt wel dat leiders rekenschap aan God moeten afleggen over de zielen die hen zijn toevertrouwd. Rekenschap afleggen heeft in de Schrift altijd betrekking op God, niet op andere broeders en zusters. Als wij vinden dat anderen aan ons rekenschap moeten afleggen, gaan we op de stoel van God zitten. Het gevolg daarvan is dat we elkaar verwonden.”
“Hoe kunnen we dan veranderen? We hebben de mensen altijd onderwezen dat ze in Christus zullen groeien wanneer ze zich toewijden om te doen wat goed is en dat uitwerken. We hebben elkaar daarbij nodig!”
“En hoe goed werkt dat bij jou, Jake? En bij de rest van jullie groep?”
“Niet zo geweldig moet ik toegeven. Maar dat komt omdat men niet voldoende toegewijd is.”
“Denk je?”
Die toon had ik al vaker gehoord en ik wist langzamerhand wel dat John er dan anders over dacht. Ik aarzelde even met m’n antwoord.
“Weet je wat dit praten over toewijding voortbrengt?” vroeg John.
“Het helpt hen geestelijk verder te komen, toch?”
“Denk je dat?” John schudde z’n hoofd en zuchtte eens diep.”Maar het werkt niet. We worden niet veranderd door wat we God beloven, maar door de beloften die Hij aan ons heeft gegeven. Als we iets beloven en we kunnen het alleen voor een korte tijd waarmaken, neemt ons schuldgevoel toe als het niet (meer) lukt. We raken van streek omdat God niet méér doet om ons te helpen. En het eind van het liedje is meestal dat we onze schuldgevoelens (‘geneeskundig’) gaan behandelen met dingen als drugs, alcohol, eten, winkelen of wat dan ook. Als het de pijnlijke schuldgevoelens maar verdooft. En anders komt het naar buiten in de vorm van boosheid of lust.”
“Jij vindt dat dat het geval is geweest bij Bob?”
“Ik ken Bob niet, maar ik denk dat het wel mogelijk is, ja. Voelde hij zich veilig genoeg om te komen vertellen dat hij kampte met een ernstige verleiding?” “Duidelijk niet!” Gefrustreerd schudde ik m’n hoofd. “Veel vrouwen vinden dat we iedere maand een mannenweekend moeten houden, om ons gemotiveerd en scherp te houden. Soms denk ik dat ze gelijk hebben.”
“Ja, het is makkelijk als je op de bergtop bent en het een paar weken kan volhouden, maar wat gebeurt er wanneer de glorie vervaagt en er niet zo’n zin in hebt om je vrouw als een prinses te behandelen of tijd aan je kinderen te besteden. Wanneer er ‘belangrijkere’ zaken je aandacht vragen? Uiteindelijk geef je toe omdat er binnenin niets is veranderd. Dit is een benadering van buiten af, gebaseerd op menselijke inspanning, en dat werkt gewoon niet.”
“Dus jij beweert dat onze benadering alleen maar meer zonde voortbrengt?”
“Bij de meeste mensen, ja. Daarom wil Bob niet komen en dat geldt ook voor de anderen in je groep. Zelfs wanneer ze er zijn, zullen ze waarschijnlijk niet het ware verhaal van hun worsteling vertellen. Ze zouden zich ‘te slecht’ voelen. In plaats daarvan belijden ze aanvaardbare zonden zoals ‘te druk bezig zijn, boosheid of ‘roddel. Dat is de slechtste kant van religieus denken. Ze neemt onze fraaiste ambities en keert die tégen ons. Mensen die ‘vromer’ willen worden raken in feite nog meer verstrikt in hun begeerten en verlangens. Dat is precies wat er gebeurde met Eva. Ze wilde op God lijken, wat ook precies is wat God voor ons wil. Zij raakte niet in de moeilijkheden door wát ze wilde, maar doordat ze op haar eigen manier wilde verkrijgen. - Paulus zag dat er in dit leven drie wegen zijn, terwijl de meesten van ons er maar twee zien. We zijn geneigd om te denken dat we in ons leven alleen kunnen kiezen tussen ‘slecht zijn’ en ‘goed zijn’. Maar Paulus zag dat er twee manieren zijn om ‘goed proberen te doen’ – de ene maakt dat we ons best doen om ons te onderwerpen aan Gods regels. Die manier mislukt iedere keer. Zelfs toen hij zichzelf beschreef als iemand die zich aan al Gods ‘uiterlijke’ geboden had gehouden, noemde hij zichzelf de ergste zondaar die er was, vanwege de haat en boosheid in zijn hart. Zeker, hij had zijn uiterlijke gedrag kunnen aanpassen aan de regels, maar daardoor werden zijn innerlijke problemen alleen maar versterkt. Zoals je weet doodde hij Gods volk in Gods naam.”
“Ja, maar Paulus heeft het daar over de wet van het Oude Testament. Wij doen niet ons best om de wet te houden. We proberen te leven volgens Nieuw Testamentische principes.”
“Neen Jake, Paulus heeft het over religie – het pogen van de mens om God tevreden te stellen door eigen werken. Als we doen wat Hij wil, zal Hij goed voor ons zijn, en als we dat niet doen zullen er nare dingen in ons leven gebeuren. In het gunstigste geval zal deze benadering ons een gevoel geven van een ‘brave eigengerechtigheid’, wat op zich al een valstrik is. In het ergste geval zal ze ons opzadelen met steeds meer schuldgevoelens: een last die groter zal zijn dan we kunnen dragen. Jouw “Nieuw Testamentische principes” zijn een andere manier van leven onder de wet. Het heeft een nieuwe naam gekregen maar is nog steeds religie. Je zit nog steeds verstrikt in het proces van proberen God zover te krijgen dat hij je beloont voor goed-doen.”
“Dus als je probeert goed te doen kan het juist slecht zijn?” Ik kon m’n oren niet geloven.
“Als je het zo stelt, ja. Maar Paulus zag een andere manier om Gods leven te leven, een manier die zo uitnodigend was dat het zijn hele leven transformeerde. Hij wist dat ons falen voortkomt uit het feit dat we God gewoon niet vertrouwen, niet echt geloven dat Hij om ons geeft. Naarmate Paulus God beter leerde kennen, ontdekte hij dat hij God’s liefde kon vertrouwen. Hoe meer hij ging vertrouwen op Gods liefde, hoe verloster hij werd van de verlangens die hem hadden verteerd. Alleen door Jezus te vertrouwen kan je deze vrijheid ervaren en zij die Hem kennen ervaren dit ook. Dat is echte vrijheid.”
“Zullen de mensen dat niet als excuus gebruiken om gewoon maar te doen wat ‘goed voelt’ en negeren wat God wil?”
“Zeker zullen sommigen dat doen. Velen hebben het al gedaan. Maar degenen die werkelijk weten wie God is, zullen willen zijn zoals Hij is.”
“Maar we moeten toch een soort standaard hebben, zodat de mensen een houvast hebben,” hield ik vol.
En op dat moment liet hij een bom vallen die elk resterend vooroordeel dat ik nog had tegen dit christelijke leven opblies.
“Jake, wanneer zul je stoppen met te denken dat ‘christen-zijn’ te maken heeft met een gedragscode?”
Wat? Ik keek hem aan en het lukte me niet om ook maar één samenhangende gedachte van mijn hersens naar mijn lippen te sturen. Als het niets met een gedragscode te maken heeft, met wat dan wel? Mijn hele leven ben ik opgegroeid met het geloof dat ‘christen-zijn’ een gedragscode voor het leven is, die mij verzekert van een plaats in Gods hart. Ik wist niet wat ik met die laatste opmerking van hem aanmoest, maar hij scheen het best te vinden om het hierbij te laten.
Tenslotte lukte het me iets te zeggen: ”Ik weet gewoon niet wat ik daarop moet zeggen. Mijn hele leven in Christus heb ik geleefd vanuit de gedachte dat het allemaal te maken had met een gedragscode.”
“En daardoor heb je het leven ín Hem gemist. Je zit zo gevangen in een systeem van beloning en straf, dat je de relatie die Hij simpelweg met je wil hebben misloopt.”
“Hoe kunnen we anders weten wat Gods gedachten over ons zijn als we niet volgens Zijn standaard leven?”
“Je spant het paard achter de wagen, Jake. We ontvangen Zijn liefde niet door volgens Zijn maatstaven te leven. We ontdekken het leven in Hem wanneer we gebroken zijn, op de moeilijkste momenten in ons leven. Wanneer we Hem toestaan om op dat moment van ons te houden en ontdekken hoe we als antwoord daarop van Hem kunnen houden, zullen we merken dat ons leven verandert binnen die relatie.”
“Hoe kan dat? Moeten we de zonde niet nalaten om Hem te kennen?”
“ls je naar Hem toe wandelt, loop je weg van de zonde. Hoe beter je Hem kent hoe verloster je zal zijn. Maar in eigen kracht kan je niet uit zonde wegwandelen. Alles wat Hij in je wil doen zal gebeuren naarmate je meer leert te leven in Zijn liefde. Iedere zonde die je doet komt voort uit het niet vertrouwen hebben in Zijn liefde en Zijn plan voor jou. - We zondigen om onze gebrokenheid op te vullen en we vechten voor dingen waarvan wij denken dat die het beste voor ons zijn, en we reageren vanuit schuld en schaamte. Wanneer je eenmaal ontdekt hebt hoeveeel Hij van je houdt, verandert dat alles. Naarmate je groeit in ‘Hem vertrouwen’, zal je merken dat je in toenemende mate bevrijd wordt van zonde.”
“Het klinkt zo makkelijk als ik jou hoor, John. Maar zo leren léven is het tegenovergestelde van alles wat ik geleerd heb.”
“Daarom heet het ook ‘Goed nieuws’, Jake.”
Ik wist dat het wel wat tijd zou kosten om dit gesprek te laten bezinken en mijn vorige gesprek met John had ik zelfs nog niet goed op me laten inwerken. En toen moest ik er ineens aan denken dat ik kwaad was op John. Ik wist niet goed hoe ik dat ter sprake moest brengen, maar toen ik merkte dat John z’n spullen bij elkaar aan het pakken was, vond ik dat ik het nu maar snel moest doen.
“Zal ik hierdoor net zoveel moeilijkheden krijgen als door ons vorige gesprek?” Er zat een dreigende klank in mijn stem.
“Is dat waar Bob het daarnet over had? Wat is er gebeurd, Jake?”
“Jouw bezoekje heeft voor aardig wat deining gezorgd. Pastor Jim was kwaad omdat er steeds kortsluiting was in de PA tijdens zijn preek. Het leidde hem af en hij vond dat zijn boodschap daardoor in het water gevallen was. Ik had daar moeten zijn om het te verhelpen, maar in plaats daarvan gaf ik iemand een ‘rondleiding’ door onze onderwijsvleugel, iemand van wie ik de achternaam niet eens wist! Dat kwam niet zo best over. Ik kon hem zelfs niet vertellen waar je woont. Hij was laaiend en beschuldigde me ervan dat ik de een of andere pedofiel een rondleiding had gegeven door onze kinderafdeling.”
“Dat is nogal wat,” antwoordde John kalm.
Ik had verwacht dat de beschuldiging hem boos zou hebben gemaakt, maar hij verblikte of verbloosde geen moment.
“Ik heb hem verzekerd dat dat niet het geval was, maar hij vroeg me hoe hij iemand kon vertrouwen die niet toegewijd genoeg was om op de plek te zijn waar hij die morgen behoorde te zijn. Hij explodeerde zowat, John. Ik heb hem nog nooit zo gezien. We zijn al meer dan twintig jaar vrienden, ook nadat ik deel ging uitmaken van de staf. Hij hield van me, ook in mijn moeilijkste ogenblikkken, en hij stond achter me toen anderen me probeerden zwart te maken. Maar nu heeft hij commentaar op alles wat ik doe en we hebben geen enkel gezellig moment meer met elkaar.”
“En die verandering is gekomen na mijn laatste bezoek? Vertelde je me een paar maanden geleden niet dat er al wat spanning was tussen jullie tweeen?”
Ik stopte even om daar over na te denken. “Nu je het zegt, het was al nog langer aan de gang. Het is al ongeveer zes maanden lastig samenwerken met hem. Hij doet afstandelijk en reageert nauwelijks op de voorstellen die ik doe.”
“Dat klinkt alsof er iets anders aan de hand is.”
“Wat het ook is, dit heeft de zaken alleen maar slechter gemaakt. Hij stond ook niet achter de veranderingen die ik had aangebracht.”
“Veranderingen? Wat voor veranderingen?”
“Wat jij tegen me zei, wat ik moest doen.”
“Ik heb jou niet verteld wat voor veranderingen jij moest aanbrengen, wel, Jake?”
“Ik heb die tekst, die jij niet goed vond, over dat onze kerk het huis van God is, weggehaald en ook die poster die zo appeleert aan schuldgevoelens.”
John grinnikte en schudde z’n hoofd alsof ik zojuist een flater had geslagen. “Ik wed dat dat wel goed over kwam.”
“Dat is niet grappig, John. Een paar dagen nadat ik het mededelingenbord had veranderd, kwam Jill Harper in mijn kantoor. Zij is degene die al die letters had uitgeknipt en de poster had gemaakt, op míjn verzoek,. Ze vroeg wat er met het bord was gebeurd. Ik vertelde haar dat ik niet zo weg was van de boodschap die sommige mededelingen of oproepen gaven en dat ik wilde dat het opnieuw gedaan zou worden. Ze was woest omdat ik het veranderd had zonder haar te raadplegen. Ik bood m’n excuses aan, maar dat hielp niet veel. Ze wil er niet meer over praten en ik denk dat ze haar gal gespuwd heeft bij anderen van het kinderwerkteam. Velen van hen hebben nu ook moeite met me.”
“Waarom?”
“Een paar weken geleden heb ik een voorstel gedaan om de prioriteiten van ons kinderwerkprogramma te gaan herzien naar aanleiding van ons gesprek toen.”
“Oh ja?”
“Oh ja...?? Ik was zo opgewonden. Ik heb er veel tijd aan besteed en een discussiestuk van tien pagina’s gemaakt over hoe we onze focus zouden kunnen verleggen in onze klassen en hoe we onze onderwijsmensen zouden kunnen omscholen. Ik wist zeker dat ze net zo enthousiast zouden zijn als ik om de bediening een beter uitgangspunt te geven. Ik had een lijstje gemaakt met aanbevelingen, waaronder het stil leggen van het ‘sterrensysteem’ en andere liederen te gaan zingen met ze, die meer spraken van genade.”
“En?”
“Ze vonden dat ik hen voor Farizeeers uitmaakte. Ze zeiden dat ze net zo in genade geloofden als alle anderen en dat ze allemaal opgegroeid waren met die kaarten, en dat wanneer je een kind een ster geeft hem het gevoel geeft dat hij iets bereikt heeft. Ik wist niet wat ik daarop moest zeggen, het overviel me een beetje. En in de hitte van het gesprek kon ik me niet eens meer herinneren wat jij gezegd had. Het was een ramp die avond.”
“Dat kan ik me voorstellen, Jake. Jammer dat het zo pijnlijk was.”
“Ïk weet niet eens wat ik verkeerd gedaan heb, John. Het leven in de gemeente was best pittig tot nu toe. Maar nu is het een nachtmerrie en ik denk dat de voorganger geen enkel respect meer voor me heeft. Ik heb de hele tijd het gevoel dat er een steen in mijn maag ligt.”
“Jake, als je nog naar me wilt luisteren, luister dan naar het volgende. Gebruik onze geprekken niet om anderen te veranderen. Ik probeer alleen maar je te helpen om te leren leven in Gods vrijheid. Als ze niet op zoek gaan naar hetzelfde als jij, zullen ze jou niet begrijpen en zullen ze je beschuldigen van nog ergere dingen. Je hebt geprobeerd toe te passen waar ik het over heb gehad, zonder dat je God toestond het uit te werken in je eigen leven. Zo werkt het niet. Zo zal je een heleboel mensen pijn doen, en jezelf ook.”
John stond op uit zijn stoel. Hij diepte wat geld op uit zijn zak om een fooi achter te laten.
“Dat is één ding dat zeker is,”zei ik en stond ook op.
John zei dat hij naar de bushalte moest om z’n bus te halen. Ik bood aan hem te brengen met m’n auto zodat hij wat tijd kon winnen en mij gaf het wat extra tijd om het gesprek nog even voort ter zetten. We praatten nog wat verder terwijl we naar de kassa liepen, betaalden de rekening en liepen naar mijn auto.
“Je probeert anderen aan jou kant te krijgen in plaats van dat je het zelf voorleeft. Het is heel natuurlijk voor ons om zo te reageren op onze eigen leegte. We vinden dat zij moeten veranderen. Daarom is zoveel gemeenteleven vandaag de dag gebouwd op rekenschap moeten afleggen aan iemand, en op menselijke inspanning. Als iedereen nou maar deed wat juist is, zou het allemaal beter en makkelijker voor ons zijn.”
“Niet dan?”
“Neen, Jake! Het zal nooit door ons toedoen correct en foutloos worden. Wij mensen maken nu eenmaal fouten. Er achter komen wat een relatie met Jezus inhoudt is een levenslange reis. Het leven in geloof is al moeilijk genoeg in een gebroken wereld, ook zonder dat we het nog ingewikkelder maken voor andere gelovigen. Hoe komt het denk je, dat jij er niet was voor Bob en dat jouw voorganger er niet is voor jou?”
“Ik weet het niet.”
“Omdat het echte christenleven niet gebouwd is op rekenschap afleggen. Het is gebouwd op liefhebben. Het is de bedoeling dat we elkaar bemoedigen op de reis, zonder dat we verlangen dat de mensen zich conformeren aan de standaard die wij vinden dat zij nodig hebben.”
“Dat klinkt alsof alles maar betrekkelijk is, John!”
“Zo ligt het niet, het respecteert alleen maar het process dat God gebruikt om mensen in de waarheid te leiden. Ik heb het er niet over dat er verschillende waarheden zijn, voor ieder persoon afzonderlijk een waarheid, maar ik heb het er over dat mensen de waarheid leren kennen in verschillende tijdsbestekken. Als we verlangen dat mensen rekenschap zullen afleggen, leren ze nooit om in liefde te leven. We zullen degenen die zich goed voordoen belonen en degenen die worstelen in het proces om te leren leven in Jezus over het hoofd zien.”
“Ik ben niet eens in staat om zo’n soort reis met anderen te delen.”
“Het is de beste reis die er is, Jake! Ze opent de deur voor hen om echt te kunnen zijn en dat ze gekend mogen worden zoals ze zijn. Het zal ze aanmoedigen om tot Jezus te naderen en we zullen niet meer proberen hen ‘op te lappen’ met onze stereotiepe antwoorden.”
“Waar kan ik dat soort leven vinden, John? Waar vind je dat in Kingston?”
“Jake, je begrijpt het niet. Het gaat niet om een ‘plaats’, het is een manier van leven naast en met andere gelovigen. Zijn er nog anderen die ook op deze manier willen leven? Jazeker. En je zult ze op de bestemde tijd vinden. Maar laat jezelf er eerst door veranderen.”
Ik stopte bij de bushalte en John legde z’n hand op de portiergreep. “Ik moet opschieten, Jake, anders kom ik te laat.”
“Kan je me je telefoonnummer geven, waar ik je kan bereiken voor het geval ik je graag wil spreken?”
“Dat is niet zo eenvoudig als je denkt,” zei John terwijl hij uit de auto stapte en de deur dicht deed. “Ik vind je wel, daar kan je van op aan,” zei hij en leunde door het open raam.
“Dat weet ik nog zo net niet,”antwoordde ik.
“’t Ga je goed, Jake. Je zit op de goede weg. Misschien dat het slechter wordt voordat het beter gaat, maar zo is het ook met een operatie. Maar wanneer het uiteindelijk beter gaat, wordt het ook echt beter!”
“Zo voelt het niet.”
“Weet ik. Aan het eind van je latijn komen is niet leuk. Maar dat is alleen op het eerste stuk van de reis. Hoe verder we komen op dat eerste stuk hoe meer we het idee hebben dat we verder dan ooit van Hem vandaan zijn. Daarom wil ik je aanmoedigen om vol te houden met Jezus. Hij zal het allemaal uitwerken op een manier die je nooit zou geloven al zou ik het je op dit moment kunnen vertellen.”
“Bedankt, John. Daar heb ik wat aan.” Ik meende het.
Toen hij zich omdraaide om weg te gaan, herinnerde ik me ineens iets wat ik hem nog niet had gevraagd. “Kan je me tenminste niet even vertellen wat je achternaam is?”
Een taxi achter me toeterde en dat moet mijn verzoek hebben gesmoord, want John liep zonder zich om te keren door, het busstation in.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina