Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina5/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

Hoofdstuk 5

Liefde met een haak eraan


Ik was hier naar toe gekomen om eens even lekker alles achter me te laten, maar het draaide er op uit dat ik het allemaal met me meegenomen had. Ik denk dat ik vrijwel iedere minuut moest denken aan hoe het thuis ging. Mijn emoties stonden bol van de frutratie en boosheid en zelfs deze heerlijke omgeving kon me niet tot rust brengen.
Nellie Lake is een van mijn favoriete plekjes op aarde. Het ligt in de hoge Sierras aan het eind van een 5 km lang pad, dat zich bijna steil naar boven slingert. In Californie zeggen ze dat als je een trektocht maakt van maar 20 minuten lopen van deze weg af, je 90% van de sportvissers bent kwijtgeraakt. Ik maakte een trektocht van twee-en-een-half uur en ik zie hier zelden iemand anders, zelfs midden in de zomer. Het was begin september en op die koele middag had ik het hele meer voor mezelf.
Het is een klein meertje maar ik heb er altijd aardig wat grote regenboogforellen gevangen. En wat meer is, het is de enige plek waar ik vissen hebben gevangen die lijken op de vissen die je ziet op de voorpagina van die hengelsport-tijdschriften. Als je ze aan de haak hebt geslagen springen ze met een wanhopige sprong uit het water om de haak kwijt te raken om weg te kunnen zwemmen.
Natuurlijk weet ik dat ik daar veel meer van geniet dan de vis zelf.
Laurie was de stad uit, een weekje naar haar ouders. In een opwelling, en ook vanwege een aanval van frustratie, besloot ik met onze vouwwagen naar Huntington Lake te gaan om een paar dagen alleen te zijn. Ik had mijn ontslagbrief al klaar, maar ik had ‘m in de lade van m’n bureau gestopt om alles eerst nog eens goed te overdenken.
Ik had de afgelopen gesprekken met John goed ter harte genomen en in de zes maanden nadat ik hem voor het laatst had gezien, begon mijn relatie met God inderdaad te groeien. Ik was me de hele dag meer bewust van Zijn aanwezigheid. Ik begon juist te leren hoe ik meer op Hem kon vertrouwen dan op mijn eigen kunnen, toen de gemeente ontplofte door onderlinge strijd. Op de een of andere manier was ik het zicht op God in dat alles kwijtgeraakt en ik merkte dat ik opnieuw op zoek was naar het vertrouwde gezicht van John, waar ik ook maar kwam. Tenslotte had ik het maar opgegeven hem ergens te vinden en besloot ik er vandoor te gaan, al was het maar voor een paar dagen.
Ik had een plekje gevonden aan de glooiende zuidkant van Nellie Lake en de afgelopen twee uur had ik heerlijk gevist. Hoewel ik zo’n 20 vissen had gevangen en ervan had genoten om ze binnen te halen, gaven die momenten maar voor even wat afleiding van de pijn die ik binnenin voelde. Zodra ik de vis weer had vrijgelaten en weer nieuw aas aan m’n haak had gedaan, was ik weer terug bij af: van binnen ziedend. Ik was gedurende mijn jaren in de onroerend goed wereld getuige geweest van een aantal heel vervelende conflicten, maar ik had nog nooit een groep mensen gezien die elkaar met zoveel vijandschap en bedrog behandelden, terwijl ze hun best deden om aardig en onschuldig over te komen.
“Idioten,” riep ik uit over het meer, een stuk boosheid uitademend terwijl mijn lijn stil in het water lag.
“Ik hoop dat je het niet over mij hebt.”
De vertrouwde stem kwam vanaf de heuvel achter me. Verschrikt sprong ik op en draaide me snel om. John, met een rugzak op zijn rug, zocht z’n weg de heuvel af, naar de oever van het meer. Ik struikelde bijna over m’n hengel toen ik die wilde neerleggen en me tegelijkertijd omdraaide om hem te begroeten “John, wat doe jij hier?” vroeg ik hoogst verbaasd.
“Ik kom hier elk jaar om deze tijd voor zo’n twee weken, om wat in de heuvels te zwerven en van de vrede en de stilte te genieten. Ik kom hier weinig mensen tegen, vooral niet mensen die ik ken.”
“Ik ook niet. Daarom vind ik het hier zo fijn.”
“Zal ik maar weer gaan, Jake?”
“Je maakt een geintje, hey?” Hij was degene wiens aanwezigheid ik juist nu zo op prijs stelde. Hij gespte zijn rugzak af, liet hem van zijn schouders glijden en zette hem neer tegen een oude boomstronk. Terwijl hij z’n rug strekte vroeg hij:”Kom je hier vaak?”
“Niet zo vaak. Hoogstens een keer per jaar.” Plotseling begon mijn hengel te trillen en viel van het blok hout af waarop ik hem had neergelegd. Ik greep hem en begon de lijn in te halen. Iets wat leek op een regenboogforel van zo’n 40 cm. sprong het water uit in mijn richting. Ineens werd mijn lijn weer slap toen de haak uit z’n bek vloog. John en ik grinnikten toen ik de lijn binnenhaalde en de hengel neerlegde. Vissen was wel het laatste waar ik nu aan wilde denken.
“Weer eentje vrij,” zei John. Hij ging op het blok hout zitten en vroeg:”Wie waren nu die idioten? De vissen?”
Ik bloosde toen ik aan mijn uitbarsting van enkele seconden geleden dacht. “Neen, het vissen ging fantastisch. Het zijn die lui daar.” Ik wees in de richting waar Kingston moest liggen.
“Je zal het niet geloven, John. Alles ging mis de afgelopen weken. Bijna iedereen liet zich van z’n slechtste kant zien.”
John onderbrak me op het moment dat ik me weer begon op te winden. “Laten we nog wat verder in de tijd terug gaan. Hoe is het met je gegaan sinds ons vorige gesprek?”
Het kostte me moeite om alles wat ik hem wilde vertellen even te laten rusten en me te richten op onze vorige ontmoeting.
“Het ging eigenlijk wel goed. Ik begon weer te genieten van mijn relatie met God, net als toen ik Hem pas had leren kennen. Ik probeerde niet langer dingen in beweging te brengen en Hij openbaarde zich aan me op verschillende manieren. Ik begon dingen van mezelf te zien, die ik nog nooit eerder had gezien, bijvoorbeeld hoe veeleisend ik kan zijn,en hoe weinig ik Jezus vertrouw voor de kleine dingen in mijn leven. Weet je, mijn mislukkingen doen Hem niet zoveel. Hij liet me steeds zien hoe écht Hij wil zijn in mijn leven.”
“Dat is geweldig! Ik weet dat je het moeilijk kan geloven, maar wanneer je geniet van die simpele relatie zal daar alles uit voortkomen wat God door jou heen wil doen.”
“Nou op dit moment werkt het niet zo goed uit. Alles dendert over me heen en ik ben zo kwaad, dat mijn vrouw er bang van wordt.”
“Ben je ook op haar boos?” John pakte mijn hengel op en hield hem losjes in z’n hand.
“Ik denk van niet, maar ze voelt m´n boosheid wel.”
“Ben je kwaad op de voorganger?”
“Ik probeer niet kwaad op hem te zijn, maar hij is onmogelijk. Het ging eigenlijk wel wat beter tussen hem en mij sinds ik niet meer probeerde hem te veranderen of hem een relatie op te dringen waar hij geen trek meer in heeft. Maar toen kregen we te maken met dat stomme concert.”
“Heb je hem verteld hoe boos je bent,” vroeg John en wierp een lijn uit zonder haak.
“Nog niet! Hij zou me meteen ontslaan...en wat moet ik dán!? Ik heb erover gedacht om zelf m’n ontslag aan te bieden. Ik heb de brief al klaar, maar ik wil eerst een andere baan hebben voordat ik die brief aan hem geef. Ik heb zoveel opgegeven voor die vent en moet je nu eens kijken hoe in de knel ik zit.”
Ik slaakte een diepe zucht en schudde m’n hoofd. Ik voelde mijn bloed in m’n oren kloppen. “En nu wil hij dat ik voor hem ga liegen.”
“Waarover?”
“Onze jeugdleider heeft twee weken geleden een concert georganiseerd, voor de aanvang van het nieuwe schooljaar, om te evangeliseren onder middelbare scholieren. Hij had een groep met een echte evangelische boodschap gecontracteerd. Ze hadden de dag ervoor een anti-drugs bijeenkomst gehouden op de plaatselijke scholengemeenschap. Die jeugdleider had samen met de jongelui in de buurt gefolderd. Er kwamen aardig wat mensen op af, maar het heeft wel voor een nog grotere crisis in de gemeente gezorgd. Een paar van onze oudere leden, die ergens anders in ons gebouw een bijeenkomst hadden, konden de muziek horen en vonden het veel te werelds. Toen ze gingen kijken wat er aan de hand was, zagen ze meisjes rondlopen met kleine topjes en kerels die eruit zagen als gangsters. Ik denk dat het ze beangstigde, maar ze beschuldigden de jeugdpastor ervan dat hij het gebouw verontreinigde. - Later ontdekten ze dat er met een mes gesneden was in een paar stoelen die pas geleden nog opnieuw waren bekleed. Bij sommige stoelen stonden de intialen in de rugleuning gekerfd. We zijn ook spullen van de audio kwijt en er is graffiti gevonden in het jongens toilet. Er was voor ongeveer $ 3.500,00 schade en ze willen dat er een kop gaat rollen. Een paar ouders hebben gehoord dat sommige kinderen alcohol hebben gebruikt en buiten op het parkeerterrein stonden te roken na afloop van het concert.”
“Evangelisatie kan aardig wat troep geven,”opperde John, nog steeds kijkend naar de lijn die bewegingloos in het water lag.
“De dag erna werd het nog erger. Sommige mensen werden echt boos toen ze hoorden wat er gebeurd was. Je had de oologskreten moeten horen. ‘We zien al genoeg van dit spul op TV, we hoeven het niet nog eens in de kerk te brengen.’ - ‘Waarom proberen we andermans kinderen te redden terwijl we onze eigen kinderen kwijtraken.’ – ‘Het gebouw zat vol schorre-morrie.’
“Dat was natuurlijk een groot pluspunt - als evangelisatie tenminste het doel was.”
“Ik denk dat dat me nu duidelijk aan het worden is. Het is wel triest dat mensen uit beide ‘kampen’ zich zo fel tegen elkaar kunnen keren.”
“Als ik met goed herinner... belooft dat bord bij jullie voor het gebouw niet ‘Waar Liefde een manier van leven is’!?”
Het duurde even voor ik me zelfs maar kon herinneren waar hij het over had. “Het staat daar al zo lang, dat ik denk dat niemand daar nog aandacht aan besteed.”
“Klaarblijkelijk.” John grinnikte.
“En dat vind jij grappig?” snauwde ik, omdat ik er de humor niet van inzag.
“Ik zou willen zeggen: meer ironisch dan grappig, maar ja, dat krijg je met instituten, nietwaar? Het instituut verschaft iets wat ‘belangrijker’ is dan gewoon van elkaar houden op dezelfde manier als er van ons gehouden wordt. Wanneer je met elkaar een instituut (met alles erop en eraan) neerzet, zal je er over moeten waken, om het te beschermen, want je moet toch een goede rentmeester zijn. Dit werkt allemaal zo verwarrend. - Zelfs liefde wordt opnieuw gedefinieerd: liefde is dan datgene wat goed is voor het instituut en liefdeloos is datgene wat slecht is voor het instituut. Hierdoor zullen sommige van de aardigste mensen in de wereld veranderen in woedende maniakken en zien ze niet in dat al dat uitschelden en beschuldigen het tegenovergestelde is van elkaar liefhebben.”
Toen John de lege haak binnenhaalde, hield hij hem omhoog en zei:”Het is liefde met een haak eraan. Als je doet wat wij willen, zullen we je belonen. Zo niet, dan ‘straffen’ we je. Het blijkt helemaal niet om liefde te gaan. We geven onze genegenheid alleen aan hen die onze belangen dienen en weerhouden die liefde van hen die dat niet doen.”
“Wat een zootje!”
“Zie je hoe pijnlijk dat is? Daarom kunnen instituten alleen Gods liefde reflecteren zo lang degenen die er deel van uit maken het eens zijn met elkaar. Ieder verschil van mening wordt een strijd om de macht.”
“Dat is iets wat zeker is. En die strijd duurt langer dan het conflict eigenlijk waard is. Ze zijn boos op elkaar. Ze hebben me uitgemaakt voor dingen die ik zelfs in de onroerend goed wereld nog nooit heb gehoord. Ze hebben het nog steeds over de schade die er veroorzaakt is, al heeft een gezin beloofd dat zij de schadekosten op zich zullen nemen en de apparatuur die meegenomen is zullen vervangen. - Het slaat allemaal nergens op.”
Ik had daar nog niet eerder over nagedacht, maar toen ik eraan terug dacht besefte ik dat de mensen die het hardst hadden geroepen ook op andere punten verdeeld waren.
“Misschien heb je gelijk, John. We hebben deze onderhuidse spanningen tussen de mensen al eerder gemerkt. Er zijn er die vinden dat onze gemeente teveel naar binnen gericht is, maar er zijn anderen die vinden dat de komst van veel nieuwe mensen een negatieve invloed zal hebben op wat we tot nu toe hebben bereikt.” “Dat is niet ongewoon. Ik ben in groepen geweest waar geruzied werd over wat voor liederen er gezongen moesten worden of wie er gebruik mocht maken van de nieuwe gymzaal. Er zijn mensen die nadenken over hoe je nieuwe gelovigen kunt aantrekken. Anderen willen dat de toestand blijft zoals die is. Dat is allemaal niet eenvoudig.”
“Ik heb er gewoon genoeg van! En ik heb er helemaal geen zin in om terug te gaan. Morgenavond is er een bijzondere vergadering. Iedereen is boos. Het zal niet leuk zijn. Sommige bestuursleden eisen dat de jeugdpastor zich terugtrekt en ze zijn boos op de voorganger dat hij het zover heeft laten komen.”
“Hoe denk je dat het zal aflopen?”
“Waar de voorganger erg goed in is, is zijn eigen huid redden. Ik denk dat hij vindt dat de jeugdleider moet opstappen. Hij heeft al tegen hem gezegd, dat als hij opstapt hij hem een goed getuigschrift mee zal geven. En in die affaire wil hij dat ik voor hem ga liegen.”
“Wat wil hij dat je gaat zeggen?”
“Hij wil er zich van distancieren door de anderen te vertellen dat hij helemaal niet wist wat voor soort groep het was. Maar dat wist hij wel! Hij had een van hun CD’s van tevoren beluisterd en ze hadden hem gewaarschuwd dat hun muziek op het randje was. De voorganger had ernaar geluisterd en Ben, de jeugdleider, en mij verteld dat hij het geweldig vond dat de verwonde jonge mensen uit onze buurt bereikt zouden worden.”
“Oh oh!”
“Ja. Maar nu heeft hij een ander verhaal. Een paar dagen geleden kwam een van onze oudsten zijn kamer binnenstormen om uitleg te vragen en toen verdedigde hij zich door te zeggen dat hij een blinde vlek had gehad door de hele affaire. Hij zei dat ik degene was die het goedgekeurd had. Nu vertellen de voorganger en Ben een verschillend verhaal en maken ze elkaar uit voor leugenaar. Toen ik de voorganger herinnerde aan ons eerdere gesprek, zei hij dat men hem in de val had laten lopen en dat hij in het vuur van het ogenblik was vergeten dat hij de CD had beluisterd. Toen ik tegen hem zei dat hij zijn verhaal moest rectificeren, zei hij dat hoewel het misschien technisch gesproken niet waar was, het in ieder geval wel de waarheid weergaf. Als hij had geweten wat er op die avond zou gebeuren zou hij nooit toestemming hebben gegeven. Hij wil dat ik achter zijn verhaal sta en Ben er voor op laten draaien. Hij zei dat ik hem dat verschuldigd ben, na alles wat hij voor me heeft gedaan.”
“Het komt mij voor, dat áls jij hem iets schuldig bent, hij nooit iets voor je heeft gedaan.”
Zijn woorden bleven even in de lucht hangen, terwijl ik probeerde uit te vissen van hij bedoelde.
“Je bedoelt dat hij die dingen niet voor mij deed? Voor wie dan? Voor zichzelf?”
“Voor wie anders? Zie je hoe onze definitie van liefde wordt misvormd als institutionele prioriteiten belangrijker worden? Misschien geeft hij wel om je. Daar wil ik niet over twisten, maar hij staat wel zelf in het middelpunt. En nu wil hij een schuld innen die jij niet hebt. - Het probleem met de kerk zoals jij die kent, Jake, is dat het niets anders geworden is dan een onuitgesproken wederzijdse afspraak om zelf aan je trekken te komen. Iedereen heeft er een stukje eigenbelang bij. Sommigen willen leiding geven. Anderen willen geleid worden. Sommigen willen onderwijs geven, anderen vinden het fijn – en soms zelfs nodig! - om onderwijs te krijgen. Liever dan een levende getuige te zijn van Gods leven en liefde in deze wereld, worden ze een groep mensen die het eigen erf bewaakt. Wat je ziet is niet zozeer Gods leven als wel de onzekerheid in de mens die vasthoudt aan datgene wat het beste voldoet om in zijn behoeften te voorzien.”
“Komt het daardoor dat mensen plotseling zo venijnig kunnen worden wanneer ze zich bedreigd voelen? Ze gedragen zich net zoals een kwade hond die merkt dat iemand probeert z’n bot af te pakken.”
“Precies! En dan denken ze dat God aan hun kant staat. Op zo’n moment vindt er vaak een scheuring plaats in de groep, omdat men vindt dat de zaken anders geregeld moeten worden zodat ze zich niet zo onzeker zullen voelen. En nadat de bitterheid gezakt is, begint de cirkel opnieuw.”
“Dus het maakt niet uit wat ik doe, of welke kant ik kies. Het wordt toch slechter.”
“Moet je kiezen?”
“Ik zal of de een of de ander moeten steunen.”
“Of je vertelt gewoon de waarheid en ziet wel waar het schip strandt. Het lijkt mij dat je niet hoeft te kiezen tussen Ben of Jim, maar tussen de waarheid en een leugen.”
Ik wist niet wat ik moest zeggen of wat ik moest doen. Hoewel John de keuze duidelijk had gemaakt, maakte hij het niet makkelijker voor me. Er stond zoveel op het spel en ik hield er niet van om zo voor het blok gezet te worden.
De stilte duurde vervelend lang.
Tenslotte stond John op. “Ik weet niet wat je gaat doen, Jake, maar in de afgelopen jaren heb ik een ding geleerd. Elke vriendschap die van jou verlangt dat je liegt ter willen van de vriendschap is zeer waarschijnlijk helemaal geen vriendschap.”
Ik vond het verschrikkelijk om te bedenken dat mijn vriendschap met Jim niet echt zou zijn. “Ik weet zeker dat het gewoon een zwak moment van hem is geweest waardoor hij dit gezegd heeft. Hij heeft moeite met een aantal belangrijke personen in het bestuur en hij probeert alleen maar te doen wat het beste is voor de gemeente.”
“Heeft hij jou dat gezegd of heb je die kolossale leugen zelf bedacht?”
Ik staarde hem aan en besefte dat dit gesprek niet hielp om m’n frustratie weg te nemen. Integendeel, mijn ongerustheid nam alleen maar toe. Ik uitte een diepe zucht en liet m’n hoofd in m’n handen zakken.
“Ik wou dat het allemaal wat gemakkelijker was. We zijn al zo lang vrienden.”
“Vriendschap is iets moois, Jake, maar niet als er zo’n kronkel in zit. Als ik me goed herinner vertelde je me dat de vriendschap al minder was geworden.”
Op de een of andere manier was me dat niet opgevallen toen Jim mij om hulp kwam vragen. Hij deed zo bezorgd voor me en bood z’n excuses aan voor het feit dat hij zo druk was geweest dat hij daardoor onze vriendschap veronachtzaamd had. Ik had me kennelijk weer om laten praten...
“Je hebt gelijk, John. Hij doet al een hele tijd erg afstandelijk tegen mij en opent zelden zijn hart als we als staf bij elkaar zijn of als we bidden.” “Wat verbergt hij denk je?”
“Hoe weet ik dat nou? Ik weet niet eens of hij iets verbergt!”
“Weet je dat niet,” vroeg hij en trok zijn wenkbrauwen op, duidelijk op een antwoord wachtend.
“Ik weet niet... Hij is duidelijk minder toegankelijk, ook voor de staf en de gemeente.”
“Ik heb gemerkt dat wanneer iemand afstandelijk begint te worden in z’n vriendschapsrelaties hij meestal iets te verbergen heeft. Wat ga je doen?”
“Ik weet het niet. Ik heb alles te winnen als ik hem steun en alles te verliezen wanneer ik dat niet doe.”
“Dus jij bent het centrum van jouw wereld net zoals Jim dat is van zijn wereld.”
Dat klonk niet zo goed. John vervolgde:”Ik weet dat dat nogal kras is uitgedrukt, Jake, maar laat je niet beetnemen. Als je deze reis wil maken, zal je eerlijkheid moeten stellen boven eigenbelang. Het is makkelijk om dingen ter wille van het instituut te bedekken, maar dat betekent wel dat je een stap doet op een route waar God niet is.”
“Maar ik heb deze baan nodig! In ieder geval totdat ik iets anders heb gevonden.”
“Er zijn ergere dingen, Jake, dan een baan verliezen. En het verandert niets aan het feit dat God het op Zich genomen heeft om voor je te zorgen.”
“Wat wil je daarmee zeggen? Dat ik gewoon weg moet gaan? Ik kan me geen leven voorstellen zonder deze gemeente. Ze is al zo lang mijn ‘thuisbasis’ geweest en ik ga dood zonder haar!”
“Ze willen dat je dat denkt, maar zo is het niet. Dat verklaart waarom iedereen zo venijnig te keer gaat. Ze vinden ook dat ze haar, de gemeente, niet zomaar kunnen opgeven, dus moeten ze ‘winnen’. Velen van Gods kinderen zijn in deze val gestapt. - Als we bang zijn het niet te zullen redden zonder het instituut, worden goed en slecht het raam uitgegooid. Het enige wat nog telt is dat we overleven. Deze redeneertrant heeft tot ongelofelijk veel pijn geleid in de kerkgeschiedenis.”
“Ik bedoel het niet zoals jij het verwoordt, John.”
“Dat wil ik best geloven, Jake, maar wat ik zeg is wel de waarheid. Als we gemeenteleven baseren op behoeftes, zijn we blind voor het echte werk van God in Zijn gemeente.”
“Wat bedoel je?”
“Waarom gaan de mensen bij jullie naar de kerk denk je?”
“Omdat er van ons verwacht wordt dat we met elkaar ‘fellowship’ zullen hebben. De kudde moet gevoed worden, we moeten rekenschap aan anderen afleggen en samen groeien in het leven van God. Wil je zeggen, dat dat niet goed is?”
“En als iemand nou niet meer komt, wat gebeurt er dan met hem?”
“Dan moet hij een andere lokale gemeente vinden en daar aktief lid worden, anders zal hij geestelijke armoe lijden of afdwalen van het geloof.”
“Luister nu eens naar wat jezelf zegt, Jake. Je gebruikt woorden zoals “nodig hebben’, “moet’ en ‘wordt verwacht’. Is dat het gemeenteleven waar God je voor geroepen heeft?”
“Ik denk van wel.”
“De bijbel gebruikt het woord ‘nodig hebben’ niet wanneer het gaat om de levende gemeenschap die God tussen gelovigen tot stand brengt. Wij moeten alleen afhankelijk zijn van Jezus! Hij is degene die we nodig hebben. Hij is degene die we volgen. Hij is de enige God die we vertrouwen en op Wie we in alles steunen. Als we het lichaam van Christus daarvoor in de plaats stellen, maken we er een afgod van, en je komt terecht in het warnet waar jij nu inzit. Religie houdt zichzelf in stand door te beweren dat we ons moeten houden aan de gedragscode van de kerk, anders zal ons iets ergs overkomen. - Het leven dat in het lichaam stroomt delen we met elkaar, niet omdat we dat moeten doen, maar gewoon omdat het wil stromen van de een naar de ander zoals Hij dat wil. Iedereen die bij God hoort zal dan die gemeenschappelijke levenstroom koesteren. En dat leven heeft niets te maken met strijden over wie er zeggenschap heeft in het instituut, maar daardoor zullen we elkaar gewoon helpen dieper in Hem te leven. Iedere keer wanneer we iets anders tussenbeide laten komen, zullen we ‘liefde’ gebruiken om onze haak in andere mensen te slaan. We zijn aardig tegen ze als ze zich houden aan de ‘cultuur’ van onze gemeente en ‘straffen’ hen die dat niet doen door hen links te laten liggen of door hen te laten merken dat hun houding niet deugt omdat zij zich niet conformeren aan de gedragscode van de gemeente.”
Er ging een lichtje bij me branden. Ik wist dat hij gelijk had.
“Hoe is het mogelijk dat ik dat niet eerder heb gezien, John? Aan het hele systeem zit een haak vast. We gebruiken zelfs zaken als ‘leerstellige eenheid’ als een middel om over anderen te heersen en zo verschil van mening de kop in te drukken. Aangezien de meeste mensen geneigd zijn zich alleen maar goed te voelen wanneer we hen een plezier doen, is het een natuurlijke zaak dat zij zich zullen conformeren aan ons onderwijs en onze programma’s. John, dit is afschuwelijk.”
John zat stil en liet deze ‘aha-erlebnis’ haar verdere werk doen. Ik kon niet geloven dat ik zo blind was geweest voor al die maniertjes om elkaar te manipuleren. Geen wonder dat ik steeds zo moe was geweest! Ik probeer aan hún verwachtingen te voldoen terwijl ik tegelijkertijd hén manipuleer om aan die van míj te voldoen. Ik had precies hetzelfde gedaan bij anderen als wat de voorganger nu bij mij deed. Ik deed het zelfs bij Laurie doordat ik de stress meenam naar ons huwelijk.
“Dit geldt voor bijna alles wat ik doe, John.”
“Ik weet het, maar denk eraan dat je niet de enige bent. Weet je nog hoe Jacobus en Johannes, Jezus’ eigen discipelen, intrigeerden om de belangrijkste posities te krijgen in Zijn Koninkrijk en ook hoe zij Gods kracht wilden gebruiken om de Samaritanen te straffen? Totdat je ontdekt hoe je God voor alles in je leven kunt vertrouwen, zal je voortdurend proberen anderen zover te krijgen dat ze doen wat jij wilt.”
“Wat moet ik doen, John? M’n baan opzeggen?”
“Ik denk niet dat het daarom gaat op dit moment, wel? Als ik jou was zou ik gewoon wat dichter tegen Jezus aanleunen en Hem vragen je te laten zien wat Hij wil dat je doet. Hij zal het je duidelijk maken, als je het tenminste niet gecompliceerder maakt door dingen te doen om jezelf te beschermen. Maak je niet druk om zaken als ‘wel of geen baan’, ‘vinden de mensen me aardig of niet’ en zelfs niet of je je reputatie al of niet zal verliezen.”
“Wie z’n leven wil behouden zal het verliezen, is dat het?”
“Om die woorden draait het als het gaat om leren leven in de realiteit van Jezus’ koninkrijk. En vergeet ook niet wat er na die woorden komt:’Hij die zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.’ Deze weg is zelden gemakkelijk, maar je zult merken dat de vreugde die je vindt door te leven in Zijn leven volkomen opweegt tegen welke pijn en moeite dan ook in het proces.”
“Maar als ik het nu eens bij het verkeerde eind heb?”
“Hoe ´het verkeerde eind´? Wil je gaan liegen alleen maar om je salaris te behouden?”
“Neen, natuurlijk niet, dat snap ik wel. Maar als ik het mis heb ten aanzien van de hele situatie en gewoon egoistisch ben?”
“Egoisme is wanneer je jezelf beschermt ten koste van iemand anders. Je baan op het spel zetten, en je reputatie en vriendschappen omdat je je geweten geen geweld wilt aandoen, klinkt mij niet bepaald als egoistisch in de oren.”
“Maar hoe kan ik nu weten of ik er geen puinhoop van maak?”
“Of jij er een puinhoop van maakt of niet, dat is niet waar het om gaat, wel? Ook niet of je zeker van je zaak bent. Je kan alleen maar verantwoording nemen voor wat jij denkt dat het beste is om te doen. Als je een fout maakt, zal je dat tijdig genoeg in de gaten hebben en daar kan je van leren. Je zal er in ieder geval door leren meer afhankelijk van Hem te zijn dan van wat jij de gemeente noemt. Niemand is volmaakt, Jake, en wanneer je stopt met de schijn op te houden zal je vrij zijn om Hem te volgen.”
John legde z’n arm op mijn schouder en verzekerde me dat hij voor me zou bidden. “Ik ga weer verder,” zei hij terwijl hij zich omdraaide en z’n rugzak op z’n schouders hees.
Ik keek op m’n horloge en kon m’n ogen niet geloven. Mijn vrouw is altijd een beetje zenuwachtig als ik alleen door de heuvels trek en ik had haar beloofd dat ik om 15.30 u. weer terug in de bewoonde wereld zou zijn om haar even te bellen. Met nog meer dan een dik uur lopen voor de boeg zou ik daar toch al te laat voor zijn en ik was bang dat ze de boswachterij erop uit zou sturen om mij te zoeken.
”Oh neen! Ik ben al bijna een uur te laat,” zei ik en haastte me om m’n spullen bij elkaar te rapen.”Ga jij terug naar Huntington?”
“Neen, ik ga naar het westen en blijf daar nog een paar dagen.”
“Ik veronderstel dat het niet helpt als ik je vraag of we elkaar binnenkort nog eens kunnen ontmoeten?”
“Wij kunnen dat geen van tweeen bepalen, Jake, en dat hoeven we ook niet te doen. Kijk eens wat er vandaag gebeurde. Als God groot genoeg is om ons midden in de Kaiser Woestijn, bij elkaar te brengen denk ik dat we het gerust aan Hem kunnen overlaten wanneer en waar we elkaar de volgende keer weer ontmoeten.” Ik had geen tijd om daarover met hem te gaan discussieren, dus we hugten elkaar en namen afscheid en ik liep de kant op waar het pad naar beneden begon. Het laatste wat ik van John zag was dat hij bezig was de rotsachtige heuvels ten westen van Nellie Lake te beklimmen.

Als ik had geweten wat me te wachten stond, denk ik dat ik bij het meer was gebleven.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina