Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina6/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

Hoofdstuk 6

Een liefhebbende vader


of een Goede Fee?
Het was nu al bijna twee maanden geleden sinds ik John voor het laatst had gezien aan de oevers van Nellie Lake, maar het leken wel jaren. De gemeentevergadering na onze ontmoeting was inderdaad mijn ‘Waterloo’ geworden. Ik had gehoopt dat mijn vriend, voorganger en baas tot bezinning zou zijn gekomen en op de vergadering de waarheid zou zeggen, of mischien meteen daarna. Maar dat deed hij niet. Hij gaf de voorkeur aan de gemakkelijke weg van de leugen ten koste van de vriendschap die we hadden gehad. Ik was geschokt!
Hij had me een ultimatum gegeven voordat de vergadering begon om of achter zijn verhaal te gaan staan of te vetrekken. Ik had bijna toegegeven maar uiteindelijk kon ik me er toch niet toe zetten om voor hem te gaan liegen. Ik laveerde wel zoveel mogelijk aan de rand van de waarheid als ik kon door te zeggen dat ik had gedacht dat hij wel achter het concert stond maar dat ik hem misschien verkeerd had begrepen. Zijn priemende ogen zeiden me dat mijn manoeuvre de toets niet had doorstaan. De volgende morgen spuwde hij me uit en beschuldigde me ervan dat ik onze vriendschap had verraden en eiste van me dat ik voor het einde van de dag mijn ontslagbrief aan hem zou geven. Toen hij was uitgesproken gaf ik hem die meteen: ik had hem uit voorzorg al meegenomen in m’n aktentas.
“Je hebt me zo teleurgesteld,”zei hij zonder me aan te kijken. “Je had zoveel potentie en nu heb je dat allemaal weggegooid! En waarvoor?”
Hij zei dat hij ervoor zou zorgen dat ik nog tot het eind van de maand uitbetaald zou krijgen en dreigde dat hij me kapot zou maken als ik over hem zou roddelen in de stad. Toen ik op het punt stond om weg te gaan, werd hij wat zachter. “Maar we zullen nooit vergeten wat je hier allemaal gedaan hebt en ik hoop dat je hier zult blijven komen om de genezing te ontvangen die je nodig hebt.”
Ik knikte toen ik wegging, volkomen van m’n stuk gebracht door zijn onbeschaamdheid. Wie wordt er nou genezen op de plek waar het ongeluk heeft plaatsgvonden? Voor genezing heb je een ziekenhuis of op z’n minst een arts nodig.
Toen we de volgende zondag niet met ons gezin de dienst verschenen, las Jim mijn ontslagbrief voor en, zoals ik later hoorde, hield hij een tirade van twintig minuten over het onbesproken karakter dat iemand in de bediening moet hebben. Hij zei dat ik had gelogen om hem in discrediet te brengen en zijn positie over te nemen. ‘Zwakke plekken in het karakter komen altijd naar boven in crisistijden,’ had eraan toegevoegd.
Ik was geschokt toen ik merkte dat hij zijn zonde had gebruikt om mij aan te klagen.
We werden door enkele vrienden opgebeld om ons te steunen en te zeggen dat zij ook weg gingen. Maar de meeste mensen uit de gemeente meden ons. In de daaropvolgende dagen had ik het heel erg moeilijk. Iedere keer wanneer we mensen uit de gemeente ergens tegenkwamen wendden ze hun hoofd af en deden net alsof ze ons niet zagen.
De zondagen daarop gingen Laurie en ik naar verschillende gemeenten in de stad en in het district waar we woonden, omdat we vonden dat we toch naar een gemeente moesten gaan, maar ons hart was er niet bij, omdat we nu wisten wat er zich ‘achter het gordijn’ afspeelde. Ik voelde me verlaten. Sommigen van hen die de gemeente tegelijk met ons hadden verlaten, hoopten dat ik een andere gemeente zou gaan opstarten, maar daar had ik absoluut geen zin in. Hoe langer ik wachtte, hoe flauwer hun contact met ons werd.
Ik probeerde mijn vroegere baan als makelaar in vastgoed weer op te pakken, maar dat ging niet zo makkelijk. De markt was slap en overal was er een overschot aan personeel. Ik begon m’n eigen kantoor maar mijn vroegere contacten hadden inmiddels een andee makelaar gevonden en het zag er allemaal dus niet bijster florisant uit.
Met weinig vrienden, geen baan, geen inkomen en een onzekere toekomst in het vooruitzicht, kwam ik tenslotte op de bodem van de put terecht. Dat gebeurde toen Laurie me op een morgen belde op mijn mobieltje en vertelde dat onze dochter op school een astma aanval had gehad en zojuist naar het ziekenhuis was gebracht. Ikhaastte me om haar daar te ontmoeten en plofte bijna uit elkaar van boosheid. Na alles wat ik voor God had gedaan vond ik dat Hij wel beter voor mijn gezin zou kunnen zorgen dan Hij nu deed. Ik kookte van binnen. Ik wist niet eens hoe ik de rekening van het ziekenhuis moest betalen omdat ik niet meer verzekerd was.
Je begrijpt nu wel waarom ik weg wilde rennen toen ik John die avond de cafeteria in het ziekenhuis binnen zag komen lopen. Het ging op dit moment wel wat beter met Andrea, maar ik was woest en had geen behoefte aan God in deze situatie.
Wat had ik verkeerd gedaan dat mijn dochter zo moest lijden?
Ik was de cafeteria binnen gevlucht om even een kop koffie te pakken, een tijdschrift te lezen en even niet te hoeven denken aan alle narigheid die over me heenkwam. En op dat moment stak John zijn hoofd om de hoek van mijn ‘privé heiligdom’. Hij liep naar mijn tafel en ik wilde hem echt op z’n gezicht slaan als hij het waagde om dichterbij te komen. Ik wist natuurlijk wel dat ik dat niet zou doen. Ik ben van karakter niet gewelddadig, in ieder geval niet aan de buitenkant...waar iedereen het zou kunnen zien. Ik hoopte dat hij mijn lichaamstaal zou zien en gewoon door zou lopen, maar hij kwam recht op mij af. Tenslotte stopte hij achter de stoel tegenover me en stond op het punt die naar zich toe te trekken.
“Vind je het goed dat ik bij je kom zitten?”
‘Natuurlijk niet! Ga weg man! Ik heb niets anders dan narigheid gehad vanaf de dag dat ik je heb ontmoet!’ had ik willen zeggen.
Maar mijn ‘aardige’ filter polijste die reactie voordat die mijn mond uitkwam. Wat eruit kwam was:”Ik denk dat ik even alleen wil zijn.”
Hij scheen verbaasd te zijn. Zachtjes schoof hij de stoel weer onder de tafel en met zijn zachte stem zei hij:”Dat is prima hoor, Jake. We kunnen een andere keer wel praten.” Ik keek op en slaakte een diepe zucht toen hij om de tafel heen liep en zijn hand op mijn schouder legde. Hij kneep er even vriendschappelijk in en zei:”Ik wilde alleen maar even zeggen hoe erg ik het voor je vind wat je allemaal moet doormaken. Ik geef echt om je.” Hij gaf me nog een klopje op m’n rug en liep naar de deur.
Ik keek hem woedend na terwijl hij wegliep. Er was strijd binnen in me. Het grootste deel van me was zo boos dat ik hem kon kelen als hij nog een woord zei, maar een klein en dwingend deel van me wilde weten wat hij zou zeggen over de moeilijkheden waar ik nu mee te kampen had. Als hij door die deur wegging zou ik niet weten wanneer ik hem ooit weer zou zien. Toen hij z’n hand op de deurknop legde hoorde ik mezelf roepen: ”John, wacht even!”
Hij draaide zich om, bleef met z’n rug tegen de geopende deur staan en keek achterom.
“Sorry, dat ik zo onbeleefd deed daarnet. We kunnen wel even praten als je wilt.”
“Weet je het zeker, Jake? Soms is het beter om even alleen te zijn op zulke ogenblikken als deze.”
“Ik ben het zat om alleen te zijn..” Mijn woorden stierven weg in een ongecontroleerde snik diep uit mijn keel. Ik kon geen woord meer uitbrengen toen de tranen en het snikken uit een nog niet aangeboorde bron begonnen te stromen. Toen John naar me toe kwam lopen voelde ik me opgelaten en stom tegelijk. Ik was nooit iemand geweest die snel huilde, zelfs al ging het nog zo beroerd. Ik probeerde te stoppen maar het lukte niet en John ging achter me staan en legden zijn handen op mijn schouders.
“Het is okee,” zei hij terwijl hij zachtjes in mijn schouders kneep. “Het komt wel goed.” Ik had het idee dat hij fluisterend aan het bidden was, maar ik was zo aan het snikken dat ik niet verstond wat hij zei. Waar kwam dit allemaal vandaan?
Het duurde ongeveer vijf minuten voordat ik mezelf weer was, al voelde het als twintig minuten. Met moeite bracht ik een “sorry” eruit, maar hij bleef maar zeggen dat hij alle tijd had. Ik heb me nooit op m’n gemak gevoeld tussen mensen die zo emotioneel waren als ik nu was, maar John scheen daar geen moeite mee te hebben. Geruststellende woorden sprekend wachtte hij tot de pijn in m’n binnenste afzwakte.
Toen dat tenslotte gebeurde ging hij naast me zitten. Ik probeerde niet eens meer mijn boosheid te verbergen. Hoe was het mogelijk dat God deze afschuwelijke dingen toeliet terwijl ik zo m’n best had gedaan om pal voor Hem te staan. En waarom liet Hij mijn lieve kleine meid zo lijden. En ik zou de rekening van het ziekenhuis met geen mogelijkheid kunnen betalen. Ik had God gesmeekt haar te genezen, voor m’n gezin te zorgen en m’n gewezen vriend te straffen voor alles wat hij had gedaan om mij pijn te doen. Het laatste gebed was wel wat verdacht, vond ik, maar David had het vaak genoeg gebeden in de Psalmen.
“En op jou ben ik nog het meest kwaad! Vanaf het moment dat je in mijn leven bent komen binnenwaaien is alles ingestort. Ik ben nog nooit zo gefrustreerd geweest over mijn geestelijke leven of buiten de gemeente gesloten geweest als de laatste tijd. En nu heb ik geen eens een inkomen! Wat is het leven in Christus toch geweldig!”
John hapte niet. Hij leunde naar achteren en keek me alleen maar aan met die doordringende ogen van hem die ik voor het eerst had gezien toen, in San Luis, op straat. Ik wou dat hij net zo kwaad was als ik en dat hij zich zou verdedigen. Maar dat deed hij niet. Hij zat met z’n rechterhand onder zijn kin en zuchtte. “Ik weet dat het niet eenvoudig voor je is, Jake! Dat zijn zulke tijden nooit. Probeer eraan te denken dat je midden in het verhaal zit en niet aan het eind ervan.”
“Wat bedoel je daar nu weer mee?”
“God is iets aan het doen in je. Hij is bezig de diepste gebeden die je ooit hebt gebeden te beantwoorden. Ja, dat proces brengt een ongelofelijke pijn in je leven teweeg, maar Hij heeft je niet verlaten, Jake. Verre van dat! Hij houdt je steviger vast dan ooit.”
“Nou, zo voelt het in ieder geval niet. Het voelt alsof Hij elk wapen tegen me in stelling heeft gebracht.”
Toen, na een korte pauze, kwam mijn cynische kant naar boven:”Ik weet het... het gaat niet om wat je voelt.”
“Integendeel, je gevoelens zijn wel belangrijk! Maar dat jij niet voelt dat Hij je vasthoudt wil nog niet zeggen dat Hij dat niet doet. Het wil alleen maar zeggen dat jouw gevoelens afgestemd zijn op de verkeerde frekwentie. Ik weet niet of dit wel het beste moment is om het te zeggen, maar God wil je helpen wat dingen te zien die jou voortdurend op het verkeerde been zetten.”
“Nou, dan denk ik dat ik niet het meest op jou boos ben: ik ben kwaad op Hem! Ik voel er niets voor dat Hij mijn leven als een voetbal gebruikt waartegen andere mensen naar believen kunnen aantrappen.”
“Maar zo is Hij ook niet. Ik weet dat het voelt alsof alles wat je dierbaar was van je is afgenomen en in veel gevallen is dat ook zo. Ga nu niet denken dat Hij dit allemaal in werking heeft gezet voor een hoger doel. Je hebt gevraagd Hem te mogen leren kennen zoals Hij werkelijk is en dat gebed heeft altijd gevolgen. Het is altijd gemakkelijker om mee te drijven met de cultuurstroom, zelfs op religieus gebied, dan te ontdekken wie God echt is en hoe Hij met jou wil wandelen.”
“Maar toen wist ik tenminste hoe ik m´n rekeningen moest betalen,”vuurde ik terug.
“Althans, dat dacht je.”
Ik zuchtte diep en keek hem kwaad aan. Daarom had ik zo´n hekel aan onze gesprekken. Hij kon van die opmerkingen maken waar ik nog dagen daarna over zat na te denken - soms zelfs weken – me afvragend wat hij nu eigenlijk bedoelde. Hij legde het niet uit tenzij ik hem erom vroeg. En ik wist niet zeker of ik meer wilde horen. Ik worstelde ermee of ik het aan hem moest vragen, of gewoon zeggen dat ik weg moest om Andrea weer op te zoeken.
De stilte bleef een tijd tussen ons in hangen. Ik was vast besloten om het niet te vragen en ook niet om hem weer een opening te geven.
Tenslotte hield John zijn hoofd wat schuin met een lichte glimlach op zijn lippen:”Maar je bent altijd gefrustreerd, nietwaar?”
“Wanneer? Waarover?”
“Over het religieuse spelletje dat je ‘moet’ meespelen.” John maakte twee aanhalingstekens in de lucht. “Dat heeft je nooit voldoening gegeven, wel? Ging je niet iedere avond naar bed met de frustratie dat God nooit deed wat je van Hem verwachtte?”
“Niet altijd,” antwoordde ik, terwijl ik terugdacht aan de aflopen jaren. “Ik kan me herinneren dat ik ook ongelooflijke fijne momenten heb gekend omdat God zo goed voor me was geweest.”
“Dat geloof ik graag. Maar duurde dat lang?”
“Neen... en daar word ik nou zo gek van. Net wanneer ik denk dat het allemaal lekker gaat, glipt het uit m’n handen. Ik wil de echtheid van het christenleven ervaren! Zoals ik erover lees in de bijbel. Ik snap het niet. Zelfs toen ik jou leerde kennen begon het zo veelbelovend en nu is het net zo frustrerend geworden als al het andere waar Gods naam aan verbonden is.”
“En hoe komt dat, denk je?”
“Luister John, als je me wat wil zeggen, zeg het dan. Ik heb geen energie meer voor woordspelletjes met je.”
“Sorry, Jake,” zei John en pakte m’n arm vast. “Ik zou zulke spelletjes nooit met jou spelen.”
“Wat is er dan aan de hand, John? Na alles wat ik de afgelopen maanden heb gedaan om in het reine te komen met God, zou ik mogen verwachten dat Hij toch wel iets beters voor me had dan dit. Ik heb geen baan. Mijn reputatie is naar de knoppen, door mensen met wie ik meer dan twintig jaar heb opgetrokken. Laurie en ik vliegen elkaar naar de keel en mijn dochter is vandaag bijna dood gegaan.”
“Dus jij vindt dat God je wat beters verschuldigd is?”
“Niet dan? Waarom zou ik zo m’n best doen om Hem te volgen als Hij toch niets om me geeft?”
“Dus dát is het,” antwoordde John en leunde achterover in zijn stoel. “Jij bent opgegroeid met het idee dat jouw goedheid bepalend is voor de manier waarop God je behandelt. Als jij jouw aandeel doet, moet Hij het zijne doen.”
“Is dat niet zo dan?”
“Jake, God doet zijn aandeel altijd. Hij houdt meer van jou dan wie dan ook dat ooit zou doen. En Hij zal zijn handen nooit van je aftrekken. Soms werken we met Hem samen en soms ook niet en dat kan invloed hebben op hoe de dingen lopen. Maar je moet niet denken dat jij kan bepalen wat God moet doen, want zo werkt het niet. Als wij God zouden kunnen voorschrijven wat Hij moet doen, zou Hij als een van ons zijn. - Zou het niet beter zijn als we Hem zijn gang laten gaan met ons zodat we op Hem zullen lijken?”
“Maar kijk nu eens in wat voor moeilijkheden ik zit, John! Ik heb gewoon geprobeerd te doen wat goed is en het heeft me geen zier geholpen.”
“Toch wel, maar op een manier die je nu nog niet ziet. God is je aan het vrijzetten van de dingen die jij voorheen altijd gebruikt hebt om daar je zekerheid in te vinden. Je belemmerde God de Vader voor je te zijn waarnaar jij zo verlangde – dat wist Hij – maar je had valse verwachtingen van Hem. En die kwijtraken is altijd pijnlijk en ik weet dat je op dit moment tegen verschillende van die valse verwachtingen aanloopt. Maar je hebt het verkeerd als je denkt dat God zich tegen jou heeft gekeerd of dat Hij op de een of andere manier je negeert.”
“Wat kan ik anders denken? Ik dacht dat God me wat dingen aan het duidelijk maken was en ik dacht dat het me meer vreugde en vrede zou brengen. Ik dacht dat anderen het net zo fijn zouden vinden als ik. Maar ik heb gemerkt dat dat niet zo is en ik vraag me af of ik me niet heb laten beetnemen. Als dit God was, denk je dan niet dat het allemaal beter zou gaan?”
“Jazeker, en ik denk dat het ook beter is gegaan.”
Ik kon me nauwelijks inhouden. “Hoe kan je dat nou zeggen? Ben je idioot of zo? Zie je niet waar ik allemaal door heen ga?”
“Ik geef toe dat je omstandigheden veel beroerder zijn geworden. Maar dat is niet het enige waarnaar we moeten kijken. Je loopt nu op een nieuwe weg, maar je kijkt nog steeds naar de oude verkeersborden. Ik denk dat God wil dat je weet dat die oude verkeersborden niets anders zijn dan mythen die gebruikt worden om een stervend systeem overeind te houden. Die werken niet echt...zoals jij nu merkt.”
“Wat voor mythen?”
“Om er eentje te noemen: jij denkt dat lijden een teken is dat God niet tevreden over je is. Maakte Job niet dezelfde fout? Lijden heeft vaak te maken met Gods werk om ons van iets te bevrijden, zodat we Hem op een diepere manier kunnen volgen en omarmen. In Hem wandelen, leven in Hem, zal altijd inhouden dat het anders is dan we verwacht hadden. Je moet niet verwachten dat je omstandigheden zich zullen aanpassen gedurende deze reis. Ze zullen er bij iedere bocht van je weg tegenin gaan. God wil je leren hoe je hierdoor heen kunt gaan met Hem, zodat je een vreugde en vrede zult ervaren die boven de omstandigheden uitstijgt.”
“Maar heeft God niet beloofd dat Hij degenen die Hem volgen zal zegenen?”
“Zeker is dat de vrucht ervan, maar Hij definieert die zegeningen niet in jouw terminologie. Hij leidt je op een reis die grootser is dan je kan bevatten. Blijf Hem volgen en je zal absoluut verbaasd staan over Hem. Het moeilijkste aspect op deze reis is de illusie loslaten dat jij kan bepalen hoe je leven verloopt of dat je God zo kan manipuleren dat Hij je zal zegenen.”
“Je zei dat zeker met het oog op het betalen van mijn rekeningen, niet?”
“Ja. God zal voor je zorgen. Dat heeft Hij altijd gedaan, alleen besefte je dat niet. Het feit dat je geen verzekering en geen baan hebt waar je op terug kan vallen, wil nog niet zeggen dat Hij je in de steek heeft gelaten.- Het feit dat anderen je reputatie stuk maken wil niet zeggen dat zij het laatste woord hebben. God is geen ‘goede fee’ die met een toverstaf zwaait en alles verandert zoals jij het wil hebben. Je zal niet ver komen als je vraagtekens zet bij Zijn liefde voor jou, iedere keer wanneer Hij niet tegemoet komt aan jouw wensen. Hij is je Vader. Hij weet veel beter wat je nodig hebt dan jij. Hij kan veel beter voor jou en je gezin zorgen dan je nu beseft. Hij leidt je binnen in Zijn leven en in plaats van je te redden uit al die dingen die je nu doormaakt, heeft Hij ervoor gekozen ze te gebruiken om je laten zien wat echte vrijheid en leven inhouden.”
“Dus Hij vindt het fijn als ik lijd?”
“Ik vertrouw erop dat je wel beter weet. Hij vindt het net zo erg als jij. Hij zou niet anders kunnen. Hij houdt van je. Hij doet jou dit niet aan. Hij werkt door middel van de gebrokenheid van deze wereld heen om iets groters in je bewerken. Wanneer je dit eenmaal weet, zal zelfs de angel uit moeilijke omstandigheden gehaald worden. Je zal Hem midden in de storm ontmoeten en zien hoe Hij zijn doel bereikt zonder dat jij je ermee bemoeit. Hier begint Zijn leven pas echt vaste voet in je te krijgen.”
“Ik denk dat ik er liever voor kies om gewoon gelukkig te zijn,” zei ik quasi grinnikend. Het was mijn eerste poging om humoristisch te klinken in al die dagen en het voelde wel goed.
“Maar ‘geluk’ is een erg goedkope vervanging voor het veranderd worden naar Zijn beeld, vind je ook niet?”
“Ja, dat is zo. Maar het is allemaal niet makkelijk.”
“Niemand heeft dat ook beweerd. Maar je maakt het alleen maar moeilijker voor jezelf als je denkt dat God tegen je is! Als je er nu eens van uitgaat dat Hij met je is in al deze dingen, bezig je te leiden naar het leven waarom je Hem zo gesmeekt hebt?”
Daar moest ik even over nadenken. “Dan zou ik zeker niet zo van m’n stuk zijn.”
“Precies. En je zou nog steeds kunnen genieten van Zijn aanwezigheid terwijl Hij Zijn plan met jou aan het uitwerken is. Je mist wat alle schrijvers van het Nieuwe Testament verklaarden: God brengt het lijden niet over ons, Hij gebruikt het om vrijheid te brengen in het diepste van ons wezen. Als je samen met Hem hierdoor heen gaat, in plaats van Hem weg te duwen vanuit gevoelens van schaamte en schuld, zal je verbaasd staan over wat Hij gaat doen.”
“Maar ik weet nog steeds niet hoe ik de rekening van het ziekenhuis moet betalen!”
“Maar Hij weet dat wel, Jake! En Hij werkt daar al aan. Dat jij dat nog niet ziet, verandert daar niets aan.”
“Dat zou ik ook vinden als ik niet zou hoeven toekijken hoe mijn dochter lijdt. Ik kan me niet voorstellen dat Hij haar ziek heeft gemaakt om iets in mijn leven te kunnen doen.”
“Daar heb je gelijk in. Andrea heeft haar eigen reis met God en Hij zal ook samen met haar er door heen gaan. Je kan niet voorkomen dat zij lijdt en haar strijd is niet iets dat God gedaan heeft om door te dringen tot jou. Maar ik denk dat je haar nooit meer zal zien lijden aan astma.”
“Echt niet? Waarom zeg je dat?”
“Toevallig was ik vandaag in het ziekenhuis om een vriend van me op te zoeken die terminaal is. En zo kwam ik te weten dat jij hier was. Ik zag dat jij en je vrouw woorden hadden met elkaar toen julllie op de gang stonden, bij de kamer waar Andrea ligt.”
Meteen gingen mijn gedachten terug naar die felle woordenwisseling. We waren allebei gestresst en begonnen tegen elkaar uit te vallen. Ik kromp ineen bij de gedachte dat John ons gezien had. “Dat zag er niet best uit, wel?”
“Maak je daar maar geen zorgen over, Jake. Jullie hebben het allebei moelijk en ik ga zeker niet over jullie oordelen. Ik dacht alleen maar dat het niet zo’n geschikt ogenblik was voor mij om ertussen te komen. Ik ben wat later teruggegaan om te kijken of ik een van julie beiden zou aantreffen en vond Andrea alleen in haar kamer, terwijl ze lag te happen naar adem. Haar ogen stonden wijd open van de angst. Ik ben naar haar toe gelopen en vroeg of ik met haar mocht bidden. Ze knikte en dus deed ik dat. De tijd zal het uiteraard leren, maar ik denk dat haar astma verdwenen is.”
“Heb je haar genezen?”
“Alsof ik dat kan! Neen, maar ik ben er vrij zeker van dat God het gedaan heeft.”
“Echt waar? Ik heb wel duizend keer voor haar genezing gebeden en Hij deed het niet voor mij.”
“Wie zegt dat Hij niets deed? Ik heb mijn gebed gewoon gevoegd bij die van jou.”
“Maar waarom deed Hij het niet een van die duizenden keren dat ik het Hem vroeg?”
“Omdat jij daar geen zeggenschap over hebt, Jake, en ik ook niet! Genezing is geen magie. In het proces om in Hem te leren leven, leren we samen met Hem te werken in wat Hij aan het doen is. Ik bad alleen maar voor haar dat ze beter zou kunnen ademhalen en Gods vrede over haar zou komen, maar ik ben ervan overtuigd dat God meer deed dan dat.”
“Hoezo?”
“Ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen, maar ik voelde dat de astma uit haar ging. En ik denk dat zij het ook merkte. Haar ademhaling werd net zo vrij als die van jou. De angst in haar ogen was weg, ze glimlachte en ze zonk met een diepe zucht weg in haar kussens.”
“Daarom sliep ze dus toen ik even later bij haar kwam. We dachten dat de medicatie eindelijk aansloeg.”
“Ik denk dat die ook zeker geholpen heeft, maar God besloot nog iets extra’s te doen.”
“Het zou geweldig zijn als het waar is. Ik vind het verschrikkelijk om haar zo te zien lijden. Maar wat jij me wil zeggen is dat ik gewoon blij moet zijn met wat God ook maar doet en hoe Hij het ook maar wil doen?”
“Dat zei ik niet, Jake. Ik probeer je alleen maar te helpen zien wat God kan doen in de situatie waarin jij je bevindt. Je hoeft voor Hem niet te doen alsof. Je stuit hier op een paar eerlijke vragen en een stuk pittige strijd waar je mee in het reine moet komen. God is groot genoeg om daar iets mee te doen. Ren niet weg voor de pijn en probeer het ook niet voor Hem te verbergen. Dat heeft geen zin en het helpt je ook niet. Ga met je boosheid naar God toe. Hij weet hoe Hij je hierdoor heen moet helpen en je Zijn glorie kan laten zien op een manier waar je nog niet eens van gedroomd hebt.”
Op dat moment zwaaide de deur van de cafeteria weer open. Een verpleegster liet haar ogen het zaaltje rondgaan. “John...?”
“Ja,” riep hij terug.
“Je zei dat je graag wilde weten of er verandering is gekomen in de toestand van meneer Phillips. Ik denk dat het nu aan het aflopen is.”
“Okee, dankjewel. Ik kom eraan.” Toen wendde hij zich tot mij. “Ik moet gaan. Waarom ga je niet even bij Andrea kijken? En probeer zelf ook wat te gaan slapen.”
“ Maar ik weet niet zeker of ik het nu allemaal snap.”
“Dat zal je ook over een paar minuten of zelfs uren nog niet. Deze reis duurt je hele leven lang, Jake, leren de illusie los te laten dat je alles in de hand moet hebben en tegelijkertijd leren God zijn gang te laten gaan is voor geen van ons allen eenvoudig. Dit is nog niet de laatste les.”
“Maar ik weet nog steeds niet hoe het nu met m’n baan moet, of met de gemeente of wat dan ook,” zei ik, in gedachten mijn waslijst met onopgeloste problemen aflopend. Ik wilde dat John mij wat aanwijzingen zou geven.
“Mag ik je een vraag stellen, Jake. Kom je vandaag iets tekort om deze dag door te komen?”
“Ik heb een baan nodig. Ik moet deze rekening betalen.” Ik gebaarde naar het ziekenhuis om ons heen.
“Of heb je misschien het vertrouwen nodig dat zegt dat je Vader hiervan afweet en genoeg van je houdt om er iets aan te doen? Je hebt alles wat je nodig hebt voor vandaag. Je hebt nog niet wat je nodig hebt tot aan het eind van de maand. Maar dat duurt nog even.”
“Daar heb je gelijk in,” moest ik toegeven.
“Dat is alles wat Hij ons heeft beloofd, Jake. Als je elk moment op Zijn liefde vertrouwt, zal je werkelijk weten wat het is om vrij te leven.” John maakte aanstalten om op te staan en ik stond ook op om hem een hug te geven voordat hij wegging.
“Maar hoe kom ik aan dat soort geloof?”
“Dat vind je niet ergens. Het is iets dat Hij in je schept, zelfs in de omstandigheden die jij zo verafschuwt. Blijf gewoon tot Hem komen en kijk dan wat Hij gaat doen. Hij is de Vader die jou beter kent dat jij jezelf kent en zelfs meer van je houdt dan jij van jezelf houdt. Vraag Hem je te helpen zien hoeveel Hij van je houdt. Daar draait het allemaal om.”
Hij wees naar de deur:”Ik moet gaan.”
We omhelsden elkaar en hij liep naar de deur. Ik pakte m’n spullen bij elkaar en volgde hem. Ik wilde meteen naar Andrea gaan kijken. Terwijl ik in de richting van haar kamer liep, nam ik het besluit dat ik in het vervolg ervan uit zou gaan dat de liefde van mijn Vader in elke situatie bij mij zou zijn, en ik besloot daar geen vraagtekens meer bij te zetten.
Ik kon op dat ogenblik nog niet vermoeden hoe erg ik dat nodig zou hebben.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina