Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina9/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Hoofdstuk 9

Wat voor etiket je er ook opplakt...


“Dus jij denkt echt dat deze John een van de oorspronkelijke discipelen is,” vroeg Ben en leunde achterover.
“Wie zei dat,” vroeg ik, me van het raam afkerend en de kamer inkijkend.
Ben keerde zich naar m’n vrouw, Laurie, die me wegwuifde met een glimlach. “Dat heb je wel steeds gedacht, Jake.”
“Nou dat klinkt nogal belachelijk, vind je ook niet?” Ben keek me meesmuilend aan. Wij hadden samen een huiskring geleid toen we nog in de City Center Gemeente zaten. Hij had me opgezocht toen ik ontslagen was en me gepolst of ik een huisgemeente wilde starten. Hij was een goedgehumeurde plaaggeest en ik hoefde hem geen verdere munitie te geven.
“Dat ben ik met je eens, maar je had er bij moeten zijn toen ik hem voor de eerste keer ontmoette. Het was wel vreemd. Meteen daarna moest ik eraan denken dat Jezus tegen Petrus had gezegd, dat hij zich niet moest spiegelen aan John, ook niet als Hij hem zou laten leven totdat Hij terug zou komen. Ik telde gewoon één plus één op...”
“En toen kwam er twaalf uit,” zei Ben en barstte in lachen uit, net zoals de anderen in de kamer. We zaten daar met ongeveer twintig mensen te wachten tot John zou komen. Sommigen zaten in de voorkamer terwijl anderen druk bezig waren in de keuken en schalen naar de patio brachten, waar we allerlei eten hadden klaargezet. John had me drie dagen geleden opgebeld en verteld dat hij in de stad zou zijn en ‘of hij langs zou kunnen komen op onze huisgemeenteavond’.
“Hoe denk je nu over hem?”
“Om je de waarheid te zeggen, doet dat er nu niet meer zo toe voor mij. Wie hij ook is, ik ben ervan overtuigd dat hij de Vader kent die ik wil leren kennen en hij volgt de Jezus die ik wil leren volgen. Hij heeft me geholpen de dingen die al jaren in m’n hart branden toe te passen in m’n leven.”
Deze groep wist van mijn gesprekken met John, want we hadden het daar vaak over gehad als we samenkwamen. Ze zagen er erg naar uit hem te ontmoeten en ik was een beetje bezorgd dat zij misschien niet zo enthousiast over hem zouden zijn als ik.
“Maar het lijkt me beter dat we dat niet ter sprake brengen,” zei ik smekend. “Hij neemt nog wat andere mensen mee en ik wil hem niet in verlegenheid brengen.”
“Wie neemt hij mee/” vroeg Bens vrouw, Marsha, in wiens huis we waren.
“Dat heeft hij niet gezegd, maar ik denk ‘hoe meer zielen hoe meer vreugd’.”
Ik hoorde het geluid van het dichtslaande portier van een auto en keek naar de straatkant. “Daar is hij,” zei ik. “En het lijkt erop dat hij een jong stel bij zich heeft. Ze halen net een baby uit het kinderstoeltje op de achterbank.”
“En er zijn geen andere kinderen hier ....,” zei Marsha enigszins teleurgesteld. “We hadden de kinderen ook moeten laten komen.”
We hadden besloten om een oppas te vragen voor onze kinderen en ik was vergeten dat tegen John te zeggen.
De anderen hadden ook gemerkt dat hij eraan kwam en steeds meer mensen kwamen naar de voorkamer. John zwaaide naar me door het raam. Ik keek wie er achter hem aankwamen en zag Diana en de man die met John had gesproken toen ik hem in het winkelcentrum had ontmoet. Waarom heeft hij hen meegenomen?
Ben deed de voordeur open en liet ze binnen. Voordat ik bij hem was stak John zijn hand al uit. “Ik ben John en dit zijn vrienden van me. Dit is Jeremy, zijn vrouw Diana en hun zoontje Jason”. Jason kroop wat verlegen tegen Diana’s schouder aan.
“Ik heet Ben,” stelde Ben zich voor en naar de andere kant van de kamer wijzend,”dat is mijn vrouw, Marsha. We vinden het fijn dat je gekomen bent.” Ze kwamen de kamer binnen en de anderen stelden zich allemaal aan hem voor. Mijn vrouw liep naar Diana toe en begroette haar en haar man. Ik voegde me bij hen nadat ik John had begroet. Diana keek me aan toen ik naar haar toeliep. “Ik hoop dat je het niet erg vindt. Jeremy en ik hebben heel wat meegemaakt sinds ik met jou heb gesproken. John dacht dat het goed voor ons zou zijn om met mee te komen.”
“Ik ben blij dat je er bent,” zei ik hoewel ik wat anders voelde dan dat ik zei. “ik vond het zo naar voor je toen je zo overhaast weg liep.”
“Dat weet ik. Ik handelde impulsief toen ik je daar zag en naderhand voelde ik me zo dwaas. Op hetzelfde moment dat ik met jou sprak ontmoette John Jeremy. Vanaf dat moment is John een vriend van ons geworden en heeft hij me geholpen met wat dingen waar ik mee zat en laten zien dat God groter is dan het onrecht dat anderen me hebben aangedaan.”
We voegden ons bij de anderen in de kamer en ik zag dat Laurie zich over hen ontfermde. Marsha dirigeerde ons naar buiten toe waar de anderen al stonden te wachten.
Toen we met z’n allen bij de tafel met eten stonden zei ik:”Ik wil John graag aan jullie voorstellen. Ik heb je al veel over hem verteld, maar ik ben God ontzettend dankbaar dat Hij John op mijn pad heeft gebracht. Onze relatie is wat vreemd, omdat hij binnen komt waaien en weer verdwijnt zonder dat ik daar enige invloed op heb. Maar hij heeft me enorm geholpen.” Ik keerde me naar hem toe en zei:”John, zullen we gewoon wat gaan eten met elkaar en ondertussen met je babbelen? Wat vind je daarvan?”
“Dat klinkt mij als ‘gezin’ in de oren,” glimlachte John. “Maar voordat we dat gaan doen, zou ik graag Jermey, Diana en kleine Jason aan jullie willen voorstellen.” Hij wees naar ze en noemde hun namen. “Ik heb ze een paar maanden geleden voor het eerst ontmoet en ze hebben een frisse herstart gemaakt om Jezus te volgen en ze wilden graag anderen ontmoeten die ook op deze reis zijn.”
Ben zette een koortje in om God te danken en zei toen dat John, Jeremy en Diana het eerst naar de tafel mochten gaan. John sloeg dat af en zei dat ze wilden dat ze gewoon met z’n allen een grote familie zouden zijn, en geen speciale gasten. We probeerden hem te overtuigen, maar na wat geharrewar hierover gaven we het op en vormden een rij. Ik zag dat John stond te wachten en glipte naast hem. “Weet je zeker dat het verstandig was om Diana mee te nemen,” fluisterde ik. “Waarom niet? Ik denk dat jullie allemaal een grote steun voor haar kunnen zijn.”
“Dat waardeer ik, maar door haar hier te brengen worden zoveel dingen uit het verleden weer opgerakeld.”
“Is dat zo erg?”
“Ik weet het niet. Ik word daar liever niet aan herinnerd.”
John glimlachte. “Dit gaat niet om jou, Jake. Bescherm jezelf niet ten koste van iemand anders. Dan ontneem je Jezus de gelegenheid om iets moois in jullie beiden te doen.” Daarbij klopte hij me vriendschappelijk op de rug en gebaarde dat ik op kon schuiven in de rij voor het eten en ik merkte dat wij de laatsten waren. Nadat ik m’n bord had gevuld liep ik terug naar de vier tafels die in een grote rechthoek waren geplaatst zodat we gemakkelijker met elkaar zouden kunnen praten. Ik zag dat Laurie bij Jeremy en Diana zat. Ik zuchtte en bedacht dat dit wel een lange avond zou kunnen gaan worden en zwaaide naar John om bij ons te komen zitten.
Het kennismaken met elkaar ging verder en de mensen kregen in een paar minuten meer informatie uit John dan ik in twee jaar had gekregen. Hij was aan de andere kant van de oceaan geboren en woonde sinds kort in Noord Californie, maar hij reisde vaak. Hij was getrouwd geweest, maar ze hadden nooit kinderen kunnen krijgen en nu was hij weduwnaar.
Toen ze vroegen wat hij voor de kost deed, zei hij dat hij diverse dingen had gedaan, nu dit dan dat, maar dat hij nu de meeste tijd besteedde aan het helpen van andere mensen om dichter bij Jezus te wandelen.
Ik zag ook dat hij soms naar anderen verwees als hem iets gevraagd werd en voordat we klaar waren met eten wist hij al aardig wat van de anderen.
Jason begon een beetje hangerig te worden op Diana’s schoot en ik kon aan de ogen van sommige mensen zien dat ze zich daar wat aan begonnen te storen. Ik zag ook dat Diana bijna niet gegeten had. John merkte dat ook en vroeg of hij Jason even bij zich mocht nemen en liep toen terug naar z’n stoel Jason in z’n armen wiegend.
“Hebben jullie geen kinderen, of had ik voor een oppas moeten zorgen,” vroeg Diana.
Laurie reageerde meteen:“Oh neen, het is prima hoor. We hebben heel wat kinderen samen, maar we dachten dat het ons wat meer vrijheid zou geven om te praten met elkaar als we niet afgeleid zouden worden.”
“Oh sorry, dat wist ik niet...”
“Het is niet erg hoor. We zijn blij dat je er bent en ook dat Jason er bij is,”onderbrak Marsha. Jason had zich in Johns armen genesteld en keek gebiologeerd naar de lepel waarmee John hem wat bezighield.
Terwijl ik zat na te denken over hoe we het gesprek wat meer inhoud zouden kunnen geven zei John:”Ik geloof niet dat we kinderen moeten zien als afleiders. Jezus deed dat niet. Ze voelden zich tot Hem aangetrokken en Hij vond dat heerlijk. Toen anderen hen probeerden weg te sturen, zei Hij dat ze dat niet moesten doen. Als we de kleinsten met hun zwakheden niet kunnen hebben, zijn we misschien ook niet klaar om met elkaar om te gaan en elkaars zwakheden te verdragen.”
“Wat moeten we dan doen met de kinderen,” vroeg Ben. “Dat is voor ons hier de grote vraag.”
“Zijn julie als gezin bij elkaar geweest met Pasen?”
“Jazeker. We hadden een groot feest hier met z’n allen. We waren met ongeveer 50 personen.”
“Toen jullie het planden was er toen iemand die vroeg wat er met de kinderen ging gebeuren?”
“Neen,” Ben grinnikte. “Ze horen er gewoon bij.”
“Waarom zou het dan anders zijn in Vader’s gezin?”
Ben aarzelde even en dus zei Masha:”Omdat we proberen een samenkomst met elkaar te hebben en de kinderen vervelen zich dan toch maar. Ik denk wel dat we moeten zorgen dat er ook voor hen iets is.”
“Misschien moet je dan niet zo je best doen om een samenkomst te hebben,”zei John, terwijl hij nog steeds met Jason aan het spelen was. “Wees gewoon gezin met elkaar en laat hen er net zo bij horen als dat je op familiefeestjes doet. Betrek ze erbij wanneer het maar kan en laat ze bij tijd en wijle ook gewoon kinderen zijn, als je iets aan het doen bent wat zij niet zo interessant vinden.”
“Maar we hebben met z’n allen te veel kinderen samen om ze gewoon maar hun gang te kunnen laten gaan. Het is moeilijk om mensen te vragen iets met ze te gaan doen, want iedereen wil bij de samenkomst zijn.”
“Wie heeft het over ‘ze hun gang laten gaan.’” Houd gewoon van ze. Laat ze deel uitmaken van de hele groep om zo vaak als mogelijk te laten merken dat ze belangrijk zijn in het gezin. Mag ik jullie iets vragen? Eten jullie vaak samen?”
“Ja, vaak. We denken dat het hoort bij Avondmaal vieren.”
“Hebben jullie dan een tafel apart voor de kinderen?”
Ik had het gevoel dat dit niet de goede kant opging, maar de anderen wisten nog niet hoe anders John dacht dan wij. “Natuurlijk hebben we dat. Dat doet iedereen toch?”
“Nou, ik denk eigenlijk van niet. Samen eten is een van de gewoonste dingen die je als gezin kunt doen. Als je dan al een scheiding aanbrengt mis je iets bijzonders. Zorg voor een gemengde samenstelling en let erop dat gezinnen niet bij elkaar kruipen. Ga eens bij een kind zitten dat niet van jou is en probeer er eens achter te komen wat hem beweegt. Wat vindt hij leuk? Hoe gaat het op school? Of pak wat blokken en ga op de grond spelen met een peuter.” “En als jullie gaan zingen of iets samen delen, neem dan niet je eigen kind op schoot, waarmee je de hele tijd druk bezig bent de indruk te wekken dat ze meedoet. Neem het kind van een ander op schoot en doe wat speels met ze. Weet je, de belangrijkste factor om een kind te helpen overleven in een cultuur is dat hij zorg-relaties heeft met volwassenen die niet zijn ouders zijn? Het beste wat je aan een kind van een ander kan geven is hetzelfde als wat je aan elkaar kan geven: de gift van vriendschap. En als de kinderen naar buiten gaan om plezier te maken met elkaar, stuur dan niet iemand naar ze toe om kinderwerk te doen. Beschouw het als een mogelijkheid voor een echtpaar om een relatie op te bouwen met een belangrijk deel van jullie groep – of het nu peuters zijn of tieners.”
“Maar als ze niet naar de zondagsschool gaan hoe krijgen ze dan onderricht?” vroeg Marsha. Voordat ze antwoord kon geven leunde Laurie voor me langs en opende haar armen om Jason over te nemen. “Heb jij haar al niet lang genoeg gehad,” vroeg ze John smekend.
Met een kus op Jasons voorhoofd en een glimlach gaf John hem aan Laurie en pakte z’n vork. “Hoe oud zijn jouw kinderen Marsha?”
“Tien, zeven en drie.”
“Als je ze iets wilt onderwijzen doe dat gerust. Maar denk niet dat dat de beste manier is om ze iets te leren.” Terwijl hij dat zei hield z’n vork omhoog. ”Weet je nog hoe je je kinderen leerde een vork te gebruiken?”
“Niet precies, neen,....”
“Maar ze gebruiken nu alle drie een vork neem ik aan. Heb je ze naar een ‘vorkschool’ gestuurd, of heb je een Powerpoint presentatie gehouden over hoe een vork gemaakt wordt en hoe je hem moet gebruiken?”
Sommigen lachten.
“Dat klinkt een beetje dwaas, nietwaar? Maar als we nog steeds denken dat het leven in Christus neerkomt op ‘kennis vergaren’ in plaats van in Hem te leven, zullen we allerlei dwaze dingen doen. Je kinderen weten hoe ze een vork moeten gebruiken, maar dat komt doordat ze het in het dagelijkse leven hebben geleerd. Toen ze oud genoeg waren heb je ze waarschijnlijk een vork in hun hand gelegd, maar zo dat ze zich er niet mee in hun ogen zouden steken. Je hebt hen vervolgens geholpen om de vork naar hun mond te brengen en toen je dacht dat er geen kans was dat ze zich ermee zouden bezeren liet je ze het zelf doen. Het leven van Jezus je eigen maken lijkt meer op een vork leren gebruiken dan ‘samenkomsten bezoeken’. Kinderen zullen de waarheid leren kennen wanneer je ze helpt in die waarheid te leven.”
Ik was verrast toen Roary z’n mond open deed, omdat hij een van de stillere personen in onze groep is. “Ik vind het fijn wat je over kinderen zegt. Ik heb er nooit zo over gedacht. Maar je hebt het over iets dat nog verder gaat dan dat, is het niet?”
“Je hebt gelijk, Roary. Wat ik zei heeft ook betrekking op hoe je met elkaar omgaat. Als je echt wilt leren hoe je het leven van Jezus met elkaar kunt delen, is het beter om je minder te richten op een samenkomst die je bezoekt en het meer te beschouwen als een gezin waar je van houdt.”
“Dat klikt bij mij. We zouden dan meer gericht zijn op onze relaties dan op onze activiteiten,” opperde Ben.
“Precies,” antwoordde John. “En je zou dan ook meer gericht zijn op je relatie met God. Hij is onze eerste relatie. Wat jullie waardevol vinden in je leven samen met anderen, zal voortvloeien uit je leven in Hem.”
“Ik denk dat we daarom duidelijkheid willen hebben over wat ‘gemeente-zijn’ inhoudt,” vervolgde Ben. “We hebben allemaal zoveel jaren ‘verspild’ in de institutionele kerk en niet hebben gevonden we zochten: het leven in God.”
“Heb je het hierin gevonden?” informeerde John en keek hem vriendelijk aan.
“Nog niet, maar daar wordt aan gewerkt.”
“Vertel me eens over hoe jullie met elkaar omgaan.”
“Nou, we komen op zondagavond bij elkaar, meestal vieren we dan ook Avondmaal, dan een tijdje lofprijzing voordat we met een studie beginnen.”
“Zal ik eens even raden,” John leunde naar voren. “Als jullie net bij elkaar zijn is er veel energie en enthousiasme. Maar tegen de tijd dat je gaat beginnen met waarom je bent samengekomen voelt iedereen zich ineens niet meer zo op z’n gemak. Zelfs als je elkaar wat vertelt komt het wat geforceerd en kunstmatig over. Wanneer de samenkomst uiteindelijk afgelopen is, komt de energie en opwinding weer terug, op het moment dat iedereen opstaat, z’n spulletjes pakt en weggaat. Komt dat een beetje in de buurt van hoe het gaat?”
“Heeft Jake uit de school geklapt ofzo,” lachtte Marvin. Ik stak m’n handen in de lucht en schudde m’n hoofd, om duidelijk te maken dat ik nergens van wist. Marvin was voorganger in een andere gemeente in de stad geweest en daar danig teleurgesteld geworden door de hoeveelheid energie die hij erin had moeten stoppen om de zaak draaiende te houden. Hij was in de bediening gekomen om levens van mensen aan te raken en na enkele jaren was hij direkteur van een instituut geworden, wat hij helemaal niet fijn had gevonden. Drie jaar geleden was hij ermee gestopt en we waren elkaar op een dag toevallig tegengekomen. We woonden toen in dezelfde buurt.
“Dat was niet nodig hoor” glimlachte John. “Maar jammer genoeg worstelen veel huisgroepen hiermee.”
“Om je de waarheid te zeggen.... ik zie meestal wel wat op tegen het beginnen van de samenkomst en ik ben altijd weer blij als het is afgelopen,” zei Marvin. “Ervaren jullie dat ook?” vroeg ik en keek de anderen aan. Ik zag verschillende mensen knikken.
“Zolang we ‘gemeente’ nog steeds zien als ‘een samenkomst houden’ missen we de werkelijkheid en diepte van het ‘gemeente-zijn’. Als we eerlijk zijn moeten we erkennen dat de bijbel erg weinig zegt over hoe de eerste gemeenten bij elkaar kwamen. Maar ze vertelt ons wel een heleboel over hoe ze met elkaar leefden ‘in Hem’. Ze zagen de kerk niet als ‘een samenkomst houden’ of ‘deel uitmaken van een instituut’, maar als een gezin dat onder het hoofdschap van Vader leefde....”
“Dus jij stelt voor dat we niet meer bij elkaar moeten komen,” onderbrak Marsha hem en ze klonk geirriteerd.
“Neen Marsha, daar gaat het niet om. ‘Met elkaar samenkomen’ is niet het probleem, maar het kan wel gemakkelijk verzanden tot een samenkomen dat gekunsteld is en averechts werkt. En dat is de reden waarom jullie je er niet op je gemak bij voelt.”
“Okee, maar we werken tenminste niet met een aanbiddingsteam en ook niet met steeds dezelfde persoon die iedere week de studie verzorgt. Wat wij doen is toch veel meer op relaties gericht?”
“Dat zou kunnen. Maar het kan ook een minder-controlerend duplicaat zijn van de ‘institutionele gemeente’,waarin je toch weer dezelfde dynamiek tegenkomt. We proberen van onze broeders en zusters te ontvangen wat we niet in Vader Zelf hebben gevonden. Niets van wat we als gelovigen ooit kunnen zullen kunnen doen zal ons gemis aan een eigen relatie met God kunnen goed maken. Als we de gemeente die plaats in laten nemen, maken we haar tot een afgod en uiteindelijk zullen andere mensen ons altijd teleurstellen.”
“Komt het daardoor dat Jake zegt dat jij tegen huisgemeenten bent,” merkte Marvin op.
“Ik geloof niet dat ik dat ooit heb gezegd?” zei John en keek me met een vragende blik aan. “Zo denk ik niet. Maar ik heb wel geprobeerd hem wat verder dan ‘huisgemeenten’ te laten denken .... en ik hoop dat jullie dat ook zullen doen.”
“Wij dachten dat de huisgemeente een meer bijbelse manier is van ‘gemeente-zijn’. Je hebt op die manier meer gelegenheid om iedereen betrokken te laten zijn en ze wordt niet gecontroleerd door de ‘geestelijken’... ze vraagt minder tijd en je hebt er niet veel voor nodig. En ze is meer relationeel dan de institutionele kerk. Dat is toch zo?”
“Alleen al doordat je in een huis samenkomt?” De sceptische blik op John’s gezicht sprak boekdelen. “Dat geldt niet voor alle huisgroepen die ik heb bezocht. In veel van die huisgroepen zaten mensen die de anderen wilden vertellen wat er moest gebeuren. Versta me niet verkeerd, ik sta achter de prioriteiten die je zojuist hebt opgesomd en ik ben ervan overtuigd dat een huis de beste plek is om ze te verwezenlijken. Maar ik ken ook mensen die in een gebouw samenkomen en enorm relationeel zijn en ik ken ook mensen die ‘aan huis’ samenkomen en dat niet zijn. Het draait niet om de locatie, maar of je verstrikt zit in religieusiteit óf dat je elkaar helpt ontdekken hoe ongelofelijk de relatie is die God met ons wil hebben.”
“Kwam de eerste gemeente niet aan huis samen, vooral toen ze zich buiten Jeruzalem verspreidden?” vroeg Ben.
“Voor zover wij weten, ja.”
“Dan moeten wij dat dus ook doen,”stemde Marsha in.
“Marsha, Marsha, waarom houd je zo van dat woord?”
“Welk woord?”
“Hetzelfde woord dat John de hele tijd geen enkele keer heeft gebruikt,”kwam Roary tussenbeide en hij wendde zich tot John. “Ik heb goed naar je geluisterd en je hebt het woord ‘moeten’ vanavond geen enkele keer gebruikt. Deed je dat bewust?”
“Waarom wil je dat weten?”
“Mijn hele leven hebben ze me gezegd wat ik moet doen en wat ik niet moet doen, vooral waar het godsdienstige dingen betrof. Maar jij praat helemaal niet op die manier. Het lijkt erop dat jij het niet beschouwt als een kiezen tussen wat goed is en wat verkeerd is, maar gewoon leven in de realiteit van gemeenschap hebben met de Vader. Ik had gedacht dat je ons kwam vertellen hoe we ‘gemeente’ moeten zijn.”
“Als er iets is waarvan ik zou zeggen dat we dat moeten doen, dan is het dat we moeten ophouden met ‘moeten’ tegen onszelf en anderen te zeggen.”
Er steeg gelach op en ik zag dat sommigen aan hun partner vroegen wat John net had gezegd.
“Natuurlijk zijn er dingen die goed zijn en dingen die verkeerd zijn. Maar alleen in Jezus weten we dat echt. Vergeet niet dat Hij de Waarheid is! Je zult nooit Zijn principes kunnen volgen als je Hém niet eerst volgt.”
Johns woorden bleven in de lucht hangen en het was even stil. Ik kon bij iedereen de denkradertjes zien werken. Ik wist wat ze voelden.
Tenslotte zei Marsha, naar adem snakkend en met tranen in haar ogen:”Ik denk dat je gelijk hebt, John. De reden dat ik regels volg is dat ik niet weet hoe ik Jezus moet volgen op de manier zoals jij erover praat. Ik probeer gewoon te doen wat juist is en ik heb er zo genoeg van aangevallen te worden door mensen die zeggen dat we ‘rebels’ zijn als we op zondag niet ‘de kerk’ zitten.”
John leunde naar Marsha toe. “Ik weet dat het niet eenvoudig is. Maar omdat mensen iets beweren, daarom is het nog niet zo. Jezus zal je leren hoe je vrij kunt leven. Anderen zullen dat bedreigend vinden, en soms zal je dat zelf ook vinden. Het systeem verslindt datgene waar ze geen controle over kan uitoefenen.”
“Daarom zijn we tegen ‘het instituut’,” zei Marvin.
“Misschien hebben we het nu over twee verschillende dingen, Marvin. Ik wil het systeem ontmaskeren en laten zien hoe ze gebouwd is op religieuze verplichtingen de mensen die erin zitten vastzettend. Maar dat is niet hetzelfde als tégen het instituut zijn. - Voel je door dit gegeven niet bedreigd. Vader houdt ook van de mensen die in het ‘instituut’ zitten en Hij zal ze blijven trekken naar Zijn hart om te kunnen leven in en vanuit Hem, net zoals Hij dat met jullie aan het doen is. Wanneer je nog steeds reageert op (de dreiging van) het instituut geeft dat aan dat ze nog steeds macht over je heeft.” Marvin zuchtte en keek gefrustreerd. “Ik weet het niet, John. Ik heb altijd gedacht dat het instituut dat ik verliet, niet werkte omdat we niet de juiste principes volgden. Wat later dacht ik dat we eindelijk de juiste principes hadden gevonden om zo het ware gemeenteleven te kunnen ervaren.” Ik hoorde instemmend gemompel rond de tafels. “Maar jij ziet het anders, niet?”
“Neen, ik denk van niet. Ik kan je zeggen dat jullie betere principes hebben gevonden – principes die meer horen bij het leven dat de eerste gelovigen ervoeren. Maar denk er wel aan, het leven dat jullie nu beginnen te ervaren ontvingen jullie niet doordat jullie deze principes volgden. We kunnen kijken naar wat er gebeurde toen zij Jezus volgden, maar als we hen proberen te kopieren zal dat niet hetzelfde resultaat opleveren.” “Jezus heeft ons niet een systeem nagelaten: Hij gaf ons de Geest – een gids in plaats van een kaart. Principes op zich zullen onze honger niet stillen. Daarom hebben systemen het altijd over de toekomste opwekkingen.... die zelden komen. Ze zijn niet in staat om gemeenschap voort te brengen omdat ze bestemd zijn om mensen in hokjes te stoppen en zo van elkaar te gescheiden te houden.”
“Waarom zeg je dat?”
“Door gericht te blijven op samenkomsten of rituelen (godsdienstige gebruiken en gewoonten) maken ze dat de meeste mensen toeschouwers zijn. Door het hanteren van een bepaalde standaard en mensen aan te moedigen om zich daarnaar te voegen, moedigen ze mensen alleen maar aan zich voor te doen als iemand die ze in werkelijkheid niet zijn of zich te gedragen alsof ze meer weten dan in feite het geval is. Het hebben van vragen en twijfels wordt ontmoedigd en men staat niet toe dat er tegen de cultuur en gedragscode van de gemeente wordt ingegaan. En zo worden hun relaties oppervlakkig of zelfs onecht, omdat ze de mensen alleen maar laten zien wat ze willen dat ze zien, namelijk de schaduw. En niet wie ze werkelijk zijn. Omdat ze geisoleerd raken worden ze des te meer gefocust op op hun eigen nood en wat anderen nalaten om daaraan iets te doen. Ze maken ruzie over wie er de leiding heeft over het geheel, in het groot of in het klein, zodat ze anderen zover krijgen dat ze zullen doen wat zij het beste vinden. Dit verhaal herhaalt zich al een paar duizend jaar.” Sommigen wierpen een blik in mijn richting.
John ging verder: ”Om het system in tact te houden moet je de mensen verplichtingen opleggen. Door van ze te verlangen dat ze zich aan de gemeente verbinden en toewijden of door te appeleren aan de behoeften en noden van hun ego, door ze ervan te overtuigen dat dit (lees: ‘deze gemeente’) de beste plek voor hen is. Daarom scheppen zoveel groepen valse verwachtingen en de mensen raken gefrustreerd en richten zich op elkaars noden of zelfs hun gaven, in plaats van op de altijd-aanwezige Christus.”
“Ik zie dat die zaadjes ook hier al aan het uitkomen zijn,” zuchtte Marvin hardop.
“Jullie samenkomsten komen nog zo gekunsteld over, omdat jullie zitten nog te veel vast zitten aan de gedachte dat je altijd iets moet plannen. Maar jullie hebben nu de kans om te ontdekken wat echte gemeenschap inhoudt. En die onderlinge band zal groeien wanneer je merkt dat je samen met anderen op reis bent. Weliswaar als gevallen mensen, maar wel samen met Jezus die in jullie leeft en je transformeert. Deze onderlinge gemeenschap en band gedijt waar mensen zich vrij voelen om echt te zijn – niet meer en niet minder. Wanneer we op Hem leren vertrouwen vinden het niet meer nodig dat er door andere (lees: reisgenoten) in onze behoeften wordt voorzien. We zullen merken dat we ons leven neer kunnen leggen om anderen op dezelfde manier te helpen zoals Jezus dat deed.”
“Heeft dat ook betrekking op ongelovigen? De meeste boeken over huisgemeenten die ik heb gelezen moedigen evangelisatie niet aan omdat ze dat zien als een bedreiging voor gemeente-leven,” zei Roary en trok z’n wenkbrauwen op.
“Vreemd, nietwaar? De zelf-gerichte prioriteit om ‘onze groep’ te vormen laat alleen maar zien dat we de realiteit van Vaders liefde hebben gemist. Als we de kracht van Zijn liefde hebben ontdekt kunnen we die niet voor onszelf houden. Ze zal niet alleen onszelf veranderen, ze zal ook op een heel natuurlijke manier naar anderen - gelovigen en niet-gelovigen - stromen. We zullen merken dat we Gods leven en karakter weerspiegelen naar anderen om ons heen en dat zal meestal het beste lukken op momenten dat we ons er het minst van bewust zijn.”
“Nou, ik denk dat we ons plan om naar die huisgemeente-conferentie volgende maand toe te gaan dan maar beter kunnen cancellen,” zei Ben spottend.
“Dat hoeft niet. Maar slik niet alles wat ze zeggen. Het is goed mogelijk dat je daar fantastische mensen tegenkomt die uit het systeem zijn gestapt en terugvallen op de huisgemeente als een soort reddingsvlot. Misschien dat God wil je dat zulke mensen ontmoet. Houdt dit in gedachten: hoe meer structuur je in het ‘gemeente-zijn-met-elkaar’ aanbrengt, hoe minder leven ze zal bevatten. Door de eeuwen heen hebben we gezien dat deze les keer op keer geleerd moet worden. Vaak is het begin goed, totdat er structuren aangebracht worden.”
“Dat klinkt alsof we niets moeten doen, John.” Marsha’s frustratie was duidelijk hoorbaar.
“Dat bedoel ik niet te zeggen. Ik wil jullie alleen maar helpen om op die dingen gericht te zijn die de meeste vrucht zullen voortbrengen. In plaats van te proberen een ‘huisgemeente’ te stichten, moeten we leren elkaar lief te hebben en samen op reis gaan. Kijk om je heen: ‘Wie heeft God op dit moment naast je geplaatst en hoe kan je een zegen voor die persoon zijn’? Ik vind het heerlijk wanneer broeders en zusters bewust ervoor kiezen om gedurende een bepaalde periode Gods leven samen te delen. Dus, prima, leer aldoende met elkaar wat ‘samen optrekken’ inhoudt. Jullie zullen veel leren onderweg. Probeer wel te vermijden dat het geforceerd wordt, of ‘exclusief’, of dat het een permanent karakter krijgt. Zo werken relaties niet.”
“De gemeente is Gods volk dat bezig is te leren hoe je Zijn leven samen leeft en deelt. Dan heb ik het dus over Marvin daar en Diana hier. - Toen ik het met Ben had over jullie leven met elkaar vertelde hij me over jullie samenkomsten, maar hij zei niets over jullie relaties. Dat zei me iets. Weten jullie wat Roary’s diepste verlangen is of waar Jake op dit moment zo mee worstelt? ....Zulke dingen komen zelden naar voren in een samenkomst. Ze vinden op een natuurlijke manier plaats binnen de context van een relatie, gewoon door de week.”
“Maar daar hebben we het te druk voor,” zei Jenny, Marvin’s vrouw. “We proberen dat dus te doen als we bij elkaar komen.”
Ik wist wat John ging zeggen voordat hij z’n mond opendeed:”En werkt het?”
“Werkt wat?”
“Gebeurt dat dan ook in jullie samenkomsten?”
“Niet bepaald, maar we proberen daar verbetering in te brengen.”
“En we hebben het nog steeds over ‘het’. Wij christenen staan erom bekend dat we iets uit de bijbel halen, we geven het een naam en denken dan dat we de werkelijkheid gekopieerd hebben als we de term op zich gebruiken. Paulus sprak over de gemeente die in verschillende huizen bijeen kwam, maar hij noemde het nooit ‘huisgemeente’. Huizen waren niets anders dan waar ze elkaar uiteindelijk ontmoetten. Het ging om Jezus en niet om de locatie. Zoals ik al zei, je kunt alle correcte principes hebben en toch Zijn heerlijkheid in het lichaam missen.”
“Nou, daar word ik niet vrolijk van,” zei Jenny plagend en de anderen moesten lachen.
“Waarom zeg je dat?” vroeg John.
“Omdat we al negen maanden bezig zijn om dit met elkaar te doen en nu lijkt het erop dat het allemaal voor niets is geweest. Misschien moeten we gewoon teruggaan naar een traditionele kerk en er maar het beste van maken.” Het gekreun in de kamer gaf aan dat dat niet erg waarschijnlijk was.
“Wat ik jullie probeer duidelijk te maken is dat ‘gemeente-leven’ niet iets is dat je kan ‘maken’. Het is een gift van Vader die zichtbaar wordt wanneer mensen groeien in Zijn leven. ‘Gemeente-leven’ is geen wetenschap. Het is het eenvoudigste wat je je maar kan voorstellen - gewoon wanneer mensen met Hem wandelen. Je komt iemand tegen op die reis en je merkt dat fellowship gemakkelijk plaatsvindt en vruchtbaar is.”
“Dat zoeken we. Wij dachten dat als je het aspect ‘gemeente’ maar goed had, we allemaal de relatie met God zouden krijgen waarnaar we op zoek zijn,” interrupeerde Marvin.
John ging verder:”Zou het kunnen zijn dat je het juist andersom moet bekijken? Geen enkel gemeentemodel zal Gods leven in je voortbrengen. Het werkt juist andersom. Ons leven in God, met andere reisgenoten gedeeld, is gemeente-zijn. Het is de stroom van Zijn leven in en door ons heen. Je kan altijd maar weer bezig zijn met het ‘verbeteren’ van gemeente-principes en nog steeds missen wat het inhoudt om diep in Vaders liefde te wandelen en weten hoe je dat leven met anderen kan delen.”
“Zo heb ik het niet geleerd,” zei Laurie. “Hoe kunnen we nou weten hoe je in Gods leven moet leven als niemand het je laat zien?”
“Op dat punt heeft religie de meeste schade aangericht. Door de mensen zijn afhankelijk geworden van wat hun leiders zeggen en bepalen en daardoor is Gods volk passief geworden ten aanzien van hun eigen geestelijke groei. We hebben steeds naar anderen gekeken die ons laten zien hoe je dat moet ‘doen’, of we volgden hen ’domweg’in de hoop dat ze het bij het juiste eind hadden. Maar Vader verlangt naar deze persoonlijke, intieme relatie met je en Hij wil dat je er aktief deel aan hebt.”
“Maar kunnen we op ons ‘eentje’? We hebben daarbij toch hulp nodig,” vroeg Marsha.
“Wie zei dat je alleen bent? Jezus is de Weg naar de Vader. Naarmate je leert alles in handen van de Geest te leggen en te vertrouwen op Zijn kracht, zal je ontdekken hoe je in de volheid van Zijn leven kan leven. Inderdaad zal Hij vaak andere mensen gebruiken om je in dat proces te bemoedigen of toe te rusten, maar de mensen die Hij gebruikt zullen je niet afhankelijk van henzelf maken. Ze zouden het niet wagen om tussen Hem en jou in te gaan staan. Want Zijn grootste vreugde is te merken dat de relatie die Hij met je wil hebben groeit in intimiteit. En Hij bewerkt dat, samen met jou.- Daar zou ik het vanavond eigenlijk zo graag met jullie over willen hebben. Ik kom in zoveel groepen die voortdurend bezig zijn met het zoeken naar de beste manier om met elkaar ‘gemeente’ te zijn. Als we nu eens alle tijd en energie gingen besteden aan wat Vader in ons doet en werkt en aan hoe we meer in de stroom van Zijn Geest kunnen leven? Dan zouden we weten hoe we elkaar kunnen liefhebben. We zouden open en eerlijk zijn en elkaar voorthelpen op deze reis. We zouden op Hem gericht zijn en niet op onszelf en onze noden, en er zouden verbazingwekkende dingen kunnen gebeuren.”
“Maar zouden mensen die ‘alleen maar Jezus volgen’ niet onafhankelijk van het Lichaam gaan leven,” vroeg Marvin.
“Denk je dat dat kan?”
“Denk jij van niet dan?”
“Die angst kom ik zo vaak tegen, maar ik zie dat niet. Mensen die in hun relatie met Vader groeien zullen een diep verlangen hebben naar echte relaties binnen Zijn familie. Hij is de God van ‘gemeenschap met elkaar hebben’. Dat is Zijn aard en als je Hem kent leidt Hij je naar die gemeenschap, niet alleen met Hem Zelf, maar ook met anderen die Hem kennen. Dat is geen verplichting. Het is een gift.”
“Ik heb een goede vriendin die zo verwond is geworden door haar vroegere gemeente dat ze niets meer te maken wil hebben met welke groep van Christenen dan ook,” zei Laurie.
John keek haar begrijpend aan en zei:“God weet waar ze is en hoe Hij haar het beste kan bereiken. We maken vaak de fout het middenstuk van een hoofdstuk aan te zien voor het slot van het verhaal. Misschien dat Vader haar juist in deze ogenblikken naar Zich toe aan het trekken is. Als jij haar vriendin bent, blijf dan dicht bij haar. Het kan zijn dat jij de verbinding bent naar de ‘familie’ terwijl God in haar werkt.”
“Ik heb een vriend in de staat Georgia die niemand kan vinden die samen met hem dit leven will leven,” zei Marvin.
“Ook dat weet Vader! Er zijn vast wel anderen bij hem in de buurt die dezelfde honger hebben, maar als Vader hen nog niet bij elkaar heeft gebracht, kan hij rustig afwachten. Het is veel gemakkelijker voor ons om Zijn leiding te ervaren wanneer we ons gerust voelen in het feit dat God voorziet, dan dat we ons zorgen maken over wat we nog niet zien. Moedig hem aan om blij te zijn met wat Vader elke dag weer doet, en daarbij zijn ogen open te houden zodat hij het ziet wanneer Vader anderen op zijn weg brengt. Je weet soms nooit hoe of wanneer God de connectie tot stand brengt.”
“Mijn vriend wil niet uit ‘het instituut’ stappen omdat hij zich dan zo schuldig zal voelen, zegt hij,” zei Marvin.
“Houd gewoon van hem! Blijf met hem in contact. Vertel hem wat Jezus in jouw leven aan het doen is en moedig hem daarmee aan om ook dichter bij Hem te blijven. Maak je je geen zorgen over waar hij nu is. Als de Vader iets in zijn leven aan het doen is, zal Hij hem verlossen van dat schuldgevoel. Je weet nooit waar hij daarna terecht zal komen.”
”Dus zelfs ons aandeel in het Lichaam gaat verder dan alleen maar deel uitmaken van één groep,” vroeg Ben.
“Veel verder. En ik wil zo graag dat jullie dat niet missen.” John keek op z’n horloge en keek naar Jeremy en Diana. “Ik denk dat we op moeten stappen, niet?”
“Ik vind het wel vervelend dat we moeten gaan,” zei Jeremy. En wij vonden het ook jammer. We hadden nog zoveel vragen die we aan John hadden willen stellen. “Het is ok. Ik heb beloofd dat we niet te laat weg zouden gaan.”
”Dit heeft ons zo goed geholpen, John, al begrijp ik nog niet alles wat je hebt gezegd,” zei Ben en schudde z’n hoofd.
“Dat hoeft ook niet. Als ik je heb aangemoedigd om dichter bij Hem te wandelen en Hem in een grotere mate van vrijheid te volgen, zorgt Hij voor de rest. Hij is de hoeksteen van de gemeente, ik niet. Vraag Hem de dingen op een rijtje te zetten in je persoonlijk leven, en in de wandel met Hem en ook voor jullie met elkaar. Hij doet dat al een paar duizend jaar en Hij is er erg goed in.”
“Mag ik je nog een vraag stellen?” Roary’s vrijmoedigheid op die avond was heel ongewoon voor zijn doen. John keerde zich om en knikte naar hem. “Ik geloof graag dat het zo gemakkelijk is, maar ergens heb ik het gevoel dat ik het zal verknoeien. Denk jij echt dat we er klaar voor zijn om iedere dag Gods stem te verstaan?”
“Wat een vraag!” John lachte terwijl hij opstond. “Natuurlijk niet, Roary. Niemand van ons is daar goed in. maar ik denk dat je de verkeerde vraag stelt. Laten we het zo stellen: Is Jezus bij machte om iedere dag tot je door te dringen? Zal Hem dat lukken ondanks je blinde vlekken en is Hij bij machte je twijfels te overwinnen en je Zijn weg te laten zien? Zullen we daar niet een hardgrondig ‘ja’ op antwoorden? Ga samen op reis en je zal ervaren dat dit gezamenlijke leven in het Lichaam échter is dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden.”
Nadat hij dat gezegd hielp John Diana en Jeremy met het opruimen van hun borden en het pakken van Jason’s spulletjes, voordat hij bedolven werd door hugs en groeten. Toen we na afloop bezig waren met het opruimen en de tafel en de stoelen weer terug in de garage hadden gezet, luisterde ik naar de mensen toen ze aan het napraten waren over de avond. De meesten waren opgewonden over wat ze hadden gehoord, hoewel ze onzeker waren over wat het voor ons inhield.
“Hij zei geen dingen waar ik nog nooit eerder over nagedacht heb,” zei Marvin en schudde z’n hoofd. “Het is meer dat je bang bent om te geloven dat het allemaal waar is.”
“Religie zit diep in ons,” antwoordde ik, daar ik maar al te goed wist hoe hij zich voelde. Maar ik voelde om een heel andere reden een knoop in m’n maag zitten. Toen ik afscheid nam van Diana fluisterde ze me in m’n oor dat ze hulp nodig had, in verband met Pastor Jim. Ze wilde graag nog een keer met me praten.


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina