Ecologisch slootwateronderzoek



Dovnload 0.51 Mb.
Pagina1/8
Datum26.08.2016
Grootte0.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8
Ecologisch slootwateronderzoek

Bepaling van de abiotische en biotische waarden in en om de sloot.



De digitale ‘full-colour’ versie van dit bestand is terug te vinden op



http://mail.tvo-rotterdam.nl/~tvobio/

In de map Practica van Vwo 5


Wat gaan we doen?

De thema’s ecologie en mens & milieu zijn bij uitstek geschikt om praktisch te ervaren.

Daarom zullen we veel onderwerpen uit deze thema’s praktisch onderzoeken bij, naast en in de sloot!



De planning

Week 17


Les 1: Bestuderen abiotische en biotische factoren, wat kom je allemaal tegen in en om de sloot?

Les 2: Proefopzet, groepssamenstelling, onderzoek naar omgevingsfactoren.

Les 3: Invloed van abiotische factoren op het slootleven, tolerantiegrenzen.

Les 4: maken ijklijn elektronische geleidingswaarde + analyse

Week 18 Meivakantie

Week 19


Les 5: afronden geleidingsanalyse symbiose in en om de sloot (slootwater meenemen, kleine hoeveelheid)

Les 6: Inzetten bacteriecultuur

Les 7: Inleiding voedselweb en kringlopen / symbiose in en om de sloot

Les 8: Analyse bacterieplaten

Week 20

Les 9: bepalingsmethodes populatiedichtheden / Bepalen biotische waarden in en om de sloot

Les 10: bepalingsmethoden voor andere meetwaarden in en om de sloot / Bepalen biotische waarden

in en om de sloot

Les 11: Verwerking Data

Week 21


Les 12: fytoplanktonsamenstelling, analyse slootwater op zoöplankton +

(slootwater meenemen, grote hoeveelheid minimaal 4,5 liter)

Les 13: chemische analyse slootwater

Les 14: maken voedselweb sloot

Les 15: verwerken resultaten, aanvullen voedselweb met trofische niveau’s

Week 22


Les 16: Voorbereiding SE

Les 17: Voorbereiding SE

Les 18: schrijven verslag + maken presentatie

Les 19: schrijven verslag + maken presentatie

Week 23 SE-week

Week 24 Les 20/21; 12 juni: Practicum fotosynthese

Les 22: Presentaties

Les 23: Presentaties

Week 25

Les 24: Presentaties + Inleveren eindverslag


In week 20 is het de bedoeling dat we gezamenlijk het ecologische onderzoek bij de onderzoekssloot uitvoeren http://maps.google.nl/maps?q=Prins+Alexanderlaan,+Prins+Alexander,+Rotterdam&hl=nl&ll=51.954528,4.550228&spn=0.000212,0.109692&sll=52.48278,5.515137&sspn=3.45275,7.020264&oq=rotterdam+prins+&hnear=Prins+Alexanderlaan,+Prins+Alexander,+Rotterdam,+Zuid-Holland&t=m&z=13&layer=c&cbll=51.954316,4.550379&panoid=foPvvtkxZqtXq3tFoX5TCw&cbp=12,230.51,,0,-6.53 of http://maps.google.nl/maps?q=Prins+Alexanderlaan,+Prins+Alexander,+Rotterdam&hl=nl&ll=51.955784,4.545143&spn=0.006876,0.013711&sll=52.48278,5.515137&sspn=3.45275,7.020264&oq=rotterdam+prins+&hnear=Prins+Alexanderlaan,+Prins+Alexander,+Rotterdam,+Zuid-Holland&t=m&z=16
Dit is een groot watersysteem, als groep kies je daarom een interessante locatie aan dit watergebied.

Verder individueel of onderzoek in groepsverband wordt aangemoedigd hiervoor is onderzoeksmateriaal te lenen op aanvraag.



De opdracht

De bedoeling van dit ecologische wateronderzoek is het bepalen van de waterkwaliteit met behulp van abiotische en biotische meetgegevens.


Het eindproduct van dit practicum is dan ook een natuurwetenschappelijk verslag met de daarbij behorende onderdelen zoals;

  • Een inleiding, met daarin de locatie van jullie monstergebied en de omgeving akkers, bebouwd, etc. Aangezien veel factoren van het slootwater afhankelijk zijn van de omgeving is het ook belangrijk om de herkomst en het stroomgebied van de sloot weer te geven.

Hierin hoort ook een stukje over eutrofiëring en vervuiling bij (zeker in onze leefomgeving) en hoe dit invloed kan hebben op abiotische en biotische factoren.

Eindig met een gedeelte met de onderzoeksvraag en op welke wijze jullie deze willen gaan beantwoorden.



  • Hypothese

  • Werkwijze, de meeste onderzoekjes zijn niet voorgekauwd en die zul je dus op een dusdanige wijze moeten uitleggen dat andere mensen het kunnen reproduceren.

  • Resultaten, alle resultaten van zowel de abiotische en biotische metingen.

  • Conclusie / Discussie, bespreking van de resultaten en het bediscussiëren van mogelijke oorzaken. Belangrijk hierin is ook om te bepalen of er een samenhang is tussen de gevonden biotische factoren en de gemeten abiotische factoren. Zorg ervoor dat je kort terugkoppelt naar de resultaten om jullie conclusies te onderbouwen.

  • Logboek, hierin staat overzichtelijk, wie wat en wanneer heeft gedaan en hoeveel tijd dit gekost heeft.

  • Bronnenlijst, als je bronnen hebt gebruikt voor het verslag noteer daarvan dan de volledige gegevens. Dus de volledige naam van een gebruikte website of titel, auteur en jaar van uitgave van een boek.

  • Reflectie, dit gedeelte is de plek voor een opiniestuk over de invloed van de mens op het zoete oppervlaktewater.

  • Persoonlijke reflectie, hoe heb je deze methode van les krijgen ervaren , wat ging goed, wat kon beter en in dit gedeelte een verbetertip en compliment voor je practicumpartner(s)


De proefopzet.

De volgende zaken dienen bepaald te worden:



  • Het biotische leven (plantaardig en dierlijk) in jullie monstergebied met behulp van de toegevoegde tabellen, schepnet en bak, maak hierbij gebruik van een inventarisatiemethode uit het boek (vb. kwadrant of transectmethode) omschrijf in het verslag je werkwijze.

  • De samenhang tussen deze soortsamenstelling en de abiotische factoren.

  • De samenhang tussen de soortsamenstelling van het fytoplankton en de abiotische factoren.

  • De samenhang tussen de soortsamenstelling van het zoöplankton en de abiotische factoren.

  • De aanwezigheid van bio-indicatoren aangeven en becommentariëren.

  • De kwantitatieve bepaling van het microbiële leven in het slootwater.

  • De abiotische waarden van jullie monstergebied, dus:

  • Temperatuurgradiënt in de sloot (thermometer)

  • Helderheid (secchibuis)

  • Diepte (helderheidmeter)

  • Stromingssnelheid (Pitotbuisje)

  • Geleidbaarheid, vergeleken met referentiewaarde/ijklijn

  • pH-waarde en bufferend vermogen

  • Fosfaatgehalte

  • Nitrietgehalte

  • Nitraatgehalte

  • Ammonium (NH4+) gehalte

  • Zuurstofgehalte


De verwerking.

Het uiteindelijke verslag en de uitvoer van de practica is een gezamenlijk product van de verschillende groepsleden, zorg dus voor een zo eerlijk mogelijke werkverdeling en noteer dit alles in een logboek.


Dit alles dient VOOR 20 juni 2012 ingeleverd te zijn.
Presentatie

Naast het verslag moet je samen met jouw practicumpartner(s), de door jullie gevonden resultaten presenteren. De exacte dat zullen te zijner tijd worden afgesproken maar zijn in de weken 24 en 25 van dit schooljaar. De presentatie dient minimaal 25 minuten te duren waarbij tenminste de locatie, resultaten en conclusies worden besproken.

De presentatie heeft een weging van 30% in het uiteindelijke eindcijfer.

Bij het ingebreke blijven voor één van de onderdelen zal er een 1 op de schoolexamenlijst geplaatst worden aangezien dit een belangrijk onderdeel is in het schoolexamencijfer.

In de rest van dit stencilpakket kom je verdere uitleg en opdrachten tegen voor de verwerking, neem dit dus aandachtig door.
Succes!

THEORIE
Zelfreinigend vermogen van zoet water


Inleiding

Elk water wat door organische stoffen (afkomstig van planten, dieren of mensen) verontreinigd wordt, wordt na enige tijd weer schoon, vooropgesteld dat de toevoer van organische stoffen stopt. Wat overblijft van deze organische stof is water, koolzuurgas en voedingsstoffen voor planten. Dit vermogen van een zoetwater biotoop om organische stoffen om te zetten in anorganische stoffen noemen we het zelfreinigend vermogen. Voor deze omzetting zijn bacteriën verantwoordelijk.


Proces

Dit proces van zelfreiniging verloopt in een aantal stappen. De toegevoerde organische stof veroorzaakt in eerste instantie een, massale groei van bacteriën, waardoor het zuurstofgebruik in de biotoop sterk toeneemt (aërobe bacteriën verbruiken zuurstof voor hun verbranding). Het water is zuurstofarm tot – bijvoorbeeld op grotere diepten - zuurstofloos.

Onder deze omstandigheden kunnen bacteriën voorkomen die goed tegen zuurstofarme

omstandigheden kunnen (anaëroob) en die methaan (moerasgas), zwavelwaterstof (stinkt naar rotte eieren) of ammoniak als restproduct hebben. Wanneer het grootste deel van de organische stof is afgebroken, dan zal het zuurstof verbruik door bacteriën, langzaam afnemen. Hierdoor krijgen bacteriën, die op zuurstofrijkere omstandigheden (aëroob) zijn aangewezen, een kans. Deze zullen de

restanten organische stof, die nog aanwezig zijn verder afbreken. Naarmate de hoeveelheid organische stof verder afneemt, zal ook de hoeveelheid bacteriën verder afnemen.

Uiteindelijk zal alle organische stof omgezet zijn in water, koolzuurgas en voedingsstoffen voor planten.


De snelheid van zelfreiniging van zoet water hangt van een aantal factoren af. Zo is de beweging van water, hetzij door wind hetzij door stroming, van invloed op de hoeveelheid zuurstof in het water.

Zo zal in een snel stromende beek het water meer zuurstof bevatten, er dus meer bacteriën kunnen leven en als gevolg daarvan zal een organische verontreiniging sneller opgeruimd zijn. Ook de waterdiepte speelt een rol; in ondiepe wateren zal de hoeveelheid zuurstof groter zijn dan in heel diepe.


INDELING IN ORGANISCHE VERONTREINIGING
Indeling

Kijkend naar de mate van organische verontreiniging, kunnen we een indeling maken in vier classificaties.


ZEER STERK VERONTREINIGD WATER

Zuurstofarm of zuurstofloos. Veel slib, dat stinkt. Bacteriën massaal aanwezig.

Soortenarm.

STERK VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Veel bacteriën. Veel microscopische soorten zoals plankton, weinig hogere planten en dieren. Water is niet helder.

MATIG VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Weinig bacteriën. Helder water. Veel soorten hogere en lagere planten en dieren. Gevoelig voor algen bloei.

WEINIG VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Geen organische stof. Soortenarm en weinig individuen per soort.
Bij deze indeling moet er rekening mee gehouden worden, dat er overgangsfasen voor kunnen komen tussen de verschillende waterkwaliteiten.
Naast de verontreiniging met organische stoffen zoals bijvoorbeeld mest, kunnen er ook verontreinigingen optreden door anorganische stoffen (niet afkomstig van levende organismen), zoals bestrijdingsmiddelen, mineralen zoals zout wat gebruikt wordt voor gladheidbestrijding op wegen, chemische schoonmaakmiddelen enzovoort.



  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina