Ecologisch slootwateronderzoek



Dovnload 0.5 Mb.
Pagina1/7
Datum24.08.2016
Grootte0.5 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7
Ecologisch slootwateronderzoek

Bepaling van de abiotische en biotische waarden in en om de sloot.



De digitale ‘full-colour’ versie van dit bestand is terug te vinden op



http://mail.tvo-rotterdam.nl/~tvobio/

In de map Practica van Havo 5


THEORIE
Zelfreinigend vermogen van zoet water


Inleiding

Elk water wat door organische stoffen (afkomstig van planten, dieren of mensen) verontreinigd wordt, wordt na enige tijd weer schoon, vooropgesteld dat de toevoer van organische stoffen stopt. Wat overblijft van deze organische stof is water, koolzuurgas en voedingsstoffen voor planten. Dit vermogen van een zoetwater biotoop om organische stoffen om te zetten in anorganische stoffen noemen we het zelfreinigend vermogen. Voor deze omzetting zijn bacteriën verantwoordelijk.


Proces

Dit proces van zelfreiniging verloopt in een aantal stappen. De toegevoerde organische stof veroorzaakt in eerste instantie een, massale groei van bacteriën, waardoor het zuurstofgebruik in de biotoop sterk toeneemt (aërobe bacteriën verbruiken zuurstof voor hun verbranding). Het water is zuurstofarm tot – bijvoorbeeld op grotere diepten - zuurstofloos.

Onder deze omstandigheden kunnen bacteriën voorkomen die goed tegen zuurstofarme

omstandigheden kunnen (anaëroob) en die methaan (moerasgas), zwavelwaterstof (stinkt naar rotte eieren) of ammoniak als restproduct hebben. Wanneer het grootste deel van de organische stof is afgebroken, dan zal het zuurstof verbruik door bacteriën, langzaam afnemen. Hierdoor krijgen bacteriën, die op zuurstofrijkere omstandigheden (aëroob) zijn aangewezen, een kans. Deze zullen de

restanten organische stof, die nog aanwezig zijn verder afbreken. Naarmate de hoeveelheid organische stof verder afneemt, zal ook de hoeveelheid bacteriën verder afnemen.

Uiteindelijk zal alle organische stof omgezet zijn in water, koolzuurgas en voedingsstoffen voor planten.


De snelheid van zelfreiniging van zoet water hangt van een aantal factoren af. Zo is de beweging van water, hetzij door wind hetzij door stroming, van invloed op de hoeveelheid zuurstof in het water.

Zo zal in een snel stromende beek het water meer zuurstof bevatten, er dus meer bacteriën kunnen leven en als gevolg daarvan zal een organische verontreiniging sneller opgeruimd zijn. Ook de waterdiepte speelt een rol; in ondiepe wateren zal de hoeveelheid zuurstof groter zijn dan in heel diepe.


INDELING IN ORGANISCHE VERONTREINIGING
Indeling

Kijkend naar de mate van organische verontreiniging, kunnen we een indeling maken in vier classificaties.


ZEER STERK VERONTREINIGD WATER

Zuurstofarm of zuurstofloos. Veel slib, dat stinkt. Bacteriën massaal aanwezig.

Soortenarm.

STERK VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Veel bacteriën. Veel microscopische soorten zoals plankton, weinig hogere planten en dieren. Water is niet helder.

MATIG VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Weinig bacteriën. Helder water. Veel soorten hogere en lagere planten en dieren. Gevoelig voor algen bloei.

WEINIG VERONTREINIGD WATER

Zuurstofrijk. Geen organische stof. Soortenarm en weinig individuen per soort.
Bij deze indeling moet er rekening mee gehouden worden, dat er overgangsfasen voor kunnen komen tussen de verschillende waterkwaliteiten.
Naast de verontreiniging met organische stoffen zoals bijvoorbeeld mest, kunnen er ook verontreinigingen optreden door anorganische stoffen (niet afkomstig van levende organismen), zoals bestrijdingsmiddelen, mineralen zoals zout wat gebruikt wordt voor gladheidbestrijding op wegen, chemische schoonmaakmiddelen enzovoort.

De opdracht




De bedoeling van dit ecologische wateronderzoek is het bepalen van de waterkwaliteit met behulp van abiotische en biotische meetgegevens.


Het eindproduct van dit practicum is dan ook een natuurwetenschappelijk verslag met de daarbij behorende onderdelen zoals;

  • Een inleiding, met daarin de locatie van jullie monstergebied en de omgeving akkers, bebouwd, etc. Hierin hoort ook een stukje over eutrofiëring en vervuiling bij (zeker in onze leefomgeving) en hoe dit invloed kan hebben op abiotische en biotische factoren.

  • Hypothese

  • Werkwijze, de meeste onderzoekjes zijn niet voorgekauwd en die zul je dus op een dusdanige wijze moeten uitleggen dat andere mensen het kunnen reproduceren.

  • Resultaten, alle resultaten van zowel de abiotische en biotische metingen.

  • Conclusie / Discussie, bespreking van de resultaten en het bediscussiëren van mogelijke oorzaken. Belangrijk hierin is ook om te bepalen of er een samenhang is tussen de gevonden biotische factoren en de gemeten abiotische factoren. Zorg ervoor dat je kort terugkoppelt naar de resultaten om jullie conclusies te onderbouwen.

  • Bronnenlijst, als je bronnen hebt gebruikt voor het verslag noteer daarvan dan de volledige gegevens. Dus de volledige naam van een gebruikte website of titel, auteur en jaar van uitgave van een boek.

  • Persoonlijke reflectie


De proefopzet.

De volgende zaken dienen bepaald te worden:



  • Het biotische leven (plantaardig en dierlijk) in jullie monstergebied met behulp van de toegevoegde tabellen, schepnet en bak, maak hierbij gebruik van een inventarisatiemethode uit het boek (vb. kwadrant of transectmethode) omschrijf in het verslag je werkwijze.

  • De samenhang tussen de soortsamenstelling van het fytoplankton en de abiotische factoren.

  • De abiotische waarden van jullie monstergebied, dus:

  • Temperatuur (thermometer)

  • Helderheid (helderheidmeter)

  • Diepte (helderheidmeter)

  • Stromingssnelheid (tijdsduur voor verzonken busje om 1 meter af te leggen)

  • Totale hardheid (concentratie Ca2+ en Mg2+ ionen)

  • pH-waarde

  • Fosfaatgehalte

  • Nitrietgehalte

  • Nitraatgehalte

  • Ammonium (NH4+) gehalte

  • Zuurstofgehalte


De verwerking.

Het uiteindelijke verslag en de uitvoer van de practica is een gezamenlijk product van de verschillende groepsleden, zorg dus voor een zo eerlijk mogelijke werkverdeling en noteer dit alles in een logboek.

Als laatste in het verslag schrijft eerder groepslid zijn of haar persoonlijke reflectie op de practica en de samenwerking met de groepsleden (dus hoe ging het en wat vond je ervan of wat heb je ervan geleerd.)
Dit alles dient VOOR 7 November 2010 ingeleverd te zijn.
Bij het ingebreke blijven voor dit verslag zal er een 1 op de PTA-lijst geplaatst worden aangezien dit een belangrijk onderdeel is in het PTA-cijfer.



  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina