Economie toegelicht Inleidende beschouwingen



Dovnload 320.95 Kb.
Pagina1/16
Datum23.08.2016
Grootte320.95 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

Economie toegelicht

Economie toegelicht




1.Inleidende beschouwingen




2. Macro-economische relaties




3.Grondslagen van de economische analyse




4.Gezinnen




5.Bedrijven



6.Overheid




6.1Functies

Richard Musgrave




 visie gebaseerd op marktfaling; correcties nodig

  • herverdelingsfunctie: (van inkomen en vermogen, resulteert in werking v/d vrije markt)

  • stabilisatiefunctie:

Manipulering van budgettaire en geldstromingen stromingen

prijs- en inkomensvorming tegen ongewenste economische schommelingen


De Allocatieve functie impliceert dat zij invloed uitoefent op wat en hoe er in de economie wordt geproduceerd en tegen welke prijzen het op de markt komt
Motivatie: visie marktfaling

Demotivatie: visie van overheids- of interventiefaling




6.2Beslissingen binnen de overheidssector





Normatieve theorie

Positieve theorie

  • Uit welvaartstheorie

  • Nationale welvaart verhogen

  • Overheidsuitgaven verantwoord ?

  • Overheid moet de markt corrigeren

  • Homo economicus

  • Toont niet aan hoe de maatschappelijke welvaart te bepalen is

  • Toont geen verband tussen maatschappelijk welvaart en individuele welvaart van de actoren binnen de overheidshuishoudingen

  • Public choise economen

    • Gekenmerkt door ruil

    • Kiezers zijn vraagzijde van de politieke markt

    • Abtenaren zijn aanbod

    • Politieke markt: stemmen pressie en opiniepeilingen  prijs (op priv. Markt)

  • Overheidshandelen vanuit de politieke actores zelf

  • Homo eco. Maar op individuele personen

  • Overheid wordt gedesaggregeerd




6.2.1Kiezers





  • Representatieve democratie: burgers worden vertegenwoordigd door politici

  • Referendum democratie: kiezers kiezen rechtstreeks zonder tussenkost van vertegenwoordigers

    • Heeft slechts zin als meerderen van de stemmers ook effectief de geconfronteerd wordt met de gevolgen

    • Indien niet is er kans op slordig stemmen

    • Eigen belang bij de betrokkenen kan ook te klein zijn




  • Stemprocedure: stemprocedure is veel belangrijker dan de verdeling over de preferenties over het kiezerskorps bepalend is voor de uitslag

    • eenvoudige stemprocedure: elke kiezer heeft 1 stem

      • met dient een 50% meerderheid te halen

      • nadeel: als er veel verschillende voorstellen zijn

      • nadeel: registreert slechts de eerste keuze (niet de rangschikking)

      • nadeel: registreert de intensiteit van de preferentie niet

      • het meest geprefereerde beleid is dan verschillend van het door de meesten geprefereerde beleid

      • tegenstelling tussen gepassioneerde minderheid en lauwe meerderheid




  • K. Arrow (paarsgewijs over alternatieven stemmen)

    • Individuele keuze is vrij

    • Als iedere kiezer een bepaalde mogelijkheid boven een andere verkiest, moet zulks ook in het resultaat van de stemming tot uiting komen

    • Andere mogelijkheden mogen de keuze tussen alternatieven niet beïnvloeden

    • De kiezers beschikken soeverein; geen ‘algemeen belang’; geen dictatuur




  • hoe meer mensen deel nemen aan de condorcet stemming, hoe meer kans dat er geen of een toevallige uitslag uit de bus komt (zie stemparadox)

  • De volgorde waarin de voorstellen paarsgewijze worden gepresenteerd is soms bepalend voor de uitkomst



6.2.2Pressiegroepen





  • Pressiegroepen: een organisatie van mensen met een gemeenschappelijk belang (belangengroep), die de politieke besluitvormingen probeert te beïnvloeden in het voordeel van de belangengroep




  • Ze leveren een collectief goed

    • Free Rider: profiteren van andermans inspanning

    • Hoe free rider probleem oplossen ?

      • Non-exclusivitiet van hun activiteiten

      • Niet leden uitsluiten van voordelen

      • Private goederen (consumentenbladen)

      • Hoe kleiner de groep, hoe minder kans op free-riders


  • Ze beschikken over manieren over stemmen, die ze de politici aanbrengen in ruil voor gunsten

    • Staking

    • Financiering van politici

    • Informatieverschaffing

    • Directe participatie in partijpolitiek

    • Zijn betrokken bij de besluitvorming (op grote schaal: overleg economie)



6.2.3Politici





  • Politici komen met hun product, de staatactiviteit, op de politieke markt en proberen volgens de public choise-theorie uit hun activiteiten zoveel mogelijk voordeel te halen

    • Spelen echter minder goed in op de politieke vraag dan private aanbieders op de goederenmarkt




  • Politieke partijen zijn voor langere tijd zeker van hun marktaandeel.

  • Kiezers (de vragers op de politieke markt) weten heel weinig over de werking van het staatshuishouden en wie verantwoordelijkheid draagt als er iets misloopt

  • Door gebrek aan informatie heeft de politici een grotere bewegingsruimte

  • Tijdstip van de verkiezingen is heel belangrijk

    • Stand van de economie dient goed te zijn

    • Overheidsproject voor de verkiezingen inhuldigen is veel beter dan net erna




  • Politici strijden niet meer als enkeling maar als groep

    • Samenwerking tussen politici maakt schaaleffecten mogelijk

    • Vergemakkelijkt regeringsonderhandelingen

    • Ze verschaffen baten/werk aan mensen die niet rechtstreeks voor de kiezer hoeven te presenteren

    • Verminderd het bestaan van politieke partijen de risico’s verbonden aan het politiek métier.




  • om actieve partijsteun te bekomen, moeten de politici dus extra individuele voordelen aanbieden

    • sport

    • onderwijs

    • ziekenverzorging




  • de theorie van de mediaan kiezer (in een tweepartijenstelsel)

    • partijprogramma’s en kandidaten verschillen nauwelijks




  • in een meerpartijenstelsel is de wisselende coalitievorming veel gecompliceerder, doch is er nog de invloed van de mediaan kiezer




  • stemmenhandel: het stemmen van projecten die hen nauwelijks interesseren om zo stemmen te winnen voor een eigen project



6.2.4Ambtenaren





Carrièristen

Paternalisten

  • Eigen belang


Strevers


Conservatieve ambtenaren

  • Bestaand inkomen en macht veilig stellen

  • Schuwen risico en verzetten zich tegen verandering

  • Proberen aan de samenleving hun eigen preferenties op te leggen

  • Veel belang voor macht en prestige, daardoor hun invloed op het overheidsbeleid vergroot




  • technische inefficiency : ambtenarren vragen te veel geld voor hun dienstverlening




  • Niskanen

    • Ambtenaren praten de politici te veel overheidsdiensten aan

    • Expansiezucht van de hoge functionarissen

    • Diensten kosten veel te veel geld en zijn niet meer efficiënt




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina