Een archtectuurfietstocht langs rietveld-panden



Dovnload 38.24 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte38.24 Kb.

EEN ARCHTECTUURFIETSTOCHT LANGS RIETVELD-PANDEN

Inleiding: Rietveld in Utrecht
De meeste panden die Rietveld in Utrecht ontwierp, liggen in het zuidelijke deel van de stad. De route erlangs kan aan de hand van de tekst gevolgd worden. Twee projecten van Rietveld worden niet aangedaan. Dat zijn de 16 eengezinswoningen in de Van Meelstraat (nr.1-35), die Rietveld in 1956-57 ontwierp in opdracht van de Coöperatieve Vereniging Politiebond Utrecht, en de woning in de Poortstraat waar Rietveld als kind woonde. Deze woning bevond zich boven de meubelwerkplaats van zijn vader. In 1932 werd er een verbouwing uitgevoerd naar ontwerp van Gerrit Rietveld, later werd het pand gewijzigd.
Rietveld begon zijn loopbaan op 11-jarige leeftijd in de werkplaats van zijn vader. Op 18-jarige leeftijd volgde hij een avondcursus architectuur bij de Utrechtse architect P.J.C. Klaarhamer (1874-1954). Klaarhamer deelde zijn bureau in die jaren met de schilder Bart van der Leck. Rietveld achtte de kennismaking -in zijn ogen- visionaire opvattingen van Klaarhamer en van der Leck zeer belangrijk voor zijn eigen ontwikkeling.

Nadat Theo van Doesburg en Bart van der Leck in 1917 de publicatie van het eerste nummer van het tijdschrift "De Stijl" initieerden, bewogen ook Klaarhamer en Rietveld zich in de kring van mensen rond dit blad. Andere deelnemende architecten waren Robert van 't Hoff, Jan Wils, J.J.P. Oud en Cor van Eesteren. In een opmerking die Rietveld maakte over het Rietveld-Schröderhuis wordt het gedachtegoed van de Stijl samengevat: 'We gebruiken uitsluitend primaire vormen, ruimtes en kleuren, omdat die fundamenteel zijn en omdat ze vrij zijn van associaties'.


In 1917 opende Rietveld een eigen meubelwerkplaats aan de Adriaan van Ostadelaan 25 (nu 93). In 1925 vestigde hij zich als architect in het Rietveld-Schröderhuis, in 1933 aan de Oudegracht 55. Vanaf 1961 heette het bureau aan de Oudegracht 'Maatschap Rietveld, Van Dillen en Van Tricht'. Behalve de gebouwen die na 1961 ontworpen werden, zijn ook veel gebouwen van voor die tijd het resultaat van samenwerking -soms tijdelijke- compagnons.
Wijzigingen zijn bij vrijwel alle panden van Rietveld in Utrecht te vinden. Het betreft tenslotte woonhuizen -gebruiksobjecten in een zich ontwikkelende stad. Twee projecten daarentegen zijn gerestaureerd, te weten het Rietveld-Schröderhuis (in 1985) en de chauffeurswoning aan de Waldeck Pyr-montkade (in 1996).
De route duurt op de fiets ongeveer anderhalf uur. Het Rietveld-Schröderhuis kan alleen bezocht worden na afspraak. In het Centraal Museum is uit de vaste collectie werk van Gerrit Rietveld te bezichtigen. Het museum beheert de grootste collectie meubels en maquettes.
Routebeschrijving
 Startpunt: Architectuur Centrum Aorta, Achter de Dom 14, Utrecht.

  • Vanuit Architectuurcentrum Aorta linksaf.

 Aan het einde van het Achter de Dom, bij de Pausdam, rechtdoor de Nieuwegracht op.

 Vervolgens de eerste brug links over en rechtdoor de Herenstraat in.



  • Aan het einde van deze straat rechtsaf, het Lepelenburg op.

  • Het grasveld links houden. Richting de brug over de singel.

Vanaf deze brug is rechtdoor het station Maliebaan te zien. (A.L. van Gendt, 1874). Het is gebouwd in opdracht van de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij volgens de, in die tijd gebruikelijke, Franse type-standaard voor stationsbouw. Het gebouw doet tegenwoordig dienst als spoorwegmuseum. Het is in Utrecht het enige negentiende-eeuwse station dat de tijd heeft overleefd. Het is een uitzonderlijk mooi voorbeeld van de zogeheten rondboog-stijl. De Fransman J.N.L. Durand (1760-1834) wordt gezien als de geestelijk vader van deze bouwstijl. Zijn boek Précis et leçon d'architecture (1802-05) vormde tevens de basis voor het zogenaamde romantisch classicisme, dat een rationele wijze van ontwerpen voorstond. Het bekendste bouwwerk van Van Gendt is het Concertgebouw te Amsterdam.




  • Na de brug rechtsaf, de Maliesingel volgen.

 Bij de eerste stoplichten links, het spoor over en rechtdoor de Zonstraat in (tevens Midden-Nederland route van de ANWB).

  • Aan het einde van de Zonstraat rechtsaf, de Mecklenburglaan in.

  • De tweede straat links is de Waldeck Pyrmontkade, waaraan na 30 meter aan de linkerkant het eerste Rietveld-pand op de route.

 Rietveld verbouwde in 1927-28 de garage van de arts Van der Vuurst de Vries, die aan de Julianalaan woonde. De garage, aan de achterliggende Waldeck Pyrmontkade 20, werd uitgebreid met een chauffeurswoning. Rietveld verbouwde ook het woonhuis van Van der Vuurst de Vries, waarbij de gevel ingrijpend werd veranderd (Julianalaan 10).

De aanbouw aan de bestaande garage werd opgetrokken in een geraamte van ijzeren stijlen en liggers, dat werd opgevuld met metselwerk. De gevel werd bekleed met geglazuurde betonplaten met een noppenstructuur. De naden tussen de gevelelementen werden afgewerkt met stalen strips, waarbij de moduulmaat zichtbaar bleef. Rietveld koos voor een rigide maatverdeling in meters. Deze is goed af te lezen aan de deuren (één meter breed), de kozijnen (één bij één meter) en de betonplaten (één bij drie meter).

Hoewel de woning niet regenbestendig bleek en al gauw 'het zeefje' werd genoemd, kreeg het veel positieve aandacht in de architectuurbladen vanwege de toepassing van prefab elementen. In 1996 werd het pand gerestaureerd door architect Dolf de Maar. Hierbij kreeg de deur de rode kleur die op de oorspronkelijke tekeningen stond.




  • De kade volgen tot de brug. De brug over.

  • Linksaf de Rembrandtkade op.

  • Bij het kruispunt rechts, de Prins Hendriklaan in (in (tevens Midden-Nederland route van de ANWB).

  • Bij de stoplichten rechtdoor. Net vóór het viaduct ligt aan de linkerkant het Rietveld-Schröderhuis.

 Toen Gerrit Rietveld en Truus Schröder-Schräder het Rietveld-Schröderhuis ontwierpen, lag het aan de rand van de stad. Het wijde uitzicht speelde een rol bij de situering van de ramen in het woongedeelte op de eerste verdieping.

Rietveld werkte in opdracht van Schröder-Schräder die, na het overlijden van haar man, met haar kinderen in een kleiner huis wilde wonen. Zij formuleerde een aantal specifieke wensen maar liet Rietveld vrij in de verwezenlijking ervan.

Rietveld bouwde met dit architectonische 'experiment', zoals hij het noemde, feitelijk een manifest voor een nieuwe manier van wonen. In de bovenverdieping van het huis zijn geen vaste wanden. De ruimte kon, conform de wens van Truus Schröder-Schräder, opgedeeld worden in aparte kamertjes of in één groot vertrek. Rietveld paste een dergelijke indeling nadien vaker toe.

Het Rietveld- Schröderhuis belichaamde naast een nieuwe manier van wonen, een nieuwe architectuur. Deze ging uit van de bouwelementen zelf: functie, massa, vlak, tijd, ruimte, licht, kleur, materiaal. De bouwelementen waren even daarvoor geformuleerd in het architectuurmanifest van 'De Stijl'. Rietveld legde met de woning op een nieuwe wijze een relatie tussen de binnen- en buitenruimte. De traditionele, gesloten gevelwand maakte plaats voor de weergave van verschillende, zelfstandige onderdelen. Door het kleurgebruik werd dit nog eens geaccentueerd. De lineaire elementen kregen een primaire kleur of werden zwart, de vlakken werden wit of grijs. Idealitair zou het huis gebouwd zijn met gewapend beton. Omdat dit te duur was, koos men echter voor baksteen met pleister.

Het pand werd eind jaren '80 gerestaureerd door architect Bertus Mulder, die daarbij nog gebruik kon maken van de adviezen van de oude mevrouw Schröder-Schräder. Zij bewoonde het huis eerst alleen met haar kinderen, later samen met Rietveld.




  • Aan de overzijde van de snelweg zijn twee rijen woningen naar ontwerp van Rietveld te vinden, Erasmuslaan 1-11 en Prins Hendriklaan 64.

 Ook voor deze werkten Rietveld en Truus Schröder-Schräder samen. Van haar kwam de opdracht in 1931, die later werd overgenomen door Bredero's Bouwbedrijf. In 1935 waren alle woningen gereed. Samen met de meubelzaak Metz & Co werd in 1931 in één van de woningen een modelinrichting gemaakt. Het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk dagblad becommentarieerde de inrichting als volgt: 'Bij zoveel licht, dat deze huizen binnenkomt, is het haast vanzelfsprekend, dat ook de veelal geschuurde wanden vrijwel blank gehouden zijn; anders zouden zij nog teveel licht opslorpen. Frêle nuances van groen, paars en grijs accentueren even de verschillende ruimten en scheppen bekoorlijke schakeringen. Wat zijn we hier ver van den hartstocht voor primaire kleuren die een vijftal jaren geleden nog woedde. (…) De tentoonstelling die in een dezer woningen gehouden wordt, laat zien welk meubilair deze ruimten 't zuiverst vult: metalen tafels en stoelen, vernuftig gevonden stapelkasten, boekenplanken, moderne lampornamenten (…)'.

Bij het ontwerpen van de rij woningen lijkt Rietveld strikt vastgehouden te hebben aan de idee van 'lucht, licht en ruimte' die bij het CIAM was geformuleerd. Er zijn doorlopende gevelwanden en balkons op iedere verdieping, voor vrijwel ieder vertrek. De leefruimte is steeds zo groot mogelijk gemaakt. Ook bij deze woningen werd traditionele baksteen met pleister gebruikt in plaats van nieuwerwets gewapend beton.

 Vanaf de Erasmuslaan terug onder het viaduct door. Direct links de Laan van Minsweerd in. Deze tot het einde volgen.

 Rechtsaf richting centrum. Bij de stoplichten linksaf de Ariaan van Ostadelaan in.

 De eerste weg rechts in, na enkele meters links de Breitnerlaan in.


 Aan de Breitnerlaan werden in korte tijd twee woningontwerpen van rietveld uitgevoerd. Eén voor de familie Theissing (nr.11) en één voor de familie Muus (nr.9). Rietveld werkte voor nr.11 samen met zijn compagnon Van Dillen, voor nr.9 met J.C.Meulenbelt en H.Schröder. De woning van Muus werd mede gebouwd in opdracht van Wildschut's Bouwbedrijf. De bouw begon in 1958, de woningen werden een jaar later opgeleverd.

De beide villa's tonen vooral overeenkomsten in het interieur. Net als bij het Rietveld-Schröderhuis konden de eet-, woon- en studeerkamer, door de verplaatsbare wanden te verwijderen, samengevoegd worden tot één ruimte. Er werd niet gewerkt met baksteen maar met grote betonblokken, die zowel rechtopstaand als liggend werden toegepast. De woningen zijn sinds 1959 zowel van binnen als van buiten enigszins gewijzigd.


 Aan het einde van het pad langs het water rechts de brug over. Bij de T-splitsing de weg oversteken, linksaf.

 Voor het viaduct rechts het fietspad op. Bij het kruisen van de spoorlijnen springen links de geluidswalwoningen van Atelier Pro (1995) in het oog.

 Volg het fietspad naar beneden, houd na de haarspeldbocht links aan, bij het spoor linksaf.


  • De tweede straat weer links. De Lamstraat volgen tot de Gazellestraat.

Links voorbij dit kruispunt ligt de wijk Tolsteeg, waarin onder meer de sociale woningbouwprojecten van Rietveld zijn gerealiseerd. Hetzelfde geldt voor Hoograven, de wijk in het verlengde van Tolsteeg.
 Voor Tolsteeg en Hoograven ontwierp Rietveld, samen met J.B. van Grunsven en H.Schröder een aantal typen hoog- en laagbouw langs hoofdwegen en in hoven, die op verschillende plaatsen in de wijk zijn terug te vinden. Van 1956 tot 1960 werden bijna 800 woningen gebouwd.

Aan de Saffierlaan (beide zijden), Topaaslaan, Opaalweg, Turkooislaan, Robijnlaan en Kornalijnlaan bouwde Rietveld eengezinswoningen en autoboxen (1956-1960), aan beide zijden van de Tourmalijnlaan flatwoningen (1956-1959). De woningen werden 'slechts' seriematig geproduceerd: Rietveld's idee over de toepassing van geprefabriceerde kernen reikte verder, zoals eerder uiteengezet.


Wat Rietveld's ideeën over sociale aspecten betreft, deze zijn in de Tjepmahof, de Robijnhof en de Rijnesteinhof terug te vinden. De Robijnhof ligt in Tolsteeg, tussen Robijnlaan en Saffierlaan, de andere hoven liggen in Hoograven.

De hofjes vormen een veilig speelgebied voor kinderen, omdat ze slechts van één kant met de auto toegankelijk zijn. Bij de situering van de hoog- en laagbouw is gelet op de stand van de zon. Daarnaast zorgden de verschillende bouwhoogtes, en de situering van de autoboxen, voor een gevarieerd straatbeeld. Door zowel grote en kleine woningen te ontwerpen, varieerde ook de gezinssamenstelling binnen één hof.

De woningblokken vormen een eenheid zonder dat het geheel monotoon aandoet. Rietveld gebruikte diverse kleuren baksteen en kleurige houten borstweringen. De daken van de lagere blokken zijn versierd met een tegelmotief - voor een aangenaam uitzicht vanuit de hoogbouw.

Opmerkelijke details zijn de horizontale betonnen strips waarachter de was kon drogen en de geribbelde randen voor het wegwerken van strepen veroorzaakt door regenwater. Rietveld introduceerde, om een antenne-zee op de daken te voorkomen, centrale antennes.


Bijna bedillerige aandacht voor het uiterlijk van woonwijken was in de jaren '50 en '60 een vanzelfsprekendheid. Sinds de oprichting van het CIAM was de aandacht voor de morele en fysieke gezondheid van arbeiders ook bij de opdrachtgevers sterk toegenomen. Tolsteeg en Hoograven moesten frisse nieuwbouwwijken worden, als tegenhangers van de slordige, volle, ongezonde arbeiderswijken dichter bij het centrum. De bouw van de Utrechtse wijken Zuilen, Kanaleneiland en Overvecht kunnen in hetzelfde licht gezien worden.

De routebeschrijving wordt vervolgd vanaf het punt Lamstraat-Gazellestraat.

 Vanuit de Lamstraat de Opaalweg recht oversteken. De Saffierlaan uitrijden, vlak voor het einde rechtsaf, de Briljantlaan in. Bij de stoplichten links richting centrum.


  • Het is mogelijk om vanaf hier naar het Centraal Museum of terug naar het Architectuurcentrum te gaan. In dit geval na de brug bij de stoplichten rechtsaf. Bij de volgende stoplichten rechtdoor - met een wijde bocht naar rechts het kruispunt oversteken. Over de brug en direct na de doorgang tot het Singelpark en het voormalig politiebureau aan het Ledig Erf, rechtsaf de Doelenstraat in. De bocht naar links volgen, rechts de Agnietenstraat in. Het Centraal Museum bevindt zich in de serie gebouwen aan de rechterkant van de straat. Voor het Architectuurcentrum de Agnietenstraat uitrijden, dan linksaf de Nieuwegracht op, deze volgen tot de Pausdam en het Achter de Dom.




  • Na de brug bij de stoplichten rechtdoor, de Vondellaan in. De weg volgen achter het benzinestation langs. Links ligt de opmerkelijke nieuwbouw van de Hogeschool van Utrecht, door Erik van Egeraat.

 Bij de stoplichten rechtdoor, de Balyelaan in. De weg volgen, met een flauwe bocht naar rechts. De brug over, links aanhouden (niet over de ventweg).

 Het Anne Frankplein oversteken (richting Amsterdam), rechtdoor de Koningin Wilhelminalaan in. Na het passeren van het winkelcentrum rechts in de zijstraat (Van Bynkershoeklaan) verschijnt rechts een woonblok van Rietveld.


 In Transwijk, een deel van Kanaleneiland, zijn net als in Hoograven een aantal seriematig gebouwde woningen te vinden naar ontwerp van Rietveld. Het gaat om hoog- en laagbouw aan de Koningin Wilhelminalaan, de Asserlaan,, de Struyckenlaan, de Van Eysingalaan, de Van Vollenhovenlaan en de De Louterlaan. Het geheel werd in 1959-1960 gerealiseerd. De opdracht kwam van hetzelfde bedrijf dat gezorgd had voor de realisatie van delen van Hoograven en een villa in de Breitnerlaan: Wildschut's Bouwbedrijf. Eenzelfde type woningen als in Transwijk, maar met andere kleuren, werd gelijktijdig gerealiseerd in Reeuwijk (Z.H.).

Rietveld gebruikte wit, blauw en zwart geglazuurde baksteen. De ramen op de eerste en tweede verdiepingen van de laagbouw zijn als één vlak in de gevel geplaatst, in de vlakken tussen de verdiepingen zit draadglas. Ondanks de glazen gevelwanden ogen de blokken massiever dan bijvoorbeeld de woningen aan de Erasmuslaan.


 Om de hoog- en laagbouw van Rietveld in Transwijk te bezichtigen: na deze flat de eerste straat rechts (Van Eysingalaan), eerste straat links (De Louterlaan), dan weer rechts (Van Vollenhovenlaan) en nogmaals rechts (Struyckenlaan).

 Links de Eysingalaan in. Bij het tweede kruispunt links, bij de T-splitsing rechts.

 Aan het eind van de Van Vollenhovenlaan linksaf de Admiraal Helfrichlaan in. Bij de stoplichten rechtsaf de Beneluxlaan in.


  • Voor de uitbreiding van Kanaleneiland in het gebied tegenover de Beneluxlaan, maakte Rietveld in 1956-1957 samen met studenten van de Rietveld Academie in Amsterdam, stedenbouwkundige plannen. Deze lagen ten grondslag aan het uiteindelijke ontwerp.

 Het 24 Oktoberplein oversteken (richting Oog en Al en Vleuten). Na de brug over de Leidsche Rijn rechtsaf de Handelstraat in. Na het stukje groen met speeltuin rechts de Schumannstraat in.




 De Schumannstraat ligt in de wijk Oog en Al waarvoor Berlage en Holsboer in 1920 een uitbreidingsplan maakten, waarop vrijwel direct met de bouw werd begonnen. De invloed van Berlage spreekt uit de plattegrond van de wijk, waarin onder meer gelet is op de zichtas richting park, een voormalig landgoed.

De huizen die Rietveld ontwierp wijken sterk af van de overige woningen in de wijk. Schumannstraat 13-19 werd gebouwd in 1931-1932 in opdracht van Bredero's Bouwbedrijf, die ook de bouw van de rij woningen in de Erasmuslaan financierde.

In de eerste ontwerpen was een open keuken opgenomen die werd vervangen door een aparte keuken achter in het huis. Elk huis heeft een grote woonkamer naast de voordeur, waardoor de overige ruimten klein zijn. Rietveld ging inventief om met de ruimte - de badkamer werd bijvoorbeeld halverwege de trap in een restruimte geplaatst.


 Voorbij de Rietveld-woningen rechtsaf de Debussystraat in, bij de T-splitsing voor het water linksaf.

 De eerste brug rechts over en meteen linksaf, de weg langs het water volgen.

 Rechtdoor de fietsbrug over, aan de overkant rechtsaf. Op de kadehoek tegenover de brug staat het gebouw van de Rijksmunt (C.H.Peters, 1910).


  • Het kanaal volgen tot aan de Sowetobrug, waarover de Graadt van Roggenweg loopt. Na het tunneltje (richting Vlissingenkade) omhoog en terug om de Graad van Roggenweg te bereiken. De gebouwen van de Koninklijke Jaarbeurs liggen rechts langs deze weg en langs het kanaal (nu aan het oog onttrokken door nieuwe kantoorcomplexen).

 Toen de Koninklijke Jaarbeurs in de jaren 1953-1956 uitbreidde op het terrein achter het Centraal Station, kreeg Rietveld de opdracht de Julianahal te ontwerpen. Hij werd bijgestaan door Groep '53: J.A. van de Berg, A.J. ter Braak, J.B. van Grunsven, W.Prey en N.V. Adviesbureau Dulling.

De hal werd haaks op de Margriethal geprojecteerd. De basismaat van het ontwerp was net als bij de chauffeurswoning één meter, hier vanwege de schaal geclusterd in twaalf bij twaalf. Ook de losstaande voorzieningen zoals kiosken en vitrines zijn op deze maat gebaseerd. Het staal en beton is, afgezien van de oranje geverfde deuren, overal zichtbaar gelaten.

De ingang ligt boven straatniveau en kon oorspronkelijk bereikt worden met een hellingbaan. Daarnaast waren er binnen- en buitentrappen. De wanden zijn van glas of lagen aluminium, glaswol en staalplaat. De vloer en het plafond zijn opgehangen aan kolommen, met een riante kruipruimte van één meter zestig in verband met het doorlopend wisselen van de positie van elektriciteit- en watertoevoer. De ruimte onder het platform voor de publieke ingang aan de Graadt van Roggenweg is later afgesloten met een glazen wand.


 Bij de stoplichten rechtdoor (richting centrum). Dan rechts langs de Sijpesteijnkade en via de fietstunnel onder het spoor door (tevens Midden Nederland route van de ANWB). Na de stoplichten rechtsaf en dan direct weer links (richting centrum).

 Het grote kruispunt oversteken (richting Uithof). Rechts Hoog Catharijne (1968-1975) en het Muziekcentrum Vredenburg (H.Hertzberger, 1973-1975).


 Het muurfragment naast de fontein is een restant van het kasteel 'Vredenborch' uit de zestiende eeuw.

Aan de overzijde van het muziekcentrum ligt het pand van de schoenwinkel Van Haren, waarvoor het architectenbureau van Rietveld in 1962 een gevelaanpassing ontwierp. Rietveld werkte in die tijd niet veel meer. Toen hij in 1964 overleed, werd de opdracht verder uitgevoerd door J.J.H. van Leeuwen en J.B. van Grunsven.

Aan de oostzijde van het Vredenburg, het (markt)plein rechts, ligt de voormalige bioscoop 'Vreeburg'. Rietveld woonde lange tijd met zijn gezin boven de bioscoop. Hij ontwierp in 1932 de verbouw van de bioscoop en twee bovenwoningen, waaronder zijn eigen woning. Rietveld woonde hier van 1936 tot 1957, het jaar waarin zijn vrouw stierf. De eigenaar van de bioscoop, J.Nijland, was tevens de opdrachtgever van de verbouwing. Het verhaal gaat dat Rietveld nooit een rekening stuurde voor het werk en dat Nijland op zijn beurt nooit om huur heeft gevraagd.

Bij de verbouwing werd het pand met één verdieping verhoogd, om een betere verhouding te krijgen tussen de straatwand en het plein. De gevel werd bekleed met melkglas waarachter ondiepe lichtbakken waren geplaatst. Alleen de ramen van de woningen bleven vrij. Ondanks de verschillende invullingen achter de gevel vormde deze zo toch één geheel. 's Avonds, wanneer de lichtbakken brandden, werd dit idee nog versterkt.

In het bioscoopinterieur werden lichtgroene, roze, lichtpaarse en grijze kleuren toegepast. De 700 stoelen waren, naar ontwerp van Rietveld, uitgevoerd door Metz & Co. De lijnen langs de wanden en de trappen waren gebogen. Het was een moderne bioscoop, zonder rang-indeling en zonder pluche en tapijten.

De bioscoopzaal lag haaks op de ingang. de vloer liep zowel naar achteren als naar voren iets op. Het balkon lag hoog om de mensen achter in de zaal niet te claustrofobieren. Het projectiescherm was opgenomen in de architectuur, de roze wandkleur werd in de richting van het scherm steeds donkerder. De ventilatie en verwarming werkte volgens een geavanceerd systeem van gezogen en geblazen lucht en maakte gebruik van perforaties in het plafond en circulatie in de kelder. Voor de projectie van de films werd gebruik gemaakt van de nieuwste apparatuur.

De woning op de zolderverdieping had net als het Rietveld-Schröderhuis weinig vaste wanden. De kinderen van Rietveld sliepen in nissen, waarvoor gordijnen hingen. Alleen de keuken, de douche en de slaapkamer van Rietveld en zijn vrouw waren door vaste wanden van de hoofdruimte gescheiden.
 Verder het plein op tot aan de Drieharingenstraat links. Deze volgen tot aan de Oudegracht.
 In 1961 ontwierp Rietveld voor de kantoorboekhandel Mado aan de Oudegracht (116-119) een nieuwe gevel en een nieuw logo. Al in de jaren '20 verving Rietveld de conventionele, tweedimensionale gevelwand door glazen volumes. De ingang van Mado werd oorspronkelijk gevormd door drie vitrines. Van de kleine vitrine op de hoek rest alleen de sokkel.
 De eerste brug links over en meteen naar rechts, de Oudegracht volgen. Dan met uitzicht op de Dom, voor het stadhuis (P.Adams en F.C.E. van Embden, 1824-26) langs. Direct na het stadhuis linksaf, het Oud Kerkhof op.
 Het laatste pand op de route (Oud kerkhof 27) betref één van de eerste opdrachten die Rietveld kreeg. Hij maakte een ontwerp voor een nieuwe winkelpui voor de juwelierszaak van Cornelis Begeer. Hij kreeg de opdracht in 1919. Van 1906 tot 1911 was Rietveld bij Begeer in dienst geweest als ontwerper.

In de winkelpui is duidelijk de invloed van Berlage en Klaarhamer aan te wijzen: de gevel vormt een solide vlak en is gedecoreerd met gestyleerde figuren, die bewust wegvallen in de robuuste compositie. Rietveld maakte naast het gevelontwerp ook ontwerpen voor het meubilair.


 Aan het einde van het Oud Kerkhof rechtsaf, op de T-splitsing vlak voor de Domkerk links en meteen weer rechts.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina