Een berustende blik op hoak achteraf Door roel in ’t veld



Dovnload 8.42 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte8.42 Kb.
Een berustende blik op HOAK achteraf
Door roel in ’t veld
HOAK werd in 1985 een begrip. Het stond voor een visie op een nieuwe verhouding tussen staat en hoger onderwijs. De overheid ging minder op details sturen, en vooral op outputs. Het eigenmeesterschap van de instellingen nam aanzienlijk toe. Een nieuwe inspectie wijdde zich aan metakwaliteitszorg, terwijl de instellingen zelf de verantwoordelijkheid aanvaardden voor het stelsel van kwaliteitszorg. Het geïntegreerd plan, het HOOP, formuleerde de uitgangspunten van de overheid voor toekomstig beleid. Een nieuwe wet verving de uiteenlopende voorafgaande wetten van uiteenlopende snit. In de dissertatie van MiriamLips: Autonomie in kwaliteit. Eburon 1996, kan men de geschiedenis van de totstandkoming van de nota nalezen.

Er was sprake van een constructief overleg- en besluitvormingsklimaat.


Binnen de bekwame ambtelijke organisatie waaraan ik leiding gaf, het DGHW, waren maanden van intensief overleg vooraf gegaan aan de formulering van de conceptnota. Veel medewerkers die uit hoofde van hun functie al jaren goedkeuring verleenden aan tal van besluiten van instellingen vreesden voor de continuïteit van hun werk. Als het departement alleen nog maar op hoofdlijnen ging sturen, leek het voor hen afgelopen. De spanning liep hoog op. Ik hechtte er aan eerst mijn eigen organisatie te overtuigen, en daarna de rest van de wereld. Concepten van de nota begonnen plots te lekken naar de nrc. Dat ergerde de minister buitengewoon. Ik simuleerde een onderzoek van de rijksrecherche en bracht iedere week rapport uit over de voortgang. Toen ik aankondigde dat binnenkort het eindresultaat openbaar zou worden, bekende de dader tegenover mij, nota bene een van mijn eigen directeuren. Hij had een soort gewetensnood maar kon niet ontkennen dat hij al maanden de gelegenheid had kunnen benutten om te argumenteren. Hij beloofde beterschap en ik heb nooit iemand verteld wie het was. Het lekken hield op.
Wat zijn nuttige overwegingen achteraf?
Ten eerste had het tempo van de transitie nog hoger moeten liggen. Nu slaagde de opvolger van Deetman, de econoom Ritzen er in om een deel van de globalisering die via het sturen op sectoren in plaats van op opleidingen had moeten worden bereikt nog terug te draaien. Het gedachtegoed van HOAK kwam in het begin van de jaren negentig zuiverder tot uitdrukking in de Vlaamse wetgeving, die HOAK had geadapteerd, dan in de Nederlandse. We werden er wel beroemd mee in de hele OESO.
Ten tweede hadden wij meer oog behoren te hebben voor de onbedoelde effecten van outputsturing en van zelfregulering bij kwaliteitszorg. Dat inzicht zou hebben genoopt tot een meer tijdelijk karakter van de arrangementen, en tot tijdige aanpassingen.

Het richten van de bekostiging op afgestudeerden en dissertaties leek aanvankelijk een groot succes. Het numeriek rendement steeg en het aantal voltooide dissertaties nog veel harder. Uiteraard was er reden tot twijfel omtrent het causaal verband tussen bekostiging en prestaties maar wij geloofden er heilig in. Een beetje later verrichtte een onverlaat onderzoek naar het aantal lezers per dissertatie en kwam – uiteraard begrijpelijk- tot de conclusie dat dit aantal proportioneel ongeveer evenveel was gedaald als het aantal dissertaties proportioneel was gestegen. Ook ontstond twijfel over de vraag of een afgestudeerde, zonder toevoeging van de kans op waardig werk, nu wel een adequate aanduiding van een prestatie was.

Uiteraard was het stelsel –zoals ieder ander- gevoelig voor gedragsreacties. Slimme instellingen gingen zich concentreren op het aantrekken van studenten die zich al dichter bij de eindstreep bevonden, zodat tegenover de premie voor het afstuderen niet zo’n omvangrijke inspanning nodig was. Omdat het departement later naliet om allerlei per casus goedgevonden of gedoogde constructies in algemene beleidsregels op te nemen, groeide geleidelijk de vaagheid omtrent de grenzen van het geoorloofde. De zogenaamde hbo-fraude, die voor negentig procent bestond uit grensgeschillen en slechts voor een gering deel uit echte fraude, was een rechtstreeks gevolg van deze vaagheid.

Het instrumentarium dat binnen de kwaliteitszorg toepassing vond was evenzeer aan slijtage als gevolg van gedragsreacties onderhevig. Ook een visitatiecommissie bleek te manipuleren te zijn. Ook hier bleven aanpassingen te lang uit.


Een meer fundamentele vraag betreft de wijsheid van het sturen van een professionele organisatie met prikkels. De individuele professional is toegewijd en wellicht volledig intrinsiek gemotiveerd. Hij ontleent betekenis aan zijn werk en is volledig ongevoelig voor prikkels van buiten af. Het is gemakkelijk de aanwezigheid van prikkels als een belediging te ervaren. Zelfs als dit voor alle professionals in een organisatie geldt, is het nog steeds de vraag of het mogelijkerwijze verstandig is de organisatie als geheel te prikkelen. Het is immers de vraag of de leiders van een professionele organisatie zelf ook intrinsiek gemotiveerd zijn. Dat is heel wat minder waarschijnlijk dan in het geval van de individuele professional. De vraag is natuurlijk wel hoe de leiding van de organisatie de van buiten komende prikkels een vertaling naar binnen geeft. Indien de prikkels een op een zonder wijziging worden doorgegeven aan het decentrale echelon van de organisatie, kan men zich afvragen waarom die leiding er eigenlijk zit. Zij slaagt er kennelijk niet in enige creativiteit te benutten bij de omgang met tenminste deels intrinsiek gemotiveerde professionals.

Naar mijn oordeel was en is de gevolgde methode zeker verdedigbaar en in ieder geval superieur aan de stupide vormen van inputsturing – zoals de bekostiging van aanwezige studenten- die daarvoor en ook daarna in zwang waren.


Onmiskenbaar is het eigenmeesterschap van de instellingen sterk toegenomen. Ondanks de geringe effectiviteit van de interne toezichthouders bij de instellingen is deze ontwikkeling toch te prefereren boven de staatsbureaucratie die ook in tal van leden van de Europese Unie nog domineert.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina