Een commentaar op Freuds Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit of hoe hij de genitaal gefixeerden en voorzichtige geliefden vergat



Dovnload 274.28 Kb.
Pagina1/10
Datum25.08.2016
Grootte274.28 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10



KATHOLIEKE

UNIVERSITEIT

LEUVEN


Hoger Instituut voor wijsbegeerte

Kardinaal Mercierplein 2

BE-3000 Leuven

Een commentaar op Freuds Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit
of hoe hij de genitaal gefixeerden en voorzichtige geliefden vergat


Promotor: Prof. Dr. P. Moyaert

Co-promotor: Dr. T. Geyskens



Bachelorproef aangeboden tot het verkrijgen van de graad van

Bachelor in de Wijsbegeerte

door:




Stephanie Koziej



Leuven, 2008





Inhoudstafel





Inhoudstafel 1

Inleiding 4

Hoofdstuk I. Leemtes in de Eerste verhandeling 6

1. Er schuilen gevaren in de intermediaire handelingen op weg naar de coïtus (fase a) 6

2. Waarom dan eerst fase a en niet onmiddellijk fase b? 7

2.1. Fase a, een ongewilde maar noodzakelijke omweg? 7

2.2. Fase a een noodzakelijke voorwaarde voor zichzelf 9

2.2.1. Het niet doorstoten tot fase b is niet steeds een kenmerk van pathologie 9

2.2.2. Fase a moet opgesplitst worden in twee soorten handelen: a1 en a2 12

2.3. Fase a, toch méér dan een ongewilde omweg 14

2.3.1. Fase a schept lust en spanning en is daarom gewild 14

2.3.2. De neigingen om de intermediaire handelingen in fase a te stellen zijn aangeboren 16

2.3.3. Het doormaken van fase a is een noodzakelijke voorwaarde voor een normale, gezonde seksualiteitsbeleving 16

3. Het gevaar voor pathologieën schuilt dus niet enkel in fase a 16

3.1. Het handelen uit fase a moet genuanceerd worden 17



4. Overwaarderen en overgewaardeerd worden 19

4.1. ‘De neiging het seksuele object te overwaarderen’ als hindernis op weg naar fase b 19

4.2. Minimale overwaardering als noodzakelijke voorwaarde voor normale seksualiteitsbeleving 20

5. Samenvatting 22

24



Hoofdstuk II: De Tweede en de Derde Verhandeling en Over de zeer verbreide verlaging van het liefdeleven: de leemtes opgevuld? 25

1. De tweede verhandeling : de infantiele seksualiteit 25

1.1. Algemene kenmerken 25

1.2. De latentiefase gooit roet in het eten 26

2. De derde verhandeling: transformatie van de puberteit 28

2.1. Algemene kenmerken 28

2.2. Drie wegen om het seksuele apparaat aan de gang te brengen 28

2.2.1. Uitwendige weg 30

2.2.2. Inwendige weg 31

2.2.3. Zielenleven 32



3. Over de zeer verbreide verlaging van het liefdeleven  een tekst over zinnelijk gefixeerden  38

3.1. Korte herhaling 39

3.1.1. De tedere stroom en de primaire objectkeuze 39

3.1.2. De zinnelijke stroom, secundaire objectkeuze en haar complicaties 39

3.2. Het niet samenkomen van de tedere en zinnelijke stroom 39

3.2.1. Oorzaken van impotentie bij de man 39

3.2.2. Oplossing en tegelijk symptoom van de mannelijke impotentie 40

3.2.3. Frigiditeit bij de vrouw: oorzaken, oplossingen en symptomen 41

3.2.4. Seksuele vrijheid, een oplossing? 41

3.3. Commentaar op de tekst 42

3.3.1. Voorzichtige vrouwen en zinnelijk gefixeerde mannen. 42

3.3.2. En voorzichtige mannen en zinnelijk gefixeerde vrouwen? 44

3.3.3. We missen een duidelijk begrip van tederheid 44

3.3.4. De oorsprong van de voorzichtige geliefden 45



CONCLUSIE 46

BIBLIOGRAFIE 48

Inleiding

De opzet van deze scriptie is aan te tonen hoe Freud in zijn Drie Verhandelingen over de theorie van de seksualiteit1 twee soorten minnaars over het hoofd ziet: de genitaal gefixeerden en de voorzichtige geliefden. Omdat hij ervan uitgaat dat een pathologie staat of valt met het al dan niet bekomen van de coïtus, heeft hij geen oog voor een belangrijke nuance in het liefdesspel: ze kan enkel zinnelijke behoeftes of zinnelijke én tedere behoeftes bevredigen. Zij die enkel op seksuele bevrediging uit zijn noem ik genitaal of zinnelijk gefixeerden. Zet twee genitaal gefixeerden bij elkaar en er is niets aan de hand. Diegenen die echter ook tedere behoeften willen bevredigen tijdens de liefdesdaden, zullen bij deze genitaal gefixeerden niet aan hun trekken komen; wanneer deze laatsten toch doorstoten of hun tederheid veinzen, durf ik zelfs stellen dat we te maken hebben met genitaal geperverteerden, een pathologisch gedrag. Om dit te verhinderen moeten zij die ook naar tederheid op zoek zijn in de liefdesdaden ‘op hun hoede’ zijn en zeer kritisch staan in het opwaarderen van een doorsnee subject tot een seksueel object; daarom noem ik hen ook de voorzichtige geliefden. Aangezien Freud echter met geen woord over het verschil tussen deze twee soorten geliefden rept, kan hij ook de gevolgen van hun samenkomen niet behoorlijk inschatten. Volgens zijn seksualiteitstheorie zou het aarzelen, uitstellen of weren van de zinnelijk gefixeerde door voorzichtige geliefden geanalyseerd worden als neurotisch (meestal hysterisch) gedrag; ze zouden hun seksualiteit verloochenen, bijvoorbeeld omwille van te sterke psychische machten of omdat ze ‘verliefd’ zijn op hun ouders, wegens een overvloed aan tederheid uit hun jeugdjaren, enzovoorts. Freud lijkt te vergeten dat hij in diezelfde theorie ook claimt dat ieder individu seksuele (zinnelijke) én niet-seksuele (tedere) behoeften heeft; en dat sommigen streven naar het samenkomen van deze twee behoeften in één en hetzelfde ‘niet-alleen-maar-seksuele-object’; wat hij het streven naar het liefdesideaal noemt. Dit laatste ziet hij zelfs als een voorwaarde voor normale seksualiteitsbeleving.

Het is mijn bedoeling om aan de hand van inconsequenties in zijn Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit aan te tonen dat een bepaalde categorie minnaars onterecht bij de pathologische gevallen geklasseerd wordt en een andere categorie daarentegen bij de volstrekt “normale” gevallen. Hiervoor zal ik als volgt te werk gaan:

Om niet iedereen die niet (onmiddellijk) tot de geslachtsdaad overgaat over dezelfde kam te scheren en neurotisch te noemen, zal ik in het eerste hoofdstuk – waarin Freuds Eerste Verhandeling2 behandeld zal worden -- aanduiden dat er een nieuwe definitie van “normale seksualiteitsbeleving” nodig is. Freud stelt in zijn Eerste Verhandeling dat de twee voorwaarden voor “normale seksualiteitsbeleving” zijn: ‘het komen tot de coïtus’ (later fase b genoemd) en ‘het stellen van een minimum aan intermediaire handelingen op weg naar de coïtus’ (later fase a genoemd). Deze tweede voorwaarde is echter niet genuanceerd genoeg en net daardoor zullen genitaal geperverteerden bij de gezonde en voorzichtige geliefden bij de pathologische gevallen gecategoriseerd worden. Om hieraan iets te veranderen is er een nuancering nodig van deze intermediaire handelingen op weg naar de coïtus; ze moeten opgesplitst worden in twee soorten intermediaire handelingen: handelingen buiten een seksuele context (fase a1) en handelingen binnen een seksuele context (fase a2). Een seksuele context is de toestand waarin twee subjecten elkaar wederzijds als seksueel object begeren. Het oprichten van zo’n seksuele context is cruciaal vooraleer er door mag worden gestoten tot fase b. De voorwaarde voor “normale” seksualiteitsbeleving luidt dus niet meer: fase a en b moeten doorgemaakt worden, maar wordt: alle fasen van a moeten doorgemaakt worden vooraleer men tot de coïtus overgaat.

In het tweede hoofdstuk – waar onder andere de Tweede en de Derde Verhandeling3 aan de beurt zijn - zullen we een concrete invulling krijgen van de extra voorwaarden (of extra factoren) waar iemand aan moet voldoen om als seksueel object voor een specifieke ander in aanmerking te komen. Voor voorzichtige geliefden zou zo’n extra factor bijvoorbeeld zijn: hij of zij moet ook op zoek zijn naar het samenkomen van de zinnelijke én tedere stroom. We zullen in deze twee verhandelingen ook een concrete invulling vinden voor de seksuele context: een minimale psychische verandering. Maar ook hier weer zal blijken dat Freud onterecht te weinig belang hecht aan deze extra factoren en de seksuele context of minimale psychische verandering. Volgens mij kan er ten eerste pás een seksuele context opgetrokken worden wanneer er aan alle extra factoren is voldaan. En ten tweede is het ondergaan van deze minimale psychische verandering onontbeerlijk om te kunnen voldoen aan een andere noodzakelijke voorwaarde die aan fase a vasthangt: de fysische of somatische veranderingen. Deze laatste krijgen van Freud wél de aandacht die hun toekomt, want ze zijn inderdaad onmisbaar in de seksualiteitsbeleving aangezien ze de nodige seksuele spanning en daarbij motorische energie opwekken om tot de geslachtsdaad over te kunnen gaan. Maar ik zal aantonen dat analoog met deze somatische verandering de minimale psychische verandering (of seksuele context) even onmisbaar is, aangezien deze laatste de voorwaarde vormt voor de lichamelijke veranderingen. En de voorwaarde voor het opwekken van dit minimum aan psychische verandering is dat er door het toekomstige seksuele object aan alle ‘extra factoren’ voldaan wordt. Een genitaal gefixeerde zal zodoende geen seksuele context kunnen oprichten bij een tedere geliefde, omdat deze laatste hun tedere behoeften niet willen verloochenen.

Ten slotte zal ik aan de hand van een bespreking van Freuds tekst Over de zeer verbreide verlaging van het liefdeleven4 aantonen dat Freud eigenlijk wél oog heeft voor genitaal gefixeerden, alleen noemt hij hen anders: psychisch impotent of frigide (ze zijn niet in staat te begeren wie ze beminnen, en dus daarom omgekeerd niet bij machte te beminnen wie ze begeren). Deze tekst zal ons ook de oorzaak hiervan uit de doeken doen en vertellen hoe de meerderheid van de (cultuur)mensen aan zo’n niet samenvallen van zinnelijke en tedere stroom ‘lijdt’. Toch grijpt hij ook hier weer niet de kans om over de voorzichtige geliefden te beginnen en kan hij het dus ook niet hebben over de consequenties die het voor hen meebrengt, dat de meerderheid van de mensen genitaal gefixeerd is.






  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina