Een deel van de dobben en andere komvormige meertjes op het Drents Plateau danken hun ontstaan aan pin­go's



Dovnload 6.62 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte6.62 Kb.

Drente.



Pingo”

  • Een deel van de dobben en andere komvormige meertjes op het Drents Plateau danken hun ontstaan aan pin­go's.

  • Zo noemen de Eskimo's bepaalde heuvels die in hun woongebied voor­komen.

  • Zij danken hun ontstaan aan ijskernen die zich enkele meters onder het bodemoppervlak vormen.

  • Van­wege de permanent bevroren onder­grond kan het ijs zich alleen naar boven toe uitbreiden.

  • Daardoor kan de bovenliggende grond tientallen meters worden opgeduwd.

  • Aan het eind van de laatste ijstijd (Weichselien) smolt het bodemijs en gleden de bedekkende aardlagen omlaag.

  • Een fossiele pingo, of pingoruïne, is daar­aan te herkennen: aan die lage aarden wal rondom de laagte.

  • Was het ijs ge­heel verdwenen, dan bleef er een meertje over dat later met planten­resten werd opgevuld.

  • Pas in de jaren vijftig onderkenden geologen de relatie tussen dobbe en pingo.

  • Voorheen zag men er allereerst doodijsgaten in, ontstaan in de voor­laatste ijstijd (Saalien), toen restanten van de ijskap wegsmolten.

  • Na onder­zoek van de oudste aardlagen in de komvormige laagtes bleek echter dat die ver na het verdwijnen van het land­ijs gevormd waren.

  • Goede voorbeelden van fossiele pin­go's vindt men bij Donderen, Borger en op het Balloërveld.

  • De Gletsjerkuil bij Gieten is een droge pingo.








Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina