Een eigen erf



Dovnload 11.66 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte11.66 Kb.
Een eigen erf

Wij hebben een huis in Frankrijk. Wij wil zeggen: mijn vrouw en ik. Enige voorzichtigheid is hier wel geboden; het huis is eigenlijk van mijn vrouw. Maar dat vind ik nogal nuffig klinken: mijn vrouw heeft een huis in Frankrijk. Alsof zij steenrijk is, en ik maar een wormvormig aanhangsel. Vandaar dat ik zeg: wij hebben een huis in Frankrijk.

Wij zijn niet de enigen.

Om te beginnen zijn er natuurlijk de Fransen zelf die in Frankrijk een huis hebben. Tot nu toe zijn ze in de meerderheid, zelfs als het over tweede huizen gaat. Maar na de Fransen komen wij, op de voet gevolgd door de Britten, als die ons al niet hebben ingehaald. In dat geval dreigen we een minderheid te worden. Ik weet nog niet wat ik van dat vooruitzicht moet vinden.

Goed.

Ons huis in Frankrijk ligt in een onaanzienlijke gebied, op de kop af duizend kilometer van ons huis in Amsterdam. Als het meezit rijden we er in negen uur naartoe. Als het tegenzit in elf uur. Als ik alleen ga, zonder vrouw, kinderen, katten, konijn en hond, rij ik er in acht uur naartoe. Af en toe doe ik dat, om te controleren of de auto het nog lekker doet en de aannemer te betalen.



Vijf jaar geleden kochten wij het. We hadden toen twee mogelijkheden. Of we kochten een enorme bouwval met een enorme lap grond of we kochten een kleine bouwval met een enorme lap grond. Om redenen die mij inmiddels niet meer helder voor de geest staan, kochten we een kleine bouwval. Nu ik er over nadenk, weet ik weer. Een groot bouwval zou ons tot in lengte van dagen bezig houden. En om nou iedere beschikbare vakantiedag te verbouwen, te knutselen en op te knappen; nee - dat wilden we niet. Nog los van het feit dat we geen spijker in de muur kunnen slaan. Dan kun je wel aan het zagen en timmeren en metselen en stukadoren slaan, maar dat levert niet het gewenste eindresultaat op.

Het huis dat wij kochten was dus vrij klein. Ik zeg nu wel dat het een bouwval was, maar dat was het niet. Het werd gewoon bewoond door een jong stel met een baby. Zij was huisvrouw en hij werkte in een fabriek vijftig kilometer verderop. Zij kon de eenzaamheid van het gehucht waarin het huis staat niet meer aan. Wij zagen die eenzaamheid helemaal zitten. En een extra bijkomstigheid was dat op het erf allerlei schuren stonden, weliswaar in diverse stadia van verval, maar toch - je kon er wat mee, qua verbouwen.

Magisch woord in dit verband.

Verbouwen.

Amper waren de papieren getekend en het jonge stel verhuisd of wij begonnen te verbouwen, dat wil zeggen - meneer Birolini, want dat was de aannemer die via via tot ons kwam, een geestdriftige praatjesmaker met wie het leuk lullen was over de hengelsport en de Franse belastingtarieven, maar die verder nauwelijks aan te sturen was, zoals dat heet. Toch deed hij af en toe wel wat, en hoewel het maar zelden overeenstemde met wat we hadden afgesproken, waren we er best tevreden mee. Uiteindelijk, zo blijkt namelijk als je een huis in Frankrijk hebt, wil je van alle gezeik af en rust aan je kop. Het is twee keer leuk om met een slechthorende electricien in een aardedonkere kelder de leidingen langs te lopen, maar als de stroom voor de derde keer in het weekend uitvalt, heb je het wel gehad.

En dan het weer!

Een populair misverstand is dat het in Frankrijk altijd mooi weer is. Dat is alleen aan de Middellandse zee en in het zuidelijke deel van de Provence het geval. In de rest van het onmetelijke land is het net zulk hondeweer als in Nederland. Dit maakt het hebben van een huis in Frankrijk tot een veel minder groot genoeg dan velen denken, sterker nog: omdat je hebt, moet je er altijd naartoe. Nu weet ik niet hoe u het ervaart, maar voor mij is regen overal hetzelfde, om niet te zeggen dat ik regen in Frankrijk natter, kouder en onaangenamer vind dan thuis. Ik wil zon, al was het maar omdat wij dus in Frankrijk een klein huis hebben en geen kasteel waarin je op regenachtige dagen dromerig rond kunt zwalken, van de ene open haard naar de andere wijnkelder.Want waar was het ons uiteindelijk om te doen?

Het buitenleven!

Er valt over een huis in Frankrijk oneindig veel te zeggen. Er is ook genoeg waarover je kunt zeuren, klagen en jammeren. Ik ben nog niet eens begonnen. Maar altijd als ik die verhalen hoor over aannemers, verbouwingen, vergunningen, buren die onverhoeds een zwembad hebben aangelegd, andere Nederlanders die zich belachelijk aanstellen, bekruipt me het idee dat het toch eigenlijk wel verwende praatjes zijn. Wij hebben toch maar een huis in Frankrijk, denk ik dan, er zijn mensen die hebben niet eens een huis in Nederland, en dan heb ik het niet over asielzoekers of de incidentele Fransman die een tweede huis in Noordwijk of Drenthe wil, maar gewoon over vrienden en collega's die hier in het benauwde, kleine Nederland zitten, en drie weken per jaar ergens op een camping.

Een huis in Frankrijk betekent voor mij: de buitenlucht. Hoe langer we het het huis hebben, hoe minder we er in zitten. Het land, daar gaat het om, meer in het bijzonder: het erf, het eigen erf. Er is niets mooiers, vind ik, heb ik ontdekt, dan een erf; een stuk land rond een huis met wat schuren, struiken, bomen, een oude caravan, een waterput, een konijnenhok, een waslijn, een schommel, een boom met een hut erin, een partij rommel en links en rechts een muurtje. Een erf geeft het leven zin. Je kunt er altijd rondscharrelen, er is altijd iets te doen - en het erf op orde hebben, wordt ook nog eens erg op prijs gesteld door de lokale bevolking, want als de Fransman iets is, is het burgelijk.

Vaak heb ik de afgelopen jaren gedacht dat mijn liefde voor het erf ermee samenhangt dat het bijbehorende huis zo klein is, om niet te zeggen: een hut. In zekere zin is dat zo. Zelfs als het vriest, ben ik in Frankrijk buiten. Al was het maar om hout te zagen, een bezigheid die nooit ophoudt en (daarom) tot mijn absolute favorieten behoort. De motorzaag starten, de stammen op de zaagbok, de voet erop, de zaag in het hout, de blokken die vallen, het zaagsel dat rondstuift, de benzinedamp en de geur van geschroeid hout: het kan niet beter. Maar ook als er geen hout hoeft te worden gezaagd, ben ik buiten, het liefst bemodderd en op laarzen, ongeschoren en met vreemde petten op. Af en toe komt een buurman langs (ons huis staat in een gehucht van vier woningen) en maak ik een praatje. Buurman is oud en langzaam, en we praten over het weer, de lente die op zich laat wachten of de winter die onwerkelijk zacht was dit jaar. Na een tijdje zijn we uitgepraat en staren we allebei naar de bergen in de verte. Hij doet dit zijn hele leven al, ik nog maar net. Toch zijn we buren.

Dan is er nog iets.



Frankrijk is een autoland. Zonder auto ben je er niets, en kun je niets. Een huis in Frankrijk betekent dus veel autorijden. Het beste laat zich doen in een auto die bij het huis hoort, bij voorkeur een oude Eend, een Peugootje, een Renault-4 of een Acadiana. Iedere ochtend ben ik in Frankrijk als eerste wakker, nou ja - ik ben niet de eerste van heel Frankrijk, maar toch wel van onze nederzetting. Ik stommel de trap af en kom in de koude keuken. Misschien dat in de enorme haard nog wat sintels liggen te gloeien, vergeefs. De hond is ook wakker, hij begroet mij uitbundig. Ik zet koffie en ga het erf op om sigaretten te roken en de zaken te inspecteren. Hoe je ook werkt en ploetert, er is op een erf altijd iets dat nog niet af is; een hekwerk hier, een muurtje daar. Ook is het mogelijk dat ongedierte 's nachts de vuilnisbakken heeft omgegooid, zodat het hele erf vol etensresten ligt.

Hond en ik klungelen dus wat rond op het erf. Ondertussen komt de zon op. Als we geluk hebben, krijgen we daar iets van mee. Meestal hebben we pech en wordt het wel licht, maar niet blauw - de kleur die we willen. Uiteindelijk breekt het moment dat we op stap gaan, hond en ik. We verplaatsen ons in een lichtbruine Acadiana die slechts na veel vloeken aan de praat is te krijgen. Dat is niet erg. Als hij het eenmaal doet, doet ie het ook. Ca roule toujours, zegt de buurman altijd. We bolderen met dit oncorfortabele voertuig de nederzetting uit en de heuvels af. We rijden vijftien kilometer naar het dichtsbijzijnde dorp om de krant en brood te kopen en andere voorraden aan te vullen. We bezoeken het café waar we handen schudden met andere mannen. De hond maakt goede sier bij de dames van de zaak. Daarna rijden we terug, door overweldigende natuur die iedere dag hetzelfde is, maar altijd anders. Hond zit naast mij en de auto pruttelt en knettert dat het een aard heeft. Nooit komen we een tegenligger tegen, ik denk dat dat het geheim is van een huis een Frankrijk, of beter gezegd: van een eigen erf.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina