Een exegetische verkenning van Openbaring 20 : 1-10



Dovnload 22.33 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte22.33 Kb.

Een exegetische verkenning van Openbaring 20 : 1-10



In het navolgende treft de lezer enkele oriënterende opmerkingen aan met betrekking tot de perikoop uit Openbaring 20 die steeds gezien wordt als de basis voor de zo genoemde opvatting van het 1000-jarig vrederijk aan het eind der tijden. We proberen de betekenis van de Griekse woorden van Openbaring 20:1vv in te schatten (met verwijzing naar een aantal andere Schriftgetuige-nissen).We sluiten af met een kort overzicht van de gang-

bare opvattingen omtrent het 1000-jarig rijk en geven ten

Jan van Eyk, ca.1425-1433.Altaarstuk Gent slotte onze eigen visie.

St. Bataafskathedraal
Verdeling

1.Inleidende opmerkingen over ‘apocalyptiek’ (hermeneutische prolegomena)

2. Sleutelwoorden

3.Overzicht chiliastische opvattingen/ positiekeuze
1. Inleidende opmerkingen over ‘apocalyptiek’ (hermeneutische prolegomena)

‘Over Openbaring 20: 1 - 6 zijn bibliotheken vol geschreven’ (Visser). Er is moeilijk een laatste woord over te spreken.Voor onderstaande exegese gelden de volgende hermeneutische uitgangspunten:



  • het literaire genre van het laatste Bijbelboek is dat van de apocalyptiek, bekend uit het Oude Testament en uit de intertestamentaire periode (Jes.24 - 27; Joel 2 - 4 ; Zach. 9 - 14; Ez.38v; Dan.2 en 7; Henoch; 4 Ezra). Hier is sprake van een profetisch geladen taal. Woorden, figuren en getallen uit de heilige geschiedenis spelen een symbolische/ associatieve rol (soms met gebruikmaking van terminologieën uit het Parsisme en Hellenisme). Verder wordt de eigen tijd als een crisistijd verstaan, teken van de eindtijd en eindstrijd; de Messias treedt weldra op; daarna komt de ‘olam haba’ (de toekomende eeuw). De apocalyps van Johannes is een christelijke variant van dit genre. Het is ‘apocalyptiek aan het kruis gehecht' (E. de Vries). Dit alles in de vorm van een eschatologische en existentiële brief van de triomferende Christus aan de christenheid (zie hoofdstuk 5);

  • tegen deze achtergrond is gekozen voor de zogenaamde proces/ recapitulatie uitleg. Dat wil zeggen, dat in het boek Openbaring hetzelfde einde (‘eschaton’) steeds vanuit verschillende invalshoeken is benaderd. Het einde van de geschiedenis van de wereld en van de mensheid wordt beschreven in soort concentrische cirkels die steeds nauwer woorden. De gebeurtenissen herhalen zich, maar spitsen zich ook hoe langer hoe meer toe op het einde. De ‘voleinding’ komt steeds dichterbij. Dit houdt onder meer in, dat de 1000-jarige heerschappij van Christus met de heiligen in Openbaring 20 niet ‘chronologisch’ behoeft te volgen op de val van het rijk van de antichrist van Openbaring 19. Zo A. H. Edelkoort en J. H. Bavinck. Openbaring 19 vertelt van het einde van de geschiedenis (val van Babel); Openbaring 20 van de ‘verademing’, ‘de lentetijd’ die er zal zijn in het laatst der dagen; een ‘hart onder de riem’ voor alle gelovigen;

  • in het meebeleven van deze belevingswereld waaraan het laatste Bijbelboek is ontsproten en met een open oog voor het teken - karakter van de tijd die wij thans beleven, komt de actualiteit van de Openbaring tot haar recht. ‘Voor velen is de Openbaring ‘een steen der ergernis, voor anderen zo dierbaar, dat zij bijkans geene andere bladzijde des Bijbels kennen dan deze’ (J.H. Gunning);

  • deze benadering van het laatste Bijbelboek kan niet van de hand worden gewezen met de opmerking, dat hiermee de Bijbel niet letterlijk wordt genomen.


2. Sleutelwoorden

  • Chilia etè = 1000 jaren. Zoals alle getallen in Openbaring, zo heeft ook dit getal van 1000 jaren symbolische waarde. Dus niet: 999 + l, maar 10 x 10 x 10; dat is: de voleinding van de mensheidsgeschiedenis; sluitstuk van Gods doen op aarde; ‘arraboon’ = handgeld van de ‘olam haba’ (de toekomende eeuw). De 1000 jaren vallen niet samen met het eeuwig vrederijk. Ook de na - christelijke synagoge heeft verschillende tradities inzake een Messiaanse periode die aan de ‘olam haba’ voorafgaat (H. L. Strack – P. Billerbeck, III, p.823f).

Er wordt in Openbaring 20 niet gesproken over een rijk op aarde (met een eerste wederkomst van Christus op aarde, in Jeruzalem), ook niet over de situatie op de aarde tijdens dit rijk (bijvoorbeeld een situatie van vrede en zondeloosheid). Er wordt slechts gesproken over een regeren van ‘gekroonde martelaren’ met Christus tijdens een periode waarin de satan niet ‘uit de voeten kan’. De duizend jaren zijn een soort sabbat aan het eind van zes werk(= schepings)dagen. Maar dit is niet op te vatten in de zin van een periodisering van de wereldgeschiedenis die er als volgt uitziet: a) van de schepping der wereld tot Abraham = 2000 jaar; b) van Abraham tot Christus = 2000 jaar; c) van Christus tot heden = 2000 jaar; en dan…!!! Met behulp van gekunstelde inpas­sing van andere (apocalyptische) gegevens uit de Bijbel in Openbaring 20 en door menigvuldig cijferwerk zijn vele chiliastische dromen ontstaan.

  • Draakoon, ofis, diabolos, satanas = draak, slang, duivel, satan. Dit zijn verschillende benamingen voor de geweldige tegenstander van God die door heel de Bijbel heen genoemd wordt (Gen.3 : l; Job 1; Zach.3 : 1; Matth.4 : l; Ef.6 : 11; l Thess.2 : 18; 2 Thess.2 : 9).Vooral in het laatste Bijbelboek (bijvoorbeeld 12 : 9; 13 : 2). Deze figuur is het inbegrip van de geestelijke, anti - goddelijke macht. Zijn typisch werk is: ‘planaoo’ = verzoeken, op een dwaalspoor brengen van de volken. In 13 : 14 is dit: brengen tot aanbidding van het beest en zijn beeld (666).

  • Abyssos, fulakè = afgrond, put, gevangenis; de plaats waar de demonische machten thuishoren, opbergplaats en aanvalscentrum van boze geesten. God heeft er zeggenschap over. Een engel kan sluiten en openen (heeft een sleutel en keten). De betekenis van deze ‘opsluiting’ van de duivel moet zijn, dat hij de volken niet meer op een totaal dwaalspoor kan brengen (zijn eigenlijke werk).

  • Pepelekismenoi = onthoofden. Het gaat hier om zielen van martelaren die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God van het leven zijn beroofd en die niet geknield hebben voor het beest en zijn beeld. Het is de ‘keurbende der gelovigen uit alle tijden’. Het zijn de verliezers die de winnaars zijn.Want zij zitten op tronen en regeren als koningen met Christus 1000 jaren (Dan.7 : 9, 22, 27; l Kor.6 : 2). Zij zijn buiten satans bereik. De opsluiting van satan en de regering van de martelaren betekenen, dat de overwinningskracht van het ge­tuigenis van Gods Woord zich onder de volken kan laten gelden.

  • Hè anastasis hè protè / ho deuteros thanatos = de eerste opstanding en de tweede dood. Van de martelaren wordt gezegd, dat zij leefden (vs.4); dit kan ook vertaald worden met: ‘en zij herleefden’ (hier dezelfde werkwoordsvorm - aoristus ingressivus - als in vs.5). We worden herinnerd aan Ez.37 : 10 en Matth.19 : 28. Het ‘herleven’ van de martelaren ziet op de kwaliteit van een doodsbestendig leven dat hun deel is, dus op de hemelse heerlijkheid waaraan zij deelhebben. Het wordt de ‘eerste opstanding’ genoemd. Daaraan hebben de ‘overigen der do­den’ (= de ongelovigen) geen deel. Het is niet duidelijk, of met ‘de eerste opstanding’ ook aan een lichamelijke opstanding wordt ge­dacht. Er wordt in elk geval niet over een eerste en een tweede komst van de Messias gesproken. De voor-christelijke synagoge kende vol­gens H. L. Strack – P. Billerbeck (III, p.824,82f) slechts één komst van de Messias (met dodenopwekking en daaropvolgend eeuwig rijk der heerlijkheid). De na – christelijke synagoge kent wel een eerste komst van de Messias met dodenopwekking in het land Israël en een tweede komst met een algemene dodenopwekking en het eindgericht.

‘De tweede dood’ is aanduiding van de definitieve ondergang (na de eerste dood = het sterven), het geworpen worden in de poel des vuurs (Dan.7 : 11; Openb.20 : 14; 21 : 8; vgl. 2 : 11; 19 : 20.) Bij de latere rabbijnen is de tweede dood: a) uitsluiting van de opstanding, in het graf blijven en b) verwijzing naar de eeuwige verdoemenis (H. L. Strack – P. Billerbeck, III, p.830).

  • Goog kai Magoog – (vs.8). Deze woorden herinneren aan Ez.38 - 39 :16; hier heet Gog vorst van het land Magog/ hoofdvorst van Me­sech en Tubal. Deze namen zijn symbolen van een eindstrijd der volken op aarde (uit alle windstreken) tegen Gods volk, onder leiding van de losgelaten satan.Omsingeld wordt de ‘legerplaats der heiligen’ en 'de geliefde stad’ (uitdrukkingen die herinneren aan Jeruzalem; zo ook het werkwoord ‘anabainoo’ = opgaan). De laatste strijd op aarde is er één in wereldverband; ze is gericht tegen de heiligen en beminden van God, zoals de eeuwen door de vijandschap der volken zich gekeerd heeft tegen de stad en het volk van God.

Maar deze strijd loopt uit op de ondergang en het eindgericht.Er daalt vuur van de hemel (vgl. 2 Kon.1 : 10, 12; Jes.24 : 21vv; Ez. 38 : 22; 39 : 6 ). De duivel wordt geworpen in de poel des vuurs / plaats der pijniging (Dan.7 : 11; Openb.14 : 10; 19 : 20), waar het beest en de valse profeet zijn en waarin ook de dood en de hel geworpen worden (vs.14).
3.Overzicht chiliastische opvattingen

Het navolgende is ontleend aan het commentaar van dr. A. J. Visser, De Openbaring van Johannes (serie Prediking van het Nieuwe Testament); Nijkerk 1975; 3e druk; blz. 235vv.


Uitleggers van Openbaring 20 zijn te verdelen in twee hoofdklassen:

I. Het 1000–jarig rijk is iets toekomstigs

    1. Postmillennaristen: er is één parousie van Christus, namelijk na het 1000-jarig rijk. In het 1000-jarig rijk is er sprake van een geestelijk heersen van Christus en een geestelijke opstanding. Deze opvatting wordt ook wel genoemd: een geestelijk chiliasme, ‘chiliasmus subtilis’; aanhangers: sommige calvi­nistische theologen van de 17e eeuw, W.a. Brakel o. a.).

    2. Premillennaristen: Christus komt lijfelijk terug om als koning te heersen.De martelaren staan lichamelijk op; opname van de gemeente. Dan het 1000-ja­rig rijk; tenslotte de definitieve wederkomst van Christus (na de kleine tijd waarin de satan tekeer kan gaan). Deze opvatting heet ook wel: het krasse chili­asme; aanhangers: Ireneüs, Commodianus, Bengel, Isaac da Costa; Zahn; Adventistische bewegingen, Jehovagetuigen in allerlei variaties.

II. Het 1000-jarig rijk is niet toekomstig. Het is de tijd van de kerk. Zo Augustinus en het na-au-

gustijnse katholicisme; de meeste protestanten; sommige geloofsbelijdenissen uit de tijd van de hervorming – o.a. de Augsburgse confessie - veroor­deelden het chiliasme als speculatie.


Visser heeft bezwaren tegen de laatstgenoemde opvatting. De brandstapels van de tijd van de Reformatie en ‘Bergen-Belsen’ kan men zich moeilijk indenken in een 1000-jarig rijk waarin de duivel gebonden is. Visser heeft nog meer bezwaren tegen het krasse premillennarisme (past niet in onze tijd). Hij staat een gematigd postmillennarisme yoor, semi-chiliasme ook wel geheten (zo sommige oud-ethischen, o. a. Chantepie de la Saussaye; ook Hans Lilje, Haitjema, Miskotte en H. Berkhof).Voor een op de prediking gerichte exegese relatief de beste oplossing.
Ik zou het liefst aansluiten bij de onder II genoemde benade­ring. Naar mijn gevoelen wil Johannes in Openbaring 20 niet meer (ook niet minder) verkondigen dan dat er in de volheid des tijds - uit kracht van de zege van Christus Jezus op de satan op Golgotha – tijden van ‘verademing’ zullen oplichten, waarin de victorie van Christus en de strijdende kerk voor de dag treedt en de duivel moet inbinden. In die telkens oplichtende tijden van verlichting blijkt, dat zij die om het getuigenis van Jezus het leven lieten en ogenschijnlijk verliezers waren, de overwinnaars zijn. Dat is dan een ‘arraboon’, een hart onder de riem voor alle gelovigen.Opdat zij de moed niet zouden verliezen, als de dagen aanbreken,waarin de duivel losbarst en het vuur van de hemel valt.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Enige literatuur


  1. Ds. J. J. De Heer, De openbaring van Johannes.

  2. dr. A.H. Edelkoort, De openbaring van Johannes; Wageningen, z.j.

  3. Dr. J. H. Gunning, Het Boek der Toekomst; de Openbaring van Johannes voor de gemeente des Heeren toegelicht; Utrecht 1900; opgedragen aan Prof. Nicolaas Beets.

  4. Ds. D. A. v.d. Bosch, 666, het getal eens menschen; Wageningen 1945/ 46. Ds.D. A. v.d. Bosch is op 20 maart 1942 ’s ochtends om 8 uur in het Duitse concentratiekamp te Amersfoort door ondervoeding, dysenterie en longontsteking overleden

  5. Dr. J. H. Bavinck, Voort wentelen de eeuwen; gedachten over het boek der Openbaring van Johannes; Wageningen, z.j. 3e dr.

  6. dr. A. J. Visser, De Openbaring van Johannes (serie Prediking van het Nieuwe Testament); Nijkerk 1975; 3e druk.

  7. A. Koers, De terugkeer van Jezus Christus; hoe en wanneer; handreiking voor meelevende gemeenteleden; Sliedrecht 1992 Merweboek. In dit boek vindt de lezer de opvatting van I.b (zie boven) nader uitgewerkt.

  8. In Miscellanea Neotestamentica (red. T. Baarda; A. F. J. Klijn; W.C. van Unnik): P. L. Schoonheim, Probleme und Impulse der neutestamentlichen Apokalyptik. Brill Leiden 1978.

  1. Zie Hij komt…; Bijbelstudies over de Openbaring aan Johannes (met gespreksvragen). Leiding, 23e jrg. nr.5 (jan.1978); Uitgave van de HGJB.

  2. Ds. Tj. Boersma, Middenin de eindstrijd; een praktische uitleg van Openbaring (met gespreksvragen). Barneveld 1992. Dit boek is geheel anti chiliastisch, maar Israel blijft helaas buiten het vizier.

  3. Dr. H. v.d. Laan, Openbaring van Johannes; verklaring van een Bijbelgedeelte. Kok Kampen 1992. Dit boek begint met de opmerkelijke zin: ‘Van 1700 tot 1975 zijn meer dan 1500 geschriften geschreven die over het laatste boek van de bijbel handelen.’

  4. Dr. W. S. Duvekot, Begrijpt u wat u leest?; een hedendaagse uitleg van de Openbaring van Johannes. Boekencentrum s’ Gravenhage, 1991.

  5. C. Vonk, Openbaring; serie De voorzeide leer, deel 1 Z De heilige Schrift; Amsterdam 1991.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina