Een informatiekatern van de Jacobus Fruytier s g. onder verantwoording van de arbo-werkgroep



Dovnload 56.29 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte56.29 Kb.




ARBOWIJZER


(een informatiekatern van de Jacobus Fruytier s.g.)

onder verantwoording van de arbo-werkgroep



VEILIGHEID

GEZONDHEID

WELZIJN

Inhoudsopgave


1

1

ARBOWIJZER 1



Inhoudsopgave 2

ARBO INFO 3

Beleidsverklaring Arbeidsomstandigheden 5

1. Doelstelling 5

2. De uitvoering van het beleid 5

Arbobeleidsplan 5

Beleidsdoelstellingen 5

Werkgroep arbeidsomstandigheden (VGW-commissie) 6

Doelstelling 6

Verantwoording en uitvoering 7

VGW-commissie 7

Arbozorg: organiseren en afspraken maken 7

Arbo-baten 7

Arbozorgsysteem 7

Arbozorg: fasering en beheersing (documenten) 9

Registratie ongevallen. 10

ARBO: beter voorkomen dan genezen. 11

PBGO 11


Spreekuur 11

Psychosociale dienstverlening. 11

Bedrijfshulpverlening 12

Ontruimingsoefeningen 12

De Poortwachter 13

Stappenplan reïntegratie 14

Overzicht veiligheidsregels binnen de afdeling BT, ET en MT 15

Bouwtechniek 15

Elektrotechniek 15

Metaaltechniek 16

GEDRAGSREGELS m.b.t. Natuurkunde, Scheikunde en Biologie. 17

ARBO INFO

Beste collega,


In deze arbowijzer zul je verschillende zaken lezen waarvan je het bestaan niet of nauwelijks wist, andere zaken kunnen als bekend verondersteld worden. Uiteindelijk draait het met betrekking tot de arbeidsomstandigheden om de volgende drie zaken: Veiligheid, Gezondheid en Welzijn.

Deze reader veronderstelt een groeidocument te zijn, een eerste aanzet tot het verstrekken van informatie met betrekking tot arbeidsomstandigheden. Jaarlijkse evaluatie is dan ook nodig om een zo compleet mogelijk overzicht te krijgen en daarvoor zijn suggesties, opmerkingen, cq aanvullingen van harte welkom bij de leden van de arbo-werkgroep.

Deze arbowijzer is een min of meer technisch verhaal gebaseerd op wettelijke regelgeving; recht en wet.
In het kader van onze identiteit mag ook de verticale lijn, de verhouding tot God, onze Schepper en Onderhouder, niet onvermeld blijven. In dit opzicht krijgen Veiligheid, Gezondheid en Welzijn een diepere dimensie, namelijk niet alleen die van wenselijkheid maar van onmisbaarheid en noodzakelijkheid.

Onze tijd kenmerkt zich door een algemeen vervagend normbesef. Niet alleen worden de op Gods Woord gegronde normen overboord gezet, ook waardevolle tradities worden vaarwel gezegd; vrije mensen in een vrije cultuur!? De verhouding werkgever en werknemer wordt in onze moderne maatschappij niet meer geplaatst in het kader van gezagsrelaties zoals die ons in de Bijbel en in de Catechismus (Zondag 39) wordt getekend.

Enerzijds een goed werkgeverschap dat relatieve zeggenschap heeft en haar werknemers rechten en plichten geeft tot een optimale arbeidsbeleving. Anderzijds is het niet om het even hoe iemand zijn werk verricht. Het moet hem/haar een eer en een vreugde zijn te kunnen en te mogen werken als opdracht van God tot Zijn eer en tot heil van de naaste: naar individuen toe (de leerlingen en de collega’s) maar ook in het geheel van de scholengemeenschap in onderwijs- en opvoedkundig opzicht.

De weldaad van de arbeidsomstandigheden zullen dan mee werken om Veiligheid, Gezondheid en Welzijn dagelijks te ervaren als een voorrecht.

Deze ARBO-WIJZER bestaat uit een A en een B gedeelte te weten:


  • Onder A een info voor alle personeelsleden van de school.

  • Het B gedeelte is locatiegebonden en bevat voor die vestiging het ontruimingsplan en het calamiteitenplan.

Met vriendelijke groeten,


W. ter Harmsel

Bijgesteld: juli 2009, H. van den Ende


Beleidsverklaring Arbeidsomstandigheden




1. Doelstelling


Het arbeidsomstandighedenbeleid is een onlosmakelijk deel van het totale beleid en is gericht op:

  • een zo groot mogelijke veiligheid van de werknemers en leerlingen

  • een zo goed mogelijke bescherming van de gezondheid van de werknemers en leerlingen

  • het bevorderen van het welzijn van de werknemers en leerlingen.



2. De uitvoering van het beleid


De uitvoering van het beleid bestaat uit de volgende onderdelen:

  • het te voeren beleid te formuleren en na advisering van de personeelsraad (in het vervolg te noemen PR) uit te dragen binnen de organisatie

  • dit beleid regelmatig aan te passen aan de ontwikkelingen

  • dit beleid regelmatig te toetsen aan de ervaringen die zijn opgedaan

  • de te nemen maatregelen na advisering van de PR vastleggen en bewaken

  • binnen door de wet gestelde normen de onderscheiden bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de werknemer vast te leggen

  • het vastleggen van procedures van tenminste de volgende aangelegenheden:

        • de interne en externe informatieverstrekking en verwerking

        • het te voeren overleg

        • het geven van voorlichting en onderricht

        • de veiligheids- en gezondheidsbegeleiding;

        • de wijze waarop en met wie het beleid en de uitvoering hiervan dienen te worden geëvalueerd.

Gebaseerd op deze beleidsverklaring is een Arbobeleidsplan met richtlijnen uitgewerkt, onderverdeeld naar de verschillende onderwerpen.

Derden, werkzaam op het terrein van onze organisatie, zullen voor zover noodzakelijk op de hoogte worden gesteld van de voor hen geldende maatregelen van het Arbobeleidsplan en richtlijnen.


Arbobeleidsplan




Beleidsdoelstellingen


De beleidsdoelstellingen van de Jacobus Fruytier SG te Apeldoorn, Rijssen en Uddel zijn als volgt:
1. Binnen onze organisatie is een werkgroep arbeidsomstandigheden opgezet. De taak van deze commissie bestaat uit het begeleiden en sturen van de optimalisering van de arbeidsomstandigheden. Eén van de taken bestaat uit het jaarlijks actualiseren van het plan van aanpak en het opstellen van de jaarlijkse evaluatie van dit plan.
2. Om binnen de school het arbeidsomstandighedenbeleid een goede basis te geven zal gerichte scholing en onderricht voor zowel leidinggevenden en andere werknemers worden georganiseerd.
3. In samenwerking met de Arbo-dienst is een systeem van ziekteverzuimbegeleiding, gericht op frequent en langdurig verzuim opgezet. Een onderdeel daarvan is onder andere het opstellen van terugkeerplannen/begeleiding bij reïntegratie. Voor een goede sturing zal gebruik worden gemaakt van een Sociaal Medisch Team: periodiek overleg tussen personeelszaken, directie en bedrijfsarts of bedrijfspsycholoog.
4. In een tijdsbestek van 4 jaar zal door middel van het Periodiek Bedrijfsgezondheidskundig onderzoek elke werknemer door de Arbo arts worden onderzocht. Alle medewerkers kunnen daarbij op vrijwillige basis een medisch onderzoek ondergaan. Tevens wordt per werknemer een gezondheidsvragen- en een werkvragenlijst ingevuld. Deze gegevens worden gebundeld en per afdeling gerapporteerd, waarbij een vergelijking wordt gemaakt met overeenkomstige referentiegroepen. Op deze manier vindt een nauwgezette inventarisatie plaats van mogelijke knelpunten binnen onze school.
5. Om adequaat te kunnen reageren bij calamiteiten zal een bedrijfshulpverleningsplan worden opgesteld. Op basis van dit plan zullen een aantal bedrijfshulpverleners worden opgeleid. Deze bedrijfshulpverleners kunnen eerste hulp bij ongelukken verlenen, maar zijn ook getraind in het blussen van een beginnende brand. Met een goed calamiteiten- en ontruimingsplan zal tevens de continuïteit van onze school beter worden gewaarborgd.
6. Het meeste zicht op de arbeidsomstandigheden van medewerkers hebben de locatiedirecteuren. Om deze functionarissen te assisteren bij deze belangrijke taak zullen de leden van de werkgroep worden ingezet.


Werkgroep arbeidsomstandigheden (VGW-commissie)




Doelstelling


De uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid is primair een taak voor de werkgever. Deelaspecten van deze activiteit kunnen door leidinggevenden en/of andere medewerkers worden uitgevoerd.

De werkgroep arbeidsomstandigheden heeft de volgende belangrijke taken;



  • een stimulerende rol spelen binnen de organisatie;

  • het voorbereiden van het beleid

  • het opzetten van concrete uitvoeringsplannen

  • het uitvoeren van voortgangscontrole

  • het opstellen van concrete jaarplannen

  • het bewaken van het plan van aanpak



Verantwoording en uitvoering


De werkgroep arbeidsomstandigheden heeft een adviserende rol binnen de school. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de directie. Praktisch zal de werkgroep zich bezig houden met voorbereidende werkzaamheden, zoals het voeren van overleg, het in concept opstellen van jaarplannen en het bespreken van alternatieven ter verbetering.

VGW-commissie


Op basis van de arbeidsomstandighedenwet behoort het arbeidsomstandighedenbeleid in overleg met de werknemers of de werknemersvertegenwoordiging te worden ontwikkeld en uitgevoerd.


Arbozorg: organiseren en afspraken maken

Heldere doelstellingen op het gebied van arbeidsomstandighedenzorg in de school bieden houvast voor zowel de werkgever als de personeelsraad. Vanuit de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een plan van aanpak opgesteld moeten worden waarin alle knelpunten zijn benoemd en waarin wordt aangegeven wie er verantwoordelijk zijn voor het oplossen van een bepaald knelpunt.


Arbo-baten


  1. Verzuim reductie

  2. Vermindering WIA-toetreding

  3. Motivatie verbetering werknemers

  4. Veilige en gezonde werkplekken

  5. Verbetering arbeidsverhoudingen

  6. Minder schade en ongevallen

Arbozorgsysteem


Aan de hand van het 5xW-model kan worden toegewerkt naar een effectief arbozorgsysteem.
Willen:

  • Concrete doelstellingen op het gebied van arbeidsomstandigheden en verzuim

  • Intentieverklaring

  • Overleg met het personeel d.m.v. de personeelsraad

Weten:


  • RI&E (‘oude’ werkplekonderzoeken) met toetsing

Wegen:


  • Plan van aanpak (prioriteiten)

  • Arbeidshygiënische strategie (bronaanpak)

  • Arbojaarplan

Werken:


  • Verzuimbegeleiding

  • Periodiek bedrijfsgezondheidskundig onderzoek: PBGO

  • Arbeidsgezondheidskundig spreekuur

  • Bedrijfshulpverlening

  • Melding en registratie van ongevallen

  • Voorlichting en onderricht

Waken:




Arbozorg: fasering en beheersing (documenten)





FASE

BIJBEHOREND DOCUMENT

Verkrijgen van draagvlak

Intentieverklaring

Analyse- en keuzefase

RI&E

Uitvoeringsfase

Voortgangsrapportage (Plan van aanpak)

Evaluatiefase

Arbojaarverslag


Registratie ongevallen.

Het registratie ongevallen formulier (zie bijlage) beoogt twee functies:



  1. intern: het mogelijk maken van een analyse waardoor ongevallen in de toekomst (mogelijk) voorkomen kunnen worden [een preventieve werking]

  2. extern: bepaalde gevallen moeten bij de Arbeidsinspectie worden gemeld d.w.z. ernstig lichamelijk dan wel geestelijk letsel; een schade aan de gezondheid die, naar het zich laat aanzien, blijvend is.

De eerste melding, door de betrokken werknemer, aan de locatiedirecteur kan uiteraard mondeling. De melding moet echter altijd schriftelijk worden vastgelegd. De in het registratie formulier opgenomen informatie maakt een verdere analyse mogelijk.


Het registratie formulier moet zo volledig mogelijk ingevuld worden en voorzien worden van een handtekening. Het formulier is te downloaden op het personeelsweb.


ARBO: beter voorkomen dan genezen.

Plezier in uw baan heeft alles te maken met de omstandigheden waarin u werkt. Uw eigen gezondheid, de veiligheid op uw werkplek en een goed werkklimaat zijn daarbij niet onbelangrijk. Perspectief is gevraagd om te helpen bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de verzuimbegeleiding van onze school.



PBGO


Als u werkt met gevaarlijke stoffen of onder zware lichamelijke of psychische belasting, dan moet de gezondheidsschade zoveel mogelijk beperkt worden. Daarom stelt de school elk personeelslid in de gelegenheid, deel te nemen aan een Periodiek BedrijfsGezondheids Onderzoek: een medisch onderzoek gericht op het individu met een beoordeling van de algemene gezondheidstoestand en opsporing van gezondheidsrisico’s. De inhoud van dit onderzoek is: vragenlijst m.b.t. werkbeleving, vragenlijst naar de gezondheidsbeleving en een biomedisch onderzoek d.w.z. lengte, gewicht, longfunctie, cardiogram, bloeddruk, bloed- en urineonderzoek, gezichts- en gehoorvermogen. Eens in de vier jaar zullen alle medewerkers een oproep krijgen. Het personeelslid dat geen gebruik wenst te maken van de geboden gelegenheid maakt dit bekend bij de locatiedirecteur.

Spreekuur


Als u op uw werk problemen of klachten heeft, kunt u ook rechtstreeks om advies en begeleiding van de Perspectief vragen. Ook de relatie tussen werk en uw privé-situatie kan aanleiding zijn om een spreekuur te bezoeken. Dit is kosteloos en vertrouwelijk, https://www.perspectief-diensten.nl.

Psychosociale dienstverlening.


Medewerkers kunnen individueel of als team bepaalde problemen hebben. Deze kunnen direct verband hebben met het werk. De werkdruk kan groot zijn, de sfeer is niet goed of er is een conflict. Dit kan leiden tot stress of burnout. In andere gevallen gaat het om persoonlijke omstandigheden en/of de gezinssituatie. Maar ook dan is er vaak een relatie met het werk.
De psychosociale dienstverlening is gericht op drie zaken:

Verbetering van het persoonlijk functioneren, verbetering van de omstandigheden en de werkverhoudingen of een soepele reïntegratie bij uitval in het werk. Psychosociale hulp kan variëren in kort- en langdurige trajecten. In een kort traject leren werknemers beter om te gaan met zichzelf, met werkrelaties of met werkproblemen. In de langere trajecten krijgt de werknemer meer tijd om inzicht en vaardigheden te verwerven en zich de veranderingen eigen te maken. Het proces verloopt in de regel in vijf stappen:

Intake > Plan van Aanpak > Interventiemodule > Individu > Evaluatie > Nazorg.


Bedrijfshulpverlening

Sinds januari 1997 zijn de scholen verplicht om Bedrijfshulpverlening (BHV) te organiseren. Deze verplichting vloeit voort uit de Arbo-wet en het Arbobesluit. In artikel 3 van de wet worden de verplichtingen van de werkgever in het kader van de algemene zorg voor arbeidsomstandigheden beschreven. De werkgever wordt gestuurd in de volgorde waarin deze verplichtingen moeten worden ingevuld: In de eerste plaats het voorkomen van risico’s, daarna het bestrijden van potentiële risico’s; door aanpak bij de bron en tenslotte beschermende maatregelen treffen, waarbij collectieve maatregelen de voorkeur hebben boven individuele maatregelen.


In artikel 15 van de Arbo-wet worden de taken van de Bedrijfshulpverlening aangegeven:

  1. het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.

  2. het beperken en bestrijden van brand en voorkomen en beperken van ongevallen.

  3. het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle personen in het bedrijf.

  4. Het alarmeren van en samenwerken met de gemeentelijke brandweer en andere hulpverleningsorganisaties in verband met de in de onderdelen a t/m c bedoelde bijstand.

Alhoewel het geen verplichting meer is om gediplomeerde EHBO’ers in dienst te hebben, is het schoolbeleid er toch op gericht om op elke vestiging een aantal EHBO’ers in dienst te hebben. Hun opleiding is over het algemeen diepgaander dan die van de BHV’ers.


Om gecertificeerd BHV’er te worden, moet men een cursus volgen van twee dagen. In verband met het op peil houden van de leerstofinhouden van de hulpverlening moeten de gediplomeerde EHBO’er ieder jaar 2 dagen of 4 dagdelen op herhaling terwijl dat voor de gecertificeerde BHV’er 1 dag of 2 dagdelen is.

Er is geen adviesnorm m.b.t. het aantal BHV-ers.

De opleidingen worden verzorgd door Opleidings Centrum Twente (O.C.T.) in Rijssen.


Ontruimingsoefeningen


Het is van groot belang dat een ontruiming regelmatig geoefend wordt. De procedure voor een ontruiming staat omschreven in een Ontruimingsplan.

Door regelmatig te oefenen kan het in theorie opgestelde ontruimingsplan getoetst worden op de bruikbaarheid in de praktijk. Het is de bedoeling één keer per jaar een ontruiming te oefenen. De te toetsen onderdelen zijn:



  • De juiste wijze van alarmeren

  • de werking van de procedures

  • uitvoering daarvan o.a. taken en communicatie.

Naast het genoemde ontruimingsplan is er nog een Calamiteitenplan.

Vertelt een ontruimingsplan hoe er gehandeld moet worden in een onveilige situatie op school (brand, e.d.), het calamiteitenplan vertelt hoe te handelen in een onveilige situatie die buiten de school ontstaat. [direct naar binnen, sluit ramen en deuren, zet radio aan!].


De Poortwachter

Per 1 april 2002 gelden dankzij de Wet verbetering Poortwachter nieuwe regels voor het eerste jaar dat een werknemer ziek is. Een wet die de rechten en de plichten van werkgever en werknemer aanzienlijk heeft aangescherpt om de instroom in de WIA extra terug te dringen. De belangrijkste maatregelen uit de Poortwachterwet zijn:



  • De termijn waarbinnen de werkgever de werknemer ziek moet melden bij UWV USZO, blijft dertien weken

  • Werkgever en werknemer moeten aan het eind van het eerste ziektejaar in het reïntegratieverslag verantwoording afleggen over wat zij beiden hebben gedaan om de terugkeer naar het werk te bespoedigen

  • Het reïntegratieverslag wordt door UWV getoetst. Bij onvoldoende inspanningen tot reïntegratie kunnen sancties worden opgelegd. Werkgevers die onvoldoende hebben gedaan om de zieke werknemer aan het werk te helpen, kunnen worden verplicht om het loon maximaal nog een jaar langer door te betalen. Werknemers die zich onvoldoende hebben ingespannen weer aan het werk te gaan, kan een uitkering geheel of gedeeltelijk worden geweigerd. Zieke werknemers die weigeren mee te werken aan hun reïntegratie kan doorbetaling van het loon worden stopgezet of ontslag worden aangezegd. Zo'n ontslag kan alleen worden verleend als UWV eerst om advies is gevraagd

  • Werknemer en werkgever kunnen tijdens het eerste ziektejaar UWV een second opinion vragen om te kijken of er binnen de organisatie andere passende arbeid aanwezig is

  • Samen kunnen werkgever en werknemer UWV verzoeken om de WIA keuring uit te stellen als de reïntegratie al in een vergevorderd stadium verkeert. (max. een jaar)

  • UWV bepaalt dus uiteindelijk of aan de inspanningsverplichtingen is voldaan

  • Op grond van deze wet moet de werkgever bij een dreigend langdurig ziekteverzuim een dossier bijhouden van het verzuim en van de reïntegratieactiviteiten; de basis voor het verslag. Een stappenplan reïntegratiedossier staat op de volgende bladzijde.

Stappenplan reïntegratie





Overzicht veiligheidsregels binnen de afdeling BT, ET en MT

Bouwtechniek


Wat betreft de kleding:

  • Leerlingen moeten in het praktijklokaal een overall en werkschoenen dragen.

  • Geen loshangende kleding, overall dicht.

  • Geen kettingen e.d. welke gevaar opleveren voor de veiligheid.

  • Leerlingen mogen aan het begin van de les niet in het lokaal als de leerkracht niet aanwezig is.

Ten aanzien van het werken met de machines:



  • Leerlingen volgen de instructies op van de leerkracht, en van de machineinstructiekaarten.

  • Bij de langgatboormachine en slijpmachine in lokaal 013 en 014 mag er niet meer dan 1 leerling bij de machine.

  • behandeld zijn.

  • Leerlingen mogen niet met machines werken als er geen leraar in het lokaal is.

  • Leerlingen moeten in de machinale ruimte gehoorbescherming dragen.

  • Leerlingen mogen niet hollen, stoeien of gooien met houtjes in de werkplaats.

  • Leerlingen gebruiken de noodstop alleen op aanwijzing van de leerkracht.



Elektrotechniek


  • Wanneer een leerling zich in het praktijklokaal bevindt, zal hij/zij verplicht werkkleding en veiligheidsschoenen dragen.

  • Bij het gebruik van het printlab moet de leerling beschermende kleding dragen. Er mogen niet meer dan 3 leerlingen tegelijk gebruikmaken van het lab.

  • Toestemming voor gebruik van het printlab wordt gegeven door de docent.

  • Wanneer een leerling zijn opdracht af heeft, vraagt hij toestemming aan de docent om te mogen testen. De docent zet d.m.v. een sleutelschakelaar de opdracht onder spanning.

  • Een leerling mag niet werken aan een installatie die onder spanning staat.

  • Wanneer er geen docent in de praktijkruimte is, mogen er ook geen leerlingen aanwezig zijn.

  • Bij gebruik van elektrisch gereedschap moeten de voorschriften in acht genomen worden die hierop van toepassing zijn.



Metaaltechniek


  • Leerlingen mogen pas in het lokaal als zij een overall en werkschoenen dragen.

  • Bij verspanende bewerkingen zijn de leerlingen verplicht om een veiligheidsbril te dragen.

  • Het is niet toegestaan om met twee leerlingen achter een machine te staan (uitgezonderd tijdens een instructie van de docent)

  • In de lasserij dragen de leerlingen altijd hun lasschort, lashandschoenen, veiligheidsbril en gehoorbescherming.

  • Het is verboden voor leerlingen om met een machine te werken waarvoor zij nog geen instructie hebben gekregen.

  • Leerlingen mogen niet hollen en/of stoeien in de werkplaats.

GEDRAGSREGELS m.b.t. Natuurkunde, Scheikunde en Biologie.

Aan het begin van het nieuwe schooljaar met de leerlingen doornemen:




  • veiligheidsinstructie in het algemeen

  • bespreking ontruiming en vluchtroute

  • brandblusmaterialen

  • nooddouche en blusdeken

Veiligheidsinstructie t.a.v.:

Biologie: uitleg over de bediening van de apparatuur

dierenverblijf in glazen bakken i.v.m. bijten

tassen onder de tafels

NaSk: bespreken risico’s met het werken met chemicaliën

witte jassen dragen verplicht

niet spuiten met water



automatiseren van basishandelingen en veiligheidsregels
Bij demonstratie- en leerlingenproeven:

  1. bij gevaar voor spatten, explosie en open vuur worden beschermingsmiddelen gebruikt

  2. beschadigd of kapot glaswerk wordt verwijderd

  3. eten, drinken, cosmetica is niet toegestaan

  4. bloed aanprikken wordt niet gedaan.

  5. Lange haren in een vlecht en bij voorkeur opgestoken.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina