Een land zonder pad, stromend als water



Dovnload 110.03 Kb.
Pagina1/3
Datum24.07.2016
Grootte110.03 Kb.
  1   2   3

Een land zonder pad, stromend als water.


(M Messing)

Inhoud.



  1. Bewustzijn en waarheid. 1

  2. Het eindeloze zoeken. 3

  3. Denken is de splitser 3

  4. Meditatie 4

  5. Geven en ontvangen. 4

  6. Heiligen en boeven. 5

  7. Roem en eer. 6

  8. Het einde van alle bidden. 6

  9. Stilte. 7

  10. Het leven een droom. 7

  11. Leven in non-dualiteit. 8

  12. Vrede is innerlijke rust. 8

  13. Karma en vrijheid. 8

  14. Wie of wat wordt wedergeboren? 9

  15. Mededogen 10

  16. Spontaan handelen 10

  17. Over God valt niets te zeggen 11

  18. Laat vallen 12

  19. Aandacht 12

  20. Realisatie geen adoratie 12

  21. Haast je langzaam 13

  22. Volmaakt is volmaakt 13

  23. Geboorte en chaos 13

  24. Verlicht 14

  25. Afscheid van alle tempels 14

  26. Voeding 15

  27. Liefde is 15

'Er is maar één ding. Alle dingen zijn één...'


Ik zeg dat waarheid een land is zonder paden dat je langs geen pad bereiken kunt, noch via enige godsdienst of sekte... De waarheid is onbegrensd, zonder voorwaarden en kan niet worden georganiseerd. Geen organisatie mag mensen langs een bepaald pad dwingen. Begrijp je dit, blijkt het onmogelijk een geloof te organiseren. Geloof is een puur individuele zaak die je niet kan of mag organiseren. Zo toch, wordt het levenloos. Het ver­start. Het wordt een credo, een sekte, een godsdienst die aan anderen wordt opgelegd. De waarheid wordt dan bekrompen, een stuk speelgoed voor zwakkelingen die af en toe in gewetens­nood zijn. Waarheid kan niet omlaag gehaald worden. Het individu moet klimmen.'
J. Krishnamurti (1)

1 BWZ en waarheid.

Wie de weg bewandelt, moet zoals water aanvaarden waar hij zich bevindt. Lao Tze (2)
Steeds zijn we naar iets of iemand onderweg. We zoeven over een snelweg of we zoeken een weg, bij voorkeur gebaande we­gen. Zelden staan we stil op de plek waar we zijn. Zelfs als we stilstaan, bewegen we. Onze geest is altijd in beweging. Hij beweegt zich naar verleden of toekomst, naar links of rechts, naar boven of beneden. Altijd verlangt hij iets, zoekt hij iets, wil hij iets bereiken; bv kon het geluk van gisteren maar duren; dit moet ik onthouden, dat moet ik loslaten; ach, was ik maar...

Verlaten we de gebaande wegen, eindigt het onder­weg zijn. Stap voor stap breekt het inzicht door. Niet door geforceerde oefening, beheersing of onderdrukking, maar door inzicht, waarneming en aandacht komt het rusteloze bewegen van de geest tot verstilling. Alles speelt zich hier en nu af. Alles is hier en nu volledig aanwezig. Dat alles is vol­maakt in orde. Er kan niets aan toegevoegd worden en er kan niets van weggelaten worden. Het is volmaakt. Er is maar 1 leven, 1 werkelijkheid, 1 waarheid. Eén is de werkelijkheid. Alles is één. Er is het spel van leegte en volheid, van deel en geheel, van worden en zijn. Toch is er geen speler, geen spel en wordt er niet gespeeld.

Al het zichtbare, wat naam en vorm heeft, is in beweging, veran­dert. Zich aan niets hechten, is wijs zijn als de wind die door niets gehinderd wordt. Met gehechtheid begint het lijden. Zoals we onze naam niet op stromend water kunnen schrijven, wolken niet met een lasso kunnen vangen, zo kunnen we het voortdurend veranderende niet vasthouden. De wereld is vol lijden omdat er zoveel gehechtheid is. Gehechtheid aan onszelf, aan mensen, dieren, dingen, goederen, ervaringen, emoties, herinneringen, verwachtingen, macht, seks, ambitie, ideeën, toekomst, verleden. Het leven beminnen en léven en zich er niet aan hechten geeft rust en vrede. Kunnen we alle gehechtheden opgeven, schittert de wereld onmiddellijk als het licht van 1000 zonnen. Liefde en mededogen behoren tot onze ware natuur. Ze ontluiken wanneer onze gehechtheid verdort; wanneer we de vermeende kennis over het bestaan hebben laten vallen. Dan zijn we in het land zonder pad.
In het grote wordt het kleine weerspiegeld. In de veelheid is de een­heid. In één druppel water is de hele oceaan, in één graankorrel de hele oogst, in één korrel zand de gehele aarde, in één ster heel de kosmos, in één mens de hele mensheid. Alles is met elkaar verbonden. Niets bestaat op zichzelf. Vergaat dit, ontstaat dat. Verschijnt dit, verdwijnt dat. Alles is doordrongen van energie, bewustzijn, licht, intelligentie, liefde. Zelfs duisternis, kwaad, angst en lijden rusten in de oceaan van liefde, zoals vriend en vijand dezelfde lucht ademen. Wat we werkelijk zijn, is grenzeloos, grondeloos, onmetelijk en toch oneindig nabij. Zó nabij dat we vergaten dat we het wezenlijk zijn. Wat we werke­lijk zijn wordt snel naar buiten geprojecteerd of benoemd. Maar waarom een naam geven aan het onbenoembare? Dan volgen al spoedig geloof, hoop en pseudo-liefde en worden er tempels, kerken, synagogen en moskeeën gebouwd, overtuigingen en dogma's verkondigd, rituelen en ceremonies bedacht. Dan treden verkondigers en gelovigen aan en start de belasting van de geest. Zo verliezen we de werkelijke weg van het land zonder pad dat zich hier en nu onder onze voeten ontrolt.

Zich hechten aan allerlei bewustzijnservaringen of ermee pronken verhindert onze oorspronkelijke natuur zich te openbaren. Niets wat naam en vorm heeft, blijft. Leven stroomt. Willen we de stroom begrijpen, laten we de stroom zijn. Om een land zonder pad te kunnen betreden moeten we alles on­derzoeken, geen enkele vaststaande mening aanvaarden, heilige geschriften noch uitspraken van meesters of goeroes geloven. Leergezag belemmert. Dogma's zijn lijken in de stroom levend water. Ze vergiftigen de bron van het leven. Toets elke visie aan het inner­lijk weten. Houdt de geest soepel en scherp. We kunnen een licht voor onszelf zijn. Daar begint onze vrijheid! Wie of wat we werkelijk zijn kunnen we beter zelf onderzoeken dan te vertrouwen op openbaringen, visioenen of buitenaardse boodschappen die als nevels over het bewustzijn drijven.

Zetten we een bril op met blauwe of groene glazen, zien we de we­reld blauw of groen. Volgen we ons hart, houden we ‘het helder van geest zijn’ en lost het zelfgeschapen firmament van verlangens, dagdromen en fantasieën zich op. Het is pijnlijk te moeten loslaten wat plezierig is. Over­al in het universum heerst veranderlijkheid en vergankelijkheid. Ook de ervaring van eenheid is vergankelijk. Zolang iemand nog iets ervaart zijn er 2. Maar voorbij degene die ervaart, voorbij naam en vorm woont het grenzeloze mysterie van het zijn.

Idealen, ideologieën, opinies, emoties, optimisme of pessimisme brengen ons niet dichter bij wat is. Alleen inzicht verkregen door zuivere waarneming en een stil en klaar gemoed toont ons de werke­lijkheid in al haar aspecten. Er zijn geen spirituele be­loften of grootse ideeën. Het leven speelt zich niet buiten ons af. Wijzelf zijn het leven. Komt de geest tot rust, stopt alle zoeken, alle theorieën, opinies, concepten en overtuigingen over waarheid en over leven en dood. Dan komt de helderheid. Zonder oefening is ze er onverwacht.

De weg naar de waarheid kent geen afstand. Iets willen worden of bereiken is puur waan. We kunnen niet ergens komen waar we al zijn. Platgetreden paden kunnen ons niet helpen. Vergeten we alle ideeën over de waarheid, zal zij opbloeien. Wie de moed heeft weg van de weg te gaan komt in een land zonder pad.

Zelf voor meester of goeroe spelen lijkt velen makkelijker dan leerling te zijn. Onwetendheid en spirituele pronkzucht gaan vaak samen. Werkelijke meesters en goeroes wijzen ons naar de overkant maar we moeten wel zelf het vlot bouwen. Het leven is een gewillige meester. Iedere dag kunnen we een beetje afleren. Dat is de essentie van ware spiritualiteit. Ontmoet je een levende meester, wees dan dankbaar maar wees niet bedroefd als het jouw weg niet is. Alle situaties kunnen je iets vertellen. In het lawaai van een drukke stad of in de serene stilte van de natuur, in armoede en rijkdom, in ziekte en lijden, in geluk en voorspoed zit iets. Tegenstellingen vragen geen oordeel. Ik moet geen rechter zijn. Ik ben de we­reld. Een voorbij­ganger moet niet oordelen. Daar ligt een zachte en diepe vrede.


Onze zintuigen zijn de vensters in het huis van ons lichaam. Zet ze open en voel de speelse wind van het leven. Is het huis leeg, voelt men de wind door zich heen waaien. De levenswind neemt al het vergankelijke mee. De wind zelf is onzichtbaar. We zien hem slechts door de bewegingen die hij veroorzaakt. De elementen zijn van elkaar afhankelijk en van een onzichtbare levenskracht doordrongen. Deze kracht wil zichzelf leren kennen. Groeikracht in de natuur komt voort uit die ene onzichtbare kracht die ook onze arm doet bewegen. Het is energie. Energie is werk­zaamheid van leegte. Leegte is grondeloze, vormeloze mogelijkheid van al wat is. Energie stroomt als wind.

Wees als bamboeriet, hol en leeg. Laat je bewegen door het lied van de wind dat overal klinkt. Waai uit aan alles wat je meent te zijn. Wees niemand meer en je zult alles zijn.

Bevrijding is geen gevoelloosheid. Gevoelens blijven. Er is geen ik meer die voelt. Alle hechten is uitgewaaid.

2 Het eindeloze zoeken versus bevrijding.

Het kan door geen enkel inzicht worden gezien. Staak het zoeken! [...] Het kan niet gevonden worden door te zoeken. Laat elke hoop op resultaten los."

Shabkar Lama (4)
Velen lijden aan 'spirituele indigestie'. Het is de nieuwe ziekte van een nieuwe tijd. De oververzadiging van esoterische en pseudo-esoterische informatie verstopt de geest. Zij die zelf eenzaam zijn, verborgen zoekers, leren anderen hoe ze kunnen 'vinden' door naar hen te luisteren.

Het rennen en het verlangen zijn de grote obstakels. Pas met een einde aan de zoektocht komt de geest tot rust. Dan komt de stilte en de bevrijding van iemand te zijn of iets te moeten worden. Bevrijding is altijd nu. We zijn reeds vrij, maar spelen het spelletje.

Zelden vraagt men zich tijdens zijn spirituele zoektocht wat men eigenlijk zoekt. Zelden wordt het zoeken zelf als de belemmering ge­zien om tot inzicht te komen. Velen zeggen God te zoeken. Maar iemand die werkelijk zoekt vult niet van meetaf in wat hij zoekt, tenzij hij weet wat hij verloor. Dan pas weet hij ook wat, waar en hoe hij moet zoeken om het terug te vinden en moet hij niet overal zoeken. Maar we zijn niets verloren tenzij het inzicht dat wij onszelf zoeken, dat wijzelf de weg, de waarheid en het leven zijn, de liefde, de totaliteit van al wat is. Hier en nu. We zoeken buiten ons naar de schitterende parel van inzicht die in ons hart ligt.

Het enige wat we moeten doen is stil staan en door het masker van onze persoonlijkheid waarnemen wat we al waren voor­ we geboren werden en wat we ook zullen blijven als we sterven. Wie stopt met zoeken en geen resultaten meer verwacht, zal vinden. Zoeken versterkt het ego. Het ego is de enige belemmering om te zien wat we zijn. Iemand die stilte zoekt moet enkel zwijgen. Iemand die een waterput wil slaan in de woestijn en na 1 spadesteek telkens elders zoekt, zou beter op één plek diep graven. Zolang de bij om een bloem vliegt, zal zij geen honing verzamelen. Zoeken houdt de dualiteit van de zoeker en het gezochte in stand.



3 Het denken is de splitser.

Bijna alle grote denkers dachten dat er een 'denker' in hen zat die alles zelf bedacht. Dat de 'denker' zelf een gedachte is, wordt door weinigen gedacht. Het denken is gevangen in tijd-ruimte. Het tracht deze dimensies te overstijgen en te doordringen tot de diepere werkelijkheid van niet-tijd en niet-ruimte. Maar het ondenkbare kan men nooit via het denken bereiken. Het denken berust op herinnering, geheugen, het oude. Het niet-denkbare is een gedachte die buiten het denken geprojecteerd wordt. Het is een vrucht van het denken. Pas wanneer het denken terugvloeit naar zijn bron, de stilte, vult het niet-denkbare ons als pure aanwezigheid, als volstrekte liefde, als totale energie. Vrij en ongebonden.

Denken is een onverzadigbare bezigheid. Grote denkers in het Wes­ten stelden zelfs dat we bestaan omdat we denken: 'Ik denk, dus ik besta.' In het Oosten wordt vaak het omgekeerde gezegd: 'Omdat ik niet denk, besta ik.' Het afgescheiden IK bestaat met het denken. Is het denken afwezig, is er oneindige ruimte, totaalbewustzijn, het zelfloze zijn. Het denken splitst de wereld in subject en object, goed en kwaad, hoog en laag, God en mens, licht en duister. Maar alles wordt door slechts 1 bewustzijn doordrongen.

Het denken wordt slechts met meer infor­matie bevredigd. Niet transformatie staat voorop bij het verzamelen van kennis, maar informatie. Informatie om de wereld te besturen, te manipule­ren, te 'maken'.

Spontaan denken is denken vanuit de stilte. De gedachten rijzen op als het nodig is. Daarna is er weer de oceaan van stilte, de grenzeloze hemel. Iedere gedachte is als een sluier over de heelheid. Het leidt tot smart.

Talloze mensen hebben een uiterst onrustige geest. Op hol geslagen, dolgedraaid, steeds maar kakelend en ratelend. Een dergelijke geest is niet tot rust te brengen door televisie, muziek, een boek, mantra's, herhalingen van heilige teksten of rituelen. Die veranderen enkel de inhoud van de geest. De onrust blijft. De geest is nu eenmaal niet een uitneembaar onderdeel van het lichaam. Overal waar we zijn gaat de geest met ons mee. We zijn eigenlijk altijd in ge­dachten of we denken over onze gedachten. Wie onze fladderende gedachten waarneemt zonder oordeel, goed­keuring of afkeuring, merkt dat er tussen de gedachten een spatie groeit met het groeien van onze concentratie.

Niets is zo scheppend als het denken. Het is een creatieve kracht die actie en reactie veroorzaakt. We worden uit gedachtekracht geboren. We noemen die kracht ziel, bewustzijn of geest maar in feite is het de energie van het individuele denken. Door gedachtekracht bestaat het ik, wordt stap voor stap de situatie geschapen waarin we verkeren. Elke ge­dachte vloeit over in de volgende. De laatste krachtige gedachte waar we 's avonds mee inslapen is bepalend voor de gedachte waarmee we 's morgens wakker worden. De dood onderbreekt dit proces niet. Sterven we, is er de laatste gedachte die een volgende wedergeboorte zal kenmerken. Door verlangen naar leven ontstaat nieuw leven, een nieuwe wedergeboorte. Zo stroomt het denken door talloze wedergeboortes. Er is continuïteit, maar geen identiteit van individueel bewustzijn.

4 Meditatie.

Brand je wierook, ratel je soetra's af, buig je ter aarde, oefen je in stilzitten, concentreer je je op een gedachte of ban je die juist uit, ben je op een dwaalspoor.

Meester Tsjeng (6)
Mediteren is in. Maar velen zijn 'uit' als ze eraan beginnen. Zit het lichaam stil, is de geest dan ook stil? Er is geen bevrijding, verlichting of stilte voor het ik. Het ik is juist de belemmering daarvoor.

Meditatie begint waar de WIL om te mediteren eindigt. De geest die nog iets van meditatie verwacht of verlangt drijft ons weg van een meditatieve geest. Alle oefenen spruit uit het ego. Een meditatieve geest heeft aandacht voor alle wensen, verlangens, gedachten, woorden, gevoelens, acties en reacties. Meditatie heeft geen ander doel dan het mediteren zelf, het volkomen aandachtig leren zijn, hier en nu. Zodra de mediterende een doel schept buiten zichzelf, is er dualiteit. Aandacht is er onmiddellijk als ‘het iets willen bereiken’ op de ach­tergrond raakt. Wordt de geest niet geforceerd, wordt hij vanzelf meditatief. Zich volledig bewust zijn van de zintuiglijke reacties, de geest ontspannen en zich nergens mee vereenzelvigen is het begin van meditatie. Geen oordeel, geen emoties, geen goed- of afkeuren, alleen maar ervaren. Het ervaren zelf is de me­ditatie.

Gedachten komen en gaan. Neem ze alleen maar waar. Ze zijn goed noch kwaad. Ze hebben geen substantie. Ze zijn leeg. Door vereenzelviging, waarden en normen krijgen ze een bepaalde kleur, grootte en kracht.

De geest is ruimteloos, tijdloos, wolkeloos, smetteloos, puur. Meditatie kan dat niet bereiken. Meditatie maakt een einde aan degene die mediteert. Meditatie streeft niet naar ervaring. Ervaring schept dualiteit. Er is een IK dat ervaart en iets wat ervaren wordt. Mooie visioenen, kleu­ren of klanken zijn niet het doel van meditatie. Meditatie kan elke dualiteit opheffen en een implo­sie van de leegte realiseren. Niemand kan dit nog ervaren. Een wetende of onwetende geest bestaat dan niet meer. De geest is thuis in zichzelf. Niets moet nog gekend worden. Mensen, dieren, bloemen, planten, bomen, rotsen, bergen, aarde, water, vuur, lucht, planeten, zonnen en sterren weerspiegelen het ene dat altijd is. Meditatie voert tot de volle vreugde die we zijn, tot de bron der dingen, zonder begin of einde, tot totaalbewustzijn.

Meditatie is de natuurlijke toestand van de geest wanneer verlangens af­wezig zijn. Er is helderheid, klaarheid, allesdoordringend licht. In die toestand van zijn is er niemand meer die ervaart. Die toestand kan niet gepland, verlangd of nagestreefd worden, maar overkomt ons. In die toestand komt de stilte zelf in ons tot vervulling. De geest is dan volstrekt leeg. Maar zodra de geest zijn concentratie verliest, is er herinnering aan wat was, is er grijpen en willen vasthouden.

Mediteren in de natuur kan de aandacht vergroten. De geest komt makkelijker tot rust door naar een bergbeek te kijken. Willen stilzitten maakt de geest actiever. Voelen we toch behoefte om te zitten, zit dan gewoon zonder iets te verwachten of te hopen. Alleen maar waarnemen wat er in lichaam en geest gebeurt. We kunnen de zintuigen volgen, de ademhaling, de gedachten. Laat alles gebeuren en kijk er alleen maar naar. De natuur, de kookpot, het huis schoonmaken, telefoon aannemen, autorijden, boodschappen doen, lopen, zitten, gaan slapen, bij alles kan de geest meditatief zijn.



5 Geven en Ontvangen.

Geef je iets, laat je linkerhand dan niet weten wat je rechter doet.

Jezus (Mat. 6:3)

Wat in liefde gegeven wordt, keert veelvoudig in liefde terug. Wie deze wet begrijpt en toepast, komt in zijn leven nooit iets tekort. Geven en ontvangen komen voort uit dezelfde bron. In zelfloos geven en ontvangen is geen sprake van tekort of teveel. Er is slechts stromen en doorstromen. Voorwaardelijk geven verstoort de energiestroom.

In liefde iets geven doet het ik geleidelijk verdwijnen. Geven we onze tijd, aandacht, zorg, energie, geld, iets van onze bezittingen, kennis of inzicht in liefde, zal het gegevene vroeg of laat in veelvoud naar ons terugkeren. Telkens ver­dwijnt er een harde schil rondom het hart en gaat er meer liefde stromen vanuit de bron van het ware zijn. Geven en op de juiste wijze ontvangen maakt ons vrij van egoïsme. Durven we niet te ontvangen wanneer iemand ons in liefde iets geeft, worden we misschien gehinderd door trots, schaamte, eergevoel of andere gevoelens die het ik in stand hou­den. Het verstoort de stromende energie van geven en ontvangen. Leren ontvangen is vaak moeilijker dan leren geven. Ontvangen leert de hand immers net zozeer te openen als het geven. Zijn we vrijgevig, geven we onszelf vrij. We maken onszelf vrij van bezit, van vasthouden, van gehechtheid. Vrijgevigheid is de kortste weg tot zelfloosheid, tot het zichtbaar worden van ons ware gelaat: liefde en mededogen.

Kunnen we onthecht geven en ontvangen zijn ze verbonden met vreugde en dankbaarheid. Geven we, benadruk dan nooit dat wij de gever zijn. Niets is van ons. In werkelijkheid bezitten we onszelf niet eens. Willen we de gever zijn, nemen we iets ipv te geven. Dan verlangen we heimelijk iets terug.

Dankjewel zeggen is heel iets anders dan dankbaarheid. Bedanken is aangeleerd. Dankbaarheid overkomt je. Het vervult het hart met een vredige energie. Er staat geen denken tussen. Als de linkerhand niet weet dat de rechter geeft zal dankbaarheid het hart vervullen.

Dankbaarheid ontstaat als we ons niets meer willen toe-eigenen, als we volkomen in het nu kunnen zijn, volkomen tevreden zijn met al wat is en elke vorm van onwaarachtigheid verliezen. Dankbaarheid brengt het bewustzijn tot rust en vrede, omdat verlangen, grijpen, begeren en lijden op dat moment afwezig zijn.



6 Heiligen en boeven.

Sommigen op het spirituele pad willen heilig worden. Maar het is vaak de kortste weg om een boef te worden. Schandalen rond­ macht, seks en geld komen in de wereld van 'spiritualiteit' regelma­tig voor. Slachtoffer hiervan zijn onwetenden die zich aansluiten bij een exclusieve groep, beweging, kerk, ashram of school die de eigen bevrij­ding centraler stellen dan die van de zoekende mens. De waarheid kan niet georganiseerd worden. De waarheid is als stromend water. Wie dat tracht te doen corrumpeert de waarheid.

Mensen op het pad naar heiligheid trachten zeer hun natuurlijke gevoelens en instincten te onderdrukken. Ze geselen en pijnigen zichzelf, ze vasten, slapen weinig, zijn lange tijd in gebed verzonken en worden toch steeds opnieuw door de 'duivel', hun onverwerkte schaduw geplaagd. Zichzelf kwellen en tegelijk door de duivel ge­kweld worden staan met elkaar in nauw verband. De heilige en de boef, de engel en de duivel zijn buren zoals links en rechts, goed en kwaad, licht en donker. Hun handen en voeten raken elkaar in hetzelfde bewustzijn. Wie heilig wil worden kan best eens diep in het eigen bewustzijn kijken. Wie de een uitnodigt krijgt ook de ander op bezoek. Dualiteit ont­staat door de 2 tegenpolen te scheiden. Zo wordt de ruim­te geschapen voor goed- en afkeuring, voor aanmoediging en onderdrukking. De geest maakt zichzelf tot speelbal van het spel der tegenstellingen.

Een boef met inzicht in zichzelf kan heilig worden en een heilige zonder voldoende inzicht in zichzelf kan een boef worden. Zon­daars kunnen niet zonder heiligen en heiligen niet zonder zondaars. Wie zijn schaduw wegdrukt of nog niet kent zal in zijn streven naar zuiverheid onzuiverheid ontmoeten. Zuiverheid overstijgt elke vorm van dualiteit. Boven licht en duister, leven en dood, vreugde en verdriet is de altijd zuivere grenzeloze geest, ongeboren, sereen, niet-scheidend, onkwetsbaar, onbezoedeld, tot geen enkele zonde in staat.

Het licht van de zon vermindert niet achter de wolken. Zo ook blijft 'onze' oorspronkelijke natuur altijd onbezoedeld. De oorspronkelijke natuur moet niet ontwaken, niet heilig worden, niets bereiken. De oorspronkelijke natuur IS. Strijdt men met tegenstellingen maakt men ze tot touwen die ons verstrikken. Dat wat werkelijk is, dood, lijden, smart en onzuiverheid, straalt ook in de nacht zoals het zonlicht zowel op goede en slechte mensen schijnt, op wijzen en dwazen, op armen en rijken. Alleen door direct inzicht verdwij­nen de wolken voor de zon. Niet door oefeningen of het verlangen van het ik om heilig te worden.

De rechter en de veroordeelde, de cipier en de gevangene, de politie­agent en de schurk, de dief en de verzamelaar, de belastingontduiker en de belastingcontroleur, de verkrachter en de verkrachte, de leugenaar en de beoefenaar van de waarheid, de bankovervaller en de directeur van de bank, de relschopper en de vredestichter, de folteraar en de gefol­terde, de dictator en de onderdrukte voeden elkaar. Ze houden elkaar in balans. Soms slaat de balans door. Het zijn allemaal krach­ten in ons eigen IK-bewustzijn. Ze nemen vorm aan in ruimte en tijd. Het zijn manifestaties van het ego dat heilig wil worden.

God en de duivel zijn krachten in onszelf. Met dit besef stijgen we er nooit boven uit. Daarom zie je in nogal wat heiligenbiografieën duistere aspecten die liever worden ver­zwegen. Ze prediken zuiverheid en bezoeken tegelijk bordelen. Ze spreken over broederschap en vernietigen genadeloos andersdenkenden. Daar­om, wordt een heilige geboren, staat tegelijk een rover op. Laat beide polen innerlijk met rust en het land is in rust.

7 Roem en eer.

Versla je de demon der ambitie niet, zal verlangen naar roem je tot ondergang en rechtsvervolging leiden.

Milarepa (8)

Streven naar roem en eer komt voort uit een onjuiste visie op de werkelijkheid. Alles is vergankelijk. Er is geen ‘zelf’. Daarom streef je niet naar illusoire dingen als roem en eer. Niets blijft. Wie beseft dat roem en eer nooit op stromend water plakt, is vrij van het streven ernaar. Verlangen naar roem en eer, aanzien of erkenning, be­kendheid of populariteit duidt op gebrek aan zelfkennis. Wat we werkelijk zijn dragen we altijd bij ons. Be­seffen we dat we niemand zijn, glijden alle dwaze gedachten van ons af.

Een beroemd mens is vaak eenzaam. Voor hem is het niet makkelijk een relatie met het leven te maken want in een werkelijke relatie tellen roem en eer niet mee. Roem en eer maken een mens afhankelijk van bevestiging, verering of aanbidding. Het moet dagelijks gege­ten worden.

Een wijs mens zoekt geen roem, eer of aanzien. Een wijs mens wordt niet geraakt door roem of verguizing, lof of blaam. Hij streeft immers niets na. Hij onthecht zich van alles wat hem ten deel valt.



8 Het einde van alle bidden.

Hij zei: 'Ga je kamer in. Sluit de deur achter je en bid tot de Vader die in het verborgene is.' Dwz die in ons aller innerlijk is, want wat binnen ons is is het pleroma. Voorbij dat is er binnen niets meer. Het is waarvan men zegt: 'Wat boven ons is.'

Het evangelie volgens Filippus, vers 57

Er wordt heel wat afgebeden. Bidden is verzoeken, vra­gen, smeken. Het is meestal een verfijnde vorm van zelfzucht. Er wordt gebeden om iets te verkrijgen. Het heeft met bidden en God niets te maken. Het is een sluwe vorm van ruilhandel.

De aarde dankbaar zijn voor het voedsel dat ze ons schenkt en dank betuigen aan degene die het met liefde bereidde wordt vaak vergeten. Een enkeling gaat vol toewijding op in een oprecht gebed.

God prijzen in een gebed is niet nodig. Komt een lof- of dankgebed voort uit een oprecht gemoed, helpt het wel de geest te concentreren of een sfeer van dankbaarheid op te roepen. God echter wordt er niet door geraakt. God heeft geen ego. Hij is niet gevoelig voor lof of blaam, voor dank of verguizing. God is onze eigen diepste ongrondelijkheid, boven alle tegenstellingen verheven. Voor God betekenen al ons vragen niets. Ontvangen we iets, is dat een reactie op onze gedachten, woorden of daden of een actie van onze verlangende geest. Daarom kun­nen we er zeker van zijn dat we krijgen waarnaar we eerder vroegen.

Belangrijker dan al het vragen is het 'koninkrijk der hemelen' te zoeken, het niveau van non-dualiteit in het bewustzijn. Daarin zijn vragen noch antwoorden. Het is de leegte die de volheid is, de ware toestand van ons zijn, waarin alles aanwezig is, niets ontbreekt, alles één is. In dat bewustzijn wordt niets meer verlangd of gevraagd, ook niet voor anderen, want alles is volstrekt in harmonie.

Er zijn vele manieren van bidden, maar elk gebed draait om God. Zelden dringt men door tot de stilte en leegte waarin bidder en aanbedene verdwijnen.

Elk be­wustzijnsniveau is een trede. De mens die God ziet als een wensvervuller kan op de 1° trede zijn wensen vervullen. Een paar treden verder kan men God zien als een persoon. Maar het persoonlijke godsbeeld is een projectie van de persoon­lijkheid. In die fase kan God als persoon verschijnen, wat ook de wonderbare religieuze verhalen getuigen. Een paar treden hoger wordt het gebed onzelfzuchtig. Daar wordt gebe­den voor het geluk van anderen. Er is nog geen volledig besef dat er geen IK is en geen ander. Toch kan dit gebed een brug slaan naar steeds meer eenheid. De vervulling van een gebed komt niet van God maar vanuit het eigen bewustzijn. De op een na hoogste vorm van gebed gebeurt op de laatste trede. Daar zijn geen vragen, smeken, bidden, bidder noch aanbedene meer. Daar is de stilte en de leegte. Het wezen van de mens verenigt er zich met God. Maar nog steeds zijn er 2 in 1.

In de laatste fase is er geen trede meer, geen ladder, geen God, geen ik. Daar is de 'zoon' de 'Vader'. Daar lost de zoon op in de grondeloosheid van de Vader. Daar is het éne zijn; geen ik en jij, geen God en ik. De volheid is er leegte. Verder is er niets. Het gaat uit boven ons ik. Het beëindigt de illusie van een ik. Wie de stiltekamer van zijn innerlijk betreedt en de deur van alle verlangens sluit, hervindt zichzelf zelfloos. In die toestand ontbreekt hem niets. We zijn het Al. Het Al is in ons. De illusie van alle smeken, vragen en bidden is doorzien. Het bidden stopt.




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina