Een narratief-ethisch perspectief op sociale integratie van mensen met een verstandelijke handicap



Dovnload 157.7 Kb.
Pagina1/10
Datum14.08.2016
Grootte157.7 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


Verhalen verbinden

Een narratief-ethisch perspectief op sociale integratie van mensen met een verstandelijke handicap


prof. dr. H.P. Meininger



Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Sociale integratie van mensen met een verstandelijke handicap - op de Willem van den Bergh-leerstoel vanwege de ’s Heeren Loo Zorggroep – bij de faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam op 22 mei 2007.


Mijnheer de rector magnificus, geachte dames en heren,
De in 2005 uitgebrachte film As it is in heaven van de Zweedse regisseur Kay Pollak bevat een scène waarin Tore, een jongeman met een verstandelijke handicap1, tijdens de repetitie van het kerkkoor binnen komt lopen en zegt lid van het koor te willen worden. De manager van het koor, een oom van de jongeman, legt aan de koorleden uit dat zijn neef niet kan lezen en schrijven en al helemaal geen muziek van blad kan lezen, dat hij achterlijk is, nauwelijks een verstaanbaar woord kan uitbrengen en voortdurend een last voor anderen is. Bovendien zal hij het niveau van het koor, dat net een beetje omhoog is gegaan dankzij de komst van een nieuwe dirigent, weer omlaag halen. Als noch de koorleden, noch de dirigent in deze overwegingen een reden zien om Tore het lidmaatschap te weigeren, barst zijn oom in woede uit. Hij had zulke grootse plannen met het koor en daar werkt hij dag en nacht voor. Zo’n achterlijke jongen tussen hen in, dat is toch geen gezicht op het jaarlijkse korenfestival. Zo wordt het nooit wat met dit koor.
Wat hier in de vorm van filmische verbeelding wordt getoond wijkt nauwelijks af van wat zich in de werkelijkheid kan afspelen en vaak afspeelt als mensen met een verstandelijke handicap deel willen gaan nemen aan allerlei gemeenschappelijke activiteiten die in onze samenleving heel vanzelfsprekend zijn. De deelname van mensen met een verstandelijke handicap ontpopt zich niet zelden als een ondermijning van bestaande gewoonten en conventionele opvattingen en van de maatschappelijke, wijsgerige en theologische voorstellingen die eraan ten grondslag liggen. Die inbreuk op het ethos is voor veel mensen beangstigend.
Voor mensen met een verstandelijke handicap heeft de weerbarstigheid van bestaande mensbeelden en ermee samenhangende normatieve opvattingen tot gevolg dat zij gevangen blijven in patronen van zorg en omgang die hen niet in staat stellen deel uit te maken van de ‘family of man’ en eigen bijdragen te leveren aan het samen leven. Mans zegt het zo: ‘Hoe geïntegreerd zwakzinnigen ook onderwezen worden, zolang intelligentie, schoolcijfers en opleidingsniveau bepalend zijn voor maatschappelijk succes, blijven zwakzinnigen de “maatschappelijk minderwaardigen” die ze sinds de negentiende eeuw waren’.2 Dit citaat en de geschetste filmscène vormen een treffende illustratie van het vraagstuk dat het kernthema is van de nieuwe leeropdracht van de Willem van den Bergh-leerstoel. Dat vraagstuk doet zich voor in alle levensdomeinen en het kan worden omschreven als het conflict tussen de beleefde werkelijkheid van mensen met een verstandelijke handicap en de normatief-ethische kaders die in onze samenleving domineren. In de praktijk komen dergelijke kaders tot uitdrukking in de in de samenleving beschikbare en door opvoeding en onderwijs voorgedefinieerde rollen. Deze rollen reproduceren vooral de opvattingen en machtsverhoudingen van de bestaande ideële en materiële orde.3 Ook praktijken van zorgverlening aan mensen met een verstandelijke handicap, visies erop en de politieke en bestuurlijke organisatie ervan zijn doortrokken van genoemde referentiekaders. Niet in het minst doen ze opgeld in theologie, filosofie, wetenschap en techniek. Samenleving en wetenschap, wijsbegeerte en theologie worden bijgevolg beheerst door patronen van handelen en denken waarin het bestaan en de leefwereld van mensen met een verstandelijke handicap niet is meegedacht.
De analyse van liberale en neoliberale patronen van denken en handelen, de reflectie op betekenissen van individuele autonomie, vrije keuze, burgerschap, gelijkheid en economisch rendement en de fundering van theologische en ethische theorieën op menselijke vermogens en kwaliteiten4, dit alles is in de afgelopen jaren een belangrijke focus van onderzoek geweest in het kader van de Willem van den Bergh-leerstoel.5 Steeds sterker wees deze studie in de richting van een relationele antropologie die uitnodigt tot een onvoorwaardelijke aanvaarding van de ene mens door de andere. Een dergelijke aanvaarding kan misschien alleen theologisch begrepen worden, en wel in de onvoorwaardelijke acceptatie van mensen door een God die zich kenmerkt door een goedheid die, zoals Paul Tillich het stelde, ‘gives itself without conditions and ambiguities’.6
Het is tegen de achtergrond van een dergelijke normatieve relationele antropologie dat ik nu de blik richt op het thema ‘sociale integratie van mensen met een verstandelijke handicap’. Voor beleid, bestuur en praktijk van georganiseerde zorgverlening aan mensen met een verstandelijke handicap geldt integratie sinds vele jaren als prominent uitgangspunt. Conceptualisering, morele vooronderstellingen en effecten van dit beleid zijn echter lang niet altijd duidelijk.7 Met betrekking tot die conceptualisering worden relaties gelegd met begrippen als ‘community care’ of ‘community living’, zelfstandig wonen, ondersteund wonen in een gewone wijk (‘fysieke’ integratie), gebruik maken van reguliere maatschappelijke voorzieningen voor onderwijs, arbeid, vrijetijdsbesteding en gezondheids- en welzijnszorg (‘functionele’ integratie) en het beschikken over een netwerk van relaties met anderen dan gezinsleden of professionals (‘sociale’ integratie).8
Activiteiten met het label ‘integratie’ voltrekken zich vanuit een normatief kader waarin politieke, geografische, bestuurlijke, zorgorganisatorische en zorgeconomische factoren domineren. Individuele autonomie en keuzevrijheid voeren er de boventoon. Sociale en culturele factoren blijven sterk onderbelicht. De beweging terug naar intramurale zorgvormen die zich volgens recente berichten hier en daar aftekent is niet alleen een reactie op de dwang tot fysieke deconcentratie.9 Het is ook een reactie op een integratiebeleid dat zijn inhoud ontleent aan dit eenzijdige morele referentiekader en dat weinig oog heeft voor concrete interacties tussen personen die vreemd voor elkaar zijn. Dit begrip van integratie en het erop gebaseerde zorgbeleid is slechts in beperkte mate in staat gebleken om een antwoord te bieden op het verlangen van veel mensen met een handicap om mee te tellen en mee te doen, in de eigen leefomgeving, in nabije sociale verbanden en in de bredere samenleving.10 Dat betekent niet dat het project van integratie is mislukt, maar dat een herbezinning erop hard nodig is.
Deze noodzaak tot herbezinning leidt mij in het eerste deel van mijn rede tot een verkenning en analyse van het denken en spreken over sociale integratie. Deze analyse loopt uit op een voorstel voor een hernieuwde definitie van sociale integratie. Tegen de achtergrond van deze definitie zal ik in een tweede deel van deze rede de titel – ‘verhalen verbinden’ - bespreken als een these, namelijk de these die stelt dat het vertellen en beluisteren van persoonlijke verhalen mensen met elkaar verbindt en zodoende processen van sociale integratie op gang brengt en gaande houdt. Wat en wie verbinden verhalen eigenlijk? In een derde deel zal ik de titel van deze rede bespreken als een gebeuren binnen sociale praktijken, het gebeuren van het verbinden van verhalen. Waar is dat gebeuren gesitueerd en hoe zijn mensen met een verstandelijke handicap daarin als actoren betrokken? In het slotdeel concludeer ik dat sociale integratie als een proces van het verbinden van verhalen gediend is met een overstijging van het tegenwoordig in georganiseerde zorgverlening bepleite ‘burgerschapsparadigma’ of ‘ondersteuningsparadigma’.




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina