Een onderzoek naar de representatie van de vier grootste dancefestivals in vijf Nederlandse kranten



Dovnload 1.16 Mb.
Pagina1/12
Datum24.07.2016
Grootte1.16 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12



Een onderzoek naar de representatie van de vier grootste dancefestivals in vijf Nederlandse kranten

Anne-Lize Schenkeveld

Studentnummer: 290381

Begeleidend docent: Prof. Dr. Jeroen Jansz

Tweede lezer: Drs. Pytrik Schafraad

15 maart 2010



Erasmus Universiteit Rotterdam



Master thesis Media & Journalistiek

Drugs & DANCE!





Abstract
Creating images is a cultural process. Media are part of this process. Media images reflect the cultural values of a society. Creation of images in the media is not only influenced by culture, but also by journalists, editorial staff, businesses, and institutions. The media sometimes spread negative, exaggerated stories about a subject or event, to create a moral panic. The subject or event is framed by the media into a negative image. In the nineties of the twentieth century moral panic was created by the media about the dance scene and the drug ecstasy. Both the dance music and ecstasy were relatively new aspects of society and the risks of this drug were still unknown to most people. Currently the novelty has gone. Dance has made its way from underground subculture to popular culture and ecstasy turned out to be not so dangerous. Still, drugs are an unaccepted part of society. Although moral panics about dance and drugs are gone, drugs still have a negative image.
In this master thesis research has been done about the images of Dutch dance festivals in the media in Holland. The research question is: What images are created about the four largest dance festivals by the five largest newspapers between 2004 and 2008 and what image in particular is created about drugs in these articles? The results show that most research units cover the creativity of the festivals; music, artists, decors. Another large part of the research units describe the commercial part of the festivals. Only few research units are about atmosphere or about drugs. The greater part of the research units about all the topics, except for drugs, are positive. The creativity of dance festivals is the most positive topic, almost no research units about creativity is negative. However, more than half of the research units about drugs were negative. So the significant findings of the research are: overall, newspapers are positive about dance festivals and only limited attention is paid to drugs. The attention that the newspapers did pay to drugs, is mostly negative. This corresponds with the theoretical part of the thesis. The images created by the media reveal the cultural values of a society. Given that dance is part of popular culture, but drugs is still unaccepted by society, it was to be expected that most images found of dance festivals are positive, but the image of drugs is mostly negative.
Inhoudsopgave
Voorwoord………………………………………………………………………………….05
Hoofdstuk 1. Inleiding…………………………………………..…………………………06

1.1 Ontstaan van het onderzoek en de onderzoeksvraag…...…………………………….06

1.2 Maatschappelijke relevantie………………………………………………………….08

1.3 Achtergrond: de festivals……..………………………………………………………09


Hoofdstuk 2. Theoretisch kader…………………………………………………………..11

2.1 Beeldvorming en media…………………………………………………………….…11

- Beeldvorming………………………………………………………………………11

- Framing………………….………………………………………………………….13

- Morele paniek………………………………………………………………………14

- Framing van ecstasy in de media…………………………………………………...16

2.2 Populaire cultuur en muziek..………………………………………………………...18

- Populaire cultuur.…………………………………………………………………..18

- Subculturen…………………………………………………………………………19

- De dancescene……………………………………………………………………...19

- De muziekindustrie…………………………………………………………………21

2.3 Conclusie………………………………………………………………………….…..22


Hoofdstuk 3. Methodologie………………………..……………………………………....24

3.1 De deelvragen………………………………………………………………………...24

3.1.1. De onderwerpen………….……………………………………………….…....24

- Afbakening van de vier onderwerpen………………………………………………25

3.1.2. De teneur……………………….………………………………………………26

3.1.3. De kranten…………………………………………………….………………..26

3.1.4. De festivals……………………………………………………………………27

3.1.5. Het jaar ……………………………………………………………………..…27

3.2 Toelichting bij de onderzoekseenheden en variabelen……………………………….28

Hoofdstuk 4. Resultaten van het onderzoek……………………………………………...30

4.1 Welke onderwerpen komen in de artikelen aan bod? ………………………………..30

4.2 Wat is de teneur van het onderwerp? …………………………………….………......32

4.3 Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen in de berichtgeving van de verschillende

kranten……………….………………………………………………………………..34

4.4 Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen in de berichtgeving over de verschillende

festivals? …………………………………………………………………………......37

4.5 Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen in de berichtgeving per jaar……...38

4.6 Samenvatting…………………………………………………………………………43
Hoofdstuk 5. Conclusie……………………………………….…….……………………...45


  • Belang van het onderzoek……………………………………………..……………47

  • Aanbevelingen vervolgonderzoek……….……….…………………………………48


Literatuur overzicht……………………………………………………………………….49

- Literatuur……………………………………………………………………………49

- Digitale bronnen…………………………………………………………………….52
Bijlage. Tabel van alle codeerschema’s bij elkaar………..………………….…...……...54

Voorwoord
Tijdens het Practicum Journalistiek van mijn bachelor geschiedenis maakten we verslag van de Rotterdamse Dance Parade. Hierbij kwam ik een artikel tegen van het jaar daarvoor over de Dance Parade, waarin mij opviel dat het artikel eigenlijk helemaal niet over de parade ging, maar over mensen die op deze dag bij de Spoedeisende Hulp van het Erasmus MC waren beland vanwege overmatig drank of drugsgebruik. Aangezien het ging om een man of veertig en de Dance Parade zo’n 300.000 tot 500.000 bezoekers trekt, vond ik het een merkwaardig artikel. Er werd naar mijn mening van een mug een olifant gemaakt. Toen ik vervolgens een jaar later mijn master thesis onderwerp moest bepalen, herinnerde ik mij dit artikel. Het leek mij interessant om hier onderzoek naar te doen. Ik vroeg me af of dit een typerend artikel was voor hoe kranten over dancefestivals schrijven of dat het toeval was dat ik net dat artikel tegenkwam. Naar aanleiding hiervan ben ik mijn onderzoek gaan opzetten.

Achteraf heb ik een goede keuze gemaakt voor het onderwerp van mijn thesis. Ik heb met plezier de krantenartikelen gelezen over dancefestivals. Uiteraard heb ik hulp gehad bij het tot stand komen van mijn thesis. Allereerst wil ik mijn vrienden en ouders bedanken die erg met mij mee hebben geleefd tijdens het proces. Verder een woord van dank aan mijn statistiekdocent meneer Stevens voor de hulp bij een probleem dat ik had met de statistiek. Daarnaast wil ik Ton de Munnik bedanken voor het controleren van de conceptversie en eindversie van mijn thesis op taal- en spelfouten. Ten slotte wil ik mijn begeleider Jeroen Jansz bedanken voor zijn begeleiding en voor zijn enthousiasme over mijn onderwerp.



Hoofdstuk 1. Inleiding


    1. Ontstaan van het onderzoek en de onderzoeksvraag

Dancemuziek is een belangrijk commercieel product geworden voor Nederland. De dancefestivals worden goed bezocht en trekken jaarlijks tienduizenden bezoekers uit binnen- en buitenland. Een aantal Nederlandse dance artiesten zijn wereld beroemd. Nederlandse deejays horen zelfs bij de wereldtop (Thedjlist.com, 05-03-2010). De dancemuziek is dus belangrijk voor de Nederlandse markt. Naast de commerciële kant zit er ook een grote creatieve kant aan de dancefestivals. De muziek die wordt geleverd door alle verschillende dance artiesten, deejays en dance acts, de decors van de festivals en alles wat er nog meer wordt aangeboden tijdens de festivals, getuigt van creativiteit (zie afbeelding 1). Daarnaast heerst er een bepaalde sfeer op festivals, waar de festivalgangers door worden aangetrokken. De creativiteit en de sfeer van de festivals zijn voor de bezoekers het belangrijkst; dat is waar ze voor komen.


Afbeelding 1. Hoofdpodium Mysteryland 2007 (Tauwregeltuwruimte.nl, 12-03-2010)


In de media wordt verslag gedaan van de grotere dancefestivals. Hierin gaat het niet alleen over de commerciële kant, de creatieve kant en de sfeer van de festivals, maar er wordt ook bericht over drugs, arrestaties, ongevallen en andere onrust. Een voorbeeld van een krantenartikel uit het Algemeen Dagblad gaat over de Spoedeisende Hulp van het Erasmus MC in Rotterdam tijdens de Dance Parade opent met: “Overmatig drugs- en drankgebruik. De Spoedeisende Hulp van het Rotterdamse ziekenhuis Erasmus MC vangt de klappen op van de Dance Parade” (Hakkenberg, 2007). Er wordt verslag gedaan van enkele Dance Parade bezoekers die worden behandeld voor overmatig drank- of drugsgebruik. Uit de laatste alinea van het artikel blijkt dat zich die dag 63 mensen hebben gemeld bij de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis waarvan er 43 afkomstig waren van de Dance Parade. Dit is een relatief laag aantal aangezien het festival gemiddeld 400.000 bezoekers trekt. Bovendien is helemaal niet duidelijk of deze mensen allemaal zijn behandeld vanwege overmatig drugs- of alcoholgebruik, want dat wordt er niet bij vermeld. Het onderwerp drugs krijgt dus aandacht in de media, ondanks dat het om een verwaarloosbaar aantal gaat. De vraag is of deze berichtgeving representatief is voor de Nederlandse pers? Wat is het beeld dat de kranten schetsen van dancefestivals? Is er in de kranten sprake van overbelichting van het onderwerp drugs? Daarnaast is het interessant hoe de dancefestivals in beeld worden gebracht, positief of negatief? Deze vragen hebben geleid tot de volgende probleemstelling:
Hoe worden de vier grootste Nederlandse dancefestivals in vijf Nederlandse dagbladen tussen 2004 en 2008 in beeld gebracht en hoe groot is de aandacht voor drugs in deze artikelen?
De media produceren een bepaald beeld van dancefestivals. De media spelen dus een rol in de beeldvorming van dancefestivals. Beeldvorming is een cultureel proces waarbij beelden binnen het eigen culturele kader worden geïnterpreteerd en aan de eigen ‘werkelijkheid’ worden getoetst (Servaes & Tonnaer, 1992). Naast deze definitie van beeldvorming wordt in hoofdstuk twee theorie over beeldvorming behandeld. Daarnaast zal in dat hoofdstuk een overzicht worden gegeven van literatuur over populaire cultuur in relatie tot media en drugs, omdat de dancescene een onderdeel is van populaire cultuur. Hoe het onderzoek is opgezet en uitgevoerd en welke methoden zijn gebruikt, komt in hoofdstuk drie aan bod.
Voor het concretiseren van het onderzoek is de probleemstelling onderverdeeld in vijf aspecten. Deze aspecten zijn de onderwerpen, de teneur, de kranten, de festivals en het jaar; elk aspect is onderverdeeld in een deelvraag. Ten eerste is belangrijk waarover het gaat in de artikelen. Welke onderwerpen komen in de artikelen aan bod? Vervolgens wordt er gekeken hoe de onderwerpen worden neergezet, positief, negatief, neutraal of onduidelijk, oftewel wat is de teneur van het onderwerp? Daarnaast is het belangrijk om de overeenkomsten en de verschillen in de berichtgeving in de verschillende kranten en tussen de verschillende festivals te onderzoeken. Ten slotte zal er nog gekeken worden naar de berichtgeving per jaar. De resultaten van het onderzoek zullen in hoofdstuk vier per deelvraag worden weergegeven. Ten slotte volgt in hoofdstuk vijf de conclusie van het onderzoek en aanbevelingen voor vervolgonderzoek.


    1. Maatschappelijke relevantie

Drugs is een maatschappelijk discussiepunt. In de Tweede Kamer wordt regelmatig over drugs gedebatteerd. Het Nederlandse drugsbeleid staat ter discussie. Soms vinden er veranderingen plaats in dit beleid, zoals het paddoverbod in 2008 (Elsevier.nl, 14-12-2009). Het softdrugsbeleid wordt ook regelmatig ter discussie gesteld. In 2009 moesten verschillende coffeeshops hun deuren sluiten omdat ze zich te dicht in de buurt van middelbare scholen bevonden (Nos.nl, 14-12-2009). De Nederlandse dancefestivals krijgen ook te maken met de regelgeving omtrent drugs. Het Zero Tolerance beleid wordt op steeds meer festivals toegepast en houdt in dat er geen enkele drug zal worden toegestaan tijdens het festival. Sofdrugs wordt in kleine hoeveelheden buiten het festival gedoogd, maar zodra iemand door de toegangspoortjes van het festival is en wordt betrapt op het bezit van drugs, wordt hij of zij aangehouden en direct voorgeleid aan de aanwezige hulpofficier van justitie (Headlines.nos.nl, 14-12-2009).


In de beleidsvoering wordt er dus veel aandacht besteed aan het onderwerp drugs, omdat het nog steeds als een maatschappelijk probleem wordt beschouwd. Hoe komen de burgers en de politici echter aan hun mening? Worden zij beïnvloed door de beelden die de media uitdragen? De meeste Nederlanders en politici komen niet op dancefestivals en gebruiken geen drugs. Zij zullen hun beeld van drugs en van dancefestivals dan ook voor een deel ontlenen aan de media. De media dragen dus bij aan de beeldvorming over drugs en dancefestivals. Daarom is het interessant om te onderzoeken welk beeld de media van deze festivals uitdragen. De vraag is of de media bijdragen aan een negatieve beeldvorming over dancefestivals en drugs?


    1. Achtergrond: de festivals

Dance-evenementen zijn niets nieuws meer in Nederland. Het eerste dancefestival van Nederland was Mysteryland en is ontstaan in 1993 (Mysteryland.nl, 05-03-2010). Sindsdien is de dancemuziek een stuk gegroeid en zijn er verschillende evenementen ontstaan rondom de dancemuziek. De vier grootste dance-evenementen van Nederland op dit moment zijn het Amsterdam Dance Event, Dance Valley, de Fast Forward Dance Parade in Rotterdam en Mysteryland.


Amsterdam Dance Event is sinds de eerste bescheiden editie in 1996 uitgegroeid tot een internationaal muziekevenement. Gedurende vier dagen in oktober treden allerlei artiesten op in verschillende clubs in Amsterdam. Daarnaast is het een beurs voor de muziekindustrie. Er worden vergaderingen en conferenties gehouden en ook worden cursussen en workshops georganiseerd voor het publiek (Amsterdam-dance-event.nl, 05-03-2010). Het programma van het Amsterdam Dance Event begint overdag en gaat door tot in de nacht. Dance Valley is een openluchtfestival dat plaatsvindt in het recreatiegebied Spaarnwoude. Op verschillende openluchtpodia en in circustenten treedt een verscheidenheid aan artiesten op. Het festival heeft eendaagse en meerdaagse edities gekend. Dance Valley is sinds de oprichting in 1995 met een paar duizend bezoekers uitgegroeid tot een festival met jaarlijks tienduizenden bezoekers (Dancevalley.com, 05-03-2010).
De Rotterdamse Fast Forward Dance Parade, kortweg Dance Parade, werd in 1997 voor het eerst gehouden. De Parade vindt overdag plaats, bestaat uit een optocht met praalwagens door de binnenstad van Rotterdam en is geïnspireerd op de Berlijnse Love Parade. Iedere wagen heeft zijn eigen thema en eigen deejays. De stoet heeft verschillende namen gehad, afhankelijk van de sponsor. De Dance Parade was voormalig bekend als de Fast Forward Heineken Dance Parade, maar heet nu Fast Forward Fit For Free Dance Parade. De Dance Parade in Rotterdam trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers, afhankelijk van het weer: bij slecht weer tussen de twee- en driehonderdduizend en bij goed weer een recordaantal van een half miljoen mensen zoals in 2008 (Fitforfreedanceparade.nl, 05-03-2010). Mysteryland tenslotte is een gelijksoortig festival als Dance Valley, een openluchtfestival met verschillende podia; buiten en in tenten. Het festival is het oudste dancefestival van Nederland. Mysteryland duurt een dag en vindt sinds 2003 plaats op het Floriadeterrein bij het Haarlemmermeer. De bekende slogan die het festival gebruikt is: “Yesterday is history - today is a gift - tomorrow is Mystery” (Mysteryland.nl, 05-03-2010). Behalve het Amsterdam Dance Event vinden de festivals plaats in de zomerperiode juli en augustus. Ondanks dat de vier dance-evenementen een iets ander karakter hebben en sommige niet in de eerste plaats een festival, maar een parade of een evenement genoemd worden, wordt in dit onderzoek voor alle vier de dance-evenementen de term festival gebruikt. In dit onderzoek zijn het Amsterdam Dance Event, Dance Valley, de FFWD Dance Parade en Mysteryland dus dancefestivals.


Hoofdstuk 2. Theoretisch Kader
In het onderzoek staan de begrippen beeldvorming, populaire cultuur en media centraal. In dit hoofdstuk zal als eerste beeldvorming worden uitgelicht. Wat is beeldvorming en wat is de relatie met media? Theorieën over beeldvorming van dancefestivals zijn er niet. Daarom zullen theorieën over beeldvorming van cultuur, samenleving en integratie worden vertaald naar het onderwerp van dit onderzoek. Naast theorie over beeldvorming wordt een overzicht gegeven van literatuur over populaire cultuur.
2.1 Beeldvorming en de media
Beeldvorming

Cultuur is een product van de mens. Dit betekent dat het geheel aan ideeën, beelden, theorieën, gevoelens, houdingen en processen dat hieraan ten grondslag ligt door de mens bedacht is (Tennekes, 1990). Mensen produceren zelf hun cultuur, dus ook de heersende beelden daarvan. Dit betekent niet dat iedereen zijn eigen wereld creëert; elk mens wordt binnen een bepaalde cultuur geboren, binnen een objectieve werkelijkheid. Vervolgens is het wel aan iedereen zelf om zich de cultuur eigen te maken, de subjectieve werkelijkheid. Mensen zijn een product van hun cultuur en maken zich dus de beelden van hun cultuur eigen. De beelden binnen een cultuur zijn dus eigenlijk weer producten van de cultuur zelf (Tennekes, 1990). Beeldvorming is een cultureel proces waarbij beelden binnen het eigen culturele kader worden geïnterpreteerd en aan de eigen ‘werkelijkheid’ worden getoetst (Servaes & Tonnaer, 1992). Dit geldt eveneens voor de beelden die de nieuwsmedia verspreiden en bijdragen aan de beeldvorming. De media vertonen niet de objectieve werkelijkheid, maar de beelden van de heersende cultuur. Nieuwsmedia zijn dus geen weergave van de werkelijkheid, maar een product van een cultuur en daarom niet objectief. In elk land of in elke streek wordt een selectie gemaakt van wat voor dat land en die cultuur het belangrijkste of meest sensationele nieuws is op dat moment.



Opvattingen en oordelen die mensen hebben over zichzelf, de eigen groep en cultuur, alsmede over andere groepen en hun cultuur leiden tot de beeldvorming over een bepaalde cultuur of etniciteit. Dit kan tot uiting komen in stereotypen, vooroordelen, racisme en etnocentrisme (Shadid en Koningsveld, 1999). Generalisaties en vooroordelen over anderen kunnen ontstaan doordat mensen het gedrag binnen hun eigen groep of (sub)cultuur beter kunnen waarnemen en begrijpen, dan het gedrag van andere groepen of culturen (Shadid, 1994). Dit geldt zowel voor beeldvorming tussen verschillende (wereldse) culturen als voor beeldvorming tussen subculturen. Culturele verschillen kunnen leiden tot positieve of negatieve uitlatingen over een land of volk (Beller en Leerssen, 1997). Begrippen als samenleving en integratie duiden op cultuurverschillen. Ze maken een onderscheid in ‘wij’ en ‘zij’ (Schinkel, 2008). Dit is ook het geval wanneer het gaat om subculturen (zie ook paragraaf 2.2). Subculturen verschillen van en zetten zich af tegen de dominante cultuur. Voor de dominante cultuur zijn de subculturen de minderheid, de ‘zij’. De verschillen tussen de dominante cultuur en een subcultuur kunnen een basis zijn voor vooroordelen en andere negatieve vormen van beeldvorming, bijvoorbeeld over drugsgebruik in relatie tot de dancescene.
Beeldvorming is een cultureel proces, waarbij de media een grote rol spelen. Bij beeldvorming door de media moet er altijd rekening gehouden worden met de culturele bagage van de verslaggever. Daarnaast zijn er nog andere aspecten die de beeldvorming bepalen of beïnvloeden. Een verslaggever en de redactie kiezen bewust een bepaalde invalshoek voor het verhaal en daarnaast bepalen zij wat er wel en wat er niet in het nieuws komt. Luyendijk (2006) beschrijft in zijn boek Het zijn net mensen zijn ervaringen als internationaal verslaggever. Hij beschrijft het selectieproces van onderwerpen voor het nieuws en dat de keuze voor een bepaalde invalshoek gevolgen heeft voor de beeldvorming (Luyendijk, 2006). Luyendijk wijst op de invloed van de rol van de verslaggever op de beeldvorming. Het gaat hierbij om de ideologische en politieke achtergrond van de journalist en om zijn sociale normen en waarden die meespelen in zijn verslaggeving. Daarnaast worden journalisten beïnvloed door de organisatie waarvoor zij werken, door het type media, door de politieke oriëntatie van het medium en door de redactie (Scheufele, 1999). Er zijn in de maatschappij ook bepaalde groepen of individuen die meer en makkelijker toegang tot de media hebben. Dit zijn instanties zoals de overheid en grote commerciële bedrijven. Dit soort instanties en bedrijven hebben soms invloed op wat er in de media komt en zijn daarom van invloed op de beeldvorming (Downing, 2004). Een voorbeeld hiervan is sluikreclame. Populaire media worden gesponsord door bepaalde merken. De producten van deze merken worden dan gebruikt in de programma’s, boeken of tijdschriften zonder er direct reclame voor te maken. Deze indirecte vorm van reclame is bijvoorbeeld te zien in de RTL4 soap Goede Tijden, Slechte Tijden. Toen het programma bijvoorbeeld werd gesponsord door Doritos, zat iedereen de hele dag door chips te eten uit een Doritos zak. Door onopvallend reclame te maken en door de chips in verband te brengen met deze populaire soap oefent Doritos invloed uit op het mediapubliek.

Het mediapubliek heeft echter wel invloed op de mediaontvangst, omdat mensen vanwege hun cultuur en persoonlijkheid beelden op een bepaalde manier zullen interpreteren. Ze kunnen de media-inhoud op een bepaalde manier interpreteren en zo een eigen betekenis geven aan de inhoud, die door de makers niet altijd zo bedoeld is. De media-inhoud heeft dus bedoelde en onbedoelde invloed op het publiek (McQuail, 2000). Bovendien worden in de media de beelden van de heersende cultuur getoond; de media tonen wat het publiek wil of verwacht te zien. Op die manier heeft ook het publiek invloed op de media inhoud. Zoals in figuur 1 te zien is, is beeldvorming in relatie tot de media een constant proces van het toevoegen van beelden aan de media en het opnemen van beelden uit de media voor zowel het publiek als de journalistiek.




Beeldvorming

Beeldvorming

Achtergrond/agenda verslaggevers en redactie/omroep, invloed van bedrijven/instanties



Media

media

Persoonlijke en culturele achtergrond mediapubliek


Beeldvorming



Beeldvorming

Figuur 1. De beelden van de media beïnvloeden het publiek en de journalistiek, maar andersom hebben de journalisten en het publiek ook invloed op de beeldvorming in de media.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina