Een persoonlijk Interview



Dovnload 45.14 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte45.14 Kb.
Een persoonlijk Interview 

Persoonlijke interviews zijn één vorm van informatieverzameling. Tijdens zo´n interview is er een  direct contact tussen de interviewer en de respondent. Er zijn verschillende soorten interviews, bijvoorbeeld:






groepsinterviews




open interviews of diepte interviews




gestructureerde interviews, met gesloten vragen




gestructureerde interviews, met gesloten en open vragen (semi-gestructureerde interviews)

Bij diepte-interviews of open interviews gaat het meestal om interviews die een langere tijdsduur hebben. Ze kunnen ook in meerdere gesprekken worden gehouden. Er is een beperkte vragenlijst of er is een bepaald thema dat als leidraad dient. Het diepte interview vraagt meer van de interviewer, hij zal zich meer moeten concentreren, inleven, zich richten op de persoon van de respondent (respondent), verduidelijkende vragen stellen en soms ' doorvragen'. 
Diepte-interviews worden vooral gebruikt om zo open mogelijk informatie te verzamelen over hoe de respondenten een bepaald thema beleven. Het kan gebruikt worden als voorbereiding op een onderzoek met vragenlijsten of om zicht te krijgen op een bepaalde soort problematiek. Het voordeel van open interviews is dat de respondent zelf een sturende rol hebben (of krijgen) in het gesprek. Zij bepalen een groot deel van de inhoud van het gesprek. Respondenten kunnen zelf aangeven wat zij belangrijk vinden, onduidelijkheden kunnen worden toegelicht, onderwerpen kunnen worden uitgediept en indien nodig kan worden doorgevraagd.
Bij gestructureerde interviews wordt er van de interviewer minder geëist. Wel kan hij door het persoonlijke contact tijdens het interview vragen verhelderen of dieper ingaan op antwoorden. Een lijst met ' gesloten'  vragen biedt weinig ruimte voor de respondent om zijn mening te geven. De interviewer kan antwoorden noteren die niet als keuzemogelijkheid op de vragenlijst staan. Een combinatie van gesloten en open vragen biedt de respondent meer ruimte om op eigen wijze informatie te geven over het onderwerp. Het opstellen van de vragenlijst is een belangrijk aandachtspunt. De opsteller van de vragenlijst bepaalt door het verzamelen van de vragen wat nu eigenlijk belangrijk is in het kader van het gekozen thema. Vóór het opstellen van de vragenlijst zou de onderzoeker enige open interviews kunnen houden als voorbereiding voor het opstellen van de vragenlijst. In een latere fase kun je ´proefdraaien´ met de conceptvragenlijst.

  De persoon van de interviewer


De interviewer is een belangrijk onderdeel uit van de interviewsituatie. De interviewvaardigheid heeft invloed op de resultaten. Ten eerste is het van belang of de interviewer op de hoogte is van het onderwerp. Dit kan belangrijke voordelen hebben, vooral als er dieper ingegaan wordt op het onderwerp. Het kan zijn dat de interviewer zelf een bepaald belang heeft bij het onderwerp, of het onderwerp vanuit een bepaalde visie benaderd. Het is belangrijk te voorkomen dat de interviews worden gehouden door formele vertegenwoordigers van een instelling die belang hebben bij de uitkomsten van het onderzoek of het interview.
De interviewer moet nieuwsgierig zijn naar de antwoorden van de respondent. Het is belangrijk om het interview 'blanco' binnen te stappen, niet antwoorden of informatie van de respondent te verbinden met voorkennis. Elk verhaal is uniek, er kan geen sprake zijn van "ik ken dit al, heb ik al eerder gehoord, lijkt op dit of dat, lijkt precies op interview C, etc).

De rol en houding van de interviewer zijn belangrijk. Aan de ene kant moet hij zich onafhankelijk kunnen opstellen en onafhankelijk zijn. Hij moet vertrouwen winnen en respondenten stimuleren zo écht mogelijk te antwoorden. Daarbij is het bijvoorbeeld van belang dat de interviewer sympathie kent voor de personen die hij gaat interviewen en dat er aan de andere kant geen antipathie is te verwachten van de respondenten richting de interviewer. Aan de andere kant moet hij respondenten niet inhoudelijk beïnvloeden en sturen. Omgevingsfactoren (rust, ruimte, vertrouwelijkheid), lichaamshouding en opstelling van de interviewer, de wijze waarop de interviewer de vragen stelt en de manier van reageren zijn van belang. Ook bij de verwerking van de interviewgegevens blijft de rol van de interviewer belangrijk; gewaakt moet worden voor 'kleuring' van de resultaten.

  De interviewsituatie
Bij het interview zijn verschillende zaken van belang; de vragen, de persoon van de interviewer, het soort interview en ook de interviewsituatie. De interviewsituatie heeft te maken met bijvoorbeeld de plaats van het interview, aanwezigheid van anderen, et cetera.

Plaats van het interview


De ruimte waarin het interview gehouden wordt is van belang. Bij voorkeur is dit een neutrale plek. Een ruimte die niet te groot is en ook weer niet te klein, zodat de afstand tussen interviewer en respondent te gering is. Zowel de interviewer en respondent moeten op een vertrouwelijke manier het gesprek kunnen voeren en daarbij hoort voldoende geluidsisolatie, geen storende factoren zoals derden die het gesprek kunnen onderbreken of een rinkelende telefoon. Het is van belang de respondent op zijn gemak te stellen door het aanbieden van koffie of thee en het geven van de mogelijkheid tot roken tijdens het gesprek.

Aanwezigheid van derden


De aanwezigheid van anderen is niet bevorderlijk voor de vertrouwelijkheid van het gesprek. Anderen kunnen zich inhoudelijk met het interview kunnen bemoeien, bijvoorbeeld door de respondent te 'helpen', aan te vullen of te corrigeren. Alleen al de aanwezigheid van een 'derde' als bijvoorbeeld observant, kan het gesprek op een ongunstige manier beïnvloeden en minder vertrouwelijk maken.

Storende factoren (de rinkelende telefoon; de klop op de deur)


Niets is zo vervelend als het afnemen van een interview dat herhaaldelijk wordt onderbroken. Zowel interviewer als respondent verliezen de concentratie en is nadelig voor de opbrengst van het interview. Als de interviewer technische hulpmiddelen gebruikt, zoals een laptop of een opname-apparaat, moet vooraf getest worden of alles vlekkeloos werkt. Een technische storing kan het interview behoorlijk in de war sturen.

Zitopstelling


Zorg ervoor dat het voor beide partijen mogelijk is om gemakkelijk oogcontact te zoeken, maar ook dit juist te ontwijken. Niet iedereen vind het even prettig om steeds oogcontact te hebben. Het is daarom prettig om niet te dicht op elkaar te zitten en ook niet recht tegenover elkaar. De stoelen kunnen iets gedraaid zijn, zodat de respondent zich niet verplicht voelt de interviewer steeds aan te kijken. 

  Wie ga je interviewen?


Het is van belang om al in de eerste fase na te denken over het in contact komen met de personen die je wilt interviewen. Je kunt één thema van verschillende kanten belichten door interviews te houden met verschillende belanghebbenden. In de gezondheidszorg kun je bijvoorbeeld zowel de artsen, verpleegkundigen als patiënten interviewen. Daarnaast bijvoorbeeld managers of beleidsmedewerkers. Het is belangrijk om van te voren een keus te maken voor de optiek, het perspectief. Kies je bijvoorbeeld voor het houden van interviews vanuit het perspectief van de consumenten, de patiënten of cliënten, dan is het van belang zicht te krijgen op deze groep. Het is de kunst om diversiteit aan te brengen in je groep respondenten. Ook de manier waarop je contact maakt met je respondenten is van belang. Als de arts de patiënt verzoekt om mee te werken met een onderzoek of interview, krijgt het interview al vanaf de start een ander karakter. Als interviewer moet je zoveel mogelijk zelf het contact leggen met de mensen die je wilt interviewen.

Interviewen is mooi, maar het is in sommige sectoren (zoals bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidszorg) niet makkelijk om respondenten rechtstreeks te benaderen. Zorg ervoor dat je al in het eerste stadium een strategie ontwikkeld voor het vinden van respondenten, waarbij de representativiteit natuurlijk ook een belangrijke rol speelt. De zogenaamde "non-respons" door onbereikbaarheid kan worden tegengegaan door herhaaldelijke pogingen te doen om met respondenten in contact te komen.

  Er zijn verschillende manieren om respons te verhogen:

Aankondigingen; het onderzoek aankondigen 
Locaties bezoeken; waar verblijven respondenten doorgaans, persoonlijke bezoeken aan bijvoorbeeld buurthuizen of clubcentra
Herinneringsbrief; of reminder. Wanneer een per post verstuurde vragenlijst nog niet beantwoordt is. Dit staat op gespannen voet met anonimiteit. Het werkt het beste wanneer deze in combinatie werd gedaan met een aankondiging.
Begeleidende brief; daarin uitleg van het doel, het belang, de anonieme verwerking, en een indicatie van de tijd die nodig is om het in te vullen.
Vertrouwde mensen of instituties inschakelen; een vertrouwenwekkende persoon die aanbeveelt mee te doen. Bijvoorbeeld sleutelfiguren die op directe wijze kunnen worden ingezet; sleutelfiguren die anonimiteit en privacy van de respondent beschermen. Denk hierbij ook aan het sneeuwbaleffect. De ene respondent vragen om andere respondenten aan te leveren (bijv. tegen beloning)
Zorg voor vraagstelling, vormgeving etc; motiveert tot invullen/meedoen en heeft dus invloed op de respons
De binnenkomer; een prikkelende eerste vraag verhoogt de respons. 
Een positieve attitude (ten opzichte) van de respondenten verhoogd de respons. Het de respondent gemakkelijk maken; door drempels weg te nemen voor de respondent, bijvoorbeeld door op een geschikt tijdstip terug te bellen, of door portokosten te betalen. Ga uit van de mogelijkheden en wensen van de respondent.
Informatie verstrekken per telefoon of internet; voor aanvullende inlichtingen
Immateriaal belonen; het uitleggen van het nut van het onderzoek kan motiveren tot het invullen van de vragenlijst.
Materieel belonen; kleine attenties kunnen nauwelijks kwaad doen, maar grote attenties kunnen ervoor zorgen dat respondenten alleen nog maar meedoen vanwege de beloning

  Interviewschema


Een interview is een resultaat van een goede voorbereiding. Het interviewen van personen op grond van vage vooronderstellingen of vragen, zal een vaag resultaat geven en kan de respondent demotiveren.

WAT Wat voor informatie wil door deze interviews op tafel zien te krijgen?

Het thema van de interviews is bekend. Vermijd het gebruik van verschillende thema's door elkaar heen. Dat betekent dat je het thema of onderwerp goed moet afbakenen. Probeer duidelijk te omschrijven wat je precies verstaat onder het thema, waar je vragen over wilt stellen, welke informatie je wilt verzamelen en ook: welke niet. Bedenkt dat de meeste onderzoeksvragen eerder te breed zijn dan te smal. Een brede vraagstelling leidt tot een breed resultaat en is in de regel minder bruikbaar als motor voor verandering van de zaken die je hebt onderzocht.

Nadat je duidelijk hebt omschreven wat het thema is, kun je verder denken over onderwerpen die hierbij een rol spelen.
Bijvoorbeeld: je wilt weten hoe patiënten van een bepaalde ziekenhuis de privacy ervaren. Schrijf eerst precies op wat je verstaat onder privacy, zoals dit formeel een betekenis heeft maar ook wat patiënten doorgaans verstaan onder privacy. Al pratend, denken en lezend over het onderwerp privacy kom je op deelonderwerpen zoals: privacy bij telefoonverkeer, post, e-mail, dossier, dossieruitwisseling, op de slaapzalen, bij ontvangen van bezoek, bij gesprekken met verpleegkundigen en artsen, bij omkleden en persoonlijke verzorging, et cetera. 

WIE Naast het bepalen van de inhoud is het belangrijk te bepalen van wie je de informatie wilt verkrijgen. Dit heeft invloed op de vraagstelling in het interview. Misschien wil je verschillende 'groepen' interviewen. Wellicht zijn hier per groep andere onderwerpen of een andere vraagstelling nodig. Bij het nadenken over de groep personen die je wilt bevragen, kun je ook nadenken over de manier van vragen stellen, bijvoorbeeld de moeilijkheidsgraad, het woordgebruik, etc.

HOE Welke vragen ga ik stellen om informatie te krijgen over het thema en de deelonderwerpen?

Bedenk eerst wat inleidende vragen over het thema en dan de vervolgvragen per onderwerp. Elk onderwerp kun je ook weer een inleidende vraag geven. De vragenlijst moet een duidelijke structuur hebben en daarom is het belangrijk dat elk onderwerp en duidelijke inleiding en afsluiting heeft. 

Je eigen kennis en ervaring met het onderwerp van het interview zal belangrijke een rol spelen. Wanneer je goed thuis bent in het thema of hoofdonderwerp zullen de vragen over je deelonderwerpen veel gedetailleerder  zijn.  Als je te weinig kennis hebt, is het belangrijk om eerst literatuur te bestuderen, tijdschriften, artikelen en websites over het onderwerp. Daarnaast kun je een aantal voorgesprekken houden.

Probeer de deelonderwerpen zoveel mogelijk uit te werken en een logisch schema te maken van alle onderwerpen waarover je vragen gaat stellen. Op basis van deze lijst kun je beginnen met het maken van de vragenlijst. Let daarbij ook op de omvang van de totale lijst en probeer het een paar keer uit. De vragen moeten zo eenvoudig en duidelijk mogelijk gesteld worden. Ga daarbij niet uit van het taalgebruik van jezelf of je dagelijkse omgeving.

De vragenlijst kan een handvat bieden voor zowel de interviewer als respondent. Het dient als houvast voor de interviewer tijdens het interview: je zult in de praktijk nog wel merken dat goed interviewen een uitermate intensieve bezigheid. Volledige concentratie is daarbij gewenst; elke 'steun in de rug' is daarbij dan welkom. Het dient ook als houvast voor de respondent: de gemiddelde respondent zal graag van tevoren willen weten wat het interview globaal inhoudt en wat de interviewer van hem verwacht. Kortom: een respondent wil zich graag instellen op zijn 'rol' als respondent!

  Daarnaast zijn ook nog de volgende zaken van belang:






Logische volgorde Een vragenlijst moet de respondent motiveren om mee te doen; het begint met een introductie waarin de bedoeling van het onderzoek duidelijk gemaakt wordt. De eerste vraag is ook van belang; deze met gemakkelijk te beantwoorden zijn en de belangstelling van de respondent wekken. Sommige vragen kunnen worden voorafgegaan door een vooruitblik om te motiveren waarom een bepaalde vraag die niet direct met het onderwerp te maken heeft gesteld wordt.




Duidelijkheid en eenvoud Antwoordmogelijkheden, vragen en antwoordinstructies moeten duidelijk worden gemaakt. Ook moet duidelijk zijn wat de route van de vragenlijst is. Deelonderwerpen kunnen het best afzonderlijk worden ingeleid.Een vragenlijst moet er aantrekkelijk en verzorgd en eenvoudig en overzichtelijk uitzien. Er moet uniformiteit zijn in de antwoordcategorieën




De trechtervorm Een serie vragen waarmee de respondent met betrekking tot het onderwerp van breed en algemeen naar smal en specifiek wordt geleid; dit moet logisch en geleidelijk gebeuren. Dit kan bijvoorbeeld ook handig zijn bij bedreigende vragen.




Verwerkingsgemak. Bij de constructie van de vragenlijst moet je ook rekening houden met de verwerking van de gegevens. Dit is afhankelijk van het doel, het aantal respondenten de omvang van de lijst, de vereiste bewerking, de achtergrond en de kennis van de onderzoeker. Verwerking kan handmatig en met de computer; dit leidt tot gegevensbestanden, welke kunnen worden gezet in een gegevensmatrix of datamatrix. Horizontaal, in de rij; dit zijn de gegevens van een respondent. Verticaal, in de kolom; de gegevens en meetwaarden met betrekking tot een variabele. In de velden staan de specifieke waarden. Hoe de vragenlijst wordt afgenomen, mondeling of schriftelijk, heeft ook invloed op de vormgeving van de vragenlijst.




Testen van de vragenlijst  Het opstellen van de vragenlijst is een proces op zich. Een vragenlijst moet van te voren getest worden bij een representatieve groep respondenten.

  verloop van een interview 

Opening. open het interview Na de begroeting en de gebruikelijke introductie, waarbij je de respondent op zijn gemak stelt, maak je een formele start met het interview.

Inleiding. leid het interview in met een paar woorden over de volgende aspecten: wat is het onderwerp van het interview?  welk doel dient het interview? welke onderwerpen komen achtereenvolgens aan de orde? wat voor soort vragen kan de respondent globaal verwachten? op welke wijze wordt het interview uitgewerkt? wat gebeurt er met de aldus verkregen resultaten? is het interview anoniem?  hoe lang zal het interview duren?

Duidelijkheid.vraag vervolgens of respondent je verhaal heeft begrepen; ga eventueel in op vragen van de respondent. als alles duidelijk is kan het interview beginnen. 

Start vragen.  start het interview door de eerste vragen te stellen

Afwerken vragenlijst of schema.  werk  alle rubrieken van je interviewschema af, waarbij je rustig vragen stelt: steeds goed kijkt of de respondent de vragen begrijpt, goed luistert naar het antwoord van respondent, het antwoord van respondent evalueert , in geval van onduidelijkheid doorvraagt, de antwoorden noteert 

Afsluiting. als je alle rubrieken van je interviewschema hebt afgehandeld, sluit je het interview af

vat kort samen wat volgens jou de belangrijkste resultaten zijn geef aan welke deelonderwerpen nadere aandacht verdienen, onderwerpen waarover je wellicht meer zou willen weten,  bedank respondent voor zijn inzet en medewerking en maak  -indienst gewenst- de afspraak voor een vervolginterview       

  Interviewvaardigheden

Vragen stellen 

Taalgebruik: Let op de moeilijkheidsgraad van de vragenlijst. Het gebruik van abstracte woorden en woorden die meerdere betekenissen kunnen hebben. Let op het gebruik van woorden en zinsconstructies. De woordkeus en de zinslengte moet begrijpelijk zijn, maar geen onbenullige indruk maken (niet kleuterachtig).
Let op ontkenningen in de vraagstelling. De respondent kan hierdoor in de war raken. Ontkenningen kunnen leiden tot onduidelijkheid
Let op dubbelzinnigheid. Schijnbaar gelijke woorden kunnen verschillende betekenissen hebben. Hou er rekening mee dat mensen situaties met andere woorden beschrijven, en hou daarbij rekening met het verschil tussen jezelf en de doelgroep. Een verschil in beklemtoning kan oorzaak zijn van onduidelijkheid, of het stellen van de verkeerde vraag. Het referentiekader van onderzoeker en respondent kunnen verschillen.

Bij het interviewen is het belangrijk de vragen zodanig te stellen dat de respondent niet geneigd is bepaalde antwoorden te geven waarvan hij denkt dat het wellicht 'beter staat' of 'de bedoeling is'. Dit kun je van te voren ook bespreken. De respondent moet de garantie hebben voor een onafhankelijk, vertrouwelijk en anoniem interview waarbij je de respondent stimuleert op zo oprecht mogelijk antwoorden te geven. Als interview stelt je nooit sturende vragen, je stuurt de respondent niet. Een vragenlijst mag de respondenten niet een antwoord in de mond leggen. Vragen kun je sturen door non-verbale communicatie en door de inhoud van je vragen. 

Let bij het interviewen op zaken als:




Neutrale vraagstelling. Een suggestieve vraag lokte een antwoord uit. Sociale wenselijkheid kan ook meespelen; respondenten geven dan een antwoord waarvan men denkt dat anderen dat het best zullen accepteren.




Geladen woorden of zinnen. Je kunt woorden of zinnen positief of negatief laden. Vermijd dit.  "Wat vind je van het onzalige idee om ...?"  




Positief of Negatief formuleren. Stellingen kunnen positief of negatief gesteld zijn; eenzijdige vragenlijsten met negatieve op steeds positieve stellingen, beinvloeden het eindresultaat.




Uitsluiten van antwoordmogelijkheden  "Wat vind je positief in deze instelling" (zonder te vragen wat vind je negatief). Om de kans op sociale wenselijke beantwoording te voorkomen geven velen aan tweezijdige vragen de voorkeur. 




Teveel inleven. Vragen waardoor je de emotionele beleving van de respondent veronderstelt, zoals "Dat was zeker wel een van de moeilijkste perioden..."  




Sturende stellingen of gedachten. Wees voorzichtig met het introduceren van allerlei stellingen in de vragenlijst. Bijvoorbeeld: "Wat vind je van het idee om .........?"  "Vind je ook niet dat......?"




Voorbeeldantwoorden . Wees voorzichtig met voorbeeldantwoorden als de respondent twijfelt. Stimuleer de respondent om in zijn eigen tijd een antwoord te bedenken. 

In de praktijk zal het regelmatig voorkomen dat je moet dóórvragen en dus ter plekke vragen moet bedenken en formuleren. Je zult merken dat het in zo'n situatie knap lastig is om je vragen 'technisch correct' te houden. Bij het beluisteren van bandopnames van je eigen interviews zul je je verder kunnen trainen in het stellen van neutrale en niet-sturende vragen.

  Vragen stellen 

Als je je goed hebt voorbereid staan de eerste vragen van elk deelonderwerp van het interview voluit geformuleerd in je interviewschema. Let er bij het stellen van de vragen wel op dat je elke vraag in een rustig tempo voorleest, daarbij zo duidelijk mogelijk spreekt en van tijd tot tijd oogcontact zoekt met de respondent. De non-verbale signalen die de respondent uitzendt zijn ook van belang. Een glimlachje of grimlachje, fronsende wenkbrauwen, instemmend knikken, een wegwerpgebaar: alles heeft z'n betekenis.

Het komt in de interviewpraktijk regelmatig voor dat je geen beroep meer kunt doen op je vooraf geformuleerde vragen. Denk bv. aan een situatie waarin je moet doorvragen of aan een situatie waarin de respondent een zijpad bewandelt waarvan jij vindt dat het interessant is voor het gestelde interviewdoel. Je zult dan ter plekke aanvullende vragen moeten bedenken en stellen.

Houd je bij het ter plekke formuleren van aanvullende vragen aan een paar uitgangspunten:
vraag jezelf steeds af: "Kom ik met het stellen van deze aanvullende vraag dichter bij het bereiken van de bij dit deelonderwerp behorende subdoel?". Houd het simpel (geen moeilijke woorden), houd het kort (geen breedsprakige formuleringen). Des te groter de kans op technisch correcte vervolgvragen    

  Luisteren 

Je vertoont tijdens het interview actief luistergedrag. Dat houdt in dat je rechtop zit, met een welwillende trek op je gezicht afwachtend naar de respondent kijkt en pen en papier in de aanslag houdt. Zo geef je de respondent te kennen dat je één en al aandacht bent en geen woord van zijn antwoord zou willen missen. Anders gezegd: je bevestigt de respondent in zijn rol als leverancier van belangwekkende informatie. Bovendien stel je je zo in op het ontvangen van de non verbale signalen die de respondent tijdens het beantwoorden van de vraag uitzendt. 

Het antwoord van de respondent probeer je vervolgens zo objectief mogelijk te registreren en te noteren. De allergrootste valkuil voor de interviewer is dat hij in de antwoorden van de respondent zoekt naar een bevestiging van wat hij al meende te weten. Probeer zo open mogelijk te staan, niet alleen voor de persoon van de respondent, maar ook voor de eigenlijke inhoud van zijn antwoord. Wat je zelf al weet of vermoedt, is op dat moment niet van belang.



Antwoorden evalueren 

Tijdens het interviewen ben je bezig met het verzamelen van informatie. Niet zomaar informatie maar informatie die tot doel heeft de oorspronkelijke vragen van het onderzoek te beantwoorden. Het is aan jou als interviewer om te evalueren (te beoordelen) of de antwoorden van respondent aan het doel van het interview beantwoorden. Je moet je als interviewer tijdens het interview steeds afvragen: 



Volledig? ... is dat antwoord wel volledig?" M.a.w.: heeft respondent de vraag uitputtend beantwoord?
Relevant?... is dat antwoord wel relevant?" M.a.w.: heeft het antwoord betrekking op de gestelde vraag?
Duidelijk? Snap ik het antwoord wel? Kan ik het zelf in het kort onder woorden brengen en in relatie brengen tot de gestelde vraag?... is dat antwoord wel duidelijk?" M.a.w.: kun je het antwoord samenvatten en in een welomschreven (reële of fictieve) antwoordcategorie onderbrengen?
Valide? Is het antwoord de waarheid?... is dat antwoord wel valide?" Je kunt het antwoord van respondent als 'niet valide' kwalificeren op grond van een van de vier onderstaande fenomenen:

vriendelijkheidsoverwegingen: dit betekent gewoonweg dat respondent de interviewer graag ter wille wil zijn: "Deze interviewer vind ik symphatie, ik vind het leuk om aandacht te krijgen, dus ik doe extra goed m'n best". Dit fenomeen kan leiden tot het geven van enigszins gekleurde antwoorden of zelfs tot het regelrecht verzinnen van antwoorden. 
sociaal wenselijke antwoorden: Wees als interviewer op je hoede wanneer respondenten al te gemakkelijk verklaren dat ze het eens zijn met een bepaalde stelling of idee, terwijl je kunt verwachten dat dit niet een reeel of waarheidsgetrouw antwoord is. Respondenten zullen soms een bepaald beeld van zichzelf willen geven.  
verdringing:
verdringing treedt op als onderdeel van het verwerkingsproces van vervelende of bedreigende voorvallen. Verdringing kan plaatsvinden bij gebeurtenissen die voor de respondent emotioneel beladen zijn. Het kan ook leiden tot vermijden of ontwijken van vragen of antwoorden. Verdringing of vermijding kan ook plaatsvinden als de respondent geconfronteerd wordt met een minder positief zelfbeeld.     

  Doorvragen 

Evaluatie of beoordeling van een antwoord van de respondent kan er toe leiden dat je als interviewer moet concluderen dat het antwoord niet volledig, relevant, duidelijk of valide is. Als interviewer  zul je dan moeten doorvragen. Doorvragen kan men - al naar gelang de situatie - op twee manieren doen:
ongericht doorvragen: doorgaans gebruik je deze techniek wanneer je het idee hebt dat het antwoord van de respondent nog niet volledig is. Met korte zinnetjes als "Ga vooral door!"; "Vertel daar eens meer over ..."; "Was dat alles?" nodig je de respondent uit op de ingeslagen antwoord-weg door te gaan.
gericht doorvragen: wanneer je denkt dat het antwoord van respondent niet relevant, niet duidelijk of niet valide is ga je doorgaans gerichter te werk om de volle waarheid boven tafel te krijgen. Zo kun je bijvoorbeeld vragen of de respondent een voorbeeld kan noemen van wat hij goed vindt aan de ontspanningsruimte. Aan welke activiteiten hij wat heeft. 

  Antwoorden noteren 

bij het afnemen van diepte-interviews is het gebruik van opname-apparatuur belangrijk. Ook dan is het belangrijk om een verslag te maken tijdens het gesprek. Zorg er wel voor dat je niet voortdurend bezig bent met schrijven, maar ook de respondent af en toe aankijkt, anders verlies je het contact.  Interviewen bestaat voor een belangrijk deel uit de activiteiten 'doorvragen' en 'samenvatten' . Daarvoor moet je wel kunnen teruggrijpen op harde gegevens d.w.z. de eerder gegeven antwoorden van de respondent. Werk het verslag zo snel mogelijk na het interview uit. 

  opname-apparatuur:

Als je opname-apparatuur gebruikt moet je dit inleiden. Introduceer het gebruik van opname-apparatuur: leg de respondent uit waarom je het gesprek wilt opnemen, hoe je gebruik gaat maken van de opname, wat er gebeurt met de opname na uitwerking e.d.. Zorg voor voldoende rust. Achtergrondgeluiden kunnen het stemgeluid gaan overheersen. Zoek een rustige ruimte: zit je in een kantoortje naast de kantine of boven een verdieping waar werklui druk in de weer zijn, wees er dan verzekerd van dat dit achtergrondlawaai uitermate hinderlijk op de bandopname hoorbaar zal zijn. Wees ook bedacht op schuiven met asbakken e.d. tijdens het gesprek. Zorg voor een perfect apparaat: daarbij horen reservebatterijen en -cassettes. Zorg er altijd voor extra batterijen - of een verlengsnoer - en extra cassettes bij je te hebben. Controleer de werking van het apparaat en neem een reserve apparaat mee. Gebruik een externe microfoon: gebruik bij voorkeur een cassetterecorder met een externe microfoon. 

Vragen verduidelijken 

Het is belangrijk om tijdens het interview alleen in te gaan op vragen van de respondent, voor zover deze betrekking hebben op het verduidelijken van een net gestelde vraag. Zorg ervoor dat je in je rol blijft als interviewer en dat de respondent geen interviewer wordt. Wanneer respondent een vraag niet begrijpt kan hij dat op twee manieren tonen: non-verbaal (bv. door het voorhoofd te fronsen of de schouders op te halen) maar ook verbaal (hij deelt je mee dat hij de net gestelde vraag niet begrijpt).

Als interviewer handel je in het geval van het verduidelijken van vragen het beste als volgt:
- vraag opnieuw stellen: "Misschien helpt het als ik de vraag nog een rustig herhaal: ...."
- toelichting vragen: "Kunt u mij vertellen wat u niet aan de vraag begrijpt?"
- verduidelijken: "Ah, dus dat begrijpt u niet. Dat kan ik u wel verduidelijken door ....."
- en blijf op je hoede! Het is interviewtechnisch verboden om een vraag te verduidelijken door het geven van voorbeeldantwoorden. Elk voorbeeldantwoord stuurt de respondent     

  Discussies vermijden 

Tijdens het interview is er geen ruimte voor meningsuitwisseling of discussie. Beide partijen vallen dan immers uit de rol die ze formeel bij aanvang van het interview hebben afgesproken: de respondent gaat nu ineens op de stoel van de interviewer zitten en vice versa. Een discussie heeft louter negatieve gevolgen voor de resultaten van je interview.

Wanneer respondent in discussie blijft gaan kun je het interview meteen afbreken of het interview vervolgen, inclusief het voeren van enige disussie. De discussie afronden en dan weer terug gaan naar het gesprek. 



Resultaten

 


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina