Een stukje over Sturen



Dovnload 85.38 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte85.38 Kb.
Een stukje over Sturen

Inhoudsopgave


Inhoudsopgave 1

Sturen algemeen 2

Wind, Stroming en Scheepsvaart 4

Uitgewerkt 5

Hou eigen wal 5

Sturen wedstrijd 6

Commando’s geven 7

Aanmoedigen 7

Accentjes 7

Tellen 7


Tillen en in het water leggen 8

Rondmaken 9

Aanleggen 9

Uit het water halen 9

Tijdens de training 11

Zien en Voelen 11

Zien 11

Puur op het gevoel 11



Zeggen 12

Haal 12


Uitzet Combineren 13

Roei-oefeningen voor iedereen 14

Roeien is fijn, beter roeien nog fijner. 14

Sturen algemeen


Een boot dient een rechte koers te varen. Alle mogelijke invloeden zijn er de oorzaak van dat de boot van de rechte koers afwijkt (wind, stroom, ongelijk trekken aan stuurboord en bakboord, gebreken aan de boot). Wanneer de boot van de koers afwijkt dient er gestuurd te worden.

Wanneer er gestuurd wordt, komt het roer onder een hoek op de lengteas van de boot te staan. Dit heeft niet alleen tot gevolg dat de vaarrichting van de boot verandert, maar heeft ook een remmend effect op de snelheid en een storende invloed op de balans. Beide laatste effecten worden groter naarmate de uitslag van het roer groter is. Het is dus zaak tijdig te

corrigeren, zodat de oorspronkelijke koers met een zeer kleine roeruitslag hernomen kan worden. Vooral in wedstrijden moet de stuurman/-vrouw hier zeer attent op zijn. Als te laat wordt gereageerd, gaat de boot met veel remmende roeruitslag en een verlengde baan.
Sturen mag, tenzij een forse koersverandering noodzakelijk is, alleen tijdens de recover (: rust, oprijden) plaatsvinden. De werking van het roer is dan het grootst en de roeiers worden in hun haal het minst gestoord. Al te heftig sturen heeft een remmend effect, een roeruitslag van meer dan 30 graden geeft nauwelijks meer sturend rendement. Het is duidelijk dat een roer slechts werkzaam kan zijn als de boot vaart heeft. Hoe langzamer het schip vaart, hoe meer men de roeiers bij het sturen moet inschakelen.
Wanneer de noodzakelijke koerswijziging zo groot is dat die niet alleen door de werking van het roer tot stand gebracht kan worden of niet snel genoeg tot stand kan komen, dient de stuurman de roeiers mee te laten sturen door een van de boorden "best" te laten roeien.
Om goed te kunnen sturen, dienen de stuurtouwen strak gespannen te zijn en te blijven en dient de stuurman ze op een zodanige plaats vast te houden dat hij/zij er voldoende macht over heeft en zonder overbodige bewegingen te maken het roer kan bedienen.

De stuurtouwen mogen nooit door het water slepen.

Let bij wherrie-roeien bijvoorbeeld op gekruiste stuurtouwen of op een slordig ingenomen landvast.

Wanneer er gestreken wordt moet de stuurman de touwen strak houden, omdat anders het roer dwars op de vaarrichting komt te staan en remt.

Bovendien komt de bevestiging van het roer onder zware druk te staan met kans op schade. Alleen wanneer strijkend wordt aangelegd moet een roer dat aan de achtersteven is bevestigd van de wal afgehouden worden. Dan mag het roer dus nooit dwars op de vaarrichting komen te staan naar de wal toe gekeerd.
De stuurman in een wedstrijdboot mag niet in de boot bewegen om op geen enkele manier de vaart van de boot te storen. De stuurman dient regelmatig en altijd voor een wedstrijd de kwaliteit van de stuurtouwen en de bevestigingen ervan te controleren en eveneens het roer zelf en het vinnetje op mogelijke beschadigingen te controleren. Wanneer dit vergeten wordt,

kan materiaalpech tijdens de vaart het gevolg zijn.


Aanleggen

Om goed aan te leggen roeit men met lichte haal naar het vlot of de aanlegplaats onder een hoek van ongeveer dertig graden met de punt van de boot gericht op de plaats aan het vlot waar men het schip wenst te leggen. Nooit met grote snelheid aanleggen. Als men het vlot nadert, geeft men het commando "laat lopen". Direct daarna houdt men de riem aan de

vlotzijde hoog boven het water (en vlot) en draait deze meteen met de bolle kant naar boven en wordt er aan de waterzijde vastgeroeid (lichaamsgewicht overhellen naar de waterzijde) gevolgd door "stop", als de voorsteven vlakbij het vlot is gekomen. Het schip mindert nu vaart en komt langszij het vlot stil te liggen. Bij sommige vlotten of bij een hoge wal moeten de riemen aan de vlot- of walzijde "geslipt" worden.
Windkracht en windrichting spelen een grote rol bij het aanleggen. Wind mee in de vaarrichting betekent met een grote snelheid naar het vlot toekomen. Wind tegen betekent, met een snel teruglopende snelheid naar het vlot toekomen.

- In het eerste geval moet sterk geremd worden bij het "vastroeien" en "stoppen" hetgeen betekent dat de boot sterk bijdraait en dus onder een wat grotere hoek moet worden aangevaren om goed langszij het vlot te komen. Het beste kan in een lichte haal naar het vlot toe gevaren worden.

- In het tweede geval krijgt de boot heel snel minder vaart, hetgeen betekent: maar weinig effect van het vastroeien/houden en stoppen en dus ook weinig bijdraaien van de boot zodat het vlot onder een wat kleinere hoek benaderd kan worden. Het beste kan met een vrij stevige haal naar het vlot worden gevaren.
Als algemene regel geldt:

– aanvaren met vrij hoge snelheid .....hoek groter

– aanvaren met geringe snelheid. .….hoek kleiner
Wanneer de wind min of meer loodrecht naar het vlot toewaait, kan men met normale hoek aanvaren, maar dient men zich op een verder langs het vlot gelegen punt dan waar men wil aanleggen te richten en iets vroeger "vast te roeien/houden", opdat de boot niet al tijdens het draaien tegen het vlot wordt gedrukt.
Wanneer de wind min of meer loodrecht van het vlot afwaait ook onder een normale hoek aanvaren, men dient zich dan te richten op een dichterbij op het vlot gelegen punt (i.v.m. verschil tussen schijnbare en werkelijke koers). Er wordt zo laat mogelijk vastgeroeid/gehouden" opdat de boot niet tijdens het draaien al weer van het vlot wegwaait.
Het is duidelijk dat de stuurman altijd terdege rekening dient te houden met de wind en vooral onder extreme omstandigheden van tevoren goed dient vast te stellen op welke wijze de aanlegmanoeuvre moet worden uitgevoerd, De fijne kneepjes leert men door veelvuldige oefening.
In bepaalde situaties kan het nodig zijn "strijkend" aan te leggen in plaats van "halend". Roeiers in skiffs en stuurloze boten geven er vaak de voorkeur aan omdat ze dan goed zicht hebben op de situatie. Het principe van het "strijkend" aanleggen is gelijk aan dat van het "halend" aanleggen.
Rondmaken

Bij zijwind dient de stuurman een zodanige draairichting te kiezen dat de voorsteven van het schip "door de wind" gaat. Hierdoor komt het schip niet aan lager wal terecht, omdat het "halen" met meer kracht geschiedt dan het "strijken".

N.B. "lager wal" is die oever waar de wind naar toewaait.

Wind, Stroming en Scheepsvaart



Wind

Er is al veel gezegd over wind. Nu nog iets over het varen bij harde wind.

Als de wind zo hard is, dat er hoge golven staan, stuur dan zoveel mogelijk òf loodrecht op òf evenwijdig aan de golven zodat er zo min mogelijk water naar binnen komt.


Stroming

Hiermee hebben vooral verenigingen te maken waar op een rivier wordt geroeid. Naast de algemene stuurprincipes gelden bij deze verenigingen de eigen voorschriften voor bevaren van de rivier.

Daarom hier slechts enkele opmerkingen. Zolang een boot in de richting van de stroom wordt voortbewogen, verhoogt de snelheid van het water de snelheid van het schip. Als men op stromend water gaat roeien, begin dan altijd stroomopwaarts, want men raakt al snel te ver van huis. Een rivier kent in het midden de sterkste stroming, bij bochten echter de grootste stroming mee in de richting van de buitenbocht. Bij het sturen kan gebruik worden

gemaakt van verschillende stroomsterkten en stroomrichtingen.


Scheepvaart

Bij het varen temidden van andere schepen is het belangrijk dat tijdig de juiste koers wordt gekozen en dat deze wordt vastgehouden, zodat anderen weten welke richting de boot gaat. Dit geldt in het bijzonder voor meren en plassen. Op smalle waterwegen houdt men in principe stuurboordwal.

Vrachtschepen (in het bijzonder als ze ongeladen zijn) hebben een zogenaamde dode hoek voor de boeg van het schip in de koerslijn. De schipper kan een roeier daar niet zien. Het daar blijven varen is daarom gevaarlijk en kan zelfs overvaren tot gevolg hebben.

Wordt men gepasseerd door schepen, die een hoge boeggolf of hekgolf trekken, dat men er niet doorheen kan varen zonder veel water over te krijgen, dan moet men "laten. ..lopen" en de boot bijdraaien evenwijdig aan de golven. De bladen plat op het water leggen en het boord waar de golf tegenaan komt hoog houden. Dit boord kan men hoog houden door de handvatten van de riemen aan dat boord omhoog te brengen en met het lichaam over te hellen naar het andere boord. De golf slaat dan niet naar binnen.


Let op een rivier of in een kanaal ook op de golf die van de andere wal terugkaatst.

Verder moet men ook letten op zogenaamde kruisdeiningen. Dit is deining die ontstaat als schepen elkaar passeren.


Uitgewerkt

Hou eigen wal


  • Stuur zoveel mogelijk recht

  • Stuur in de HAAL. Sturen in de recover stoort de balans erg.

  • stuur minimaal, hou je handen zo stil mogelijk. Hard van de ene naar de andere kant trekken stoort de balans in de boot erg (gelukkig weet niet elke roeier dit...).
    Ideaal is om met je duim, wijsvinger en middelvinger bet touwtje van de houden voor de klosjes, bet touw tussen je wijsvinger en middelvinger en dan je pink over de boordrand te leggen. (Ik geef wel een demo)

  • Kijk goed vooruit naar tegenliggers of langzamere boten en trek snel een plan om erlangs te

  • gaan, light te roeien of te laten lopen.
    (Tip: light gaat voor laten lopen. Liever een bij oefening of een stukje in light varen, dan dot de oefening onderbroken wordt ofdatje stil moet gaan liggen.)

  • Weet wat er gebeurt met de boot als je een commando geeft. Bijvoorbeeld als je scheef op het water ligt dat je dat kan laten strijken of halen met een boord en hoe je zo snel mogelijk dat kan doen.
    De boot recht leggen kan je bet best doen met de boegen. Wil je niet teveel verder varen (omdat je coach staat te praten aan de kant bij voorbeeld) kan je afwisselend laten strijken en halen. Het rondmaak principe dus.

  • Bijsturen met de roeiers kan, maar geef het duidelijk aan. Welk boord moet sterk, welk boord moet light en wanneer kunnen ze weer normaal kracht gaan zetten. (het laatste kan met het commando: beide boor den gelijk of gewoon bedankt.}

  • Wissel strak door, om de 20 halen is goed. In de winter 15 halen. Tel in je hoofd mee met het aantal halen die je roeiers maken. Dit geldt ook in een oefening.

  • Jij bent de baas, twijfel NOOIT. Doe het liever fout dan dat je te lang wacht.

  • Accepteer geen gepraat van je roeiers. (tenzij het de boeg is die HOUDEN roept...)

  • Tijdens de training zijn je ploeggenoten geen vrienden. Je mag ze dus best hard aanpakken.

  • Onthoud wat er in de voorbespreking is gezegd. De training heeft meestal een thema, daar kan jij aanmoedigingen bij verzinnen.

  • Luister naar je coaches en vraag dingen na bij onduidelijkheid. (jij bent de baas in de boot, de coaches van de ploeg.)

  • Controleer de lampen, voordat je van de loods vertrekt en halverwege bij de tussenbespreking.
    (jij vraagt dan aan je boeg of zijn/haar lampen het nog doet.)

  • Heb een actieve houding:
    voeten op het voetenbord, een beetje druk op je voeten. Dit laatste zorgt dat je goed kan voelen wat er in de boot gebeurt en dat je geen pijn in je knieen krijgt van de schok.
    Rechte rug, licht voorovergebogen. (zo vermijd je de schok van de boot in je rug)
    Lage adem (voor mensen die bij schreeuwen en hard praten last van hun keel krijgen.)



Sturen wedstrijd


  • weet het wedstrijdregelement (kledingvoorschriften, oproeiregels, uitroeiregels, startprocedure enz.

  • weet je starttijd en de baan waarin je start. Bij een achtervolgingsrace weet je achter en voor wie je start.

  • weet welk rugnummer je hebt.

  • weet hoe het parcour eruit ziet (bruggen, vernauwingen, riet, bochten enz.) en hoe je moet inhalen (bv. Bij de nereus carpit noctem, asopos driekamp, pe in het lang en kort).


Al deze punten kan je vinden op internet. Er is niemand in het team die zich daar mee bezighoudt, het is jouw verantwoordelijkheid.



  • luister goed naar de voorbespreking.

  • onthoud het oproeiprogramma en voer het strak uit.

  • ben op tijd bij de start, zeg tegen je roeiers, 5 minuten voor de start dat ze wedstrijd klaar moeten zijn. (trainingsjasjes en 't shirts uit, flesjes water LEEG! Water is namelijk gewicht.
    (Van extra gewicht ga je langzamer!)

  • weet het raceplan en bespreek dat in een RUSTIGE maar OPPEPPENDE monoloog bij de start.

  • laat nooit je eigen spanning merken, daar worden ze zenuwachtig van. Blijf lekker arrogant en zeker. Dit imponeert ook andere ploegen.

  • Houd je tijdens de race aan het raceplan, maar als je ziet dat je ploeg achter ligt kan je er best een extra opzetje bijdoen. Laat je roeiers wel moe worden.

  • Een wedstrijd moet qua sturen bijna net zo zijn als in een training. Ga geen speciale, leuke, gezellige accenten verzinnen, dit kan namelijk heel verwarrend zijn voor geconcentreerde roeiers.

  • Wel handig kan het zijn om een lief en speciaal accentje te verzinnen dat je geeft vlak voor de eindsprint.


Commando’s geven


Commando's zijn dingen die noodzakelijk zijn en gedaan moeten worden. Na het geven van een

commando verwacht je een actie van je roeiers. Dit kan gaan om doorwisselen, een oefening

aankondigen, een opzetje aankondigen of de boot in het water leggen.
Aangezien roeiers geconcentreerd zijn is het belangrijk dat je korte zinnen of losse woorden gebruikt.

Zeg dingen stellend (klapje bakboordboeg) en niet vragend (mag ik een klapje van de bakboordboeg?)

Het is ook belangrijk dat je dingen duidelijk zegt en hard genoeg zegt. Jij zit er immers om te zorgen

dat het geen chaos wordt en dat iedereen begrijpt wat er moet gebeuren. Blijf ook consequent in de

commando's die je geeft.
Belangrijk is ook dat je het op het juiste moment zegt:

wat wil je tijdens recover (als je iets meer tijd wil tijdens de haal)

vanaf tijdens de inpik

nu bij de uitzet

Hou er dus rekening mee dat je altijd een haal later pas je commando "voor elkaar krijgt".


Voorbeeld:

3 naar 10 aangeven: "3 naar 10" (de roeiers zitten in een recover)

"na" (de roeiers zitten voorin in de catch en plaatsten hun blad)

"nu" (de roeiers zitten in de uitzet en doen vanaf dat moment wat jij van ze vraagt)


Laat lopen en houden zijn de enige commando's die niet vanaf nu gedaan hoeven worden. Houden

doe je meestal in een noodsituatie en schreeuw je dus bijna HOUDEN! Laat lopen zeg je bij de inpik

en de uitzet (laat lopen)

Aanmoedigen


Aanmoedigen is alles wat je tegen je ploeg zegt om de gemotiveerd of bij de les te houden. Als een

stuur niks zegt, krijgt een roeier vaak het idee dat de stuur er ook niet bij is en zakt de motivatie.

Probeer als stuur altijd te voelen wat er in de boot gebeurt. Geef daar een accentje op of begeleid de

haal. Een simpel "in" en "uit" is soms al genoeg.



Accentjes


Accentjes liggen tussen commando's en aanmoedigen in. Je geeft de roeiers een puntje op waar ze

zich op moeten focussen omdat jij merkt dat dat deel niet goed gaat. Hou wel rekening met het thema

van de training en wat de coaches aan de kant roepen.

Je verwacht dus wel actie van de roeiers, maar ze moeten dit doen door zich erop de concentreren. Het is ook een soort aanmoedigen, omdat je graag wil dat je roeiers het beter doen.

Probeer na het geven van het accentje een korte uitroep te verzinnen zodat je je accentje ondersteund.

Verderop heb ik een aantal opties genoemd.

Vaak zitten accentjes in raceplannen. Houd je daaraan en noem ze ook!

Tellen


Meetellen met de halen is een vorm van aanmoedigen. Tellen is fijn, vooral tijdens een opzetje of

tijdens accentjes. Tel niet verder dan 10. Bij een 3 naar 20 tel je twee keer naar 10. Dit is fijner, ook

voor jezelf: twee is sterker en korter dan twaalf.

Tellen kan zowel bij de inpik als de uitzet. Wanneer je telt is afhankelijk van de andere accentjes die je wilt geven. Wil je bijvoorbeeld nog een accent leggen op de beenpush, tel dan bij de inpik. Wil je een accent leggen op de catch, dan tel je bij de uitzet. Meestal komt het erop neer dat je bij de inpik telt.


Als je tijdens een race telt, hou dan rekening met het inbouwen van accentjes. Tel dan tot 9, geef het accent in de recover en "vanaf.... nu" is dan de 10e haal. Een accent goed geven is belangrijker dan precies tot 10 tellen.

Je roeiers tellen mee, hou er rekening mee dat je goed telt (en niet twee keer drie zegt, of een getal overslaat). Tel ook niet de hele tijd, dat kan vervelend zijn.

Wat je roeiers tot wanhoop leidt is als je zegt "nog 10 halen" en dan hebben ze die 10 halen gehad en dan zijn ze nog niet bij de finish, dus zeg je "nog 5 halen!!". Pas hiervoor op! Leer goed inschatten welke afstand je in 10 halen kan overbruggen.

Tillen en in het water leggen


Termen:

  • Voor: Jouw kant

  • Achter: bij het roertje




  • Links of rechts: altijd de links en rechts van de roeiers gebruiken. Kijk dus goed hoe ze met hun gezicht staan.

B4

  • Tillen op: NU (de roeiers tillen)

  • Kijken naar de riggers

  • Zwenken Voor Links/Rechts

  • Achter bijzwenken

  • Naar het vlot

  • Tillen hoog: NU

  • Dr aaien met de buik naar....

  • ... loopt om: nu

  • ... loopt om: Nu

  • Vlot naderen (roeiers zetten hun ene voet aan de vlotrand)

  • Ver weg (roeiers strekken hun armen, de boot zweeft nu boven het water)

  • In: nu (de roeiers leggen nu de boot in het water. Laat In: nu niet te lang wachten na verweg)


Glad

  • Tillen op: NU

  • Op de schouders: NU

  • Boven de hoofden: NU

  • Rechter/ Linker schouder: NU (kijk hierbij goed naar de riggers en hoeveel plaats je hebt.

  • De kant met het minste plaats heeft de riggers naar boven)

  • Scherper tillen (de roeiers strekken hun vrije arm, zodat de boot nog verticaler komt te liggen)

  • Vlakker tillen (de roeiers buigen hun vrije arm, zodat de boot horizontaler komt te liggen)

  • Zwenken voor links/ rechts

  • Bijzwenken achter

Je roeiers kunnen wel eens pijn in hun schouder krijgen van de zwaarte van de boot. Je mag op elk

moment Andere schouder: NU roepen, zodra je ze hoort klagen. Hou wel rekening met

omstanders.. ivm vliegende riggers...

Het is ook handig om rekening te houden met het zicht van de roeiers. Als ze de boot op de rechter

schouder dragen, zien ze niets aan de rechterkant. Dit kan lastig zijn met bijvoorbeeld net vlot

naderen! Denk hier van te voren over na!


  • Vlot naderen (de roeiers zetten hun ene voet aan de vlotrand)

  • Handen in de spanten (die dingen waar je een B4 vastpakt als je hem uit het water haalt)

  • Voor de buiken: Nu

  • Ver weg

  • In: Nu



Rondmaken


Iedereen weet hoe je moet rondmaken, maar hier toch nog wat praktische tips:

weet wanneer je gaat rondmaken



  • stuur alvast naar het midden van het kanaal

  • laat eerst lopen, dan bakboord houden. (als je direct laat houden, is de kracht te groot en doe je je roeiers pijn)

  • laat stuurboord eerst beginnen met een aantal (ongeveer 3) haaltjes, zo kom je mooi aan de andere kant van het kanaal uit.

  • Kijk goed naar je puntje en roertje, zorg dat j e niet in de kant zit.



Aanleggen


  • Kijk waar je wil gaan aanleggen

  • Zoek halverwege een plek op de kant op (dit kan een opvallend houtje, schoen, waterflesje,

  • riem of iets dergelijks zijn.)

  • Stuur met je boegbal op deze plek af

  • Zorg dat de hoek die de boot met de kant maakt, altijd 45° is.

Dan kan je ervoor kiezen om al je roeiers light te laten roeien en dus heel

voorzichtig de kant te naderen. DC kies ervoor om met een flinke vaart het

vlot te naderen en te vertrouwen op de kracht van de bakboorders.



  • Vaar in basis naar het vlot met 4 roeiers.

  • Laat de boegen uitvallen, zodra de boeg met zijn blad bijna het vlot raakt.

  • Doe een light haal met de slagen

  • Laat lopen

  • Zodra de boegbal bijna het vlot raakt, laat de bakboorders houden en draait de boot tegen het vlot aan.
    Dit laatste is even oefenen. Als je te laat laat houden schampt de punt tegen het vlot (is auw, maar niet heel dramatisch), als je te vroeg laat houden, kom je niet tegen de vlotrand aan en moeten je roeiers je naar de kant halen. Als je niet bij het vlot kan, moet je bakboord laten strijken en kan jij je aan het vlot binnen trekken.

Vraag dan aan je slag of hij/zij op het puntje kan letten.

Uit het water halen


B4

  • Aan de boorden

  • Handen in de spanten

  • Tillen gelijk: NU (evt. op)

  • .... Loopt om: Nu

  • .... Loopt om: Nu

  • Tillen hoog

  • Draaien met de bulk naar

  • Zwenken (meestal) rechts voor

  • (evt.) bijzwenken achter

  • Naar de stelling

  • Tillen hoog

  • En neerleggen




  • Aan de boorden

  • Tillen gelijk: NU

  • Naar binnen dragen, let goed op de riggers. Gebruik evt. Links faoger/ rechts hoger

  • Naar de stelling dragen, als je puntje ongeveer gelijk ligt met de andere boten (je roeiers stoppen dan ongeveer ook wel met lopen), zeg je Zakken en mleggen gelijk

  • Inschuiven gelijk: NU


Glad

  • Aan de boorden

  • Handen in de spanten

  • Tillen gelijk: NU (evt op)

  • Op de schouders: NU (de roeiers tillen en draaien gelijk de boot op hun schouders, dus geef deze commando's zo snel mogelijk achter elkaar.)

  • Zwenken voor

  • (evt.) bijzwenken achter

  • naar de stelling

  • Boven de hoofden: NU

  • Uitsplitsen (tegenover je rigger): NU

  • In de handen: NU




  • Neerleggen




  • Aan de boorden

  • Tillen gelijk: NU

  • Op de schouders: NU

  • Boven de hoof den: NU

  • Rechter/Linkerschouder: NU (kijk weer naar het zicht van de roeiers of je linker of rechterschouder doet)

  • Naar binnen dragen, kijken naar de riggers. Evt. Scherper/vlakker tillen

  • Bij de stelling gaan staan. Afhankelijk van de hoogte volgen de volgende commando's:

  • Boven de hoofden en inleggen NU (voor een hoge stelling)

  • Boven de hoofden

Uitsplitsen gelijk: Nu

Inleggen gelijk Nu (voor een stelling op schouder hoogte)

  • Boven de hoofden

Uitsplitsen gelijk: NU

In de handen

(Zakken) Inleggen geiijk (voor een lage stelling)

Tijdens de training

Zien en Voelen


Als stuur is het belangrijk dat jij voelt wat er in de boot gebeurt. Je geeft de coaches soms ook een

nieuw trainingspunt. Sommige dingen kunnen coaches namelijk niet zien of over het hoofd zien,

terwijl jij dat goed kunt zien en/of voelen.
Ik geef hier een opsomming van dingen die je kan zien, voelen en zeggen, maar een waardevolle tip is

om zelf ook te gaan voelen. Doe op stukjes dat het kan eens je ogen dicht en voel wat er gebeurt in de

boot. Soms kan de slag ook iets tegen je zeggen, wat hij voelt. Hier kan je ook naar luisteren

(accepteer echter geen hele verhalen!)

Probeer ook eens te voelen of je na een oefening verschil voelt. En voel verschil tussen de halen.

Complimenteer je roeiers met een goede haal: "Dit was een goede!" of "Ja, nog zo'n haal" of "deze

was goed, maar het kan nog harder". Geef aan of het weg zakt en neem initiatief tot een accentje!
Als je stuurt zonder dat er een coach langs de kant fietst, zeg dan de eerste 10 minuten van de training

niet zoveel, maar ga rustig kijken en voelen. Haal dan twee of drie puntjes die je opvallen eruit en ga

daar een aantal accentjes en oefeningetjes voor doen.

Zien


Niemand heeft een beter uitzicht op de gelijkheid dan jij. Probeer de vier riemen altijd als een geheel

te zien. Kost even training, maar dat doe je zo:

Je kijkt rechtvooruit, naar een punt op de borst van de slag. Je hebt dan een breed blikveld en kan alle

vier de riemen zien. Check een haal of twee a drie de gelijkheid. Is deze goed, dan doe je niets of zegt

dat de gelijkheid goed is.

Als de gelijkheid niet goed is, dan geef je een accentje op de gelijkheid, maar zeg ook WIE er niet

gelijk zitten! (Tip: meestal zijn de boegen te laat...)
Verder relateer je de dingen die je ziet altijd aan wat je voelt. Soms kan je zelfs meer voelen dan zien.

Puur op het gevoel


  1. Je kan voelen dat de roeiers te hard naar voren racen, maar dit gevoel is moeilijk te beschrijven. Je voelt een heel klein schokje in je rug en het voelt alsof de roeiers de boot inhalen. Vaak zegt de slag het ook tegen je, die voelt dit nog beter.

  2. Je voelt een schok in je rug als de roeiers naar voren glijden

    • de roeiers racen naar voren (zie 1)

    • de roeiers zitten stil voorin (dit check je door naar de slag te kijken)

    • de roeiers trappen te hard voorin (zie 4 )

  1. Je voelt je been en weer bewegen als de roeiers uitzetten. Dit voel je dan voornamelijk rond je heupen.
    Het is goed als je een "klik" voelt achterin.

    • de roeiers komen niet gelijk los in de uitzet (check dit door te kijken)

  1. Het roeien voelt traag, slap, zwaar en sloom

    • de roeiers gebruiken het tweede deel beentrap te weinig

    • de roeiers werken te hard op het eerste deel van de beentrap

    • de roeiers versnellen niet door

    • de roeiers draaien niet snel door achterin

  1. Je voelt dat het onrustig is in de boot

  1. Je voelt dat de boot valt op een boord. Voel WAAR de boot valt

    • Gelijk na de uitzet: de uitzet is ongelijk. De boot valt op het boord dat te laat is!

    • In de recover armen: er wordt niet snel doorgedraaid, of stilgezeten achterin. Degene die te laat is krijgt de boot op zijn boord.

    • In de recover benen: er wordt ongelijk gegleden. Boord dat de snel glijdt, krijgt de Boot op zijn kant.

    • In de catch: er wordt ongelijk gecatched. Als stuurboord te snel catcht, valt de boot op bakboord en omgekeerd

Weet wel dat de balans een van de moeilijkste punten is. Zelfs toproeiers klagen hier nog over.

Houd in de gaten dat net niet alleen met de punten van hierboven te maken heeft, maar zeker

ook met:


- de aanhaalhoogte

- hoe diep de roeiers in de recover hun handen door de boot laten gaan

- of de roeiers in hun boord zitten

- of de roeiers stevig en rechtop zitten


Als de boot van het ene boord naar het andere valt in de haal (uitzonderlijk) of in de recover, geef het dan aan aan de coach. Zij (hij) kan er dan even naar kijken vanaf de zijkant. Het heeft meestal te maken met gelijkheid. Ook kan het zijn dat de roeiers er te geobsedeerd mee aan de gang zijn, waardoor ook de techniek vaak verloren gaat.

(tip: accentje op bv. doordraaien, beenpush of rug uitstellen, sterk zitten kan al helpen. De roeiers fixeren dan op iets anders en dan gaat de balans al vaak beter.)



Zeggen


Tot slot het moeilijkste van alles, wat ga je zeggen? Het is belangrijk te gaan kijken welke dingen

werken. Merk je verschil als je iets gezegd hebt? Soms kan het goed zijn om een langere zin te zeggen, maar meestal is het belangrijk dat je in een ritme blijft praten.


Een commando of accentje hoeft niet in het ritme te zijn, maar de ondersteunende woordjes wel.

Omdat je deze meerdere keren achter elkaar zegt is het juist fijn dat dat ook in het ritme zit. Eigenlijk

maak jij het ritme hoorbaar.
Ik ga er in dit stuk vanuit dat we de commando's en accentjes wel kennen. Ik geef je mijn optics voor

de aanmoedigingen. Wissel deze af met complimenten of wat langere zinnen en pak daarna een

variatie dezelfde aanmoediging of een ander aanmoedigingspuntje.
Catch - duw


  • in - sta

  • pak (pas op voor een harde catch, maar - benen
    ideaal voor een opzetje!)

  • leg (mooi voor een rustige catch, niet
    voor wedstrijden en opzetjes!)

  • tjk (mijn favoriet)

  • tik

Let op: catch aangeven is een kritiek iets. Het s moeilijk, want sommigen gaan naar jou luisteren, sommigen blijven letten op het blad van de slag. Kijk daarom naar het blad van de slag en zeg "in" vlak voordat de slag catcht. Je zit dan exact gelijk. Als je ziet dat de slag catcht en jij moet nog wat zeggen, ben je te laat en kan dat ongelijkheid veroorzaken.


Haal


  • duuuuwwwwwww (van zacht naar hard) (je geeft dan niet de catch aan)

  • woesj

  • zjoef

  • push


Uitzet Combineren


  • draai Combineer nu de puntjes van hierboven. Wil je

  • door bijvoorbeeld een accentje op de benen dan zeg

  • keer je het volgende:

  • kloeik

  • los Accentje benen

  • uit Vanaf

  • tik Nu

  • tjuk of tjk

  • hop (mijn favoriet) Benen... hop (ong. 10 keer)

Dat gaat goed, maar kan harder

Recover Push... uit (ong. 10 keer)

  • ruuusssst Ja, Goed!

  • sssssssst Blijf ook draaien

  • gliiiijjjjj In …. Draai (ong. 10 keer)

  • slooooowww Enz

  • sliiiide

  • rustig glijden

  • pak je rust

Roei-oefeningen voor iedereen

Roeien is fijn, beter roeien nog fijner.


Wedstrijdroeiers warden begeleid door coaches, die met allerlei oefeningen trachten de techniek van hun roeiers te verbeteren. Als de roeiers technisch beter roeien bewegen ze efficiënter en gemakkelijker door de boot en gaan de bladen van de riemen beter door het water. Het dezelfde hoeveelheid energie wordt een grotere snelheid bereikt. En daar is het nu net om te doen.

Regio- of competitieroeiers hebben lang niet altijd een coach en de gewone recreatieroeier trekt altijd "zo maar" zijn baantjes. Ook voor de laatste groep is het echter nuttig om te proberen de roeitechniek te verbeteren. Met een betere techniek en gelijkheid in de boot zal het roeien zeker efficiënter, gemakkelijker en daardoor plezieriger worden.

Alle roeiers zander begeleiding kunnen toch op eenvoudige wijze hun roeitechniek langzaam verbeteren door bijvoorbeeld aan het begin van een roeisessie een aantal standaard-oefeningen te doen, waarmee als onderdelen van de haal en de onderlinge gelijkheid in de boot gerepeteerd warden.

Ook voor roeiploegen, die wel begeleiding hebben, kan dit standaardprogramma nuttig zijn , De meest voorkomende fouten in de roeihaal warden er namelijk automatisch mee gecorrigeerd.


A. Inroeien.

Eerst ca, 5 minuten gewoon inroeien in een makkelijke kracht, voor de gewenning aan de boot en aan elkaar, Geen oefeningen, geen variaties, gewoon met hele halen warm worden. De afstand kan per vereniging wat vari"eren. Bijvoorbeeld in Utrecht "tot de brug", in Roermond "tot op de Maas",in Tilburg "het kanaal in tot de brug",etc.


B. Afwisselen in slidinglengte, kracht, draaien van het blad (clippen).

1. lichte haal ongeclipt 10 halen vaste bank

10 halen halve sliding

10 halen hele sliding

geclipt zelfde 3 x 10 halen

2. halve kracht ongeclipt zelfde 3 x 10 halen

geclipt zelfde 3 x 10 halen

3. strong paddle in 80% het zelfde nog een keer.


Dit is dus totaal 180 halen, waarbij je hebt gelet op de lengte van de rugzwaai, het snelle omkeren na het oprijden en de verticale uitzet.
C. Stops

In halve kracht; -elke 3de haal eerste stop (finishhouding), 10 keer.

-idem derde stop (na wegzetten en inbuigen) 10 keer,

-idem stop op halve sliding (alleen ervaren roeiers).

Let daarbij op de goede lichaamshouding en de evenwijdigheid van de riemen in de stoppositie.

De oefening "derde stop" is zeer geschikt voor het aanleren van het snelle wegzetten en inbuigen vóór het inbuigen, het aanleren van het juiste moment om met het verticaal draaien van de bladen te beginnen, namelijk bij het begin van het oprijden, en de concentratie op het rustige oprijden. Daarom is "derde stop" voor vooral minder ervaren



roeiers de meest nuttige oefening.


Pagina van




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina