Een tekst annoteren



Dovnload 23.05 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte23.05 Kb.
EEN TEKST ANNOTEREN
Om je een idee te geven van hoe een geannoteerde tekst eruit kan zien, heb ik een voorbeeld gemaakt, waarvoor ik de eerste regels van Livius’ inleiding op Ab Urbe Condita heb gebruikt. De bedoeling is dat je aantekeningen goed te volgen zijn voor je groepsgenoten. Dat betekent dat je je aantekeningen op een duidelijke en makkelijk te volgen manier moet presenteren.

Dit voorbeeld wil niet zeggen dat je het per se ook zo moet doen. Als jij een andere, duidelijke manier van presenteren kunt verzinnen, dan is dat uiteraard ook goed. Leg je plannen wel even voor aan je docent.

Voor de Latijnse tekst kun je de digitale Latijnse teksten bewerken die met een link zijn opgenomen in de webquest.
NB1: Voor de vertaling heb ik gebruik gemaakt van Koxkollum (zie “bronnen” in de webquest). Meteen viel me op hoeveel je moet aanpassen om er een goede, letterlijke vertaling van het Latijn van te maken . Sommige dingen zijn te vrij vertaald en sommige Latijnse woorden zijn helemaal weggelaten. Oppassen dus!

NB2: Laat je door dit voorbeeld niet afschrikken! Het voorwoord van Ab Urbe Condita hoort tot de lastigste stukken Latijn die ik ooit heb gelezen. Het is een voorbeeld!


Livius Ab Urbe Condita, boek I, caput I, regel 1 t/m 5
Tekst Aantekeningen Vertaling

Titel

T. Livi1

Ab Urbe Condita2
Praefatio

1)

  • T. Livi: Livius’ voornaam is Titus, afgekort T.

  • Livi is kort voor Livii, wat “van Livius” betekent: dit geeft aan dat het boek van zijn hand is.

2)

  • Ab Urbe Condita: condita is ppp vrouwelijk in de ablativus (vanwege het voorzetsel ab) van het werkwoord condere (stichten). Lettelijk betekent de titel dus: “vanaf de gestichte stad”.
    Dit is echter een voorbeeld van een dominant gebruikt participium. Dat betekent dat de betekenis van het participium bij de vertaling belangrijker (dominant) is dan het zelfstandig naamwoord (urbe). Zie vertaling.

  • Voor het dominant gebruik van een participium zie pag. 35 grammaticakatern Via Nova.

  • Het gebruik van het dominante participium in de titel van dit boek is zo beroemd dat we ook wel spreken van de Ab Urbe Condita-constructie.

Titus Livius

Vanaf de stichting van de stad
Voorwoord


1


Facturusne3 operae3 pretium4 sim5 si a primoridio urbis res6



3)

  • Facturus: participium futurum mnl. ev. nom. van facere.

  • - ne: vraagpartikel: niet vertalen, het geeft alleen aan dat het een (neutrale) vraagzin is.



  • operae: dativus van opera “inspanning”.

4)

  • Pretium facere “een beloning krijgen”.

5)

6)

  • res: accusativus mv. vrl.., hier het object bij perscripserim. Letterlijk “zaken”, Livius bedoelt “de geschiedenis, de gebeurtenissen”.




Of ik een beloning voor mijn inspanning zal krijgen, als ik vanaf het begin van de stad de zaken

2

populi Romani perscripserim7 nec satis scio nec, si sciam8,


7)

  • perscripserim: conjunctivus perfectum van perscribere (letterlijk “van begin tot eind beschrijven”). Ook deze conjunctivus is gebruikt in de afhankelijke vraag die afhangt van scio.

8)

  • sciam: conjunctivus praesens van scire: weten. Het woordje si (“als”) kan met de indicativus én met de conjunctivus gebruikt worden. Bij een conjunctivus moet je dan vaak de bijsmaak nog weergeven: hier zou weten (potentieel).

van het Romeinse volk beschrijf, weet ik noch zeker, noch, als ik (het al) zou weten

3

dicere ausim9, quippe qui10 cum11 veterem12 tum volgatam13 esse


9)

  • dicere: letterlijk gewoon “zeggen”. Livius bedoelt “zou ik dát durven zeggen” = er aanspraak op durven maken.

  • ausim: conjunctivus perfectum van audere: “durven”.

10)

  • quippe qui + con. (namelijk videam): vaste uitdrukking: “omdat”

11)

  • cum ... tum “enerzijds ... anderzijds”

12)

  • veterem: acc. ev. vrl. van vetus: “oud”. Verbinden met rem (regel 4)

13)

  • volgatam: oud-Latijn voor vulgatam: acc. ev. vrl. van vulgatus: “algemeen bekend” (onder het vulgus “volk”).

durf ik er aanspraak op te maken: omdat ik het onderwerp zowel als oud als algemeen bekend

4

rem videam14, dum novi semper scriptores15 aut in rebus16 certius17 aliquid18 allaturos19 se20


14)

  • videam: dit is de conjunctivus die afhangt van quippe qui in regel 3. Hier moet je videre opvatten als “beschouwen als”. Verbinden met esse: ik beschouw (de zaak als ...) te zijn.

15)

  • scriptores verbinden met credunt dat - zoals zo vaak - aan het eind van de zin staat.

16)

  • in rebus: lettelijk “in zaken”: bedoeld is natuurlijk geschiedschrijving.

17)

  • certius: vergrotende trap (comparativus) van het bijwoord certe “zekerder, met grotere zekerheid”.

18)

  • aliquid “iets”, namelijk iets nieuws.

19)

  • allaturos: participium futurum acc. mnl. mv. van afferre “bijdragen”. Het ptc. staat in de acc. mv. omdat de auteurs het onderwerp binnen de AcI zijn (subjectsaccusativus).

20)


  • se: “zij”: binnen de AcI slaat se altijd op het onderwerp van de hoofdzin: “zij”, dat je haalt uit credunt (regel 5).




beschouw, terwijl steeds nieuwe schrijvers geloven, dat zij in de geschiedschrijving iets met grotere zekerheid zullen bijdragen

5

aut scribendi21 arte22 rudem23 vetustatem24 superaturos25 credunt.


21)

  • scribendi: gerundium van scribere (schrijven) in de genitivus: “van het schrijven”.

22)

  • arte: abl. ev. van ars: door de kunst. Verbinden met scribendi. Samen “door de schrijfkunst”.

23)

  • rudem: acc. vrl. ev. van rudis: “ruw, primitief”. Verbinden met vetustatem.

24)

  • vetustatem: acc. vrl. ev. van vetustas “ouderdom”. Samen met rudem bedoelt Livius: de primitieve ouderdom van eerdere geschiedenisboeken.

25)

  • superaturos: participium futurum acc. mv. mnl. van superare “overtreffen”. In gedachten moet je se en esse uit regel 4 herhalen: “dat zij zullen overtreffen”. Net als bij allaturos (regel 4) staat dit ptc. in de acc. mv. mnl. omdat de schrijvers de subjectsaccusativus binnen de AcI zijn.

of door hun schrijfkunst de primitieve ouderdom [nl. van andere boeken] zullen overtreffen.







Algemeen: hoewel Livius waarschijnlijk zelf ook wel vermoedde dat hij een geschiedenis van formaat ging schrijven, zie je hoe uitermate bescheiden hij zich hier opstelt. Hij dekt zich in dit voorwoord in tegen zowel zijn voorgangers (de woorden volgatam, veterem en rudem vetustatem) als zijn opvolgers (de woorden novi semper scriptores) die het - in zijn bescheiden mening - vast allemaal beter wisten/weten en konden/kunnen.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina