Een uitgave van de Heemkundekring m m. v de Gemeente Schijndel 2003



Dovnload 2.05 Mb.
Pagina1/121
Datum22.07.2016
Grootte2.05 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   121




GLOSSARIUM
van de

historische

perceelsnamen
in
SCHIJNDEL

Behorend bij de publicatie

Het Schijndelse Landschap

Cultuurhistorische notities rond bodemarchief, landschapsontwikkelingen en historische perceelsnamen.



Een uitgave van de Heemkundekring m.m.v. de Gemeente Schijndel

Schijndel 2003

ALGEMENE TOELICHTING


Een glossarium is niets anders dan een alfabetische of lexicografische ordening van alle perceeelsnamen binnen een bepaald gebied, dus van A tot Z, in dit geval de gemeente Schijndel. Een dergelijk glossarium bevat standaard de volgende onderdelen: de perceelsnaam zelf in de huidige spelling; de historische vermeldingen ervan in chronologische volgorde, in de regel één vermelding per eeuw; alle schrijfvarianten van de perceelsnaam; het jaartal van de optekening; de exacte bronvermelding met een lettercodering om de archiefbron aan te geven; indien bekend de kadastrale aanduiding; het bodemgebruik van het perceel en tenslotte een cursief afgedrukte betekenisverklaring. Wat de kadastrale aanduiding betreft zijn er na 1832 nogal wat percelen met hogere en dus recentere kadasternummers, die nadien herleid moesten worden naar het oorspronkelijke nummer van 1832. U vindt dan in de omschrijving de volgende zinsnede terug: …bij herleiding blijkt het volgende…! Dat bleek overigens een zéér intensieve klus, die collega Jos Broeders voor zijn rekening heeft willen nemen! Die herleidingen zijn bij de afzonderlijke veldnamen steeds vermeld bv. Groot Huis : A 2424 = A 1007. Af en toe volgt tussen haakjes een korte literatuurverwijzing, die correspondeert met de grote literatuurlijst achteraan in het boek. De perceelsnamen staan alle in kapitalen afgedrukt. Is er een bijvoeglijk naamwoord aan toegevoegd, dan is dat in kleinere letters er voor geplaatst bv. Oude AA. Soms treft men meerdere bijvoeglijke naamwoorden aan zoals bv. in Achterste Grote AKKER. Uitgebreide historische aantekeningen over de perceels- of andere namen bv. de herbergnaam de Keulse Kar, staan niet opgenomen in het glossarium, maar zijn terug te vinden in het boek. De samenstelling van het glossarium is mede te danken aan de belangeloze inspanningen van de historische werkgroep van de heemkundekring. Ruim een jaar hebben zij de aandacht uitsluitend gericht op het doorvorsen van de oude schepenbankarchieven van Schijndel over de periode 1530-1811, aangevuld met het nodige 19de-eeuwse bronnenmateriaal, om het bestaande manuscript te vervolmaken en te completeren. Als coördinator en eindredacteur heb ik dan ook diep respect voor de wijze waarop de leden van deze historische werkgroep hun taak hebben opgevat. De vreugde van de vondst van een nieuwe perceelsnaam werd regelmatig afgewisseld met de soms saaie momenten, waarop men stug door zocht en soms helemaal niets vond! Dan is doorzettings- en uithoudingsvermogen en een stevige motivatie in het algemene belang van het onderzoek het enige wat de groep bindt. Mijn oprechte complimenten aan de hele groep!

De eindredacteur




AA


Aa 1203-33 Abdij Berne (Gijsseling 31); de kamp die Likendonc in Scijnle tussen erf van Godevart Nuwelaat en die Aa 1381 (BP 1176); tot die gemeynde vloet genaemt die Aa 1569 (RA 51); de rivier de Aa 1757 (JW); de Aa 1803 (HV); de waterleiding no.2 (legger B) genaamd de rivier de Aa aanvangende bij den watermolen grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie E Berlicum/A Schijndel no.330/234 loopende door de Haffert-Rietwiel en het Nonnenbosch grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie E/A no.271/251 langs den rechter/linker-oever gemeten lang 1156/1149 meter – de helft dezer rivier maakt de grensscheiding uit dezer gemeente vanaf de grens der gemeente Heeswijk tot de grensscheiding met de gemeente Berlicum 1881 (NAA inv.nrs.402-403). Als toevoeging is het volgende opgenomen: den 12 april 1825 is door gedeputeerde staten de grensscheiding der rivier de Aa, tusschen Berlicum en Schijndel bepaald nl. dat het bed der rivier de grens dezer twee gemeenten zal uitmaken, zodat de rechteroever aan Berlicum en de linkeroever aan Schijndel behoort; weshalve door de gezamenlijke dagelijkse besturen dier gemeenten de schouw over de rivier gevoerd wordt. Krachtens proces-verbaal dd. 10 april 1926 is tusschen de gemeenten Heeswijk, Dinther en Schijndel de grensscheiding der rivier de Aa opnieuw vastgesteld nl. dat de gehele rivier met de bruggen tot het grondgebied der gemeenten Heeswijk en Dinther behoort en de zuidelijke of linkeroever de grensscheiding der gemeente Schijndel uitmaakt. Te allen tijde is dan ook door de besturen der gemeenten Heeswijk en Dinther en nimmer door ’t bestuur van Schijndel de schouw over de rivier de Aa gevoerd. .
Oude AA

De Beghynenbeemt aen die Aude Aa 1431 (FS); land in de Liekendonck d'Oude Aa 1592 (CvB 333); de Oude Aa in Weibosch 1757 (JW);1816 (GA 141 399/4552).



Bedoeld wordt hier de oude rivierloop van de Aa, die thans geheel verdwenen is, maar waarvan de loop blijkt uit de gemeen­tegrens ter plaatse van Heeswijk - Dinther en Schijndel. Op de gemeyntkaart van Sint-Oedenrode van 1610 is alleen de Oude Aa ingetekend, terwijl op kaarten vanaf ca 1750 van Heeswijk en Schijndel, zowel de Oude als de Nieuwe Aa ver­meld zijn. Niet bekend is, wanneer de Nieuwe Aa haar loop heeft gekre­gen.
AABEEMD

Een stuc beempts genoempt den Abempt in die Likendonc 1546 (RA 44 fol.10); de Aabeemt gelegen over de Aa onder Schijndel 1662 (RA Heeswijk 476 fol. 91).



Beemd = hooiland; hooiland gelegen aan rivier de Aa.
AAIKENSBEEMD

Aeijkensbeempt in Eiderwaut 1451 (BP 1221); Aijkensbeempt en Thonysbeempt in Eerderwaut 1452 (BP 1222).



Aaike is een persoonsnaam, een diminutiefvorm ofwel verkleiningsvorm van Adriaan. De diminutiefvorm van persoonsnamen werd heel vaak toege­past.

AAKAMP(JE)

Een gerechte sesde part in een stuck land genoempt den Aacamp gelegen in de parochie van Schijndel onder 't Wijbosch belent Leem­puttenweyde 1648 (CvB 452); den Aakamp onder Elschot 1816 (GA 874, 483); Aakampje onder Elschot 1816 (GA 141 868 - 4829); Aakamp 1868, 1875 (NA) E 19 (w;-.94.60), 2285 (w; 1.51.50); hooiland ter plaatse den Aardenburg genaaamd den Aakamp 94 a 60 ca – 1910 (HB 1514 fol.89) E 3322; de Aakamp in de Laverdonk 1911 (HB 1543 fol.49a) E 2707. Bij herleiding blijkt het volgende: E 3322 = E 19.



Nieuwe ontgining in de nabijheid van de Aa.
AAKANT

Den Aakant 1904 (HB 1402 fol.16) A 28-31.

In de omgeving van de oevers van de Aa.

AAKENDONK

Land in die Akendonck ca 1610 (CvB 280a); het perceel Aakendonk in gebruik genomen tot leemdelving 1903 (NA 58); Aakendonk 1966 (CS 130).



Aak kan een vorm zijn van het woord eik. (Verdam - 303); donk betekent hoogte, zandige opduiking in een moerassig ter­rein.Of is het de donk bij het Aaken, de kleine Aa?
AALBRAAK

De Aalbraak in Weibosch 1816 (GA 655, 416i-517).



Aal betekent: beer, mest, gier. (WNT I 17); overdrachte­lijk "slijk, moeras". (Stallaart I 15); Aalgrond = slijkgrond. (Over­pelt - 63) Braak = omgeploegd, ontgonnen land. (Verdam 1414)


AALTJE CLAASSENKAMP

Een stuc lants int Ecker utschietende op Aelken Claessencamp 1609 (RA 61 fol.117v).



Een kamp teruggaand op een PN.
AARD

De Aart onder Weibosch 1816 (GA 141 176/850).

Aard staat voor een ontginningsgebied
AARDENBURG

Juxta locum dictum Errenborch 1392 (SS); twee buunders land in Errenborch 1465 (BP 1235); uit landerije op Arrenborch 1481 (BP 1250); aen den Persoonscamp ende wech gaende door den Erdenborch 1500 (HC 196); vier hont groes, hey en wey ondert Wijbosch in den Erdenborch 1662 (RvS - 9); een camp hoijlants met houtwas gelegen in den Erdenburgh 1685 (RA 142 fol.27); onder den Weibosch in den Erenburg 1764 (RA 164 fol.209); overt Weijbosbroeck genaemt den Aerenburgh 1765 (RA 164 fol.252); een halve kamp hooyland genaemd den Eerdenburgh 1772 (NA 7165/218); Aardenburg 1832, 1834, 1835, 1879, 1881 (GA) (kad.) (NA) E 1-78/2214-2282, 20 (w;-.94.70), 193-207 (w;-.69.7­0), 2228 (s;-.3.80), (wa;) belend: 1703-2953.



Misschien moeten we hier denken aan een motte, gezien de be­schrijving in een akte uit rond 1650 , die spreekt van “ eenen berg of aardhoop waaromheen de rivier loopt genoemd die borcht, waervan den Erdenborch schijnt sijnen naeme te hebben". (Tiendarchief ) Rodenburg/Aardenburg is ook een in België voorkomende waternaam. Rudanna/Ridanna. (Schönfeld - 76) Bekend is bv. de naam Gisberti de Erdenberg 1178 = Rodenburg (Lexicon Ned. top.-54)
Grote AARDENBURG

Eenen camp hoyvelts of groesvelts vier buenderen gemeynlick genoempt den Grooten Eerdenborch 1582 (RA 54 fol. 202); de Grote Aardenburg 1884, 1865, E 214 (w; 1.11.60).



Kleine AARDENBURG

Eenen camp groesvelts genoemt den Cleijnen Erdenborch 1599 (RA 59 fol.162); land onder Elschot genoemt den Cleynen Erdenborch ca 1610 (CvB-280a).



AARDENBURGSEDIJK

2/3 Deel van land en beemd in Lobbenhoeve bij den Arrenborch­schendijc 1398 (BP 1181); eenen dijck geheyten den Erdenborchsendijck 1593 (RA 57 ); den Erdenburgsendijck 1700 (RA 145 fol.102); 1/4 part in de Leegen Beemt gelegen teijnen de Steegt bij de Biesweij, de eene zijde de revier de Aa, d'andere zijde den Aardenburgschen dijk 1802 (RA 182 fol.37v); Aar­denburgschendijk 1832 (Kad) - E 16.



Het einde van de Aardenburgsesteeg, parallel lopend aan de rivier de Aa en dwars uitkomend op de Oude Aa. Een dijk is een weg, die een beek kruist.(Kakebeeke, De Acht Zaligheden 339)
AARDENBURGSESTEEG

Aardenburgsesteegd 1757 (JW); den Eerdenburgschesteegt 1774 (RA 168 fol.6); Aardenburgsesteeg 1832, 1835, 1836, 1842, 1894 (kad) (NA) A 1839 (b; wa; we), E 81-258; 161 (b;-.55.80), 188 (b;-.25.20), 221 (b;-.18.90), 225-226, 229-230 (w;-.61.00), 2210 (w;-.13.80) 2949; de waterleiding no.7 genaamd Aardenburgsesteeg aanvangende in den Aardenburg grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie E no. 2949/403,404 loopende door de Prekers en Steeg en Slotjesloop grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie A no. 1836,1838/1839 langs den rechter/linker-oever gemeten lang 3205/3204 meter (NAA inv.nrs. 402-403).


AARDENBURGSEWEG

De Aardenburgseweg 1881 (legger no. 645).


AARDENBURGSKE

Dat Orrenborchtsken op Orrenborch 1410 (FS).


AASLAND

Aasland 1869, 1895 (NA) B 2234-2237 (b,og,s;1.6.9); C 3064-3065 (b,og,s;-.25.30). Bij herleiding blijkt het volgende: C 3064 en 3965 = C 1376.



Benoeming naar de persoonsnaam van der Aa. In 1834 eigendom van Peter van der Aa, looier in Schijndel. Het vruchtgebruik was van Peternelle van der Aa. Ze hadden dit stuk gekocht van de weduwe Peter Jan Hugo Verhagen.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   121


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina