Een uitgave van de Heemkundekring m m. v de Gemeente Schijndel 2003



Dovnload 2.05 Mb.
Pagina121/121
Datum22.07.2016
Grootte2.05 Mb.
1   ...   113   114   115   116   117   118   119   120   121

WOLFSHOOL


Ten twaalfden bevonden dat de agtermuur aent Wolfshool seer slegt is, dat de glaasen en de muuren op veele plaetzen ontramponeert zijn en dat de poort die voorheen teijnen het huys gehangen heeft geheel weg is 1778 (RA 169 fol.199v).

Het achterste gedeelte van herberg het Rode Hart.


WOLFSLAND

Uit een huis aent Elschot geheiten Wolfslandt 1542 (CvB).

Veel wolftoponiemen hebben betrekking op een grensligging. meent te mogen concluderen dat het eerste lid wolf niet altijd de diernaam kan zijn: wolf is ook een benaming geweest ter aanduiding v.d. vogelvrije, die uit de gemeenschap werden gestoten en zich in de uithoeken van de gemeente ophield (Hel­sen, 1961: -1-16); De meeste gemeentebesturen kenden tot in de vorige eeuw een beloning toe voor elke gevangen wolf (J. Molemans, Zonhove, -659).

WONDERHOFSTAD


Een erfcijns uit een hofstad ter plaatse geheten Wonderhofstat 1450 (Archief familie van de Mortel).

Een hofstad op dat moment in bezit van een zekere Gijsbert Wonder.



WORT


Uut een loepensaet lants aen die Wordt 1530 (RA 41 fol.3v).

Wort is een andere benaming voor wortel of kruid .Het is ook aftreksel van mout dat tot bier wordt verwerkt.



WORTSTUK


Een stuck teulants genoemt dat Wortstucxken ene einde Deurweerderscamp 1630 (RA 67 fol.230v).

WOUD

Die hoeve int Waut deels in Berlicum en deels in Schijndel 1426 (BP1197); tGemeyn Waut 1436 (FS); int Lieshout gedeelte in een camp weijvelts gemeijnlijck genoemt Pelsen- of Rouwencamp groot acht mergen gelegen int Wout 1611 (CvB); een houtbusselken int Woudt ene zijde het Eyckendoncxcloster 1639 (RA 72 fol.10); ’t Wout 1757 (JW); huis hof en aangelegen landerijen onder Schijndel genaamt het Wout of de Bus 1775 (RA 135 fol.76v); Woudt 1803 (HV); het Woud 1832 (kad); B 646-773; het Woud N.1834, 1836; B 673-674 (ho, w: 50.40), 737 (b: 29.90); de waterleiding no.11 genaamd Woud-Lieseind aanvangende in het Woud grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie B no. 468,470/467 loopende dooe de Busch en Lieseind en den Middelrooischendijkloop legger B grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie B no. 12,13/weg langs den rechter/linker-oever gemeten lang 2817/2816 meter 1881 (NAA inv.nrs. 402-403).


Groot WOUD

Groot Wout 1757 (JW).


Klein WOUD

Ter plaatse genaamt in den Borne gemeenlijk genaamt het Kleijn Wout 1749 (RA 134 fol.158); Cleijn Wout 1757 (JW); een perceel hooi – en weiland een morgen onder Borne genaamd het Kleijne Wout (RA135).

Het gedeelte richting Berlicum / Middelrode, een bosrijke streek en jachtterrein voor de kasteelbewoners van kasteel Heeswijk.

WOUDSEKAMPEN


Woutsecampen onder Borne 1758 (RA 280 fol.6); het vierde part in drie houtstreepen zijnde den vijfde sesde en seevende streepen met de walle onder den dorpe van Schijndel in de Woutsche Campen 1784 (RA 135 fol.201).

De kampen in het gebied het Woud gelegen.


WOUDSTIENDJE

Het Woutstiendjen 1757 (JW).


WOUTERBRAAK


Ex hereditatem dicta Wouterbraecke 1498 (HH 131).

Kan een leesfout zijn....denk aan Writersbraak.



WOUTER JANSSENBRAAK


Item een braecke teulants vijff loopense genaemt Wouter Janssenbraecke 1666 (RA 229 map.2).

Afgeleid van de PN.


WOUTJESAKKER

Een perceel bouwland onder Lutteleinde genaamd Woutjesakker N.1824; Woutjesakker N.1837, 1857, 1888; C 1161 (b: 52.60).


WOUTJESKAMP

Twee percelen hooi- en weiland gedeeltelijk houtbosch beplant met hakhout en opgaande bomen onder Lutteleinde op de Beek aan het Ollandschbroekje genaamd Woutjeskamp N.1824; Woutjeskamp N.1837; C 1194-1196 (w, sb: 1.9.90).


WOUWENHORST

Aent Elschot in die Hautert genoempt ghemeindelick den Wouwenhorst 1536 (RA 42 fol.56); acht lopensen lants gemeynlick genoemt den Wouwenhorst in de Hautart ene zijde de Liekendoncsestege 1640 (RA 72 fol.55v); eenen acker teullants genoemt den Wouwenhorst 1686 (RA 231.1); eenen akker teulland genaamt den Wouwhorst in Elschot in de Hou­tert twee loopense 1795 (RA 179); een perceel bouwland onder Elschot in de Liekendonk genaamd de Wouenhorst N.1830.

Het mnl. horst betekent "kreupelhout, bos" (Melotte, Molemans, -152); een wouw is een roofvogel.

Een wouwer kan ook een weijer of visvijver zijn.
Achterste WOUWENHORST

Ondert Elschot genaamt den Agtersten Wouwenhorst 1725 (RA 151 fol.321);.


Hoge WOUWENHORST

In die Hautert genaempt gemeinlick die Hoege Wuwenhorst 1565 (RA 50 z.j.).


Lage WOUWENHORST

Die Lege Wuwenhorst 1565 (RA 50 z.f.).


Voorste WOUWENHORST

Ondert Elschot genaemt den Voorste Wouwenhorst 1725 (RA 151 fol.319).


WOYTSSTUKSKE

Een stuck lants in den Hautert genoempt den Woytstucxken 1565 (RA 49 fol.28v).



Betekenis onduidelijk. Is Woyts misschien een FN?
WRITERSBRAAK

Een huis erf hof in Delscot int sWritersbrake tussen Henrick Harmenssoen ende gemeijnt en strekkende met beide einden aan de gemeijnt 1397 (BP 1180); Alit een stuk in sWrij­tersbraeke en een int Wamistuck 1512 (IS 34); aent Elschot genoempt gemeindelick sWrytersbraek 1537 (RA 42 fol.66).


WRITERSHOEVE

Vijf buunder land in Writershoeve en drie strepen land in Writers­hoeve 1381 (BP 1176); de hoeve des Writershove int Lyesschot tussen Jan Trudensoen en een straat en strekkende tot Elyas van den Wyel, de H. Geest van den Bosch, Yda van den Broec en 't erf her Goyvartshoeve 1410 (BP 1186); ten Borne in Lysschyt in sWrytershoeve 1476 (BP 1245).

Writer is een beroepsnaam nl. die van draaier, denk bv. aan een ‘zeeldraaier’ = touwslager.
ZAAL

Negen lopensen lants genoemt die Zaal onder dLutteleynde in de Schootschehoeve 1590 (RA 56 fol.50); eenen acker saetlants genoemt die Zaile 1592 (RA 57 fol.104v).


Lange ZAAL

Akker die Langhzael en in land in die Schoetschehove 1425 (BP 1195).



Op vochtige gronden kon de rogge in de wintermaanden wel last krijgen van een teveel aan water. Men moet zich voorstellen dat de waterafvoer eeuwenlang zeer gebrekkig is geweest. Om nu het overtollige water toch zo snel mogelijk af te kunnen voeren, legde men soms in de Baronie de akkers in bedden aan. Er werden dan acht of tien sneden tegen elkaar geploegd, terwijl de buiten­ste voren werden uitgediept. Door deze diepe voren kon het water dan snel afgevoerd worden. Een plaatselijk woord voor akkerbed was in de Baronie 'saelde, zaalde' (Chr. Buiks 208/209); lang is een vormaanduiding.
ZAART [vgl. Sort]

De beemd die Lavedonc tussen een steeg en 't erf die Zaert samen met de houtwas 1384 (BP1177); eenen camp groesvelts off weijvelts over tBroeck genaemt d’Everdonck ene zijde die Zaert 1581 (RA 54 fol.113v).



Identiek aan ‘sort’.
ZAND

Onder tWijbosch ter plaetssen genoemt int Zant 1623 (RA 66 fol.3); een half hont saetlants ondert Wijbosch int Sant 1662 (RvS); int Wijbos ter plaatse int Sant 1750 (RA 158 fol.112v).



Duidt op de aanwezigheid of nabijheid van geel zand/wit zand of zandver­stuivingen.
ZANDKAMP

Eenen buender ackerlants genoemt den Santcamp aent Eerde 1515 (HC 196); seeker velt genoemt den Santcamp aent Eerde 1609 (RA 61 fol.131v); aent Wijbosch uit een vierde bunder akkerlant genaemt den Santcamp aent Erde, ene einde haer selfs erve genaemt Roverberch 1658 (RRG); onder het Wijbosch aen den Santcamp 1739 (RA 154 fol.278); de Zandkamp N.1835, 1850; D 1892 (berg en hh: 49.30), 1895 (sb: 26.00).



Een jongere ontginning nabij de zandverstuivingen van Eerde.
ZANDKANT

Int Wijbos ter plaetse genoemt den Santcant 1705 (RA 190 fol.5); erf de Zandkant in Weibosch 1816 (GA141); huisje bestaande in daglonerswoning hof boomgaard en aangelegen bouw - en weilanden onder Weibosch genaamd de Zandkant N.1833; de Zandkant N.1871, 1875, 1880, 1889; D 1190 (b: 32.00).



Zanderig gebied in de grensstreek met Veghel / Eerde.
ZANDKANTSESTRAAT

Zandkantschestraat 1832 (kad); sektie D; den opstand van een door hem gesticht huisje bestaande in eene daglonerswooning gebouwd op een perceel land gehucht Weibosch aan de Zandkantschestraat nabij de begraafplaats der Joden N.1839; D 1413 (b: 14.40).



De straat lopend naar het gebied de Zandkant.

ZANDKELDER


Een houtbergh met sijne gerechticheyt groot ontrent een loopense genaemt den Zantkelder gelegen aen d’Eerde onder Schijndel 1695 (RA 143 fol.180).

vgl. Aardkelder!


ZANDSCHEL

Santschel 1803 (HV).



Een schel of - zandplaat in of nabij een waterloop.
ZANDVLIET

Zekere huyzing onder den gehuchte Wijbosch ter plaatse genaamd op het Zandvliet 1762 (RA 163 fol.202v); een huysinge schuur schop en hoff onder het Weijbosch genaemt Santvliet omtrent een loopense 1763 (RA 164 fol.83v); ter plaatse genaamt Eerde off Santvliet 1782 (RA 135 fol.190v); Zandvliet 1807 (RA 184 fol.84); erf Zandvliet onder Weibosch 1816 (GA141); huisje (arbeiderswo­ning) koestal bergplaats hof gedeeltelijk met een bueke heg omgeven onder Weibosch op Zandvliet N.1817; Zandvliet 1832 (kad); D 1518-1528.



Vermoedelijk is hier een klein stroompje bedoeld in een zanderig gebied of men verwijst rechtstreeks naar het ‘vlietende’of wegwaaiende, opstuivende zand.
ZANDWIEL

Zandwiel 1832 (kad); D 1518-1528;



Een vijver of waterplas nabij de Eerdse zandverstuivingen De vraag is of hier niet de Zandvliet bedoeld is.

ZEBERT LAMBERTSKAMP


Int Woudt omtrent Nuenvelt neffens erffenis Zebert Lambertscamp 1647 (NvdH 12 fol.127).

Afgeleid van een PN.


ZEELDRAAIER

Den Zeeldraijer N.1863; D 94 (b: 32.10).

Afleiding van een beroepsnaam i.c. eigendom of bezit van een touwslager. Een zeel is een touw. Als in de Middeleeuwen iemand werd gehangen dan werd hij ‘ghericht metten seele’.
ZEEPSEHOEVE

Land die Zeepschehoeve in Bathenborchschebroeck in Eijlde 1489 (BP1258).

Zeep = waterdoorgang; waterkering, uitwatering (zijp = kleine natuurlijke beek) in broekgebied.
ZEIKSTRAATJE

Zeikstraatje (vm); de weg langs D 13.

Volgens de overlevering een straatje nabij de kerk (thans verdwenen) waar vrouwtjes hun behoefte pleegden te doen vóór ze naar de kerk gingen of nadat ze de H.Mis hadden bijgewoond (informatie van Henk van Roessel).
ZEILKAMPJES

De Zeilkampjes onder Weibosch 1816 (GA141); de Zeilkampjes, Zijlkampjes N.1833, 1837, 1842, 1874, 1878, 1893; E 2102-2103 (b, w: 72.00), 2115-2117 (sb, dreef: 1.86.30), 2123 (b, w: 69.10); Zeilkempkes (vm); E 2123 (ged.); de waterleiding no.3 (legger B) genaamd Zeilkampjes bermsloot aanvangende aan het Veghelschgat grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie E en F no.368/2077 loopende door of langs de Zeilkampjes en door den bermsloot der Zuid-Willemsvaart grens van het kadastraal perceel rechter/linker-oever sectie A/F no.251/31 langs den rechter/linker-oever gemeten lang 6878/6878 meter – deze waterleiding loopt langs de grens van Veghel, vliet van daar door den linker- en verder door den rechternermsloot der Zuid-Willemsvaart alhier en ontlast zich te Middelrode in de rivier de Aa 1881 (NAA inv.nrs.402-403) – de waterleiding komt van de Grootdonk gemeente Veghel gehucht Eerde, loopt door een houte(n) heul van den Veghelschendijk of ’t Veghelschgat van daar langs de grens der gemeenten Veghel en Schijndel krachtens procesverbaal van grensscheiding tusschen beide gemeenten dd.16 mei 1826, aanvangende aan het perceel 2118, van daar vlietende door den linker bermsloot der Zuid-Willemsvaart van sectie E tot den grondduiker die vaart in den Houtertd, verder door dien duiker loopende door den rechter bermsloot langs die vaart sectie A tot de grens der gemeente Berlicum van het perceel no.251 en aldaar uitlozende in de rivier de Aa – de waterleiding bermsloot der Zuid-Willemsvaart met de zich daarin bevindende brugjes of duikers in de openbare wegen moet door het rijk en de andere brugjes en vonders ten diensten van erven of gronden krachtens vergunning daargesteld, moeten door de belendende eigenaren dier gronden of erven onderhouden worden – eveneens moet de waterloop zijnde de grens van Schijndel en Veghel door de belendende eigenaren in schouwburen staat onderhouden worden 1881 (NAA inv.nrs.402-403).

Zije = lozingssluis; brede afwateringsgracht naar zo een sluis (Goosseling, -1102); kampjes nabij een sloot; of afgeleid van ‘zijl’, een oude landmaat vgl de zille. Bovendien bestaat ‘zeil’ als synoniem voor ‘schoor’ en dan zoouden de Zeilkampjes de veldjes kunnen zijn nabij het schoor gelegen, een eenvoudig brugje over een waterloop. In het archief van de collectie Santvoort [toegang 315] vonden we de uitdrukking ‘een zeijl of schoor’ [inv.nr.22.
Achterste ZEILKAMPJES

Achterste Zeilkempkes (vm); E 2075-2115.



Oude ZEILKAMPJES


De Armenpercelen nabij de Oude Zeilkampjes 1906 (NAA inv.nr.722); verkoop van eikenbomen in de Oude Zeilkampjes 1918 (NA 42).
ZELENHOEVE

De helft van acht buunder land naast Zelenhoeve 1397 (BP1180).



Zalenhoeve; stenen huis; bierbrouwerij; zaal = een van steen gebouwd huis of we hebben te maken met een PN Marcelis verkort tot Ceel, Seel of Zeel.
ZES AKKER(S)

Land in die Zesacker 1388 (BP1178); op die Sesacker bij de Kerk van Scijnle 1393 (BP1180).

Perceel in een complex van totaal zes akkers?
ZES AKKERS IN DE HONGERSHOEK

De Zesakkers in den Hongershoek N.1851, 1853; C 1560-1562, 1564-1566 (b: 1.27.00);



ZES KAMPKES


Onder den gehugte van Elschot voor de Zeskampen 1808 (RA 138 fol.190v); in de Beemd of Rietbeemd genaamd de Zes Kampkes 1907 (HB 1457 fol.104a) E 2724-2727. Bij herleiding blijkt het volgende: E 2724 = E 1092; E 2725 = E 1490; E 2726-2727 = E 1491.
ZETELHORST(JE)

Land dat Zetelhorstken bij dat Dic Horstken 1394 (BP1180); van drie akkers genaamd Setelhorstken 1507 (HH133); een stuck land onder den Borne met ene gemeijne name genoempt die See­telhorst 1568 (CvB); een ackerken groesvelts aldaer in de Sedelhorst 1600 (RA 59 fol.210v); uit akker en kamp Setelhorst in de Harde Bemden 1620 (HH146); ex agro onder den Borne bij de Settel­horst vier lopensen sijn ervfven en benevens de Settelhorst in Creuielscampke 1783 (HH165); braak teulland met houtwassen genaamt den Zeetelhorst in Borne 1795 (RA179); een perceel bouwland onder in de Weidonk genaamd de Zetelhorst N.1828.

Seetel = zadel; mogelijk een vormaanduiding (?); selhorst = beboste beemd in broekgebied (Gijsseling).
ZEUGEDRIESKE

’t Zeugedrieske (vm); D 338-341 (b, bg, hu, tu: 60.70).

Een drieske bij het huis waar de zeug op stond; "omdat hier altijd de zeug op ging" (vm).
ZEVEN AKKERS

De Hennen - of Zeven Akkers N.1868, 1876, 1882, 1896; C 549-550, 576-581 (b, w: 2.22.00); Zeven Akkers (vm); C 575-581.



ZEVEN BUNDERS


Een hoeycamp die men heyt metten gemeinden naem die Soeven Buynderen 1541 (RA 43 fol.60); onder Wijbosch over tBroeck geheyten in die Seven Buenders 1579 (RA 59 fol.26); de helfte van eenen heijcamp genoemt de Seven Buender ontrent den Kildoncxsendijck 1658 (RA 77 fol.44v); eenen camp hoijlants genaemt de Vier Buender oft Seven Buender overt Broeck ene zijde den Vergulden Camp andere zijde de Drie Buender ene einde Kelderscamp 1670 (RA 82 fol.155).

Telwoorden komen herhaaldelijk voor in de toponymie. Uit het voorbeeld uit 1670 blijkt dat men de vier en drie bunders heeft samengetrokken tot een complex van zeven bunders.



ZEVEN STREPEN


Een perceel hooiland de Zeven Strepen bij het Kanaal 1904 (HB 1399 fol.49) E 2161-2171).

ZEVEN VELDEN


Bouwland de Zeven Velden in het Woud 1906 (HB 1444 fol.68a) B 2661-2662, 2679-2683. Bij herleiding blijkt het volgende: B 2661 = B 516 en B 2679-2683 = B 746.

Telwoorden komen redelijk frequent voor in de toponymie! Hier gaat het om zeven afzonderlijke percelen, die vermoedelijk door erfdeling zijn ontstaan uit een groot perceel.



Hoge ZIJDE


Hoech Side op Appelteren 1450 (HGB).

Lage ZIJDE


Die Lege Side op Appelteren 1450 (HGB).

Volgens Marijnissen die de zijde-toponiemen in de Belgische Kempen beschrijft zijn deze geografisch beperkt en is de verspreiding van dit element tijdgebonden. Naar de optekeningen te oordelen zouden ze vroeg ontstaan zijn, zeker voor 1400. Men treft ook vervormingen aan als –sie bv. in Hosie = hoge zijde. Later werden ze vervangen door de kant-namen. Ze zouden teruggaan op vroeg-middeleeuwse ontginningen, gelegen aan de rand van de oudere cultuurgronden. Men kan ook denken aan percelen die aan weerszijden van een weg lagen zoals bv. in Vlierden, waar zij worden doorsneden door de Hogeweg. Daar ter plaatse is wel middeleeuws vondstmateriaal naar boven gehaald. Aangezien in Schijndel zowel de Hoge als de Lage Zijde zich bevindt in het gebied Appelteren, een oud stuk cultuurgrond, is dit misschien ook archeologisch een interessante locatie. (Marijnissen 1988:168; v.Berkel & Samplonius 1989:39; Beijers & van Bussel 996:309).


ZIJDJES

De Zijdjes N.1865, 1877, 1904; D 1424 (b: 19.20).

Zijkant van groot akkercomplex.
ZONDERSTUK

1/6 Deel in land 't Sonderstuc aen den Borne 1409 (BP1186).

Afzonderlijk, apart van het geheel, danwel afgezonderd gelegen t.o.v.het geheel.
ZOOL

Braak teulland genaamt de Zool op de Schoot 1797 (RA180); een perceel bouwland onder Lutteleinde inde de Schootsehoef genaamd de Zool N.1824.



Sole = sloot of wetering (Verdam); sole in Vlaanderen betekent het ge­ploegde land; of hebben we te maken met een vormaanduiding?
ZUID-WILLEMSVAART

Zuid-Willemsvaart 1832 (kad); A 252; E 79-80, 2124, 2199-2213.


ZUIPAKKER

Zuipakker (vm).



Een akker gelegen achter Chris de Vroom, eigendom van het Gemondse gilde + 20 jaar geleden gekocht. Wordt jaarlijks verpacht en de opbrengst meteen "opgezopen" door het gilde.
ZUSTERSKOOP

Zusterskoop N.1889; C 2418 (ged), (w: 46.80).

Eigendom van de nonnen - gekocht door de zusters? In 1832 eigendom van de gemeente Schijndel.

ZUSTERS VAN ORTHENHOEF


Reijnder Henricx doen ter tijt laet opte hoefve van den convente ofte Susteren van Orten 1632 (RA 88 z.f.); Susteren van Orthenhoeff 1740 (RA 155 fol.179); aen het Elderbroeck gecocht vant gemeene lant genoempt de Susteren van Ortenhoeff 1743 (RA 155 fol.174).

Eigendom van het klooster van de Zusters van Orthen uit Den Bosch. De term ‘het Gemeene Lant’ wordt pas gebruikt na de val van Den Bosch in 1629....de geestelijke goederen zijn toen immers geconfisqueerd door de Staten Generaal.



ZUSTERS VAN ORTHENKAMP


Streckende op enen Grote Willege staende in Susteren van Orthencamp 1611 (RA 61 fol.188); het Convent van de Susteren van Orthencamp genoemt den Rouwencamp 1641 (RA 72 fol.132v); des Conventscamp van de Susteren van Oirten 1651 (RA 76 z.f.).

ZUTPHEN


Bouwland tegenover van Zutphen in de Bunder 1910 (HB 1528 fol.8) C 2068.

Afgeleid van een FN.


ZWAAN

Uten Zwaen 1513 (RANB no.1 inv.nr.177); huijs hof en aanliggende landerijen gelegen ter plaetse opte Voort genaemt de Swaen 1677 (CvB); Elisaberth van Amstel verhuurt hare huysinge genoemt den Swaen met den geheelen hoff ende boomgaert in de Dorenhegge 1687 (RA 231.1); huyse hoff boomgaert ende landerijen daer aen ende bij gelegen te samen ontrent thien a elff loopense lants op te Voort genoemt de Swaen 1689 – eigenaar Gijsbert Bartel van den Bogaert en pachter Adriaen Antonis van de Sande (de Jong 2 fol.65); oud-kastelein in de Zwaan Eimert van Rooij 1783 (HH 165d); erf de Zwaan onder Lutteleind 1816 (GA141); huis landmans- tappers - en winkelierswoning oliemolen koestal schuur dorsvloer karschop erf hof hooi - en weilanden onder Elschot op de Voort genaamd de Zwaan N.1831; de Zwaan N.1866, 1881; D 96-97 (hu: 45.90).



De herbergnaam Zwaan is algemeen verspreid in Brabant. Zowat elk dorp kent wel een herberg de Zwaan of de (twee of drie) Zwaantjes. De oudste in onze notities aangetroffen vermelding is die van Oirschot uit 1401 “….t’Oirscot Goderts in den Zwaen’ [ARAB microfiches inv.nr.2659].

ZWANENBEEMD


Zwanenbeemt 1412 (FS); een gerechte derdepart van eenen camp hoijlants gemeynlycken genoemt den Swaenenbempt 1676 (RA 182 fol.427); een hoijcampken hoijlants groot int geheel twee mergen neven de Aa genaempt den Swannenbeempt 1676 (RA 350 map 2).

Misschien een verschrijving van Swenenbeemd of Sweensbeemd.


ZWANENHOEF(KE)

Van Swanenhoeve 1320 (HH 125); 1/3 deel in een cijns van 24 pond payment welke uit die Zwaen­hoeve (vroeger van Peter die Zwaen) in Scijnle 1403 (BP1182); in d'Lutteleijnde de helft in drie strepen land aldaar in Swanenhove 1447 (BP1218); onder Luteleyndt in Swaenshoef 1643 (RA 72 fol.226); land onder Lutteleijnde in Swaenenhoeffken gemeijnlick genaemt den Naghaen 1678 (CvB); eenen acker teulants in de Putsteegd enen einde het Swaenhoeffken 1704 (RA 97 fol.30); 't Swaanheufken 1757 (JW); een braak teullants off vier ackeren met de grascanten geleegen onder den Borne genaemt Swanenhoeff groot omtrent agt loopense 1771 (RA 166 fol.262v); drie akkeren teulland met de graskanten houtwassen en voorpootingen ter plaatse genaamt Zwaenenhoefke teijnen de Putsteegt omtrent een loopense 1806 (RA 137 fol.94); Zwanenhoefke onder Borne 1816 (GA 141); een perceel bouwland onder Borne aan het einde der Putsteeg genaamd het Zwanenhoefje N.1830.

Eigendom van Peter die Zwaen en naar hem vernoemd.
ZWENENBEEMD

Swenenbeempt groot twee buunder in Delschot aan die Aa 1457 (BP1227); den Zwenenbeempt twee buunder in Delschot aen die Aa 1461 (BP1231); eenen camp genoempt Sweenenbeempt toehorende Jan van Vlymen tot Heeswijck 1565 (RA 50 z.f.).



Beemd waar varkens werden gehoed of een beemd bij een natuurlijke waterloop (Verdam) Ook kan gedacht worden aan een onbelangrijk grensriviertje of een beemd waarvan sloot in de Aa uitwatert .Zween of Sween kan waterloop betekenen.

ZWONGSEL zie onder Swongsel


Term uit de vlasteelt.
SUPPLEMENT


Aantekeningen uit diverse bronnen als aanvullingen op het bestaande veldnamenregister met bronvermelding:

1   ...   113   114   115   116   117   118   119   120   121


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina