Een uitgave van de Heemkundekring m m. v de Gemeente Schijndel 2003



Dovnload 2.05 Mb.
Pagina47/121
Datum22.07.2016
Grootte2.05 Mb.
1   ...   43   44   45   46   47   48   49   50   ...   121

Oude HOFSTAD


Die Aude Hostat ten Broec 1382 (SS); aent Wijbossche geheyten die Aude Hoffstadt 1534 (RA 42 fol.2v); by die Prochyekercke in die gemeyndt ackeren geheiten die Aude Hoffstadt 1545 (RA 43 fol.127v).

Laat-middeleeuwse vermeldingen van een‘Oude Hofstad’ of ‘Oude Hof ’ hebben op diverse plaatsen al geleid tot archeologisch vondstmateriaal, omdat het vaak echte ontginningshoeven betreft.


HOGENHOFSTRAATJE

Hogenhofstraatje (vm) D 944 - D 945 (b: 42.10)



Daar woonde destijds een stoelenmaker genaamd Hoogenhof bij de molen de Pegstukken die nu van de gemeente is. Bekend is de PN (van den ) Hoogenhof.
HOLDER

tHollaer 1410 (FS); aent Hollaer 1424 (BP 1194); eenen camp weijvelts drie buender groot by tHollaer 1562 (RA 47 fol.85v); ter plaetse opt Hollenaer byden Vogelsanck 1635 (RA 71 fol.30); ter plaetse genoemt het Holler in de Cuylen 1682 (RA 131 fol.71); eenen acker teulants genaemt de Monnekeheij seeven loopensaeten lants off daer ontrent onder de parochie van Schijndel genoemt aent Heldenaer 1684 (RA 131 fol.158v); een acker teulants met houtwasch gelegen opt Hollenaer 1685 (RA 142); huijsinge en landerijen bestaende in verschillende ackeren gelegen onder den Borne ter plaetse genoemt op het Hollenaer 1688 (RA 142); twee akkeren teulland genaemt het Holder 1790 (RA 177); het Holder 1803 (HV); het Holder N.1818, 1832, 1833, 1890; B 40 (w: 42.40), B 428 - B 429 (b, w: 64.60), C 471 - C 473 (b: 89.20)



Hol is laag liggend moerassig terrein. Hol afgeleid van het germ. hula -hol, in een ravijn gelegen (Gijsseling, 500); laar is open plek in een bos, vaak met gras begroeid, (A.D. Kakebeeke, cur­sus Prehistorie 1975)
HOLDERSBRAAK

Holaersbrake 1425 (FS); anderhalven mergen lants genoemt Bertmanscampken onder den Borne by Hollenaersbrake 1647 (RA 74 fol.154v).


HOLDERSHEIKE

Holdersheijke 1757 (JW); Holdersheike bij de Broekstraat 1816 (GA 141); het Holderheike 1832 (kad); C 592 - C 624; het Holdersheidje N.1854, 1870; C 592 - C 595 (b, hu: 66.50), C 596 (b, dreef: 1.34.60)



Een stuk heide op het Hollaar. De laar - uitgang is soms in verbasterde vorm terug te vinden in de der - uitgangen bv. Herlaar - Halder, Smallaar - Smalder, Vellaar - Velder.
HOLDERSTIENDJE

Holderstiendjen 1757 (JW).



Een perceel waarover tiende werd geheven.

HOLDERSWOUTSTIENDJE


Holderswouttiendje z.j. (CvB).
HOLENHEIKAMP(EN)

Een stuck teulants met houtwasch drije loopense in de Houtert genoemt den Holenheijcamp 1685 (RA 142); een braaxke teullandt genaamt den Hoolenheijcamp onder de gehugte Elschot aan de Dungensesteegt ses loopense 1790 (RA 177); den Hoolenheikamp N.1819; de Hoole Heikam­pen N.1835; A 442, 444 - 445 (b: 75.60), A 443 (we:5.50), A 446 (he: 36.30).



Een kamp is een omwald perceel bouwland (Kakebee­ke, cursus); een laag liggend ontgonnen perceel bouwland Hool duidt vaak, eveneens als heul en hoel, op een waterloop
HOLENKAMP

Den Holekamp in Martemanshurck 1706 (RA 191 fol.30).


HOLENWEG

Den Hoelenwech 1590 (RA 43 fol.6v); streckende van den gemeynen wech genoemt Holenwech tot aen die gemeyn straete in die Buender 1596 (RA 58 fol.48); land onder Borne ontrent den Holenwech 1610 (CvB); eenen acker teulants ter plaetse genaemt in den Holenwegh 1685 (RA 142); huis en hof onder Elschot met het ene einde de gemeen straat en het ander einde den Hoolewegh 1714 (HH 162); op de Ackers genaamt de Leegt dwars door naest den Hoolenwegh 1752 (RB 10 fol.67); den Holenweg 1757 (JW); den Hoolenweg N.1814, 1831, 1838; A 989 (b: 21.70)



In het algemeen een weg die iets lager ligt dan de aangrenzende akkers (Valkenswaard 149).

HOLSTEEG


De Holsteeg ca.1920 (NAA inv.nr.720).

Een steeg ten zuiden van de Pepertiend ter hoogte van de Witakkers.



HOMMELBEEMD


Ontrent den Hoge Vonder seeckeren beemdt genoemt den Hommelbeemt ende voorts rontsomme de rivier de Aa 1712 (RA 98 fol.174).

Vernoeming naar het insect of naar de FN (de) Hommel.



HONDERDZESTIG LOPENSEN


Elf koopen in de 160 lopensen 1906 (NAA inv.nr.722).

Deze kopen vonden plaats onder leiding van het armbestuur.



HONDSHURK


Aen den Hondshorrick 1500 (PAS 417); den Hondshorninck tot Middelrode belend door de Aa-en de Schijndelseheide z.j. (Brab.Heem 1980).

Een minderwaardig en onvruchtbaar stuk land gelegen in een uithoek van het dorp.



HONDSKUIL


De Honskuyl 1802 (Kaart Bodem van Elde).

Onvruchtbare grond in een laggte gelegen en misschien vaak onder water staande, zodat het rendement ervan zeer laag is.


HONDSTAART

Eenen akker teullant onder den gehugte Elschot genaemt den Hontstardt groot omtrent een loopense 1771 (RA 166 fol.297v); eenen akker teullant genaemt den Hontstart twee loopense in de Liekendonk 1776 (RA 212 fol.4); de Hondstart N.1870, 1879, 1881, 1898; A 2128 (b: 22.90)



Hond is een pejoratief, zowel in namen van planten als in topo­niemen. Planten met het element hond in hun naam, zijn ofwel giftig of staan bekend als lastig onkruid: hondebeien (vuilboom), hondeklaar (duizendblad) etc. Het woord geeft de minachting weer waarmee de mens de hond bezag (Chr. Buiks, 232). Het element ‘hont’ komt ook voor maar dan bedoeld als landmaat nl. een hont land, maar hier dan in een staartvorm in het landschap gelegen!
HONGERDONK

Ex prato die Hongersdonc 1422 (FS).


HONGERHOEK

Uit een houtbosch in den Hongershoek 1783 (HH 219); Hongerhoek 1832 (kad); C 2419 - C 2479; Hongerhoek, N. 1873, 1875, 1885, 1897; (vm) C 1542 - C 1544 (b: 78.60), C 1567 - C 1569 (w, we: 80.30), C 1571 - C 1588; C 2423 - C 2427 (b, w: 1.36.60); C 2456 - C 2460; C 2461 - C 2464 (b: 64.10), C 2471 - C 2476 (b, we: 1.42.40), Hongershoek N.1821, 1834, 1836, 1842, 1849, 1890; C 2418 ged. (b: 46.80), C 2430 - C 2432 (b: 64.30), C 2443 (w: 36.00), C 2495 (b: 33.80), C 2496 (b: 35.10); den Hongerhoek voorbij Timmermans 1902 C 2442-2444 (HB 1363 fol.68a).



Het gaat hier om verzuurde grond, die niet erg rendabel was. Hij bracht weinig op. Honger als voorvoegsel kan ook afgeleid zijn van 'Hongaar' = zigeuner (A. Kakebeeke, cursus); eveneens komt het voor in de betekenis van droog en dor (Etym. wdb. Ned. taal, 259). Het betreft een ironische betekenis voor een perceel van slechte kwaliteit (Frenken, 99).
HONGERHOEKSDIJK(SKE)

Hongerhoeksdijkske (vm); C 2436 en belending van C 2419 - C 2420, 2428-2429, 2433-2437; in de Pootveldjes langs den Hongerhoekschendijk 1906 (NAA inv.nr.722); in de punt tusschen den Eldschen – en den Hongerdonkschendijk 1906 (NAA inv.nr.722).

Een dijk door het gebied Hongerdonk.



1   ...   43   44   45   46   47   48   49   50   ...   121


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina