Een uitgave van de Heemkundekring m m. v de Gemeente Schijndel 2003



Dovnload 2.05 Mb.
Pagina80/121
Datum22.07.2016
Grootte2.05 Mb.
1   ...   76   77   78   79   80   81   82   83   ...   121

OLIEHOEK


Rapport over het neerstorten van een militair vliegtuig in de Oliehoek ten westen van de weg Schijndel – Sint Michielsgestel met piloot Steenhuis 1958 (NAA 1930-1960 inv.nr.1111).

De omgeving van het Olieeind waar de oude oliemolen stond.



OLIEMOLEN

Huijs hoff ende erffen vijff loopense ter plaetse genoempt den Boorn geheiten die Olymolen 1550 (CvB); verpachting van den Olymolen 1666 (NvdH 15 fol.187); huijs olimolen ende gerechtigheit met esthuijs hof boomgaert en lande 15 lopensen lant gelegen onder den Borne opt Oetelaer 1670 (CvB); inder den Borne ontrent den Olimolen 1695 (RA 143 fol.188v); ontrent den Olimeulen genoemt int Heijvelt 1713 (RA 149 fol.37); de Olijmolen 1757 (JW); een huijs onder den Borne bij den Olymoo­len 1772 (CvB); Olymolen, 1803 (HV).



Het gebied waar een oliemolen heeft gestaan.
Oude OLIEMOLEN

D'Oude Olijmolen 1757 (JW); een parceel gemeente gelegen onder Borne bij het land genaamd den Ouden Olymolen daar de hut van Hendrikus van de Mosselaar op gestaan heeft 1 loopense 1804 (RA 218 fol.73v); Ouden Olijmolen onder Borne 1816 (GA 14­1); huis bestaande in landmanswoning koestal dorsvloer schuur schop met de helft van een esthuis staande op de grond van de heer Kerkhof, hof boomgaard bouw- en weiland onder Borne op de Oetelaar genaamd den Ouden Oliemolen N.1828; Oude Oliemolen 1832 (kad): B 1833-1860; den Ouden Olijmolen N.1835; B 2293 (b: 37.94); den Ouden Oliemolen N.1897; B 1866 -1869, 1871-1874 (b, w, we: 1.43.40); aan den Ouden Oliemolen N.1845; B 1833-1834 (b: 79.20).



Hetzelfde gebied als in ' oliemolen '. In dit gebied moet de olie­mo­len zijn vernieuwd, hetgeen ook blijkt uit de omschrijving van 1828, waarin verklaard wordt dat de oude oliemolen heeft gestaan op het binnen­erf van de nieuwe.

OLIESLAGMOLEN


Servaas Janssen van Vechel vuyt syne Olyslachmolen in den dorpe van Schijndel 1500 (HC 196).

Het type oliemolen.


OLIESTEMPER

Den Oliestemper 1320 (HAH 125), den voorste en achtersten acker aen Huygewilligh onder den Borne genaemt de Olistampers 1705 (RA 147 fol.19); eenen akker teullant in de Buunder genaemt den Oleystempel 1790 (RANB 360 inv.nr.306); Oliestemper onder Borne 1816 (GA 141); bouwland onder Borne op de Akkers genaamd den Oliestemper 29 roeden N.1820; den Oliestemper N.1839, 1842; A 1084 (b: 26.­90); den Oliestamper N.1862; A 1082 (b: 43.60).



Een benoeming naar het stampen, pletten van olie in de oliemo­len of afgeleid van de persoon die plet nl. de oliestamper zelf. In dit verband is ‘stempel’ mogelijk een verschrijving.
OLLANDSBROEKJE

Op de Beek aan het Ollandschbroekje genaamd Woutjeskamp N.1837; C 1194-1196 (w, sb: 1.09.90).



Een klein broekgebied op de grens met Olland.

Klein OLLANDSBROEKSKE


Op de Beek genaemt den Heemel ene einde het Kleijn Ollandsbroexken 1769 (RA 166 fol.49v).

OLLANDSESTOK

Onder Lutteleinde in de Ollandschestok genaamd het Achterste Hermalen N.1834; C 1299-1305.



Een voormalig bosgebied nabij de grens met Sint Oedenrode ter hoogte van het kerkdorp Olland.
OMLOOP

Land in den Omlope; land aen den Omlope naast den Clockengoet 1400 (BP 1181); aan die Borne bij die Omloop 1454 (BP 1224).



Een stuk land dat om een ander heen loopt en het aan twee of drie zijden omsluit, danwel een vrijwel rond stuk land (M. Schönfeld, 114) Omdat het Klokkengoed een van de belendende percelen is, moeten we deze omloop situeren in de directe omgeving van de Servatiuskerk..
ONDERSTAL

Een huis en hof in Wybossche bij den Onderstal 1376 (BP 1176); twee hoeijveltkens oft weijveltkens de een gelegen aent Cleijn Brucxken geheiten den Onderstall 1541 (CvB); int Everdonck aen den Onderstal 1549 (RA 44 fol.56v); aen den Onderstal in de Hardebeemden 1635 (RA 70 fol.21v); 3/4 saetlants ondert Wijbosch op den Onderstal 1662 (RvS); onder tWijbosch op den Onderstalle 1686 (RA 92 fol.115); op den Onderstal genaemt den Langenacker 1713 (RA 149 fol.96v); den Onderstal 1757 (JW); bouwland onder Weibosch genaamd den Onder­stal belend aan een einde aan het Klein Broekje N.1829; den Onderstal N.1871, 1873, 1880, 1882, 1887; E 858 (b: 23.30), 1277 (b: 29.70), 1503-1504 (b: 42.50); Onderstal (vm); E 887.



Een ouder woord voor ettinge = oorspronkelijk een door schapen afge­graasde weide; "stuk slechte grond"; "slechte weide?" (Goos­se­naerts, 537, 204).

Achterste ONDERSTAL


Een braexke off vijff akkeren teullant onder den gehugte Weijbosch ter plaatsche genaemt den Agtersten Onderstal groot omtrent drie loopense 1768 (RA 174 fol.13).

Achterin gelegen vanuit een bepaald punt gezien.


ONGEHUURGRAAFKE

Aent tWybosch land dat Ongehuergreefken 1422 (BP 11­93); onder Wybosch bouwland ter plaatse genaamd d'Ong­he­huergreefken 1424 (BP 1194).



Ongehuur in de betekenis van : niet pluis, gevaarlijk; (ongehie­re) "afgrijselijk, vreselijk, weerzinwekkend"; het ongehier = monster of spookver­schijning, (Verwijs en Verdam, 555, 556, 561).
ONZE KOOP

Onze Koop N.1886; D 2263 (he: 1.53.80); E 3232 (b: 46.60). Bij herleiding blijkt het volgende: D 2263 = D 1515.



Het door "ons" gekocht stukje heigrond om te ontginnen.

OOMSKOOP

Oomeskoop N.1886; D 1489, 1515 (he: 2.00.00).



De koop van een oom, danwel van de man met de FN Oomen.
ORENDONK

Ex Orendonc 1320 (HH 125); twee buenderen weylants genoempt Doerendonck in den Boedem van Elde 1482 (HC 196); enen weijcamp of hoeyvelts aen den Bors geheiten gemeindelick den Oernendonck 1538 (RA 42 fol.94); onder den Borne in de Oerendonck 1583 (RA 55 fol.54); uit Orendonck en andere erfenissen 1620 (HH 146); vier stukken teulants met twee campen heijlants daer eijnde aengelegen opt Oetelaer int Orendonck vierdalff mergen 1685 (RA 142); eenen acker teulants onder Lutteleijnde aen d’Elderbroeck genaemt d’Orendonck 1735 (RA 102 fol.fol.42v); een camp hooijland met houtwassen genaamt de Oirendonck in Borne 1795 (RA 179); twee percelen hooi- weiland onder Borne op het Oete­laar genaamd de Oirendonk N.1820; de(n) Oerendonk N.1851, 1870; C 2197, 2237-2238, 2253, 2258, 2596 (b, w, hu, og: 2.52.­12), 2254-2257 (w: 65.40). Bij herleiding blijkt het volgende: C 2596 = C 2259.



De donk van de erfgenamen ?; "oor" (ore, oir) in de betekenis van erfgenaam, erfgoed; land dat in de familie is gebleven (Verwijs en Verdam, 1612, 1613). Vooralsnog dubieus.Er bestaat ook een naamselement ‘oerle’ gevormd uit ‘oer’ = ijzerhoudende grond en Lo = bos. Zegt Oerendonk dan misschien iets over de bodemgesteldheid ter plaatse? Andere auteurs vermoeden dat het stamt van ‘hore’afgeleid van het germ. ‘hurnjon’= hoger gelegen zandgrond. Indien ‘oer’gelijk is aan ‘oir’ en verwant aan orber vgl. oorbaar, dan kan de betekenis ‘voor bebouwing geschikt gemaakt bos’ zijn.
Achterste ORENDONK

De Achterste Oerendonk N.1897; C 2254-2257 (w: 65.40.)


Voorste ORENDONK

De Voorste Oerendonk N.1897; C 2260, 2597 (b, og: 72.30). Bij herleiding blijkt het volgende: C 2597 = C 2261.


OS

Achter van Os N.1888, 1894, 1895; F 230 (he: 1.4.70), 866 (db: 84.00), 935, 936 (b. 65.70).



Afleiding van de FN van Os (Hendrik en Rogier van Osch, kad.1832)



1   ...   76   77   78   79   80   81   82   83   ...   121


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina