Een uitgave van de Heemkundekring m m. v de Gemeente Schijndel 2003



Dovnload 2.05 Mb.
Pagina93/121
Datum22.07.2016
Grootte2.05 Mb.
1   ...   89   90   91   92   93   94   95   96   ...   121

SCHELBUSSELEN


Int Liesent het Schelbusselen 1780 (RA 170 fol.258).

Busselen betekent houtbos(je).


SCHELERF

Bouwland de Schelerf onder Borne 1816 (GA 141).


SCHELLEKENSBUNDER

Een buunder broekland Scellekensbuenre aan die Heeswijkerstege 1501 (BP 1270)



Schelke zou een verkleinwoord zijn van Schalk, de roepnaam voor Godschalk. (Trommelen 1994 - 408). De FN Schellekens komt zeer frequent voor in de omgeving Gemonde – Broekstraat.
SCHELLEKENSHOEF

In twe campen daeraf d’een Hennenshoeve ende dander Scellexenhove genoemt sijn gelegen in die prochie van Scijnle tot Eilde 1406 (BP 1184).


SCHELLEN

Zijn tocht in acht buunder land int Sceelen in Scijnle 1383 (BP 117­7); acht buunder land int Sceellen 1410 (BP 1186); land die Schellen aen den Born in Eilde 1453 (BP 1224).



In 'schellen' kan het gaan om eeen groep percelen die licht boven het maaiveld uitsteken.

SCHEPERS


Het slootje tegenover Schepers 1902 (HB 1358 fol.68a) C 1706.

Afleiding van de FN. Een scheper was in het verleden een schaapsherder.


SCHERP(EN)AKKER

Een huis erf hof en die Scerpacker aen die Voert 1382 (BP 1177); land op den Scerpenacker aen den Borre 1389 (BP 1178); aan den Borne zijn deel in land Clyssenbrake en in die Scherpeacker 1415 (BP1189); die Scerpacker strekkende van den Olaxgrave tot den Kerckwech 1445 (BP 1216); inder den Borne gemeynkick genoempt Scherpenacker 1595 (RA 58 fol.13).



Het element 'scherp' staat voor diverse betekenissen zoals o.a.: scherp of spits toelopend en is dan een vormaanduiding (Buiks 1986 - 132); anderen zoeken een verband met bepaalde scherpe kruidensoorten die zich in die akker bevinden. In een naam als Scherpenberg vermoedt Kuysten een relatie met de galgenberg, waar in het verleden de scherprechter zijn werk deed.
SCHIJNDEL - DORP

Schijndel - dorp 1832 (kad); D 1 - 224.



Met de term 'dorp' is hier bedoeld de dorpskom; de begrenzing van de oude parochie.

SCHIJNDELSBROEK


Die lantwere van Vechel andere zijde het Schijndelsbroeck 1484 (HC 196); huis en bouwland in het Schijndelsbroek 1901 (HB 1333 fol.98a) E 3658. Bij herleiding blijkt het volgende: E 3658 = E 2123.

Bedoeld is het broekgebied vanaf de Veghelse grens tot en met het Wijboschbroek langs de Steeg.



SCHIJNDELSE AKKERS


Vier lopensen lants op die Schijndelsche Ackeren geheiten 1579 (RA 54 fol.56); een stuck ackerlants in de Schijndelsche Ackeren 1643 (RA 72 fol.243v).

De open, slechts aan de rand omwalde, dorpsakker behorend bij de oude nederzetting. Dit complex is vergelijkbaar met de gehuchtakkers.



SCHIJNDELSEGEMEYNT


Aen het Gewadt op die Schyndelsche gemeynte 1643 (NvdH 11 fol.170v).

De gemeynt zijn de gemene gronden, de heidegebieden rondom de nederzetting, voor gebruik uitgegeven door de Hertog van Brabant in 1309.



SCHIJNDELSEHEIDE


Aen de Schyndelscheheyde 1592 (RA 57 fol.116v).

Het heidegebied gezien vanuit Sint Oedenrode, ook Rooise – of Roderheide genoemd.



SCHIJNDELSEKAMPEN


Eenen camp in de Schijndelsche Campen ene zijde Cnottencamp andere zijde eenen camp genoempt Scoemekerscamp 1582 (RA 54 fol.202).

De kampen gelegen op Schijndels grondgebied gezien vanuit de omliggende plaatsen.


SCHIJNDELSEMOLENHEI

In de Schijndelssche Molenheyde 1643 (NvdH 11 fol.176).

zie onder: Molenheide.
SCHIJNDELSESTEEG

Schijndelsesteegd 1757 (JW); Schijndelsesteeg 1803 (HV).



De steeg aan de Schijndelse kant; tegenwoordig de weg die loopt van Schijndel naar Heeswijk, ook wel Heeswijksedijk genoemd in het verleden.

SCHIJNDELSESTOK


In de Schijndelsche Stuk 1721 (RA 100 fol.88v); vijf ackeren lants aen malcanderen gelegen in de Schijndelse Stock 1743 (RA 155 fol.181).

Het gebied de Stok op Schijndels grondgebied tegenover dat op Ollands of Roois grondgebied.



SCHIJNDELSESTRAAT


Gecomen tot Middelroy in de Schijndelsschestraethe 1643 (NvdH 11 fol.170v).

De Middelrooisedijk vanuit Middelrode gezien noemde men daar de Schijndelsestraat .



SCHIJNDELSGAT


Seeckeren camp hoijlants Emberscamp ontrent het Schijndelsgat 1651 (RA 76 z.f.).

Lager gelegen grensgebied met Veghel.


SCHIJNDELSHOEKJE

Het Schijndelshoekje onder Borne 1816 (GA 141).



Een 'hoekje' is meestal een uithoek, in dit geval een wat kleine­re woonkern nabij het dorp.

SCHIJNDELSMEER


Super Scinlremere 1233 (Camps).

De oudste vermelding waarin de naam ‘Scinle’ vermeld staat. Het element ‘meer’ duidt vermoedelijk op een moerassige en waterachtige omgeving. In een oorkonde waarin de vroegere schenkingen van Albert van Dinther aan de abdij Berne worden genoemd en waarin o.a. de grenspunten van Dinther, Heeswijk en Bernhese worden genoemd, spreekt men van een ‘Scinlremere’.



SCHIJNDELSWOUD


Int Schijndels Waut 1438 (FS).

zie : het Woud.



SCHIJTBOS


Den Scijtbossche onder Wijbossche 1395 (BP 1180); eenen acker lants op de Gemeijn Ackeren geheiten den Schijtbosch 1561 (RA 47 fol.52); ter stede genoempt den Borne geheiten den Schitboss 1571 (RA 52 z.f.); een stuck teulants onder Lutteleijnde gemeynlycken genoemt den Schijtbosch 1662 (RA 80 fol.8); in de Buender van outs genoemt den Schijtbos 1708 (RA 147 fol.225).

Het element 'scijt' of 'sceijt' wordt wel verklaard als grensbos; denkend aan 'schijt' in de betekenis van uitwerpsel) geeft reden te veronderstellen dat hier een spotnaam of ironische uitdrukking is bedoeld voor slecht verzorgd weiland, waar de boer ver­zuimd heeft gemengd te laten begrazen. Er was sprake van een woonwagen­kampje, paard en wagen. Er graasde alleen een paard. Weiland; door de mest opschietend gras, dat door de koeien niet afgegraasd wordt maar door een paard wel. Ook is bekend de term 'schitbos', een bos waarin je weelderig gras rondom een schit gegroeid vindt. Er staan veel schitbossen in die wei. Schitbossen waaien (weiden) de koei' niet af (Landbouwbedrijf, 657)
SCHILD

In Eilde een stuk land die Schil zijnde bouwland met hei- en broekland 1414 (BP 1188); twee stucken land in die Scilt 1444 (BP 1215); aen den Born ter plaertse geheiten den Schilt 1530 (RA 41 fol.3); aen den Bors dat men gemeindelick heyt den Schylt 1537 (RA 66 z.f.); eenen camp hoijlants gelegen opt Oetelaer in de Schilt 1685 (RA 142); land onder den Borne genaemt in de Schilt 1710 (CvB); het Nieuwlant in de Schilt 1712 (RA 148 fol.200v); de Schild 1832 (kad); B 2093 - 2127; de Schild N.1833, 1834, 1854, 1869, 1877, 1897; B 2051 (b: 21.20), 2084 - 2086 (b: 58.40), 2111 (b: 51.90), 2112 (b: 54.50), 2113 (b: 94.80), 2119 - 2120, 2125 - 2127 (b, w, hu: 1.19.3).



Men heeft hiervoor nog geen afdoende verklaring gevonden. Moge­lijk duidt het op een schildvormige verhevenheid in het land­schap, een wat hogere zandkop (Moerman 1956 - 202). Kakebeeke heeft destijds een hypothese ontwikkeld over deze schildvormige landschapspatronen in de kern van oude nederzettingen, veelal in de directe omgeving van het kerkgebouw. Ze zouden kunnen verwij­zen naar restanten van oude Frankische herenhoven. Een andere verklaring is de vernoeming naar het veel voorkomend schildkruid, een volksnaam voor bepaalde plantensoorten o.a. de stinkende gouwe en glidkruid.
Achterste SCHILD

Een stuck lants genoempt den Aftersten Schilt 1612 (RA 63 fol.108); de Achterste Schild N.1899; B 2036 - 2039 (b, w: 60.23).





1   ...   89   90   91   92   93   94   95   96   ...   121


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina