Een Uitleg van de Betekenissen van de Laatste Tiende van de Edele Koran



Dovnload 0.6 Mb.
Pagina5/10
Datum20.08.2016
Grootte0.6 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Surat 73 Al-Muzzammil [De Omhulde]
In de Naam van Allah, Ar-Rahman (de Meest Genadevolle), Ar-Raheem (de Meest Barmhartige)


  1.  O jij (Prophet) omhulde.




  1.  Sta op in de nacht om de shalât te verrichten, met uitzondering van een kort gedeelte (van de nacht). 




  1.  De helft ervan of iets minder dan dat (zodat het een derde van de nacht is). 




  1.  Of maak het iets langer (dan de helft, zodat het tweederde van de nacht is) (en de Profeet had deze opties) en draag de Koran voor (hardop), nauwkeurig. 




  1. Voorwaar, Wij zullen zware Woorden tot jou neerzenden (de Heilige Koran die instructies, wetten, verplichtingen en verboden bevat). 




  1.  Voorwaar, het opstaan in de nacht (van de slaap voor het nachtgebed [Tahajud]) is zwaarder en maakt het woord zekerder (want de Heilige Koran is de zuiverste en meest welbespraakte wijze, omdat ’s nachts het hart vrij is van materialistische zaken van de dag, zoals werk etc.). 




  1.  Voorwaar, jij bent overdag belast met vele aangelegenheden (het overbrengen van de Boodschap van Allah en omgaan met je privézaken en gewone plichten, dus verricht het nachtgebed je hart wijdend aan Allah). 




  1.  En gedenk de Naam van jouw Heer en wijd je geheel aan Hem (met je hele hart, de wereldse gedachten afsnijden van je hard en hoofd gedurende je aanbidding). 




  1. (Hij is) De Heer van de opgang (van de zon etc.) en de ondergang, geen god is er dan Hij, neem Hem daarom als Beschermer, Wakeel (Verwijderaar van al je zaken, m.a.w. geloof in Allah en vertrouw op Hem). 




  1.  En wees geduldig (O Muhammad) met wat zij (de ongelovigen) zeggen en houd op gepaste wijze afstand van hen (zonder hen te berispen of wraak te zoeken). 




  1. En laat de loochenaars, de bezitters van weelde, aan Mij over en geef hen nog even uitstel (van hun bestraffing) (totdat zijner tijd voor hun bestraffing komt). 




  1.  Voorwaar, bij Ons bevinden zich (voor hen) (op de Laatste Dag) ketenen (om hun vast te binden) en Djahîm (de Hel). 




  1.  En voedsel dat in de keel blijft steken en een pijnlijke bestraffing. 




  1.  Op de Dag waarop de aarde en de bergen heftig zullen beven en de bergen tot uit elkaar geblazen stof zullen worden (nadat het in het verleden solide en stevig was). 




  1.  Voorwaar, (O mensen) Wij hebben een Boodschapper (Muhammad) tot jullie gezonden als getuige over jullie, zoals Wij tot Fir’aun een Boodschapper (Mozes) zonden. 




  1.  Toen was Fir’aun de Boodschapper (Mozes) ongehoorzaam, waarop Wij hem grepen met een verschrikkelijke greep. 




  1.  Hoe zullen jullie je dan beschermen, als jullie de Dag (m.a.w. de Dag der Wederopstanding) waarop de kinderen grijsaards worden ontkennen (verouderd vanwege de angstige dingen die ze zullen zien op de Dag der Wederopstanding)? 




  1.  De hemel zal dan gespleten zijn (van de verschrikking van die Dag) (en) Zijn aanzegging zal zeker uitgevoerd worden. 




  1.  Voorwaar, dit (al de voorgenoemde angstige dingen) is een Vermaning en wie wil, (het wil ontvangen) laat hem een Weg (van gehoorzaamheid en vroomheid) nemen naar zijn Heer. 




  1.  Voorwaar, jou Heer weet dat jij bijna tweederde van de nacht, of (sommige andere keren) de helft (sommige andere keren), of voor een derde (in gebed) staat, en (ook) een groep van degenen die bij jou horen (jouw volgers). En Allah kent de (verlenging van) de nacht en de dag. Hij weet dat jullie nooit (de hele nacht) de shalât kunen verrichten, daarom heeft Hij jullie berouw aanvaard. Verricht van het nachtgebed wat gemakkelijk is voor jullie (gedurende het nachtelijke gebed). Hij weet dat er onder jullie zieken zijn en anderen die door het land reizen, zoekend naar de gunst van Allah, en anderen die strijden op de Weg van Allah. En verricht van het nachtgebed wat gemakkelijk is voor jullie. En onderhoudt de shalât en geeft de zakât (verplichte liefdadigheid) en leent aan Allah een goede lening (m.a.w. spendeer jullie geld aan een goede zaak, help mensen, en daarom Allah’s tevredenheid zoekend). En wat jullie vooruitzenden voor jullie zelf aan goede daden (goede daden gedurende het wereldse leven), jullie zullen het bij Allah aantreffen. Het is een betere en grotere beloning. En vraagt Allah om vergeving. Voorwaar, Allah is Ghafour (Vergevensgezind), Raheem (Meest Barmhartig). 



Surat 74 Al-Muddaththir [De Ommantelde]
In de Naam van Allah, Ar-Rahman (de Meest Genadevolle), Ar-Raheem (de Meest Barmhartige)



  1.  O jij (Profeet) ommantelde. 




  1.  Sta op en waarschuw (de mensen over Allah’s Bestraffing).



  1.  En prijs de grootheid van jouw Heer (Allah).




  1.  En reinig jouw kleding. 




  1.  En vermijd de zondigheid, Ar-Rujz (afgoden en afgodenaanbidding) (zoals jij al doet).




  1.  En geef niet om meer te ontvangen (Of: zie jullie daden van gehoorzaamheid aan Allah niet als een gunst voor Hem). 




  1.  En wees geduldig omwille van jouw Heer (op Zijn bevelen, hiernaar handelend om zijn tevredenheid te krijgen, en wees ook geduldig op Zijn verboden blijf hiervan weg).




  1.  Als dan op de bazuin (Trompet) geblazen wordt (door de Engel Israfeel, m.a.w. de tweede blazing op de bazuin). 




  1.  Dan is dat die Dag, een zware Dag. 




  1.  (Die Dag is) voor de ongelovigen niet gemakkelijk. 




  1.  Laat hem aan Mij over (O Profeet, om af te handelen met) die Ik alleenstaand (in zijn moeders baarmoeder, zonder enige weelde of kinderen etc.) geschapen heb (dit verwijst naar Al-Waleed, zoon van Al-Mughirah Al-Makhzumi). 




  1.  En Ik heb hem vele bezittingen ter beschikking gesteld. 




  1.  En kinderen, voortdurend aan zijn zijde (m.a.w. om zijn metgezellen te zijn). 




  1.  En Ik verschafte hem gemak in ruime mate. 




  1.  En vervolgens (na dat alles) verlangt hij (met gulzigheid) dat Ik (voor hem) vermeerder (hoewel hij het Geloof ontkende)· 




  1.  Nee! Hij is opstandig tegen Onze Verzen, Ayat (Verzen, overleveringen, tekenen, bewijzen). 




  1.  Ik zal hem beladen met een zware bestraffing (zonder rust).




  1.  Voorwaar, hij dacht na en nam een besluit (over wat hij zou zeggen met betrekking tot de Koran en hoe hij de Profeet in diskrediet kon brengen).




  1.  Verdoemd is hij daarom. Hoe vreemd was zijn besluit! 




  1.  Nogmaals, verdoemd is hij! Hoe vreemd was zijn besluit! 




  1.  Toen dacht hij weer na (dacht opnieuw aan wat hij had uitgezet)· 




  1.  Daarna fronste hij en keek somber (en keek in een slecht humeur omdat hij niets kon vinden om te zeggen om de Koran en de Profeet in diskrediet te brengen). 




  1.  Vervolgens keerde hij zijn rug toe (naar de Waarheid) en was hoogmoedig. 




  1.  En hij zei: “Deze (Koran) is slechts overgedragen tovenarij. (van de oude van dagen)· 




  1.  Dit is slechts het woord van een mens” 




  1.  Ik zal hem doen branden in Saqar (één van de namen van het Hellevuur). 




  1.  En wat doet jou weten (m.a.w. je kunt je niet voorstellen, o Muhammad) wat (hoe verschrikkelijk) Saqar is? 




  1.  Zij (de Hel) laat niet achter (enig vlees of botten) en zij laat niet met rust. 




  1.  Zij verschroeit (de huid) van de mens. 




  1.  Over haar waken negentien (Engelen) (sterke engelen als voogden en hoeders van de Hel). 




  1.  En Wij hebben geen anderen dan Engelen aangesteld als wachters van de Hel. En Wij hebben hun aantal slechts vastgesteld (van de engelen, 19) als een beproeving voor degenen die niet geloven en opdat degenen aan wie de Schrift (Joden en Christenen, die Goddelijke Boeken ontvingen, de originele Thora en de originele Evangeliën van Jezus) gegeven is overtuigd zullen zijn [dat de Koran de Waarheid is, omdat het met hun Boeken overeenkomt in aantal (19)]. En opdat degenen die geloven zullen toenemen in geloof (zoals deze Koran de Waarheid is), en opdat degenen aan wie de Schrift is gegeven (Joden en Christenen) en de gelovigen niet zullen twijfelen. En opdat degenen in wier harten een ziekte is (van huichelarij) en de ongelovigen zullen zeggen: “Wat wil Allah met dit (eigenaardig) voorbeeld (nummer) zeggen? ”Zo laat Allah dwalen wie Hij wil, en leidt Hij wie Hij wil. En niemand kent (het aantal van) de troepenmacht (m.a.w. engelen) van jouw Heer dan Hij. En dit (Hel) is niets anders dan een Vermaning (waarschuwing) voor de mensheid. 




  1.  Nee, (Ik zweer) bij de maan! 




  1.  En (Ik zweer bij) de nacht wanneer hij terugkeert. 




  1.  En (Ik zweer bij) de dageraad wanneer hij gloort. 




  1.  Voorwaar, zij (de Hel) is zeker een van de grootste verschrikkingen (tekenen). 




  1.  (Zij is er) als een waarschuwing voor de mensheid. 




  1.  Voor degenen onder hen die voort willen gaan (richting Allah) (door goede daden te verrichten) of achter willen blijven (door slechte daden te verrichten). 




  1.  Iedere ziel is een borg (gijzelaar, behoudt) voor wat zij heeft verricht (m.a.w. zal niet voort gaan totdat het betaald wat het bezit aan rechten van andere mensen en bestraffingen voor zijn slechte daden). 




  1.  Behalve de mensen van de rechterzijde (m.a.w. de vrome ware gelovigen van het Islamitische Monotheïsme, wie het Boek met de Optelling van hun daden in hun rechterhand ontvangen). 




  1.  In Tuinen (het Paradijs) vragen zij elkaar. 




  1.  Over de misdadigers (polytheïsten, ongelovigen). 




  1.  (Zij zeggen:) “Wat heeft hen naar Saqar (de Hel) gevoerd?” 




  1.  Zij zeiden: “Wij behoorden niet tot degenen die de shalât verrichten. 




  1.  En wij voedden de armen niet. 




  1.  En wij plachten ijdele gesprekken te voeren (al dat wat Allah hate) met degenen die ijdel praatten. 




  1.  En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen (de Laatste Dag). 




  1.  Tot het zekere (de dood) tot ons kwam.” 




  1.  De voorspraak van (enige van) de voorsprekers baat hen niet. 




  1. Wat is er met hen dat zij (m.a.w. de ongelovigen) zich van (de ontvangst van) de Vermaning afwenden? 




  1. (Zij wenden zich af) Alsof zij (bange) opgeschrikte ezels zijn. 




  1.  Die vluchten voor een leeuw. 




  1.  Toch wil een ieder van hen, dat hun opengesperde bladen (van een Openbaring) worden gegeven (komend van Allah, geschreven dat Islam de juiste religie is, en Muhammad met de Waarheid van Allah is gekomen). 




  1.  Nee! Zij vrezen zelfs het Hiernamaals niet (Allah’s bestraffing hierin). 




  1.  Nee voorwaar, hij (de Koran) is een Vermaning. 




  1.  Wie wil (vermaning ontvangen) trekt er lering uit (door het te lezen – de Heilige Koran). 




  1.  En zij trekken er geen lering uit, behalve als Allah het wil. Hij is het Die vrees toekomt en Hij is het Die het toekomt om te vergeven (de zonden van Zijn slaven). 



Surat 75 Quiyamah [De Opstanding]
In de Naam van Allah, Ar-Rahman (de Meest Genadevolle), Ar-Raheem (de Meest Barmhartige)


  1.  Ik zweer bij de Dag der Opstanding. 




  1.  En Ik zweer bij de (zichzelf) verwijtende ziel (m.a.w. de ziel van de gelovige, die hem verwijt wanneer hij een zonde of een fout maakt). 




  1.  Denkt de mens (een ongelovige) dat Wij zijn botten nooit zullen bijeenbrengen (op de Dag der Wederopstanding)? 




  1.  Welzeker, Wij zijn in staat om zelfs zijn vingertoppen (opnieuw) volmaakt te vormen (Vingerafdrukken. Ieder mens heeft zijn of haar eigen speciale vingerafdrukken die niet lijken op die van iemand anders, wat aangeeft dat onze Heer (Allah) de Meest Superieure Schepper van alles is.). 




  1.  De mens (verwerpt Wederopstanding en Afrekening. Dus hij) wil zelfs in zondigheid voortleven. 




  1.  Hij vraagt (liegend): “Wanneer is de Dag der Opstanding?” 




  1.  Wanneer dan de ogen zich opensperren (door alle angstige dingen die het zal zien op de Dag der Wederopstanding). 




  1.  En de maan duister wordt. 




  1.  En de zon en de maan bijeengebracht worden (door in de andere op te gaan of opgevouwen of beroofd van hun lichten en samen opgaan van uit het westen). 




  1. (Dan) Die Dag zal de mens zeggen: “Waar is het toevluchtsoord (om deze bestraffing te ontvluchten)?” 




  1.  Nee! Er is geen toevluchtsoord. 




  1.  Bij jouw Heer (Alleen) is die Dag de eindbestemming (en Hij zal iedereen belonen of straffen volgens wat zij verdienen en wat zij in het wereldse leven hebben gedaan). 




  1.  De mens zal die Dag worden medegedeeld wat hij heeft voortgebracht (m.a.w. wat hij gedaan heeft aan goede of slechte daden gedurende zijn leven) en wat hij heeft nagelaten (van goede of slechte daden of tradities welke hij praktiseerde of uitvond en mensen deze volgden als een model na zijn dood).




  1.  Hij zal zelfs tegen zichzelf getuigen [want zijn lichaamsdelen (huid, ogen, handen, benen, oren etc.) zullen spreken over zijn daden]. 




  1.  Ook al biedt hij zijn verontschuldigingen aan (om zijn slechte daden te bedekken welke hem geen voordeel zullen opleveren). 




  1.  (Allah zegt tot de Profeet:) (O Muhammad) “Beweeg jouw tong er niet mee (m.a.w. de Koran, door de woorden van de Koran te herhalen welke je gehoord hebt van de engel Gabriel gedurende de tijd dat je de Overlevering ontving), om er haast mee te maken (bang het te vergeten). 




  1.  Voorwaar, het is aan Ons hem te doen bewaren (in jouw borst) en hem voor te doen dragen (wanneer jij wil prediken). 




  1.  Wanneer Wij hem dan hebben doen voordragen (door de engel Gabriel), volg dan zijn voordracht (en lees het dan zoals je het gehoord hebt). 




  1.  Daarna is aan Ons (Allah) de uitleg ervan (aan jou, m.a.w. dat jij zijn interpretaties en geboden begrijpt).




  1.  Nee (het is niet zoals jullie beweren, o afgodenaanbidders, dat jullie niet zullen worden herrezen en verantwoord voor jullie daden)! Jullie houden van het voorbijgaande (en zijn versieringen). 




  1.  En jullie besteden geen aandacht aan het Hiernamaals (en zijn gelukzaligheid). 




  1.  Gezichten zullen op die Dag verlicht zijn. 




  1.  Naar hun Heer (Allah) zullen zij zien. 




  1.  En gezichten zullen op die Dag duister zijn. 




  1.  Zij weten (en verwachten) zeker dat een verpletterende ramp over hen zal worden gebracht. 




  1.  Nee, wanneer (de ziel) de (laatste) adem in de keel stokt (m.a.w. gedurende de uittreding uit het lichaam, wanneer de mens op de rand van de dood staat). 




  1.  En er gezegd wordt (door de omstanders): “Wie kan genezen (en hem redden van de dood)?” 




  1.  En hij (de stervende persoon) beseft dat het afscheid (de dood) is gekomen (omdat hij de engelen van de dood ziet die komen om zijn ziel te begeleiden); 




  1.  En de benen (in doodsangst) over elkaar liggen. 




  1.  Naar jouw Heer (Allah) worden zij Die Dag gesleept. 




  1.  Hij (de ongelovige) geloofde (de Koran en de Boodschapper) niet, en hij verrichtte de shalât niet. 




  1. Maar hij loochende (de Koran en de Boodschap van de Profeet) en hij wendde zich af 




  1.  Daarna ging hij naar zijn verwanten, hoogmoedig (zichzelf bewonderend)! 




  1.  Wee jou (O ongelovige), wee! 




  1.  Nogmaals, wee jou (O ongelovige), wee! 




  1.  Denkt de mens dat hij ongemoeid zal worden gelaten (zonder het ontvangen van bevelen en verboden van zijn Heer Allah, en zonder te worden gestraft of beloond voor de verplichte taken hem bevolen door zijn Heer Allah)? 




  1.  Was hij niet eerst, Nutfah (mengsel van mannelijke en vrouwelijke seksuele afscheiding) een druppel van uitgestort sperma? 




  1.  En vervolgens een ‘Alaqah (bloedklonter) waarna Hij (Allah) (hem) schiep en (hem) nauwkeurig vormde? 




  1.  Zo maakte Hij daarvan de twee geslachten, de man en de vrouw. 




  1.  Is Degene (Allah, Wie dit alles doet) met zo’n macht niet in staat de doden tot leven te brengen (Ja! Hij is in Staat alles te doen)? 



Surat 76 Al-Insan [De Mens]
In de Naam van Allah, Ar-Rahman (de Meest Genadevolle), Ar-Raheem (de Meest Barmharige)


  1.  Voorzeker, er is voor de mens een periode geweest (voordat zijn ziel was ingeblazen) waarin hij in niets gedenkwaardig was (m.a.w. hij was niet een bestaand ding om genoemd te worden).




  1.  Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen uit een gemende druppel, Nutfah (m.a.w. druppels van gemengde ontladingen van de twee seksen, in de baarmoeder) om hem te beproeven (met de bevelen en de verboden welke Wij voor hem gesteld hebben). Daarop gaven Wij hem het gehoor (in staat Onze Verzen te horen) en gezichtsvermogen (in staat om Onze tekenen en bewijzen te zien). 




  1.  Voorwaar, Wij wezen hem (met duidelijkheid) de Weg (van de Waarheid en leugen, goed en slecht): wordt hij (gelovig en) dankbaar (als hij de weg van het goede kiest) of wordt hij (ongelovige en) ondankbaar (als hij de weg van het slechte kiest). 




  1.  Voorwaar, voor de ongelovigen hebben Wij kettingen (ijzeren kettingen voor hun benen om mee vastgebonden te worden), en ketens (waarmee hun handen zullen worden vastgebonden aan hun nekken) en Sa’îr (de Hel) bereid. 




  1.  Voorwaar, de deugdzamen zullen (wijn) drinken uit een beker waarvan de mengdrank van Kafôer is (kamfer) (water uit een bron met een zoete geur die in het Paradijs zo genoemd wordt). 




  1.  Een bron waarvan de dienaren van Allah drinken. Zij laten deze overvloedig stromen (waar ze ook zijn). 




  1.  Zij (zijn degenen die) vervulden hun geloften. En zij vreesden een Dag waarvan het kwaad verschrikkelijk is. 




  1.  En zij gaven het voedsel waarvan zij (nodig hadden) hielden aan een arme, en een wees en een gevangen (of: “voor de liefde van Hem”). 




  1.  (Zei zeiden) “Wij voeden jullie slechts omwille van het welbehagen van Allah, wij verlangen van jullie geen beloning en geen dank. 




  1.  Voorwaar, wij vrezen van onze Heer een angstaanjagende, huiveringwekkende Dag (gedurende welke de gezichten donker en gefronst zullen zijn vanwege de verschrikkelijke dingen die ze zullen zien). 




  1.  Allah zal hen op die Dag beschermen voor het kwaad en hen glans (in hun gezichten) en blijdschap schenken (in hun harten). 




  1.  En Hij zal hen vanwege hun geduldige volharding belonen (m.a.w. hun gehoorzaamheid aan Allah gedurende het wereldse leven) met het Paradijs en met zijde (zijden kleding). 




  1.  Leunend zitten zij daarin op rustbanken (met de prachtigste bekleding). Zij vinden daarin geen zon (m.a.w. ze zullen geen hitte voelen) en (voelen) geen kou (m.a.w. ze zullen het niet koud hebben in het Paradijs). 




  1.  En haar schaduwen zijn voor hen dichtbij (m.a.w. de schaduwen van de bomen van het Pradijs) en haar vruchten (van de bomen) zijn vlakbij (binnen hun bereik), makkelijk te plukken. 




  1.  En onder hen wordt rondgegaan (dienaren) met kruiken van zilver (met voedsel) en glazen van Kristal. 




  1. Kristalhelder, van zilver gemaakt (en het heeft de witheid van zilver en de doorzichtigheid van glas), die (de dienaren) naar wens (van de drank in de glazen) schenken (de hoeveelheid die de bewoners van het Paradijs wensen). 




  1.  En daarin wordt er voor hen geschonken uit een beker (wijn) waarvan de mengdrank gember is. 




  1.  Er bevindt zich daarin een bron die Salsabîl genoemd wordt. 




  1.  En onder hen wordt rondgegaan (deze serverend) door eeuwig jeugdigen. Als jij hen ziet, dan denk jij dat zij (zo mooi zijn als) verstrooide (verlichte) parels zijn. 




  1.  En als jij rondkijkt (overal in het Paradijs) dan zie jij een genieting (welke niet voorgesteld kan worden) en een geweldig koninkrijk. 




  1.  Zij dragen kleren van fijne groene zijde (aan de binnenkant) en brokaat (aan de buitenkant) en zij zullen gesierd worden met zilveren armbanden. En hun Heer zal hen een pure drank schenken. 




  1.  (Er wordt gezegd:) “Voorwaar, dat is een beloning voor jullie (voor wat jullie deden in het wereldse leven) en jullie daden zijn aanvaard (en gewaardeerd).” 




  1.  Voorwaar, Wij zijn het Die de Koran in fasen tot jou (O Muhammad) neergezonden hebben. 




  1.  Wees dan geduldig (O Muhammad) met de wetten van jouw Heer (wees plichtmatig aan Hem en breng Zijn Boodschap over aan de mensheid) en volg niet de zondaar of de ongelovige onder hen. 




  1.  En gedenk (in jouw shalât) de Naam van jouw Heer (veel), in de ochtend en de avond. 




  1.  En in een gedeelte van de nacht, en kniel je neer voor Hem (m.a.w. bid) en prijs Zijn Glorie tijdens een lang deel van de nacht (m.a.w. Tahajjud gebed). 




  1.  Voorwaar, zij (de ongelovigen) houden van (het korte leven nu) het voorbijgaande en leggen achter hun rug (negeren) een zware (moeilijke) Dag (de Dag der Wederopstanding). 




  1.  Wij hebben hen geschapen en Wij hebben hun gestel stevig gemaakt (hun perfect geschapen). En als Wij het gewild hadden, dan zouden Wij hen (vernietigen en) vervangen door gelijksoortigen (m.a.w. mensen zoals hun, maar gehoorzaam en onderworpen aan Allah’s Wil). 




  1.  Voorwaar, dit (Hoofdstuk uit de Koran) is een Vermaning. Wie het dan wil, laat hij een Weg (van geloof en vroomheid) naar zijn Heer nemen. 




  1.  En jullie zullen het niet willen (iets te doen), behalve als Allah het wil (dat jullie het doen, anders zullen jullie het niet doen= Goddelijke Voorbeschikking): voorwaar, Allah is ‘Aleem (Alwetend, over de zaken van Zijn schepselen), Hakeem (Alwijs in Zijn Beslissingen). 




  1.  Hij doet in Zijn Barmhartigheid binnengaan wie Hij (Allah) wil. En Hij heeft een pijnlijke bestraffing bereid voor de onrechtvaardigen (boosdoeners, polytheïsten). 




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina