Een unieke kennismaking met je hoofdstad ‘kom brussel ontdekken!’ 101 culturele tips!



Dovnload 194.76 Kb.
Pagina2/8
Datum22.07.2016
Grootte194.76 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Brussel verkend          



Kloppen ze?
Vier taaie clichés over Brussel

Vraag een Vlaming uit Hasselt of Brugge wat hij van Brussel vindt, en de meningen vliegen je om de oren. Dat Brussel vuil en onveilig is, bijvoorbeeld. Of dat niemand er Nederlands begrijpt. Clichés bij de vleet, maar kloppen ze ook? We legden er vier voor aan Tony Mary.

1 Brussel is een vuile stad.

‘De reinigingsdienst, Net Brussel, werkt behoorlijk en levert grote inspanningen. Met relatief groot succes – maar niet in elke buurt. Armoede brengt nu eenmaal verwaarlozing met zich mee. En zwerfvuil blijft een groot probleem. Waarom laten mensen troep rondslingeren? Het zal wel te maken hebben met gebrek aan respect, aan burgerzin, aan opvoeding. Een groter probleem vind ik stilaan de staat van de wegen in Brussel. In sommige buurten waan je je in een derdewereldland!’



2 Brussel is niet om aan te zien, zo lelijk.

‘Er zijn prachtige wijken platgegooid, dat weet ik ook wel, en je ziet nog wel stadskankers. Maar je moet echt eens op je gemak in Brussel rondwandelen. Met het hoofd omhoog, zodat je alle gevels kunt bewonderen. Je vindt hier fraaie staaltjes van alle mogelijke bouwstijlen, op die van de renaissance na misschien. Je moet er wel oog voor hebben – of krijgen. Een tip: neem eens deel aan een van de stadswandelingen die Brukselbinnenstebuiten organiseert. De bril van Horta, bijvoorbeeld: een wandeling doorheen de architectuurgeschiedenis, met de nadruk op art nouveau: met classicisme, eclecticisme, art deco, Expo 58-stijl… Je kijkt je ogen uit.’



3 Brussel is onveilig.

‘Brussel is een kosmopolitische stad in de 21e eeuw. Al bij al is het een erg veilige stad. Ik reis frequent met de tram en de metro en voel me niet onveilig. Je moet natuurlijk geen domme dingen doen. Je laat beter geen spullen in je auto liggen en in sommige buurten en metrostations ben je beter op je hoede. Maar dat leer je snel. Er bestaat natuurlijk wel criminaliteit in Brussel, en die heeft veel te maken met werkloosheid en schrijnende armoede. In de arme wijken – Sint-Jans-Molenbeek, Kuregem, Schaarbeek – zitten veel jonge mensen zonder werk. Dus hangen ze op straat rond, met alle gevolgen vandien. Ofwel worden ze apathisch, ofwel zoeken ze uitwegen in illegaliteit en criminaliteit. Als je het geboortecijfer in die kansarme buurten ziet stijgen, mag je niet bij de pakken blijven zitten.’



4 In Brussel kun je met je Nederlands nergens terecht.

‘Dat is niet zo. Als je Nederlands praat, word je correct bejegend. De tijd dat Franstalige ­Brusselaars elke Nederlandstalige een boer noemden, is allang voorbij. Je moet wel ­beseffen dat Brussel een meertalige stad is, waar tientallen talen worden gesproken. Als je hardnekkig eist dat iedereen je in vloeiend Nederlands te woord staat, zul je je ergeren. Zelf spreek ik iemand altijd in het Nederlands aan, maar ik ben tevreden als ik merk dat mijn ­gesprekspartner moeite doet om mij te begrijpen. Van een Poolse ober of een Turks winkelmeisje zal ik niet eisen dat ze me in het Nederlands antwoorden.’




De clichés voorbij met BRIO
Op zoek naar betrouwbare en actuele informatie over Brussel? Het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum brengt ze bij elkaar: www.briobrussel.be


Het ontdekkings­parcours

Wat doet Tony Mary als hij buitenlandse kennissen over de vloer krijgt die Brussel willen leren kennen?


‘Als ze voor het eerst in Brussel komen, probeer ik ze wat historisch besef mee te geven. We gaan eerst naar het archeologisch museum aan de Coudenberg, vlakbij het Warandepark. Daar stond ooit het paleis waar de hertogen van Bourgondië resideerden, tot de troonsafstand van Karel V. Ook de Orde van het Gulden Vlies vergaderde er. Toen al was Brussel ontegensprekelijk de hoofdstad van Europa. Dat paleis is later helaas afgebrand. Archeologen hebben de resten blootgelegd van de Aula Magna, de staatsiezaal. Indrukwekkend!’

‘Daarna wandelen we naar de Kleine Zavel. Daar kun je heel goed het conflict uitleggen dat in de 19de eeuw België heeft verscheurd: de strijd tussen liberalen en katholieken. Tegenover de kerk liet de liberale burgemeester Buls een soort anti-kerk inrichten, met 48 bronzen beelden van oude ambachten. Van het Vossenplein – net buiten de oude stadswallen – gaan we naar het Justitiepaleis, waar je een weids uitzicht hebt op Brussel. Dan is het tijd voor een pintje in het Goudblommeke in Papier, ooit het stamcafé van surrealisten zoals Magritte. Natuurlijk laat ik hen ook de Grote Markt zien, en de prachtige, met glas overdekte Sint-Hubertusgalerijen, de oudste en mooiste winkelgalerijen van Europa. En daarna gaan we iets eten in een echte Brusselse brasserie, Aux Armes de Bruxelles. Wat ik daar eet? Kalfshersentjes met tartaar, en daarna vol-au-vent. Mijn gasten mogen gerust iets anders bestellen…’




Brussel verkend          

In wijzerzin, van linksboven: 

Dansaertstraat, Archiduc, 

Watermaal-Bosvoorde, 

Vossenplein, Europese wijk, 

Kanaalzone (midden) en Vlaamse Steenweg 


Op wandel met de geschiedenis in het achterhoofd

Een lappendeken van wijken en buurten


Benedenstad

Brussel is ontstaan aan de drassige oevers van de rivier de Zenne, in de buurt van het huidige Sint-Goriksplein, vlakbij de drukke handelsroute die Engeland en Brugge verbond met het Rijnland. Daar ontstaat een handelsnederzetting, Bruocsella, ‘woonplaats bij het moeras’. Werklieden en kooplui woonden er in lemen huizen.

Nu is dat de buurt van de Oude en Nieuwe Graanmarkt en de modieuze Dansaertstraat, met de vele trendy modezaken, kunstgalerijen, antiekzaken, designwinkels. Je vindt er ook de Vlaamsesteenweg, het restant van de oude handelsroute naar Gent en Brugge. De jongste jaren bloeit die straat – met de charmante steegjes eromheen – op als gezellige winkelstraat, met sympathieke bruine cafés als Daringman, Roskam of Monk of restaurants als Viva M’Boma en Le Pré Salé, waar je nog de traditionele Brusselse keuken kunt proeven. Voor velen is de Dansaertstraat en omgeving de meest Vlaamse buurt van Brussel.
Bovenstad

De macht verschanst zich op de heuvels. Op de Coudenberg verrees rond 1100 een stenen burcht die in de volgende eeuwen zou uitgroeien tot een imposant paleizencomplex. Het paleis brandde uit in 1731, maar de vorsten die over Brussel heersen, blijven op de Coudenberg resideren. Op de site bevinden zich nu het classicistische Koningsplein, het Warandepark en het koninklijk paleis, met daarnaast het BELvue Museum, dat een overzicht geeft van de (koninklijke) geschiedenis van België. De Wetstraat ligt wat verderop. De herenhuizen die de elite rond het park had gebouwd, zijn nu ministeries, ambassades, banken: zo blijft de bovenstad de plek van welstand, prestige en macht.


De Zenne

Rond 1860 stroomde de Zenne nog als een open riool door de binnenstad, met aan weerszijden groezelige arbeiderswijken. Nadat een cholera-epidemie 3.500 doden had gemaakt, liet burgemeester Anspach de rivier overwelven. De krottenwijken maakten plaats voor herenhuizen, hotels en kantoren. Brede, kaarsrechte boulevards, waaronder de Anspachlaan, verbonden het Noordstation met het Zuidstation. Aan die boulevards wordt de Beurs gebouwd, waarrond een nieuw stadscentrum groeit, met onder meer het Brouckèreplein, heel lang een van de populairste uitgaanscentra van de stad.


Leopold II

Rond dezelfde tijd drukt de ambitieuze koning Leopold II zijn stempel op Brussel. Hij wilde van Brussel een grootstad maken die Parijs zou evenaren. Leopold II creëerde een stad met weidse zichtassen en monumentale bouwwerken. Onder zijn bewind ontstaan het Jubelpark, de majestueuze Tervurenlaan, het Josaphatpark in Schaarbeek, de Basiliek van Koekelberg en de Louizalaan, nog altijd een van de meest luxueuze winkelstraten van het land. Aan de voet van het Koningsplein ontstaat de Kunstberg. Nu vind je daar onder meer de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) en de Koninklijke Bibliotheek van België.

Tijdens het bewind van Leopold II wordt ook het Justitiepaleis gebouwd. Daarvoor wordt een deel van de volkse Marollenwijk platgelegd. Gelukkig bleef het Vossenplein bewaard, anders kon je er niet rondneuzen op de gezellige vlooienmarkt die er elke dag wordt gehouden.
Naar het westen

Toen de Zenne overwelfd werd, verliep het scheepvaartverkeer allang over het Kanaal, ten westen van Brussel. Aan weerszijden van het Kanaal groeide de industrie. De stad – die heel lang binnen zijn oude omwalling was gebleven – brak uit zijn voegen. In het westen groeiden landelijke dorpjes zoals Sint-Jans-Molenbeek en Anderlecht uit tot dichtbevolkte industriële voorsteden. Tienduizenden arme Vlamingen en Walen trokken naar de kanaalzone om er in de fabrieken te zwoegen. Hun kinderen en kleinkinderen bouwen welvaart op en gaan in Laken, Jette, Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem of nog verder wonen. De arme volksbuurten laten ze voor de migranten die na hen komen.

Vooral in de jaren 1950 en 1960 komen heuse migratiestromen op gang. Grootschalige bouwprojecten – voor Expo ’58, voor de metro – hebben goedkope arbeidskrachten nodig. Ze komen vooral uit het mediterraanse zuiden: Spanjaarden, Italianen, Portugezen, Grieken, Turken, Noord-Afrikanen. Na de val van het IJzeren Gordijn komen ook tienduizenden Oost-Europeanen naar Brussel. Al die groepen hebben hun stempel op Brussel gedrukt: Turken in Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node, Portugezen in Sint-Gillis en Elsene (waar je een beeld van de dichter Pessoa kunt vinden), Grieken bij het Zuidstation, Marokkanen in Sint-Jans-Molenbeek en Anderlecht.

Volkse dorpen verstedelijken, worden dichtbevolkt, krijgen inwoners uit alle windstreken. Zo ontstaat een caleidoscoop van geuren en kleuren. Aan de Naamsepoort in Elsene groeit de Matongewijk, met de vele exotische winkeltjes waar je Afrikaanse specialiteiten kunt kopen. Aan de rand van de wijk vind je L’Horloge du Sud, een brasserie die ook debatten en filmvoorstellingen organiseert. Aan het met platanen omzoomde Jourdanplein in Etterbeek maken volkscafés geleidelijk plaats voor duurdere eethuizen. Aan de Hallepoort groeit een gezellige multiculturele buurt, met even verder het Maison du Peuple in Sint-Gillis: een oud socialistisch volkshuis dat een cultuurcafé is geworden. In het dichtbevolkte Sint-Jans-Molenbeek ontstaan levendige Marokkaanse buurten, waar je verse groenten, kruiden en vlees kunt kopen. Vlakbij het Noordstation groeit de Brabantstraat uit tot de bekendste Marokkaanse winkelstraat van Brussel.


Kanaalzone

Na het verval van de industrie bloeit de kanaalzone de jongste jaren weer op, aan weerszijden van het kanaal. Een belangrijk cultuurhuis als het Kaaitheater zorgt voor dynamiek: de gebouwen bewaren hun wat ruige industriële charme, maar ze krijgen een andere bestemming. Thurn en Taxis, een oud en monumentaal goederenstation met reusachtige stapelhuizen werd geklasseerd als wereldmonument en is nu een locatie voor grote evenementen. Vlakbij is een magazijn omgetoverd in een trendy party- en evenementenlocatie: K-nal. Ook in de buurt van de Ninoofsesteenweg groeien allerlei initiatieven, vaak in de alternatieve sfeer. Stilaan maken ze van de grauwe kanaalzone een place-to-be.


Zuid en zuidoost

Ook in het zuidoosten en het oosten breidt de stad uit – niet met arbeidersbuurten, maar met statige patriciërswijken. Eind 19de eeuw groeit België uit tot de vierde handelsmacht ter wereld. De burgerij viert haar status met zwier en grandeur. Buiten de oude stadsgrens legt ze deftige lanen, parken en squares aan: het Dudenpark, de Maria-Louizasquare, het Leopoldpark. Ze bouwt er statige huizen, met een bel-etage en een mansarde voor het dienstpersoneel, in een eclectische stijl of in uitbundige art nouveau. In de 20ste eeuw gaat de uitbreiding in dezelfde richting verder: Ukkel, Elsene, Etterbeek, Evere (waar het hoofdkwartier van de NAVO is gevestigd), en gemeenten die een paar generaties geleden nog plattelandsdorpen waren: Watermaal-Bosvoorde en de twee dorpen aan de Woluwe-rivier, Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Pieters-Woluwe. De nieuwe wijken zijn er doorgaans rianter dan in het westen, met veel groen en open bebouwing. De 19de-eeuwse grandeur maakt plaats voor een stijl die functioneler en zakelijker is.

De Leopoldswijk, ten oosten van het Warandepark, werd rond 1840 gerealiseerd voor een publiek van aristocraten en gegoede burgers: een voorname buurt met imposante lanen, plantsoenen, koetspoorthuizen. Vanaf de jaren 1960 werd de wijk grotendeels gesloopt om plaats te maken voor de gebouwen van de Europese instellingen, met onder meer het Berlaymontgebouw (het hoofdkantoor van de Europese Commissie), het Justus Lipsiusgebouw (waar de Europese Raad wordt gehouden) en het Europees Parlement.

In en rond de Europese instellingen vinden zowat 55.000 hoogopgeleide ambtenaren, consultants en zakenlui een baan. Ze komen uit de Europese Unie, maar ook uit de Verenigde Staten of Japan. De meesten van hen wonen in de buurt of wat verder, in de residentiële gemeenten van het oosten en het zuidoosten.


Zoniënwoud

Ten zuidoosten van Brussel ligt het Zoniënwoud, 4500 hectare groot. Ooit was het veel groter, maar verkavelingen en ontbossingen eisten hun tol. Sommige ontboste zones werden weer beplant met statige beuken, wat het bekende kathedraaleffect oplevert: kaarsrechte gangpaden leiden je tussen de hoge pilaren van de beuken. Een uitloper van het Zoniënwoud, het Terkamerenbos, is door de Louizalaan met Brussel verbonden. Je vindt er ook wandel-, fiets- en ruiterpaden, speelterreinen en picknickplaatsen.

Dat Brussel de groenste hoofdstad van Europa is, is niet alleen aan het Zoniënwoud te danken. Overal vind je tientallen, vaak goed verborgen parken en stadstuinen, van het Josaphatpark in Schaarbeek tot de Koloniale Tuin en de Tuin van de Bloemist in Laken, twee siertuinen van Leopold II. Op een wandel- en fietstraject van meer dan 60 km – de Groene Wandeling – kun je de verrassende diversiteit van parken, bosjes, moerassen en beschermde natuurzones aan de rand van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ontdekken.
Van links naar rechts: 

bovenstad (Koningsplein), 

Warandepark en Paleis der Natie, viswinkel aan de Oude Graanmarkt 
In en rond de Europese instellingen vinden zowat 55.000 ambtenaren, consultants en zakenlui een baan.
Brusselverkennen?
Ideeën en uit­gestip­pelde ontdekkingsroutes vind je via
www.uit­inbrussel.be. Handig is ook ­Brussel XL, een reeks van zeven wandelweetboeken over Brussel. Elk wandelweetboek benadert Brussel vanuit een bepaalde invalshoek: literatuur, de intieme en verborgen plekjes van de stad, muziek, sport, architectuur, groen, en films en strips. Elk boekje kost
7 euro. Bestellen kan via www.muntpunt.be.




1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina