Een unieke kennismaking met je hoofdstad ‘kom brussel ontdekken!’ 101 culturele tips!



Dovnload 194.76 Kb.
Pagina6/8
Datum22.07.2016
Grootte194.76 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Werken en leven          




Brussel woonstad
Wakker worden in Brussel?

Brussel blijft een aantrekkelijke woonstad. Verloederde buurten worden opgeknapt, vervallen fabrieksgebouwen worden omgetoverd in fraaie lofts. Tijd om van een woning in Brussel te dromen?
Misschien ben je de dagelijkse files beu, wil je wonen waar je werkt, wil je genieten van het pittige stadsleven, heb je ontdekt dat Brussel veel groener is dan je had verwacht of ben je nieuwsgierig naar het kosmopolitische karakter van de grootstad? Dat zijn stuk voor stuk goede redenen om in Brussel te komen wonen.
Woontours

Alleen – waar ga je een woning zoeken? Brussel is erg divers, en de vastgoedprijzen variëren erg. Ook de leefbaarheid speelt een rol: zijn er peutertuinen en scholen in de buurt? Hoe zit het met het openbaar vervoer?

Om je te helpen, organiseert Wonen in Brussel elk jaar een vijftal Woontours. Die informeren je over de woonmogelijkheden die het gewest in petto heeft, van villawijken tot betaalbare nieuwbouwprojecten. Samen met de gids verken je het gemeenschapsleven, de shoppingmogelijkheden, het openbaar vervoer en het Nederlandstalig onderwijs. En je komt over de vloer bij mensen die in Brussel zijn komen wonen en die je vertellen over hun ervaringen.
Een Nederlandstalig netwerk

Voor Nederlandstaligen die in Brussel komen wonen, is de nabijheid van Nederlandstalige scholen en voorzieningen vaak een belangrijk argument. De jongste decennia heeft de Vlaamse overheid een eigen netwerk van organisaties en instellingen uitgebouwd, zodat Nederlandstalige Brusselaars in hun eigen taal onderwezen, verzorgd en geholpen kunnen worden. Dat circuit omvat onder meer een Universitair Ziekenhuis, scholen op elk onderwijsniveau, dienstencentra en andere voorzieningen voor ouderen, kinderopvangcentra, speelpleinen, jeugdhuizen en jeugdverenigingen.

Een recente blikvanger is zorgzoeker.be: een website waarop mensen een Nederlandskundige eerstelijnszorgverlener in Brussel kunnen zoeken, van diëtisten tot oogartsen en vroedvrouwen. Nederlandstalige gezondheidsorganisaties in Brussel hebben het Huis voor Gezondheid opgericht, een samenwerkingsverband dat zorgverleners moet ondersteunen. In het hart van Brussel zijn senioren welkom in het Seniorencentrum. Daarnaast wordt een fijnmazig net van 33 woonzorgzones uitgebouwd, vooral met het oog op thuiszorg en ouderenzorg.

www.woneninbrussel.be

www.zorgzoeker.be


Werken en leven          


‘Een genot om thuis te zitten werken’



Anouk De Vroey en Levi Wijns zijn met hun twee kinderen in een verbouwde oude drukkerij in Sint-Jans-Molenbeek gaan wonen. Dat bevalt hen uitstekend.

We hebben een tijdlang in Hoeilaart gewoond, in een oud huisje – heel idyllisch, er was zelfs een geit en een ezel. Maar we begrepen al snel dat een huis in de Vlaamse Rand niet meer te betalen was. Tijdens onze studies aan de VUB hadden we Brussel nog wat beter leren kennen en appreciëren. We zijn verhuisd naar Schaarbeek, naar de Brusilia-woontoren – de hoogste van Brussel. Daar hadden we een leuke flat op de 32ste verdieping, met een prachtig uitzicht over de stad.’

‘Een vriend die architect was, vertelde ons dat er in de kanaalzone in Sint-Jans-Molenbeek een oude drukkerij te koop stond. We zijn poolshoogte gaan nemen en enkele dagen later zijn we al met de bank gaan praten. Het was een unieke kans. Sint-Jans-Molenbeek kenden we toen niet zo goed, al waren we er al vaker langsgefietst tijdens ons tochtjes langs het kanaal.’

‘We hebben de drukkerij grondig laten renoveren en verbouwen. Een deel van het gebouw verhuren we als loft. Het is hier erg ruim en licht – het is een genot om thuis te zitten werken terwijl de zon volop binnenstroomt. We hebben een dakterras en een binnenpleintje waar de kinderen naar hartenlust kunnen ravotten.’

‘We weten dat Sint-Jans-Molenbeek een negatief imago heeft, maar eigenlijk is het een sympathiek dorp. Goed, als je iets in je auto laat liggen, mag je niet verbaasd staan dat een ruit wordt ingeslagen. Tegelijk is er hier veel sociale controle. Iedereen kent iedereen. En als ik in de viswinkel kom, krijg ik een kopje muntthee voorgezet. De contacten met winkeliers zijn hier veel hartelijker en persoonlijker dan elders.’

‘De kinderen zijn nu 2 en 4. Ze gaan naar een Nederlandstalige school in Koekelberg, waar ook een crèche aan verbonden is. In het klasje van Pauline zitten maar twee andere kinderen van wie beide ouders Nederlands spreken. Een probleem is dat niet. Pauline is erg taalvaardig en heeft al heel wat Frans opgepikt. Dat ze zich met anderstalige kinderen uit de slag leert trekken kan alleen maar verrijkend zijn, denk ik.

Intussen hebben we Sint-Jans-Molenbeek en omgeving al grondiger leren kennen en heel wat leuke plekjes ontdekt. Het Scheutbospark, bijvoorbeeld, aan de Mettewielaan. Da’s een natuurlijk park van 6 hectare, met een speeltuin en een weide waar Schotse Galloway-koeien rondlopen. Het is er rustig en tegelijk ook wel een beetje surrealistisch – je zit naar grazende koeien te kijken met op de achtergrond de Zuidertoren en de Brusselse skyline…’




Jong in Brussel          




Het succes van het Nederlandstalig onderwijs

Geen roos zonder doornen?



Een vijfde van de Brusselaars is jonger dan 18 en de bevolking wordt almaar jonger. Elke dag trekken 230.000 kinderen en jongeren naar school. Hoe zit dat onderwijs in elkaar? En waarom gaan steeds meer anderstalige leerlingen naar Nederlandstalige scholen?

Brussel is meertalig. In welke taal volgen de kinderen er les?

Brussel is inderdaad meertalig, maar officieel is het een tweetalige stad. Toch kent het geen tweetalig onderwijs. Volgens de wet moet het onderwijs in een van de twee officiële talen worden ingericht: ofwel in het Nederlands, ofwel in het Frans. Daarom heb je in Brussel twee onafhankelijke onderwijsstructuren. Een van die twee is het Nederlandstalige onderwijs. Daarvoor is de Vlaamse Gemeenschap bevoegd.


In Nederlandstalige scholen mogen toch wel andere talen worden onderwezen?

Natuurlijk wel. Op de lagere school krijgen de kinderen vroeger dan in Vlaanderen Frans. Dat kan al vanaf het eerste leerjaar. Dat kan oplopen tot vijf uur per week in het vijfde en zesde leerjaar. En in het secundair onderwijs staan ook Engels, Duits en Spaans op het programma. Maar de algemene vakken – wiskunde, geschiedenis, biologie, noem maar op – moeten in het Nederlands worden onderwezen.


Nederlandstaligen vormen in Brussel een kleine minderheid. Zo heel veel Nederlandstalige scholen zullen er dan wel niet zijn?

De Vlamingen in Brussel vonden het erg belangrijk dat hun kinderen les konden volgen in het Nederlands, en dan bij voorkeur in hun eigen buurt. Daarom hebben ze flink geïnvesteerd in een wijdvertakt scholennetwerk. Momenteel omvat dat 118 basisscholen en 35 secundaire scholen, met zowat 80 afstudeerrichtingen. Die scholen zijn bovendien vlot bereikbaar met het openbaar vervoer, ook voor leerlingen die van buiten Brussel komen. Overigens omvat dat netwerk ook scholen voor buitengewoon onderwijs, internaten, centra voor leerlingenbegeleiding, centra voor volwassenenonderwijs, enzovoort.


Trekken die scholen ook anderstalige kinderen aan?

Steeds meer. Tussen 1980 en 2000 is het aantal leerlingen in het Nederlandstalig Brussels basisonderwijs bijna verdubbeld. Het overgrote deel van die extra leerlingen komt uit anderstalige en taalgemengde gezinnen. Momenteel trekt het Nederlandstalige onderwijs zowat 22 procent van de Brusselse kleuters aan en 17 procent van de lageschoolkinderen. In de Nederlandstalige scholen komt een kleine minderheid (10 procent kleuters en 12 procent lagereschoolkinderen) uit homogeen Nederlandstalige gezinnen. Een op drie kinderen in het basisonderwijs spreekt thuis enkel Frans, en voor een op drie kinderen speelt het gezinsleven zich in nog een andere taal af. Kortom: binnen de schoolpoorten van Nederlandstalige scholen tref je steeds meer de taalvariatie aan die ook de dagelijkse leefwereld kleurt.


Waarom gaan anderstalige kinderen naar een Nederlandstalige school?

Steeds meer ouders beseffen dat je in Brussel maar beter twee- of drietalig kunt zijn. Als je Nederlands kent, verhoog je je kansen op de arbeidsmarkt. Maar er zijn ook wel andere redenen. Het Franstalige onderwijs heeft het moeilijk en kampt met een negatief imago. Bovendien hebben de Vlamingen de voorbije decennia fors geïnvesteerd in de uitbouw van hun onderwijs. Veel basisscholen kregen peutertuinen en crèches en de schoolgebouwen werden opgefrist. Die investeringen hebben ervoor gezorgd dat het blauw-groene logo met de N – het logo van de Nederlandstalige scholen in Brussel – is uitgegroeid tot een ­kwaliteitslabel, ook bij anderstaligen.


Lesgeven in een klas waar het Nederlands slechts voor een klein deel van de leerlingen de thuistaal is, dat lijkt me niet zo gemakkelijk.

Dat is het ook niet. Toch gaan de leerkrachten die uitdaging erg gemotiveerd aan. In een gemiddelde klas heb je een paar Nederlandstalige leerlingen, een paar leerlingen uit gezinnen waar zowel Nederlands als een andere taal gesproken wordt, en een meerderheid die thuis geen Nederlands spreekt – Frans, Arabisch, Turks, Albanees, Pools, Russisch, noem maar op. In sommige klasjes zit zelfs geen enkel Nederlandstalig kind. Toch krijgt de hele groep les in het Nederlands. Met die diversiteit moet je als leerkracht natuurlijk rekening leren houden: elk kind moet gelijke kansen krijgen.


Makkelijker gezegd dan gedaan. Krijgen ze extra steun?

Zeker. De leerkrachten kunnen terecht bij onderwijsondersteuners die hun programma specifiek afstemmen op de Brusselse situatie. Zo maken de meeste basisscholen gebruik van het aanbod van Voorrangsbeleid Brussel en het Onderwijscentrum Brussel. Onder begeleiding van experts verhogen ze stap voor stap en via vernieuwende lesmethodes de taalvaardigheid van hun leerlingen. Ze leren ook vlotter omgaan met de verschillende gewoonten en culturen, waardoor ook het contact met de ouders verbetert. Dat is broodnodig: om het Nederlands echt onder de knie te krijgen, moeten de kinderen ook buiten de schoolmuren met Nederlands in contact komen, via boeken, tv-programma’s, enzovoort.


En wat vinden Nederlandstalige ouders van die evolutie?

Veel ouders vinden zulke diverse klasjes verrijkend: spelenderwijs leren hun kinderen er respect, openheid en tolerantie aan – waarden die hen in een multiculturele wereld goed van pas komen. Andere ouders maken zich zorgen: zal hun kind geen taalachterstand oplopen? Dat zet sommige Nederlandstalige ouders ertoe aan hun kinderen samen naar dezelfde scholen te sturen. Andere ouders sturen hun kinderen naar scholen in de Vlaamse Rand of verder.


Hoe moet het verder?

Volgens bevolkingsprognoses zal het aantal kleuters en lageschoolkinderen in Brussel de komende jaren fors toenemen. Dat geldt dus ook voor het leerlingenaantal in het Nederlandstalig onderwijs. Die toestroom kunnen de bestaande scholen niet opvangen. Moet de Vlaamse overheid extra Nederlandstalige scholen bouwen om duizenden leerlingen op te nemen waarvan slechts een klein percentage Nederlandstalig is? Ook als dat een risico inhoudt op schooluitval en taalachterstand? Moet het hele onderwijs in Brussel op de schop en moet resoluut worden gekozen voor meertalig onderwijs? Daar zal de komende jaren nog flink over worden gebakkeleid.



De Vlamingen hebben de voorbije decennia fors geïnvesteerd in de uitbouw van hun onderwijs.

Kinderen op 

de Sint-Mariaschool  in Schaarbeek 



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina