Een verhaal : sint antonius doet zijn beeweg



Dovnload 12.28 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte12.28 Kb.
EEN VERHAAL : SINT ANTONIUS DOET ZIJN BEEWEG
Het feest van Antonius Abt wordt gevierd op 17 januari. Vandaar dit verhaal in dit tijdschrift.
Sinds de vroege Middeleeuwen was Sint-Antonius te Rotselaar een geliefde heilige.

Men kende er twee typische volksdevoties rond de verering van de heilige met zijn varken: de Sint-Antoniusweg en het Sint-Antoniusoffer van varkenskoppen en boter. (De openbare verkoop van varkenskoppen gaat nog steeds door , dit jaar op 24 januari, na de mis van half tien.)


De beeweg is, zoals zovele processies, afgelast, maar eenmaal was die toch zeer speciaal.

En net zoals alle andere goede volksverhalen is het volgende verhaal “echt gebeurd”.


In de jaren 1800 , was het eens zo koud en slecht rond midden januari, dat er niemand op straat te bespeuren viel. Het vroor dat het kraakte en dat alles boven op een pak sneeuw dat tot de knieën reikte. Wie zou daar op 17 januari doorgaan om naar de mis van Sint-Antonius te trekken en wie zou net aandurven om de beeweg van deze heilige 'af te leggen'.
Als het nu zondag ware geweest dan zouden de boeren, knechten en meiden verplicht geweest zijn het kwade weer te trotseren, maar gezien l7 januari op een vrijdag viel, was het geen doodzonde de mis of de beeweg te verzuimen.
Er was geen kat te zien te Rotselaar; de herbergiers van rond de kerk hadden reeds belangstellend op de loer gestaan, De koster die recht over de zijingang van de kerk woonde was wel over het ijs naar zijn werk toegekropen , maar hij kreeg slechts met grote moeite de deur van de kerk open en de klok aan ‘t luiden. Er kwamen echter geen gelovigen opdagen...

het was alsof die van Rotselaar de klok niet hoorden of dat ze niet uit hun bed te krijgen waren.


En toch was er één die merkte dat niemand van Rotselaar de moed had om naar de kerk te gaan of de beeweg te doen en hij had er wel een beetje begrip voor, alhoewel hij het maar flauw vond. Die ene was St.-Antonius zelf, die van uit de hemel het armzalig Rotselaars gedoe had bekeken. Hij besprak de zaak eens met die andere geliefde heilige te Rotselaar, nl. St.-Pieter. Deze gaf hem een goede tip en ook de toelating om zijn hemel langs de grote poort eens te verlaten, op conditie dat hij tegen vijf uur 's namiddags terug zou zijn. St.-Antonius trok zijn oud plunje van voor 1000 jaar aan en daalde af naar Rotselaar.
Hij arriveerde gewoon als een engel of een parachutist, maar dan zonder vleugels of valscherm, tegenover het huis van de familie Lafili, die op de hoek van de Pastorijstraat brood verkocht. Gelukkig waren er toen nog geen elektriciteitsdraden gespannen zodat de landing kon geschieden zoals het voor een heilige past.

Hij stapte hij Lafili binnen en vroeg wat er aan de hand was. Fien, de vrouw van de bakker viel bijna omver van 't verschieten; ze vroeg de binnengekomen klant of hij niet abuis was, want dat vastenavond nog wel een dikke maand zou duren... waarop St.-Antonius zich bekend maakte en toen verschoot Fien nog meer!


"Ik ben gekomen, zei de heilige, opdat mijn beschermelingen uit Rotselaar tegenover mij wat meer hun plicht zouden doen. Ik kan het niet nemen dat ze zo lui en vadsig in bed blijven of achter de stoof zitten. Het is vandaag mijn feestdag en ik wil dat ze hun 'devore' doen, varkenskoppen offeren en de beeweg afleggen. Als ze niet uit hun kot komen dan doe ik mijn eigen beeweg, maar dan moeten ze vandaag tot volgend jaar ook op mij niet rekenen als er een koe miskalft of als ze van een hondsdolle hond gebeten worden ... we zullen eens zien wie de meeste macht heeft!'
Fien stond stom verbaasd te luisteren; ze riep haar dikke echtgenoot, die ook bijna in elkaar zakte, maar vrij spoedig haalden ze warme overjassen en grote holleblokken en trokken ze met de goeie heilige de straat op naar de kerk...
'Halt, hier', zei St.-Antonius, 'de baas uit 'De ster' en zijn kinderen moeten ook mee'. Baas Craeninckx stond aan de grond genageld, maar niet voor lang, want hij kwam ook op straat met zijn 9 kinderen. Toen moest de smid ook uit zijn bed en ze kregen bevel de drie klokken gelijk te luiden. Was me dat een lawaai die koude wintermorgen. Drie klokken op een werkdag, dat betekende normaal dat er een huis in mand stond of dat de pastoor zelf overleden was... nu deze sliep ook nog, maar niet voor lang.
Ondertussen gaf St.-Antonius de richting aan voor de beeweg en hij kende hem goed van buiten. Met zijn stok en zijn bel in de hand leidde hij het gelovige gezelschap, dat inmiddels al tot meer dan tweehonderd was aangedikt langs de Pastorijstraat naar het 'Kapelleke van den Akker', waar hij de pastoor een halve paternoster liet voorbidden en dan trok de lange sliert biddende mensen door het veld tot aan de Kadodderie waar men rechts afsloeg, terug naar 't dorp. Ondertussen was de groep nog aangegroeid, vele boerinnen hadden in de gauwte nog een ingezouten varkenskop uit de vleeskuip gepakt om de heilige Antonius ietwat gunstig te stemmen, want ze vonden het vervelend dat de heilige zich persoonlijk was moeten komen bemoeien met de zaak.
Tenslotte kwam 't gezelschap langs de Bergstraat weer aan de kerk en tot grote verwondering van alle mensen hadden de talrijke gebeden een gunstige uitwerking gehad op de winterse temperatuur, die veel zachter was geworden op zo een korte tijd. Ook in de kerk was het reeds aangenaam warm en de hoogmis kon maar niet lang genoeg duren. De pastoor had de grote Sint verzocht een persoonlijke preek te houden, maar de heilige zei gewoon dat iedereen zijn eigen werk maar moest doen.
In de kerk was het een gestommel van belang, er waren stoelen te weinig en van de kinderbanken zijn er in het geharrewar wel tien of twaalf snotneuzen op de kerkvloer gevallen. De suisse kon er geen orde onder houden en moest de hulp van de champetter inroepen, maar deze was 's morgens in zijn haast vergeten zijn uniform aan te trekken en hij kon dus niet optreden.
Na de mis werden, zoals naar gewoonte, de varkenskoppen verkocht ten voordele van St.-Antonius, maar de heilige wou het geld niet mee naar de hemel nemen; de kerkmeesters wisten niet wat ze er mee moesten aanvangen...

Uit “Tijdingen van het Beatrijsgezelschap (herfst 1987-1988) G. Vandecauter, Sint-Antoniusverering te Rotselaar.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina