Eigen meester? Niemands knecht!



Dovnload 37.37 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte37.37 Kb.

EIGEN MEESTER? NIEMANDS KNECHT!


ir. A. den Ouden, free-lance techniekhistoricus te Eindhoven

Een diep verontrust metaalpatroon, in 1957:

"Behalve het Bedrijfspensioenfonds zullen er door naïeve idealisten nog wel méér dingen worden uitgebroed, die de vraag opwerpen, of we nu worden geregeerd door eerlijke mensen of door een stelletje gangsters."

Het Bedrijfspensioenfonds voor de Kleine Metaalnijverheid


Eind 1954 werden directeuren van kleine metaalbedrijven verplicht, zich aan te sluiten bij het Bedrijfspensioenfonds voor de Kleine Metaalnijverheid1. Dit gebeurde op verzoek van drie werkgeversbonden (de B.S.C.M., de R.K.S.B. en de N.S.V.; de voorgangers van de Metaalunie). Aangezien de Minister van Sociale Zaken deze drie voor de hele bedrijfstak representatief achtte, legde hij de pensioenverplichting óók op aan de omstreeks 50% ongeorga­ni­seerde kleine metaal­patroons. Onder de kleine metaalnijverheid vielen smede­rijen, lasbedrijven, machine­fabrieken e.d. alsmede con­structie­werkplaatsen, d.w.z. be­drijven voor de bouw, mon­tage, demontage en repa­ratie van bruggen, spanten, ko­lommen, staalskelets, reservoirs en vaten, hef- en transport­installaties, ramen en deuren en broei­kassen. Tenminste, wan­neer het bedrijf minder dan 25 man telde.

Het Bedrijfspensioenfonds kreeg slecht vat op de ongeorgani­seerde patroons. Zij kregen in 1955 aanmeldings­formulieren toegezonden; maar de meesten gooiden die gewoon weg. En dan viel op een dag een brief in de bus:

"Wij zenden U bijgaand bewijs van deelneming .... Tevens berichten wij U dat per heden een achterstand in de premiebetaling bestond van ...."

Het bijgesloten inschrijvingsbewijs was mooi, met een groen krullenlijstje enz., maar het beloofde pensioen was zo mager2 dat de patroons het massaal vertikten, de opgelegde premies te betalen. Zij dachten zelf béter voor hun oude dag te kunnen zorgen. Maar zó zit Nederland niet in elkaar.

Op de ongevraagde inschrijving volgden eerst betalingsaanmaningen, vervolgens dreigbrieven. Veel benauwde patroons wendden zich dan tot Eigen Meester, Niemands Knecht (E.M.N.K.):

"Ik wens niet 27 jaar lang ƒ 3,15 per week te moeten betalen voor zo'n hongerpensioen. Ze halen, nu ik nog jong ben, het brood uit mijn mond om het voor m'n oude dag te bewaren, hopend dat ik vóór die tijd onder de graszoden lig, of anders als een ouwe sul de schimmel er wel af zal likken. Hoop dat wij gezamenlijk deze afpersers kunnen afschudden!"

Een ander:

"De gedachte dringt zich sterk op, dat onze bedrijven worden gesofjettiseerd."

Het laatste woord was doorgekruist en vervangen door "uitgebuit".

Eigen Meester, Niemands Knecht - de era Bak


Hoe kenden deze mensen E.M.N.K.? Uit een circulaire, die in januari 1956 op ruime schaal onder de collega's was verspreid. De meesten wilden er wel 'ns meer van weten en kregen dan als antwoord:

"De bestuursleden van het actiecomité zijn eigenaars van gerenommeerde bedrijven in de metaalbranche. Voorzitter is de Heer G. C. Grünbauer uit Amsterdam. Adviseurs zijn mr. dr. A. Zeegers, jurist te Amsterdam; en de Heer P. Bak, accountant te Egmond aan Zee."

Het centrum van het verzet lag in Amsterdam, hoewel het ook elders in den lande broeide. E.M.N.K. wilde daarom:

".... over heel Nederland afdelingen vormen onder één Bestuur. Ons secretariaat is daarmee druk bezig."

Het secretariaat, dat was Bak. Hij was bij zijn klanten tegen het pensioenfonds opgelopen en had zich:

".... er al enige tijd druk mee bezig gehouden. Hij weet thans precies, hoe de vork aan de steel steekt. Hij heeft dit op een vergadering van de B.S.C.M. te Amsterdam onomwonden mede­gedeeld aan de aanwezige leden en Bestuursleden."

U proeft hieruit dat Bak het mét de gedupeerde patroons niet eens was met verplichte deelname aan het fonds. Zijn bezwaren waren moreel van aard:

"De pensioenregeling is onredelijk want de ongeorganiseerden zijn buiten de aanvraag gelaten. Dit kan toch niet in een land met een democratische regering?"

De kritiek werd gericht op, enerzijds het Bedrijfspensioenfonds, anderzijds de bonden die dit onheil hadden aangericht. Vooral de grootste, de B.S.C.M., moest het ontgelden. In de twee andere had E.M.N.K. nauwelijks ingang.

De respons op de E.M.N.K.-circulaire was groot. Adhesiebetuigingen en brieven stroomden binnen. Veel patroons zaten met de handen in 't haar:

"Volgens het Bedrijfs­pensioen­fonds zijn wij verplicht ons aan te sluiten, doch dit willen wij niet en zijn ook vast van plan dit niet te doen. Wilt U even één en ander voor ons in orde maken? Daarna zullen wij U gireren."

Elke patroon die zich met zo'n vraag tot E.M.N.K. richtte, kreeg als antwoord:

"Wanneer wij U zouden adviseren NIET te betalen, maken wij ons schuldig aan een strafbaar feit; maar wij mogen wél zeggen, dat veel vakgenoten principieel blijven weigeren. Wij staan U met raad en daad ten dienste."

In juni 1956 begon het Bedrijfspensioenfonds aan wanbetalers dwangbevelen te zenden. Bleef betaling nóg uit, dan werd de boedel bij opbod verkocht ter delging van de schuld. Dit overkwam - als eerste, in oktober 1956 - smid Börger te Vinkeveen. De E.M.N.K.-collega's begaven zich en masse naar Vinkeveen, om daar onder grote hilariteit dóór te bieden op één artikel, tot het hele executiebedrag was bereikt. Zoiets veroorzaakt heel wat publiciteit ....

Tegen een dwangbevel kun je ook in verzet gaan. E.M.N.K. hielp de patroon hierbij:

"Wij maken dat voor U in orde. De kosten schatten wij op ƒ 25,=. U is hieraan niet gebonden, het mag minder, liever meer zijn. Er zijn arme collega's die we niet in de kou laten staan. Als U het belang van deze zaak in het oog houdt, zal het met Uw vrijwillige bijdrage wel in orde komen."

We bezien één van die verzetzaken. Directeur N.J. Kiljan uit Den Helder was lid van de B.S.C.M. en in overleg met Bak en E.M.N.K. vroeg hij éérst zijn bond om bijstand. Bondsjurist mr. A. Geurtsen is natuurlijk pro-pensioenfonds:

"Een zelfstandige komt er niet toe zich sociale zekerheid te verschaffen. In zijn eigen belang moet hij hiertegen worden beschermd; de bond heeft hier terecht een taak gezien. Dat outsiders pogen om, door op bepaalde sentimenten te spelen, onder georganiseerden oppositie te verwekken is volstrekt verwerpelijk. Ik vertrouw dat U zoveel gezond verstand bezit, dat U zich door het gemor der ongeorganiseerden het hoofd niet op hol zult laten brengen."

De E.M.N.K.-ers werden hierover zó nijdig, dat ze geen aandacht schonken aan de eerste alinea van Geurtsens brief. Jammer, want daar werd verwezen naar een procedure uit 1952, die duidelijk maakt dat de door hen aangevoerde argumenten niet relevant waren. Inderdaad wees de rechter het E.M.N.K.-verzet op formele gronden af. Hij liet zich niet uit over de vraag of het wel rechtvaardig is, dat bij de instelling van een verplicht bedrijfspensioenfonds de omvangrijke groep ongeorganiseerden in de bedrijfstak niet was gehoord ....

Door deze perikelen was de relatie tussen E.M.N.K. en B.S.C.M. niet hartelijk. Bak schrijft met smaak:

".... de B.S.C.M. schijnt mij ter verantwoording te willen roe­pen. Ik heb hier met spanning op gewacht; jammer genoeg is 't nog niet ge­beurd. Ook maken zij ons uit voor leugenaars ...."

Ernstiger werd het enige maanden later, toen bleek dat:

".... de B.S.C.M. leden royeert die met E.M.N.K. sym­pathiseren."

Eén voorbeeld. Smid H. Kamphuis uit Putten had er 9 jaar opzitten als Voorzitter van de Afdeling Nijkerk en 31 jaar als Secretaris. In februari 1956 schreef hij aan E.M.N.K. Kort daarop werd hij heftig aangevallen door zijn Voorzitter, die terstond inzage in de briefwisseling eiste. Dat werd geweigerd en koud een maand later was Kamphuis geschorst.

In een poging de negatieve houding van de bonden, de B.S.C.M. voorop, te doorbreken, besloot E.M.N.K. zich:

".... direct tot de Staatssecretaris van Sociale Zaken te wenden!"

Bak stelde hiervoor een uitgebreid dossier samen, waarin "het onjuist handelen van de B.S.C.M." aan de kaak werd gesteld. Het was de bedoeling zijne Excellentie te verzoeken:

".... het pensioenfonds opdracht te geven, de invorderingsactiviteiten te staken, tot er een beslissing is genomen op het ingediende dossier."

Het bezoek aan de Staatssecretaris vond nooit plaats. Wel lukte het Bak met een trucje hem aan de telefoon te krijgen. Hij hoefde alleen maar de secretaresse met bekakte stem te vragen: "Zeg, geef me Van Rhijn even, wil je". Resultaat: nihil.

Gaan praten met het Bedrijfspensioenfonds hielp niet:

"Men zegt niets te kunnen doen, ze zijn slechts de uitvoerder van de wettelijk vastgelegde regeling."

Je bij de rechter verzetten tegen de invorderingsmaatregelen van het Bedrijfspensioenfonds hielp niet:

"De rechter stelt v.w.b. de totstandkoming van de Wet, dat dit een beleidskwestie is, waarover hij zich niet mag uitspreken. De zaak dient met de Minister te worden geregeld."

De Minister verdraaide het en:

".... verwijst ons naar de (in zijn ogen representatieve) bonden ...."

En de bonden? Die:

".... heffen de handen ten hemel en zeggen dat één en ander al làng is afgedaan ...."

De enige weg die nog openstond, was maatschappelijke pressie vanuit de gelederen der gedupeerde patroons. Maar hoe reageerden de patroons hierop?

Een brief uit Absdale:

"Ik ben wel geneigd U mijn medewerking te verlenen tenzij U zou bestaan uit voor mij als R.K. minder gewenste lieden. Gaarne nader bericht."

Eentje uit Nieuwerkerk a/d IJssel:

"Ik wilt wel op U voorstellen ingaan. De kosten zijn vrijwillig maar wat is zo'n beetje het gang van betalingen? U moet me goed begrijpen dat ik het niet vertrouwt maar ik heeft des tijd een zaakje aan de hand gehad daar moest ik eerst zoveel aan betalen en dan nog eens wat maar hij heeft nooit wat voor mijn gedaan en ik mijn geld kwijt. Nu wilt ik niet zeggen dat het bij U zo is want dan zou de wereld er helemaal slecht uit zien, maar ik wilt wel weten wat zo ongeveer het bedrag is wat zo'n beetje betaald word en in gedeelten of in eens hoe of wat?"

Uit Baarn:

"Indertijd heeft U met veel tamtam de werkzaamheden van E.M.N.K. naar voren gebracht. Enthousiast zijn wij hierop ingegaan. U berichtte ons, dat U de wettigheid van de thans geldende verplichte deelname bestrijdt. U vroeg ons ƒ 25,= op te zenden. Dat deden wij en hadden veel vertrouwen in U."

"Wat is dit vertrouwen beschaamd. U zei ons toe dat wij de premie niet hoefden betalen en wij hebben hiervoor ƒ 25,= betaald. Toen kregen wij de deurwaarder aan de deur. Wij hebben U het dwangbevel toegezonden en U heeft verzet aangetekend. En nu moeten wij toch betalen! Al Uw tamtam is waardeloos geweest. Wij noemen zoiets de Ridder van de Droevige Figuur. U kunt o.i. Uw figuur alleen nog redden, wanneer U ons de tevergeefs gezonden 25 gulden direct retourneert."

In juni 1956 had Bak het E.M.N.K.-Bestuur gevraagd om betaling voor zijn werk. Hij kreeg echter geen antwoord. In december 1956 - hij had toen al een enorme hoeveelheid werk gedaan - schreef Bak opnieuw aan Voorzitter Grünbauer. De opdracht bleef wederom uit en dus staakt Bak in maart 1957 zijn werk voor E.M.N.K.:

"Logisch dat dit stuk liep. Uzelf zult ook niet graag werken voor een opdrachtgever die niet betaalt."

Bak sluit een declaratie bij voor honorarium en door hem voorgeschoten juridische kosten. Over de afrekening ontstaat onenigheid, die pas medio 1958 op bevredigende wijze door Grünbauer wordt opgelost. Bak was daarna in beginsel weer bereid, aan E.M.N.K. mee te werken, maar in de praktijk kwam het er niet meer van. Zijn werk werd overgenomen door de jurist mr. M. A. van Wijngaarden uit Amsterdam.


Eigen Meester, Niemands Knecht - de era Van Wijngaarden


Onderwijl stoomde het Bedrijfspensioenfonds dóór. In juni 1957 moest E.M.N.K.-Voorzitter Grünbauer zelf er aan geloven:

"U wordt uitgenodigd de publieke verkoping bij te wonen van het huisraad van dhr Grünbauer .... Protesteert door Uwe aanwezigheid!"

De Telegraaf:

"De heer Grünbauer is een "selfmade man". Als jongen kwam hij in de leer bij een smederijtje; volgde de avond­ambachtsschool en ging zijn ijzer smeden, toen het eigenlijk nog lang niet heet was. 25 jaar geleden begon hij in een werkplaatsje van ƒ 5,75 weekhuur zijn eigen bedrijf. Met geleend geld, in de overtuiging dat men geen steun van de Overheid kon verlangen. Hij leverde constructiewerk voor zestien centen de kilo. Nu telt zijn bedrijf 50 man en een welgevulde orderportefeuille."

Destijds lag de scheiding tussen Groot en Klein Metaal op 25 personeelsleden. Had je méér mensen, dan moest je over naar de Groot Metaal en had je niets meer te maken met dat verfoeide Bedrijfspensioenfonds voor de Kleine Metaalnijverheid. Grünbauer was met zijn 50 man in 1957 ten onrechte (nog) in de Klein Metaal ondergebracht. Naar aanleiding van het hierboven aangehaalde krantenartikel werd hij subiet naar de Groot Metaal overgeschreven. Hij ontzag zich echter niet, als Voorzitter van E.M.N.K. het Bedrijfspensioenfonds voor de Kleine Metaalnijverheid én de B.S.C.M. nog jaren met diep genoegen te pesten.

Terug naar de Telegraaf:

"Omringd door wel 40 mensen in de huiskamer en nog 80 voor de deur richtte deurwaarder Racké een laatste vermaan tot betaling aan het slachtoffer. "Ik denk er niet aan", antwoordde de heer Grünbauer goedgehumeurd. "Welaan", annonceerde de deurwaarder, "dan gaan wij de inboedel publiekelijk verkopen tot het verschuldigde bedrag bereikt is". Een vrouw voor één van de vensters: "Hoeveel?". Racké: "De som van ƒ 211,39, vermeerderd met kosten, in totaal ƒ 333,=". Het venster, ongelovig: "50% kosten?". De deurwaarder: "Méér!" De heer Grünbauer koos nonchalant een laag huiskamertafeltje van het old finish type met kleedje. "25 gulden" zei een stem; "50" een ander. "75, 80, 100, 150" klonk het in snel tempo en nog vóór de deurwaarder, ademloos bij zoveel bestedingsdrang, het éénmaal andermaal had kunnen uitspreken, volgde een klaterend applaus op het laatste bod, ƒ 333, afkomstig van smid H. Kamphuis. Daarmee was de executie beëindigd. "Kom nu maar een kop thee in de achterkamer halen" zei mevrouw Grünbauer. Zulks geschiedde, doch niet nadat smid Kamphuis zijn centen op tafel had gelegd."

Dergelijke frivole publiciteit alléén was niet genoeg. Hoe nu verder? E.M.N.K. besloot het pensioenfonds én de B.S.C.M. met deurwaardersexploiten onder druk te zetten:

"Inmiddels hebben enige verkopingen plaats gevonden, waarmee we bij pers en radio belangstelling voor onze zaak hebben gewekt. Thans vragen wij elke patroon een exploit te doen uitbrengen aan de B.S.C.M. en één aan het Bedrijfspensioenfonds. De bond wordt aansprakelijk gesteld voor alle gevolgen van de onregelmatigheden, die destijds bij de voorbereiding van de aanvraag aan de Minister hebben plaats gevonden. Het Bedrijfspensioenfonds wordt meegedeeld dat onze premies terugbetaald moeten worden."

"Teneinde de kosten laag te houden, zal E.M.N.K. voor grote groepen tegelijk dergelijke exploiten doen uitbrengen. Retourneert daarom bijgaande machtigingskaart spoedig."

De exploiten-actie liep op een fiasco uit, er kwamen nauwelijks aan­meldingen binnen. Snel werd weer iets anders verzonnen, namelijk:

".... om tegen de B.S.C.M. een civiele procedure te beginnen!"

Dat kan alleen een lid van de bond. Kiljan uit Den Helder kon de bond nog steeds niet luchten of zien en stelde zich dus graag beschikbaar. Dit plan werd eind november 1957 op een protestvergadering aan ruim 150 patroons uit alle delen van het land gepresenteerd. Grünbauer sprak er en enige demagogie kan hem niet worden ontzegd. Hij waarschuwde ervoor:

".... dat men door de activiteiten van E.M.N.K. te steunen niet zo'n mooie naam zou krijgen. Wie zijn naam liever niet op het spel zette, deed er beter aan de vergadering NU te verlaten."

Ziet U die samengeklemde kaken? Hoort U die diepe grom? Over het verloop van de procedure tegen de B.S.C.M. kunnen we kort zijn, al liet de uitspraak bijna twee jaar op zich wachten. De vordering werd afgewezen. Er werd hoger beroep aangetekend; dit werd - in mei 1961 - eveneens afgewezen.

De procedure tegen de B.S.C.M. zorgde voor enig gerommel onder de leden van die bond. E.M.N.K. zou immers vast niet "zomaar" een rechtszaak beginnen. "Rook en vuur", begrijpt U, zijn voor smedenpatroons heel vertrouwde begrippen. Zo schreef de Afdeling Hoekse Waard aan alle Afdelingsbesturen in Zuid-Holland:

"Wij hebben onlangs een voorstel voor de Algemene Vergadering ingediend, om te trachten het pensioenfonds ongedaan te maken. Het Combinatiebestuur weigerde ons voorstel aan het Hoofdbestuur door te sturen."

"Na een vergadering van onze Afdeling, waar de Heer Grünbauer als spreker aanwezig was, hebben wij onder onze leden een enquête gehouden, waaruit bleek, dat allen graag van het fonds af willen."



"Met nadruk wijzen wij erop, dat het niet onze bedoeling is, met E.M.N.K. méé te gaan, die naar onze mening een afbraakpolitiek voert."

"Wij willen het Hoofdbestuur met klem verzoeken, iedere mogelijkheid tot beëindiging van de pensioenplicht te onderzoeken. Alléén bereiken wij niets, zoals bleek. Wij vragen U dus, deze zaak in Uw Afdeling aan te slingeren."

Binnen de Hoekse Waard bestond overigens onenigheid over de cursief afgedrukte alinea. De Voorzitter had die op eigen houtje ingevoegd. De andere Bestuursleden waren woedend.

Onderwijl hielden de verkopingen bij nog altijd weigerachtige, echt principiële patroons aan. Van Wijngaarden schreef één van hen:

"Er is kans, dat de deurwaarder de opdracht krijgt de zaak niet op de spits te drijven, omdat de bazen van het fonds niet te veel herrie willen riskeren."

Precies drie dagen later ontving hij een brief van M. Companjen te Oldebroek:

"Zojuist bij mij beslag gelegd. Vlag halfstok laten hangen touw er om."

Dat werd dus weer een E.M.N.K.-happening. Vier maanden later was het opnieuw raak, bij Siersmederij Aesthetica te 's-Gravenhage. Op een bewaard gebleven uitnodiging staan met potlood de adressen van A. G. de Vries en dr F. W. Nijhoff, Voorzitter resp. Secretaris van het Bedrijfspensioenfonds. Deze Heren werden óók uitgenodigd voor het spektakel .... De annalen melden niet, of zij hun gezicht durfden vertonen. De Vries, tussen haakjes, was ook Voorzitter van de Nederlandse Metaalbedrijfsbond N.V.V.

Weer een maand later, problemen in Meteren, bij smid W. Verwey. Hier besloot de deurwaarder de gereedschappen te veilen. Dat de man daarna geen boterham meer zou kunnen verdienen liet hem koud. E.M.N.K. volgde hier een andere tactiek. De Telegraaf:

"Drie fietsen voor dertig cent, een fornuis voor een kwartje en 500 kg oud ijzer voor een dubbeltje vormden enkele van de koopjes, die deze gerechtelijke verkoping tot een onthutsende sensatie maakten voor het Bedrijfspensioenfonds .... De veiling bracht niet meer op dan ƒ 16,17. De kopers deden onmiddellijk afstand van hun koopjes aan de broer van smid Verwey. Deze zal nu de smidse aan zijn broer gaan verhuren. De laatste is immers een bezitloos man geworden en wil dat even zo houden."

Bij het huurcontract tussen beide broers was betrokken .... juridisch adviseur Van Wijngaarden van E.M.N.K.

Medio 1958 kwam dezelfde Van Wijngaarden aandragen met alweer een nieuw idee, de actie "Brief aan de Minister":

"Wij sluiten een modelbrief in, waarin de Minister van Sociale Zaken wordt gevraagd om vrijstelling van de deelname in het pensioenfonds. Wij hopen dat U in Uw omgeving véél van Uw collega's dergelijke brieven kunt laten schrijven."

B.S.C.M.-leden werd gelijk aangeboden, het bondslidmaatschap voor hun op te zeggen. E.M.N.K. suggereerde, de bespaarde contributie voortaan aan hén over te maken. De patroons konden het geld echter zelf beter gebruiken.

Van Wijngaardens brievenactie heeft hem ongelooflijk veel werk bezorgd. De meeste patroons durfden namelijk zelf geen brief aan een Minister te schrijven. Dus moest Van Wijngaarden:

".... de brief voor de mensen zélf typen en verzenden. Zij hoeven hem dan alleen te tekenen."

Er vielen in één jaar tijds meer dan 500 brieven bij de Minister op de mat. Na de eerste 100 of zo kregen de briefschrijvers in plaats van een echte antwoordbrief een stencilletje, "aan geadresseerde" stond er boven, waarin de Minister opmerkte:

".... de brieven die mij uit verschillende delen van ons land bereiken hebben mij aanleiding gegeven de totstandkoming van deze pensioenvoorziening nog eens uitvoerig na te gaan. De verplichtstelling is destijds op regelmatige wijze tot stand gekomen. Ik ben niet bevoegd en ook niet bereid om een verplichtstelling, die op verzoek van het georganiseerde bedrijfsleven tot stand is gekomen, ongedaan te maken. De juiste weg zou zijn u te wenden tot de betrokken representatieve organisaties in uw bedrijfstak. Een verzoek tot wijziging van de verplichtstelling dient namelijk van deze organisaties uit te gaan."

Door 's Ministers halsstarrige houding was ook de brievenactie gedoemd. De Tijd, november 1959:

"....de Minister twijfelt ernstig aan de betrouwbaarheid van de door hem ontvangen protestbrieven ...."

De E.M.N.K.-leden vroegen zich hierop in alle naïviteit af, hoe de Minister toch kon twijfelen aan de authenticiteit van de brieven. Ze waren toch zeker allemaal ondertekend door de betrokken patroons?

De Bond van Vrije Smeden


Toen de civiele procedure tegen de B.S.C.M. ook in hoger beroep was verloren, had E.M.N.K. als vechtclub feitelijk afgedaan. In de tweede helft van 1961 werd zij opgedoekt, maar tegelijkertijd werd een nieuw Notulenboek gekocht en een nieuwe club opgericht, de Bond van Vrije Smeden (B.V.V.S.). De oprichters waren allemaal oud-E.M.N.K.-ers. Inmiddels gepensioneerd smid H. Kamphuis schreef de notulen. Hij had de B.S.C.M. zijn royement nooit vergeven en hoopte nog altijd op eerherstel. Overigens zou hij voor zijn B.V.V.S.-werk een vergoeding ontvangen:

"De Voorzitter bespreekt de overeenkomst met Kamphuis voor een salaris van maximum ƒ 75,= per week. Kamphuis zegt, niet méér te vragen dan loon na arbeid. Heer Van Merkestein begint over kosten secretariaat te hoog. Heer Grünbauer meent, niet vooruit lopen, er is zelfs nog geen Bestuur gekozen! Heer Merkestein had kantoor liever ondergebracht bij bestaand kantoor, die dat ampasant mede behartigde. Heer Kamphuis vraagt of dat wel goedkoper is; maar erger, wie is daar ervaren om onze belangen te behartigen?"

Deze passage in de notulen is in grote opwinding neergepend. Wilt U niet vergeten dat Kamphuis, inmiddels 70 jaar, als principieel niet-betaler aan het Bedrijfspensioenfonds géén pensioen genoot? Hadde hij wel betaald, hij zoude nu over een riante ƒ 110,= per jaar hebben beschikt.

De B.V.V.S. heeft welgeteld twee Bestuursvergaderingen gehouden. Op de eerste wordt de honorering van Kamphuis opnieuw ter discussie gesteld. Tenslotte wordt erover gestemd. Tot verbittering van Kamphuis zijn er maar drie Bestuursleden vóór. Drie stemmen blanco.

De notulen van de tweede Bestuursvergadering (maart 1962) zijn in een ander handschrift:

"Kennis wordt genomen van het feit, dat de Heer Kamphuis zijn Bestuursfunctie bij nader inzien ter beschikking stelt. Besloten wordt, de nu opgerichte bond als waakhond paraat te houden en niet tot ledenwerfacties over te gaan."



Einde notulen; einde activiteiten B.V.V.S.

1Beschikking gepubliceerd in de Staatscourant van 1 november 1954; gewijzigd bij beschikking van 29 juni 1956, gepubliceerd in de Staatscourant van 29 juni 1956.

2Het pensioen had de vorm van een lijfrente, ter hoogte van ƒ 0,30 per jaar voor elke week waarover de volle premie à ƒ 3,15 per week was betaald. Na zeg 40 jaar betalen zou men ƒ 624,= per jaar kunnen beuren. Het gestorte kapitaal (zonder rente ƒ 6.552,=) werd na overlijden niet uitgekeerd. Wel was er een Weduwenpensioen voorzien van ƒ 0,15 per jaar per betaalde week; en een Wezenpensioen, dat nog weer een stuk lager was.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina