Eindredactie: Thijs A. Afman



Dovnload 293.15 Kb.
Pagina1/3
Datum25.07.2016
Grootte293.15 Kb.
  1   2   3








Colofon


Auteur : Jaap Jan de Jong

Eindredactie: Thijs A. Afman


Trea Winter

Joost van den Brink



Dit is een uitgave van Brink Technical Solutions BV 2006


Deze uitgave mag vrij worden gekopieerd binnen educatieve instellingen. Deze uitgave mag zonder toestemming van
Brink Technical Solutions BV niet commercieel worden uitgegeven.




Inhoudsopgave

Pag.


1 Inleiding 3
2 Het practicum 4
3 Alarmschakeling 1, de deur 5
4 Alarmschakeling 2, de afstandsbediening 10
5 Alarmschakeling 3, de bewegingsmelder 13
6 Alarmschakeling 4, het codeslot 17
7 Zones instellen 21
8 Sensoren en actuatoren 26
9 Alarmschakeling 5, de complete schakeling 28
10 Vragen 31

Extra opdrachten:

11 Alarmschakeling 6, de brandmelder 34
12 Wijzigen van toegangstijden 38
13 Gedeeltelijke zone 41
14 Eindopdracht 44

Voor de volgende opdrachten is Nikobus benodigd:
15 Eenvoudige schakeling 49
16 Grote eindopdracht 53


  1. Eigen opdracht 57



1




Gebouwen zoals huizen, scholen of kantoren kunnen beveiligd zijn tegen brand of inbraak. Ook jouw school heeft waarschijnlijk een brand- en

inbraakbeveiliging.


Als er ‘s nachts een inbreker binnenkomt, dan wordt dat gesignaleerd en gaat er een alarmlicht branden of hoor je een sirene.

In sommige gevallen hoor je niets en zie je niets. We spreken dan van een stil alarm. Er gaat dan automatisch een telefoontje naar de politie of een beveiligingsbedrijf. De inbreker heeft dan niet in de gaten dat hij is betrapt.

Er bestaan ook brandbeveiligingen. Aan het plafond zijn dan brandmelders of hittemelders geplaatst die dit kunnen waarnemen. Die brandmelders zijn verbonden met de centrale. Wanneer er dan brand uitbreekt, kan het voorkomen dat de automatische sproeiers aangaan of dat de branddeuren sluiten.
In deze module leer je uit welke onderdelen een draadloze beveiligingsinstallatie is opgebouwd.
Je leert hoe de onderdelen werken en hoe je een beveiligingscentrale moet programmeren.

Natuurlijk gaan we ook zelf een volledige beveiligingsinstallatie opbouwen.




2

Bij deze module hoort een experimenteerrek waarin 8 panelen met onderdelen staan:


  • PBD-1 Beveiligingscentrale

  • PBD-2 Afstandsbediening

  • PBD-3 Magneetcontact

  • PBD-4 Passief infrarood detector (PIR)

  • PBD-5 Codeslot

  • PBD-6 Brandmelder (Hittedetector)

  • PBD-7 Sirene

  • PBD-8 Flitslamp



Figuur 2 Demonstratiepaneel Draadloze beveiliging
Als je een practicumopdracht gaat maken, dan kunnen de panelen die je daarvoor nodig hebt naast elkaar of onder elkaar in het frame worden gezet.

Let op: In dit practicum sluiten we de componenten aan op de beveiligingscentrale, in de praktijk is dit draadloos en krijgen de apparaten de voeding vanuit een batterij.


Het belangrijkste paneel is de beveiligingscentrale (PBD-1).


Deze heb je altijd nodig. Zie figuur 3.
Het is belangrijk dat je de opdrachten goed leest en de
schakelingen goed opbouwt, anders kunnen de antwoorden
op de vragen afwijken.

Laten we maar eens een schakeling gaan opbouwen.


Figuur 3 Beveiligingscentrale


3

Bij deze opdracht hebben we de beveiligingscentrale (PBD-1), de deur (PBD-3) en de flitslamp (PBD-8) nodig.





Figuur 4 PBD-3 Deur Figuur 5 PBD-8 Flitslamp

Op het deurtje zit een magneet. Naast het deurtje zit een schakelcontact dat door het magnetische veld wordt aangetrokken. We noemen dit een reedcontact. Als het deurtje open gaat, gaat de magneet bij het reedcontact vandaan en opent het contact. Er wordt een signaal naar de centrale gestuurd dat het contact verbroken is. Wanneer het alarm is ingesteld zal deze afgaan.


Opbouwen


  • Zet de beveiligingscentrale (PBD-1) boven in het frame.

  • Plaats het deurtje (PBD-3) onder de beveiligingscentrale in het frame.

  • Plaats de flitslamp (PBD-8) rechts naast de beveiligingscentrale.

  • Zet de keuzeschakelaar van het deurtje 9 en 10 omhoog op stand “1”.

  • Neem een blauw meetsnoer en verbind de blauwe klem van de voeding met de linker klem van de beveiligingscentrale bij de aanduiding 24V AC.

  • Neem een bruin meetsnoer en verbind de bruine klem van de voeding met de rechter klem van de beveiligingscentrale bij de aanduiding 24V AC.

  • Neem een dun rood meetsnoer en verbind de rode klem van het deurtje met de rode klem van de beveiligingscentrale bij de aanduiding 9V DC.

  • Pak een dun zwart meetsnoer en verbind de zwarte 9V DC van de centrale met de zwarte klem van het deurtje.

  • Sluit nu de flitslamp aan met het rode meetsnoer van de + van de strobe naar de + van de flitslamp.

  • Neem een zwart meetsnoer en verbind de van de flitslamp door met de strobe van de centrale.

  • In figuur 6 staan alle verbindingen getekend. Controleer of de schakeling klopt.




Figuur 6 Alarmschakeling 1


Een reedcontact heeft elektrische spanning nodig om te kunnen werken. Die spanning wordt hier geleverd door de beveiligingscentrale.
In de praktijk krijgt het reedcontact de spanning van een 9V batterij.



  • Zet de schakelaar van de voeding op stand “1”.


De spanning staat nu op de centrale. Dit kun je zien, de groene led brandt.


Om het alarm te activeren moeten we de volgende code invoeren:


  • Voer de onderstaande geheime toegangscode in:


Je hoort nu een lange piep (10 seconden). Dit betekent dat het alarm wordt geactiveerd. Als het gepiep is gestopt, is het alarm geactiveerd.

Wanneer onder ON de groene led brandt, staat het alarm aan.





  • Open nu langzaam het deurtje.


De flitslamp begint te knipperen en je hoort alarm. Het reedcontact maakt geen verbinding meer. De beveiligingscentrale denkt nu dat er een inbreker in het pand is.




  • Doe het deurtje weer dicht.

Bij het sluiten van de deur blijft de centrale alarm geven. Dat is maar goed ook, anders wordt inbreken wel heel eenvoudig. Je kunt het alarm maar op één manier weer uitzetten.






  • Zet het alarm uit door de toegangscode 1234 gevolgd door een
    in te voeren.

De deur is nu goed beveiligd. Er kan niemand meer onopgemerkt naar binnen komen, dat is soms lastig. Je kan dan zelf je huis niet in omdat het alarm dan direct afgaat. Maar gelukkig, de centrale heeft ook een tijdvertraging. Dat is zone 1.


We gaan nu het deurtje anders instellen (zone 1) zodat we 10 seconden de tijd hebben om naar binnen te gaan en het alarm uit te zetten.

Het instellen van de zone gaat als volgt:





  • Op het deurtje staat een keuzeschakelaar met de nummers 9, 10. Zet de keuzeschakelaars 9 en 10 omlaag, nu heb je de deur in zone 1 geplaatst.



  • Doe het deurtje weer dicht.

  • Schakel het alarm aan door 1234 in te voeren op de beveiligingscentrale.

  • Doe het deurtje open en weer dicht tijdens het piepen.

Er gebeurt nu niets. Je bent nu “door de deur naar buiten gegaan”.





  • Wacht tot het gepiep is opgehouden.

  • Open het deurtje en laat deze open staan.

  • Je bent nu weer binnen.

Je hoort nu weer de piepjes. Dat betekent dat de alarminstallatie iemand heeft gesignaleerd en schakelt het alarm in.





  • Wacht 10 seconden.


Het alarm gaat af.





Nu gaan we het alarm zo instellen dat we binnen die 10 seconden naar binnen gaan en het alarm uitzetten.




  • Doe het deurtje weer dicht.


  • Zet de beveiliging aan met:




  • Als de piep is gestopt, weet je dat het alarm geactiveerd is.

Als we nu naar binnen gaan en binnen 10 seconden de geheime toegangscode invoeren, zal het alarm niet afgaan.




  • Doe het deurtje open.



Je hoort nu de piepjes weer. Zet nu binnen 10 seconden het alarm uit.



  • Zet de beveiliging uit met de geheime toegangscode.

Je merkt nu dat het alarm niet is afgegaan. Dat klopt omdat je het op tijd hebt uitgeschakeld.



We kunnen nu het alarm in- en uitschakelen, en weten hoe een reedcontact op het deurtje werkt.

Vragen:


  1. Wat is de geheime toegangscode om de beveiligingscentrale uit te schakelen?

  1. 1 2 3 4




  1. 1 2 3 4



  2. 0 1 2 3




  1. 0 1 2 3


  1. Wat gebeurt er als de beveiligingscentrale is uitgeschakeld en de deur gaat open?

  1. Dan gaat het alarm af.

  2. Dan kan de deur niet open.

  3. Dan gebeurt er niets.

  4. Dan moet je de toegangscode invoeren.




  1. Waarvoor heb je een reedcontact nodig?

  1. Die “leest” wat er allemaal gebeurt bij het openen van de deur.

  2. Die houdt contact met de beveiligingscentrale.

  3. Die is op een deur geplaatst en ziet waneer de deur open gaat en geeft een signaal aan de centrale.

  4. Die signaleert, als het alarm is ingeschakeld, wanneer er iemand
    naar binnen gaat.




  1. Waarvoor dient de flitslamp?

  1. De lamp begint te flitsen als het alarm afgaat.

  2. Detecteert of er iemand in het pand aanwezig is.

  3. Gaat flitsen als hij iemand detecteert.

  4. Gaat flitsen bij alarm en waarschuwt de politie.





4

Voor de tweede alarmschakeling hebben we de afstandsbediening nodig.





Figuur 7 Afstandsbediening
Plaats de PBD-2, de afstandsbediening, links naast de beveiligingscentrale.

Je ziet op de afstandsbediening 4 knoppen zitten. De eerste is de knop Panic. Panic betekent paniek. Als je op deze knop druk zal het alarm direct afgaan.





  • Laat de opstelling in het frame staan zoals in figuur 6.

  • Plaats de afstandsbediening links naast de beveiligingscentrale in het frame.



Figuur 8 Alarmschakeling 2


  • Schakel het alarm in.







  • Wacht tot het alarm is ingeschakeld.

  • Het alarm is nu ingeschakeld.

  • Druk nu op de knop Panic van de afstandsbediening.




  1. Wat gebeurt er als de knop Panic wordt ingedrukt?





  • Toets de geheime toegangscode in om het alarm uit te schakelen.





Het alarm is nu uitgeschakeld. Druk nu nogmaals op de knop Panic.




  • Druk op de knop Panic


Ook nu gaat het alarm af. Dus ook als het alarm niet is ingeschakeld, kun je het alarm af laten gaan.




  • Toets de geheime toegangscode in om het alarm uit te schakelen.



Op de beveiligingscentrale zit ook een knop Panic. Deze werkt hetzelfde als die op de afstandsbediening.





  • Druk op de centrale de Panic toets in. Deze moet je 3 seconden vasthouden.



  • Toets de geheime toegangscode in om het alarm uit te schakelen.


We kunnen het alarm ook in- en uitschakelen met de afstandsbediening.




  • Schakal het alarm in met de afstandsbediening.

  • Druk op om het alarm te activeren.



Wanneer het alarm geactiveerd is:




  • Open het deurtje.

  • Schakel het alarm uit met de afstandsbediening door op te klikken.


Het voordeel van het in- en uitschakelen met de afstandsbediening is dat we niet steeds de toegangscode in hoeven te voeren.
Op de afstandbediening staat ook nog een andere knop, namelijk:

Hiermee kunnen we het alarm gedeeltelijk inschakelen. Bijvoorbeeld alleen de boven- of benedenverdieping. Hier komen we later op terug.




  1. Waarvoor dient de knop Panic?

a. Voor inbrekers als ze in paniek raken omdat het alarm afgaat.

b. Als je een inbreker ziet, druk je op deze knop en gaat het alarm af.

c. Als je niet meer weet hoe het alarm werkt kun je via deze knop de gegevens opvragen.

d. Als er een inbreker is gaat deze knop branden.




  1. Wat is het voordeel van de afstandsbediening?



  • Haal de spanning van de centrale af.


5

In een beveiligingsinstallatie kom je vaak en bewegingsmelder tegen. Een bewegingsmelder wordt ook wel een PIR melder genoemd.


De afkorting PIR staat voor Passief Infrarood. Hoe kan een PIR nu beweging detecteren?
De PIR reageert op infrarode energie. Alles wat warm is, geeft infrarode energie af. Mensen en dieren dus ook. Op deze manier kan een PIR melder bewegingen detecteren.



Figuur 9 Bewegingsmelder (PIR).
Als iemand een kamer binnenkomt, dan meet de bewegingmelder verandering van warmte en het contact van de PIR sluit. Als je een tijdje heel stil staat, dan “ziet” de bewegingsmelder je niet meer en schakelt hij weer uit. Maar zodra je beweegt verandert er weer iets en geeft de PIR alarm. Een bewegingsmelder wordt vaak ingebouwd in buitenlampen. Zodra er iemand in de buurt komt, gaat de lamp aan. Hij meet dan een verschil in temperatuur.




Een bewegingsmelder heeft elektrische spanning nodig om te kunnen werken. Die spanning wordt hier geleverd door de beveiligingscentrale.
In de praktijk krijgt de PIR de spanning van een 9V batterij.



  • Haal het deurtje uit het frame en vervang deze door de PIR (PBD-4).

  • Sluit de PIR aan op de beveiligingscentrale.

  • Zet de zoneschakelaars 9 en 10 van het deurtje omhoog op stand “1”
    Zone 4.

  • In figuur 10 staan alle verbindingen getekend. Controleer of de schakeling klopt.



Figuur 10 Alarmschakeling 3


  • Zet de spanning op de centrale.

  • Schuif het kapje naar boven.



LET OP: In de praktijk zit er geen kapje die je voor de PIR kan schuiven!!



  • Schakel het alarm in met de beveiligingscentrale.



Wacht tot het alarm is ingeschakeld.





  • Schuif het kapje van de PIR naar beneden zodat hij bewegingen/warmte kan waarnemen.




  1. Gaat het alarm direct af als je het kapje van de PIR afhaalt? Zo ja, waarom?



  • Schuif het kapje weer voor de PIR (omhoog).


Je kunt op de centrale zien dat in zone 4 alarm is. Daar brandt de rode led.




  • Het alarm blijft afgaan. Je kunt hem maar op één manier weer uitzetten:

Schakel het alarm uit met de geheime toegangscode.


  • Zet de bewegingsmelder in zone 1 (Schakelaar 9 en 10 omlaag, stand “0”).

In zone 1 zit een tijd vertraging van 10 seconden. Dat betekent dat als de PIR -melder iemand signaleert, het nog 10 seconden duurt voordat het alarm afgaat.


Dit gaan we testen.




  • Schakel het alarm in met de afstandsbediening.




  • Wacht tot het alarm is ingeschakeld.




  • Schuif het kapje weer weg van de PIR (omlaag).

Je merkt nu dat je PIR melder je direct signaleert en dat aan de centrale doorgeeft.

Maar het verschil is, dat je nu de tijd hebt om het alarm weer uit te schakelen.




  • Schakel het alarm uit met de afstandsbediening.



  • Haal de spanning van de centrale.

Vragen:


  1. Waar staat de afkorting PIR voor?

    1. Passief Instant Reader.

    2. Positief Instant Reader.

    3. Positief Infrarood.

    4. Passief Infrarood.




  1. Hoe wordt de PIR ook wel genoemd?

  1. Bewegingsmelder.

  2. Beveiligingsmelder.

  3. Lichtmelder.

  4. Alarmmelder.




  1. Waar wordt de PIR toegepast?:

    1. Alarminstallaties en deuren.

    2. Deuren en buitenlampen.

    3. Buitenlampen en alarminstallaties.

    4. Alarminstallaties, deuren en buitenlampen.




  1. Leg in je eigen woorden uit hoe een PIR werkt:





6

Het externe bedieningspaneel, ook wel codeslot genoemd, heeft dezelfde functie als het toetsenbord op de beveiligingscentrale. De beveiligingscentrale wordt in woningen over het algemeen in de meterkast geplaatst. Het is dan erg lastig om binnen de gestelde 10 seconden de toegangscode in te toetsen als je thuis komt.



Figuur 11
Codeslot
Daarom wordt vaak naast de voor- of achterdeur een codeslot geplaatst. Het codeslot is tegen sabotage beveiligd. Sabotage beveiligd wil zeggen dat als je probeert het codeslot open te maken, het alarm direct afgaat. Dit geldt ook voor
de bewegingsmelder en het magneetcontact.


  • Haal de PIR uit het frame en plaats het magneetcontact (PBD-3).

  • Plaats het codeslot (PBD-5) naast het deurtje op het paneel.

  • Sluit het magneetcontact aan op de beveiligingscentrale.

  • Neem een rood meetsnoer en verbind de 9V DC + van het codeslot naar de 9V DC + van de beveiligingscentrale.

  • Neem een zwart meetsnoer en verbind de 9V DC - van het codeslot naar de 9V DC - van de beveiligingscentrale.

  • In figuur 12 staan alle verbindingen getekend. Controleer of de schakeling juist is.



Figuur 12 Alarmschakeling 4

Wat kunnen we allemaal met het draadloos codeslot:



  • Systeem inschakelen.

  • Systeem uitschakelen.

  • Paniek inschakelen.

Voordat we met het codeslot de alarminstallatie kunnen bedienen, moeten we het codeslot eerst gaan installeren.


Het beveiligingssysteem heeft een eigen identieke systeemcode. Deze systeemcode moet je normaal gesproken instellen voordat je het beveiligingssysteem in gebruik kan nemen. Maar gelukkig hebben wij de systeemcode al ingesteld: de systeemcode is 1 8.
Nu gaan we het codeslot activeren:

Let op! De onderstaande code moeten binnen 5 seconden worden ingevoerd.


  • Toets op het codeslot de volgende code in:




  • De led bij ON AIR knippert 5 maal.



Nu is het codeslot ingesteld op de juiste systeemcode.
We kunnen nu gaan testen of we het alarm in- en uit kunnen schakelen met het codeslot.



  • Schakel het alarm in met het codeslot:



Het alarm wordt nu ingeschakeld.




  • Doe het deurtje open.

Er wordt nu alarm gemeld.




  • Schakel het alarm uit via het codeslot.

  • Toets de toegangscode in:



Het alarm is nu weer uitgeschakeld.

Op het codeslot zit ook een paniek functie.




  • Druk de toetsen en tegelijk in en houd deze 2 seconden vast.

De centrale geeft nu aan dat er paniek is.




  • Schakel het alarm uit met de toegangscode.


Vragen:


  1. Waar plaatsen we het codeslot altijd?

    1. Bij een raam of deur.

    2. In de slaapkamer.

    3. Bij een deur van binnenkomst of vertrek.

    4. Altijd buiten bij een deur.




  1. Kunnen we met het codeslot het alarm aan/uit schakelen?

    1. Nee, dat kan alleen bij de centrale en de afstandsbediening.

    2. Nee, je kunt met het codeslot wel uitschakelen maar niet inschakelen.

    3. Ja, dat kan alleen als het codeslot een eigen unieke toegangscode heeft.

    4. Ja, dat kan wanneer je de systeemcode hebt ingesteld.




  1. Hoe schakelen we met het codeslot de paniekfunctie in?

    1. Dat kan alleen met de centrale en de afstandsbediening.

    2. Dan moet je de toetsen en tegelijk indrukken.

    3. Dan moet je de toetsen tegelijk indrukken.

    4. Dan moet je de toetsen en na elkaar indrukken.



7

Iedere zone van het huis heeft een eigen code. De zone wordt vastgelegd door de Zone Code schakelaar op iedere detector. Een detector is een magneetcontact (reedcontact) of een Passief Infrarood Detector (PIR). De keuzeschakelaar is genummerd 9 of 10.




Zone

Zone 1

Tijdvertraging



Zone 2

Tijdvertraging


/ direct

Zone 3

Tijdvertraging


/ direct

Zone 4

Tijdvertraging


/ direct

9


OFF

OFF

ON

ON

10

OFF

ON

OFF

ON

Zone

Code





 

 

 

 







 

 

 

 









































Zone 1: Dit is een vertraagde zone voor beveiliging van de deur en/of ruimte waardoor je het pand binnenkomt of verlaat.

Vertraagde zone betekent dat je tijd hebt (10 sec.) om de geheime toegangscode in te voeren. De vertragingstijd is programmeerbaar van 1-50 seconden.



Zone 2,3,4: Deze zones zijn programmeerbaar als directe zone maar ook als vertraagde zone! Hoe je dit moet instellen wordt later uitgelegd. Zone 2, 3 en 4 zijn nu ingesteld als directe zones.
Zone 5: Deze zone is voor paniek en sabotagebeveiliging. Het systeem gaat bij activering direct over tot alarm. Er is geen vertragingstijd.

Sabotage betekent dat de inbreker bijvoorbeeld het reedcontact van de deur openbreekt. In het magneetcontact zit een veertje. Als dit loskomt geeft hij een signaal aan de centrale en volgt er direct alarm.

In figuur 13 zie je een voorbeeld indeling van een woning.

Figuur 13 Zones
Voordat we gaan beginnen met het opbouwen van een uitgebreide schakeling, gaan we eerst de vertraagde zones wijzigen.
Om de vertraagde zones te wijzigen, moeten we eerst naar de programmeerstand van de centrale gaan.
Hier kom je in door 1, 2, 3, 4 gevolgd door de sleutel in te toetsen.

Wanneer je dit hebt gedaan, druk je op en dan op
Wanneer een led brandt bij een zone, betekent het dat deze zone een tijdvertraging heeft.


  • Zorg ervoor dat de ledjes van zone 1 en zone 2 branden door op 2 te drukken.

  • Druk nu 2x op om uit de programmeerstand te gaan.

Nu hebben we ingesteld dat zone 1 en zone 2 een tijdvertraging hebben.


Laten we maar eens een schakeling op gaan bouwen om de tijdvertraging te testen.

Plaats in het frame de:



    • Beveiligingscentrale (PBD-1)

    • De afstandbediening (PBD-2)

    • Het magneetcontact (PBD-3)

    • De PIR (PBD-4)

    • Het codeslot (PBD-5)

    • De flitslamp (PBD-8)





Figuur 14 Alarmschakeling




  • Stel de PBD-3 in op zone 2 en de PBD-4 op zone 3.

  • Maak de schakeling zoals in figuur 14.

  • Schuif het kapje voor de PIR melder.



  1. Waarom moet het kapje voor de PIR blijven?








  • Schakel het alarm in met de geheime toegangscode.




  1. Als we direct het deurtje openen, gaat het alarm dan af?




  • Schuif het plaatje voor de PIR vandaan.




  1. Wat gebeurt er?




      • Schakel bij alarm het alarm uit.




  1. Wat is geen detector?

a. Flitslamp.

b. Magneetcontact.

c. Passief Infrarood.

d. Brandmelder.





  • Wanneer het alarm afgaat, schakel dan het alarm weer uit.

  • Haal de spanning van de centrale af.

Vragen:



  1. Kun je de PIR melder in zone 4 plaatsen?

a. Ja, de PIR melder mag je plaatsen in zone 1 t/m 4.

b. Ja, dat mag wel maar niet in een vertraagde zone.

c. Nee, dat mag niet omdat de PIR dan niets detecteert.

d. Nee, dat kan alleen met het magneetcontact.




  1. Wat is het verschil tussen zone 4 en zone 5?

a. In zone 4 kom je het huis binnen en heb je direct alarm, zone 5 is een tijdvertragende zone.

b. Op zone 4 sluit je altijd een magneetcontact aan en op zone 5 een PIR melder.

c. In zone 4 heb je alarm met tijdvertraging, in zone 5 heb je direct alarm.

d. In zone 4 kun je een melder plaatsen, zone 5 is voor sabotage of paniek.




  1. Welke zone kan nooit een tijdvertraging hebben?

a. Zone 2.

b. Zone 3.

c. Zone 4.

d. Zone 5.





8

Gebouwen zoals huizen, scholen of kantoren kunnen zijn beveiligd. Ook jouw school heeft waarschijnlijk een alarminstallatie. In een alarminstallatie maken we gebruik van 3 melders:




  • Het magneetcontract bij de deur.

  • De brandmelder.

  • De bewegingsmelder.

Als er ‘s nachts een inbreker binnen komt, dan wordt dat gesignaleerd. Het signaleren van de inbreker wordt gedaan door een sensor. Als de inbreker gesignaleerd is, gaat er een alarmlicht branden of hoor je een sirene. Het alarmlicht en de sirene worden ook wel actuatoren genoemd.


Een sensor signaleert of detecteert veranderingen. Een actuator geeft een melding door middel van een lamp of sirene.
Wanneer er ergens een brandje uitbreekt, wordt dat door de brandmelders gesignaleerd. Als de sensor (brandmelder) iets constateert, geeft hij een signaal naar de centrale. De centrale geeft weer een signaal naar de branddeuren en deze gaan dan automatisch dicht (actuator).




Figuur 15 Sensor Figuur 16 Actuator

Vragen:


  1. In een alarminstallatie kennen we 3 soorten melders:

    1. Sirenemelder, flitslampmelder en brandmelder.

    2. Magneetcontact, brandmelder en bewegingsmelder.

    3. Rookmelder, brandmelder en sirenemelder.

    4. Flitslampmelder, bewegingsmelder en rookmelder.




  1. Actuatoren zijn:

a. Brandmelder, flitslamp en sirene.

b. Magneetcontact en sirene.

c. Flitslamp en sirene.

d. Magneetcontact, brandmelder, bewegingsmelder.




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina