Einekoeze 1700 2000



Dovnload 82.29 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte82.29 Kb.
Bloedverwantschap.
Algemeen

Een heel belangrijke van het project “Einekoeze 1700 – 2000”is, het beschrijven van de relaties tussen de verschillende families in Einighausen, gedurende deze periode.

In dit document beperk ik met tot de bloedverwantschap ook wel consanguïniteit genoemd.
Bloedverwantschap beschrijft de mate waarin 2 personen gemeenschappelijke voorouders hebben.

Niet te verwarren met aanverwantschap, daarbij is geen sprake van gemeenschappelijke voorouders, maar is de verwantschap gelegen in het “aantrouwen”, oftewel de “koude kant van de familie”.


De ‘graad van bloedverwantschap’ geeft aan hoe nauw je aan iemand verwant bent. Je berekent als het ware hoeveel genetisch materiaal van twee personen hetzelfde is. Tussen twee mensen kunnen meerdere verwantschapslijnen bestaan, bijvoorbeeld naarmate ze meer gemeenschappelijke voorouders hebben. Personen kunnen meer genen met elkaar gemeen hebben dan op grond van het toeval, of op grond van zichtbare en bekende relaties verwacht kan worden. Zo heeft iedereen sowieso 50% van zijn genen gemeen met zijn vader en met zijn moeder; en 25% met ieder van zijn grootvaders en grootmoeders, en gemiddeld 50% met zijn volle broers en zussen. Echter onbekende relaties tussen verre familieleden in het verleden kunnen deze cijfers behoorlijk doen afwijken.
Het stappen of graden systeem

Bloedverwantschap wordt uitgedrukt in graden en daarvan afgeleid procenten. Echter hoe deze graden geteld of berekend worden is nogal verschillend. Er worden grofweg twee grote systemen onderscheiden:



  • vanuit het kerkelijk recht

  • vanuit het Romeins recht.

In het Nederlands Burgerlijk recht, bijvoorbeeld bij de afhandeling van erfenissen, wordt uitgegaan van het Romeinse systeem.

De trouwe kerkgangers kennen nog de “roepingen” bij ondertrouw, waarbij de pastoor opriep eventueel bezwaar aan te tekenen tegen een voorgenomen huwelijk. Het belangrijkste oogmerk van de kerkelijke roeping was voorkomen/beperken van inteelt, hetgeen zeker in vroege tijden, in de kleine besloten gemeenschappen zoals Einighausen, met beperkte mobiliteit een serieus probleem kon vormen.

Andere huwelijks beletselen waren:


  • aanverwantschap

  • concubinaat (samenwonen voor het huwelijk)

  • leeftijd (jongens 16 en meisjes 14 jaar)

  • geestelijke wijdingen

  • geestelijke verwantschap (bijvoorbeeld de relatie tussen dopeling en peter en meter)

Historisch gezien zijn er zeker bij de adel de nodige dispensaties verleend; huwelijken dienden vaak niet tot de bezegeling van een liefdesrelatie, maar veel meer het veilig stellen van eigendommen en bezittingen c.q. het verwerven van deze aardse zaken. En werden regels ruim geïnterpreteerd.
Terug naar de bloedverwantschap en de berekening van de graden hiervan.
Allereerst is er de rechte lijn van bloedverwantschap: de ene persoon is een rechtstreekse afstammeling van de ander: zoon-vader; zoon-grootvader; etc.

Daarnaast is er de zijlijn van bloedverwantschap: de gemeenschappelijke voorouder ligt niet in de rechte lijn en er is sprake een “indirecte” gemeenschappelijke voorouder. Denk bijvoorbeeld aan de bloedverwantschap tussen broer-zus; neef-nicht; oom-tante; etc.

De graad van bloedverwantschap wordt bepaald door: het aantal stappen, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt. Ieder stap halveert a.h.w. het percentage bloedverwantschap.

Mogelijk klinkt dit ingewikkeld, maar een aantal voorbeelden zal deze telling eenvoudiger maken.



  • Een persoon is logischerwijs volledig met zichzelf verwant; 0 stappen (=100%).

  • De verwantschap met een van zijn ouders is 1e graads, er sprake van één stap naar de ouder (=50%).

  • De verwantschap met een van de grootouders is 25%. Er zijn immers 2 stappen nodig van “ik” naar de grootouders. Dit betekent een 2e graads verwantschap (25%).

  • De verwantschap met een van de overgrootouders is 12,5%, conform dezelfde redenering. (3e graads verwantschap)

Tot zover is de bepaling van graden van bloedverwantschap in de rechte lijn redelijk eenvoudig.


Iets ingewikkelder wordt het bij de berekening van bloedverwantschap in de zijlijn. Men zoekt de dichtstbijzijnde gemeenschappelijke voorouder, en men telt het aantal stappen van de men over de voorouder heen. Er wordt zowel in de stijgende als in de dalende lijn geteld, de zogenaamde dubbeltelling. (zie ook onderstaand schema)


  • De bloedverwantschap tussen broer-zus bedraagt 25%. Hier sprake van 2e graads verwantschap; er is een stijgend stap naar de ouder en vervolgens een stap dalende stap naar broer/zus = 2 stappen = 2e graads. Echter dezelfde methodiek geldt ook voor de andere ouder en leidt ook tot 25% bloedverwantschap. In totaal dus 50 %, echter er wordt in dit geval toch gesproken van 2e graads bloedverwantschap.

  • Tussen twee neven is er sprake van een 4e graads verwantschap: een stijgende stap naar de ouder, vervolgens stap 2 naar de gemeenschappelijke grootouder, vervolgens naar oom/tante (zijnde broer/zus van de ouder) en de 4e stap naar hun betreffend kind (neef/nicht)

Met behulp van onderstaand schema kan men vrij eenvoudig de meest voorkomende graden van bloedverwantschap bepalen.































betovergrootouder






















4e graad






















6,25%






































































overgrootouder






















3e graad






















12,50%






































































Grootouder
















oudoom/tante




2e graad
















4e graad




25%
















6,25%




















































Ouder










oom/tante




kinderen




1e graad










3e graad




oudoom/tante




50%










12,50%




5e graad






















1,63%




























Ik




broer/zus




neef/nicht




kleinkinderen










2e graad




4e graad




oudoom/tante










25%




6,25%




6e graad






















0,81%




























Kind




neef/nicht




achterneef/nicht










1e graad




"oom/tantezeggers"




5e graad










50%




3e graad




3,13%
















12,50%
























































































kleinkind




achterneef/nicht
















2e graad




4e graad
















25%




6,25%















.

Feitelijke bloedverwantschap

Voor het juridisch gebruik zoals bijvoorbeeld bij erfkwesties of benoemingskwesties werkt deze benadering prima: men telt het aantal stappen en bepaalt de graad van bloedverwantschap. Deze graad is dan richtinggevend voor de verdeling van de erfenis of het al dan niet benoemen in een bepaalde functie.


Echter er is een groot probleem met deze stappen- of gradenbenadering. Zij is te onnauwkeurig voor de bepaling van de feitelijke bloedverwantschap. Om het met andere woorden te zeggen, deze benadering is te onnauwkeurig voor het bepalen van het gemeenschappelijk genetisch materiaal.
Een voorbeeld ter illustratie:

Mijn genetisch materiaal zou in deze benadering voor 50% afkomstig zijn van mijn vader Zef Stevens en voor 50% van mijn moeder Mia Schlössels.

Echter wanneer er in de familiehistorie van beide families ook al verbanden bestonden, dus wanneer mijn vader Stevens en mijn moeder Schlössels ergens gemeenschappelijke voorouders hebben, is mijn bloedverwantschap met elk van mijn ouder groter dan 50%.

Dat blijkt inderdaad het geval.

Er blijken 14 verwantschapslijnen te bestaan tussen mijn beide ouders, teruggaand tot einde 17e en begin 18e eeuw. In de sterkste lijn is er nog sprake van een 11e graads verwantschap; in de zwakste lijn is er sprake van een 16e graads verwantschap. In procenten, alles bij elkaar opgeteld, zijn mijn ouders 0,2044% bloedverwant.

En mijn bloedverwantschap met elk van mijn ouders bedraagt dan ook geen 50%, maar 50,1022%.


Dit lijkt slechts een marginaal verschil, maar wil je binnen het project “Einighausen 1700 - 2000” de bloedverwantschap binnen een klein en gesloten dorp in kaart brengen, dan zul je moeten werken met een ander systeem dan het tellen van stappen en graden.

Een dergelijk systeem bestaat, daarover straks meer. Eerst nog een aantal feitelijke voorbeelden ter illustratie:



  • Echtpaar X - Y (feitelijk gegeven, er leven nog 4 kinderen van dit echtpaar binnen het dorp) is volgens de graden telling in de 6e graad verwant. Dit stemt overeen met 1,07 %. Echter kijkend naar de historische “knopen” tussen deze families X en Y zijn er in de afgelopen periode 1700-1900, 42 verwantschapslijnen aanwezig en blijkt er bij berekening een bloedverwantschap tussen beide echtlieden van 7,21 % te bestaan! (Vergelijk dit maar eens met neef-nicht)

  • Mijn grootvader Keub is in de 8e graad verwant met Drik Höngens. Dit komt overeen met 0,29 %. Echter zijn feitelijke bloedverwantschap op basis van 4 verwantschapslijnen komt uit op 0,97%. Zijn zoon, mijn vader Zef, is echter voor 3,61% bloedverwant met Drik Höngens. Hij is in de 7 graad verwant langs zijn moederszijde en er bestaan 8 verwantschapslijnen (inclusief die van Keub) tussen hem en Drik Höngens. Ter vergelijking: zijn verwantschap met naamgenoot Mart Stevens is 3,41% en met Cla Höngens is 5,17%.

  • Volgens dezelfde systematiek, ben ik in het stappen- en gradensysteem voor 12,5% verwant met mijn neven en nichten, Echter met nicht Vera ben ik 12,55% (moeder Tummers komt uit Born) verwant, echter met neef Jean 12,84 % (vader Louis Storms uit Einighausen).

Voorbeelden te over. Bij de feitelijke uitwerking van verwantschap zal dit ook wel blijken.Van belang is in ieder geval om verder terug te kijken dan de huidige kwartierstaten (generaties) van personen want wellicht waren er in het verre verleden al relaties tussen betreffende families (voorbeeld 1). En minstens zo belangrijk is het om zowel langs de mannelijke als vrouwelijke lijn terug te kijken (voorbeeld 2).

Meteen ook wordt de beperking van mijn project “Einighausen 1700- 2000” zichtbaar. Ik beperk met tot de relaties tussen families in een beperkt geografisch gebied (Einighausen en soms een beetje verder). Eigenlijk (wetenschappelijk verantwoord gezien) zou je ook geografisch verder moeten kijken, want relaties tussen families doen zich ook op andere plaatsen dan Einighausen en omgeving voor (voorbeeld 3).



Het “knopensysteem” van H/ojrup Knud.
Deze Deen heeft in de jaren 1990 een systeem ontwikkeld om de feitelijke bloedverwantschap, meer dan in het gradensysteem, te berekenen. De opkomst van de genetica is hierbij zeer belangrijk geweest; genetici konden niet werken met het onbetrouwbare en onnauwkeurige gradensysteem.

Het “knopensysteem” van Knud is inmiddels wetenschappelijk breed geaccepteerd.


Het heeft mij de nodige tijd gekost om dit systeem te doorgronden en deze uitleg ga ik jullie besparen. Als je geïnteresseerd bent om te beginnen op:

http://www.knotsystem.dk/

Vanuit een genealogische database zoekt dit systeem naar (historische) knopen tussen families. Vaak vergezocht en zeker ook langs de vrouwelijke lijn (die vaak onderschat/vergeten wordt).

Zo ontstaan er heel veel verwantschapslijnen tussen families, afhankelijk natuurlijk van de omvang van de database: hoever terug in historie; aantal families; geografische spreiding. De gradenverwantschap is vaak klein, maar gecumuleerd ontstaan er zeer verrassende resultaten. (zie o.a. voorbeeld 1).
Het stamboom programma Aldfaer, waar ik ook mee werk, berekent bloedverwantschap op basis van dit systeem.

De cijfers over verwantschappen tussen families binnen Einighausen, gepresenteerd op deze pagina, is gebaseerd op dit systeem.


Mail me als je vragen/opmerkingen hebt.
Paul Stevens



Paul Stevens Pagina





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina