Elektriciteit



Dovnload 408.63 Kb.
Pagina1/6
Datum24.08.2016
Grootte408.63 Kb.
  1   2   3   4   5   6

Dir. B-M - Documentatie opleidingKenm.: M/TB/TOPL/010

Datum: 16.02.2006

Blz. / Elektriciteit

ELEKTRICITEIT


Inhoudstafel




Electrische eenheden

Inleiding
Wat is elektriciteit?
De elektriciteit is een vorm van energie.
Andere energievormen zijn:

warmte-energie (zonne-energie);

mechanische energie (turbine, dieselmotor);

windenergie (windmolens);

chemische energie (accu).
Elektrische energie kan worden opgewekt door de omvorming van een andere energievorm zoals:
mechanische energie (door dynamo, alternator);

chemische energie (accu). 


Elektrische energie kan op zijn beurt worden omgezet in andere energievormen afhankelijk van de toepassing:
in mechanische energie (b.v. een elektrische motor);

in warmte-energie (b.v. een elektrische verwarming).


De elektrische spanning
We doen een kleine proef om het begrip elektrische spanning uit te leggen.
In een glazen bokaal met verdund zwavelzuur wordt een koperen en zinken plaat gedompeld, die elkaar niet mogen raken.

We zien dat het lampje van een zaklamp, dat in de lamphouder werd geplaatst en verbonden aan die platen of elektroden door middel van 2 koperdraden, begint te branden.

Het feit dat de lamp brandt toont aan dat de twee elektroden niet in dezelfde toestand zijn.
De twee elektroden hebben een verschillende potentiaal of met andere woorden: er is een elektrische spanning tussen de koperen en zinken plaat.
Om dit beter te begrijpen kunnen we een eenvoudige elektrische stroomkring vergelijken met een hydraulische kring die bestaat uit twee reservoirs die elk tot op een verschillende hoogte met water zijn gevuld en door een buis met elkaar zijn verbonden.

µ §
We zien dat er tussen de niveaus A en B een hoogteverschil (h) bestaat, zodat de statische druk aan de linkerkant van de kraan (C) kleiner is dan aan de rechterkant.


Bij het openen van de kraan C zal als gevolg van dit drukverschil het water vloeien van B naar A tot de twee niveaus zullen gelijk zijn.
Reservoir B komt overeen met de koperen plaat, reservoir A komt overeen met de zinken plaat.
Als er een pomp wordt geïnstalleerd die het water van reservoir A naar reservoir B doet vloeien, blijft een stroom vloeien omdat het niveauverschil blijft bestaan.
In een stroomgenerator bestaat er tussen de twee polen een verschil in potentiaal, dat analoog is met het niveauverschil tussen de reservoirs.
Die twee polen worden omschreven als een positieve pool (+) en negatieve pool (-). In de elektrische stroomkring is de koperen plaat de positieve pool (+) en de zinken plaat de negatieve pool (-).
Wanneer een geleider de twee polen met elkaar verbindt vloeit er een elektrische stroom. Die elektrische stroom komt overeen met de waterstroom door de verbindingsbuis in het hydraulische model. De geleiders kunnen een verbruikstoestel zoals een lamp of motor voeden.
We komen overeen dat in de uitwendige kring van de bron de stroom van de positieve (+) naar de negatieve pool (-) vloeit.
De grootte van het potentiaalverschil tussen de polen van het element wordt uitgedrukt in de eenheid Volt (V).
Voorbeelden van spanningswaarden :

een batterij voor een zaklamp heeft een spanning van 1,5 V;

de batterijspanning voor het starten en de bediening van een personenwagen bedraagt meestal 12 V; voor een vrachtwagen bedraagt 24V;

De verlichting van een spoorwegvoertuig wordt meestal geleverd door een batterij van 24 V, 72 V of 110V;

De openbare verlichtingsnetten worden gevoed op 220 V~ (~ staat voor wisselspanning);

De bovenleiding van de NMBS wordt in het algemeen gevoed met 3000 V= (= staat voor gelijkspanning) of met 25000 V~


Afhankelijk van de toepassing worden verschillende types van spanningsbronnen gebruikt. Hierna volgen enkele voorbeelden van spanningsbronnen.
Elektrische cellen

De eenvoudigste elektrische cel is de Volta-cel.


De Volta-cel wordt wegens zijn weinig interessante eigenschappen weinig gebruikt.


Accumulatoren

Bepaalde elementen kunnen na uitputting herladen worden door toevoer van een elektrische stroom. Ze worden accumulatoren genoemd.


De eenvoudigste accumulator bestaat uit 2 elektroden (lood en looddioxide) die gedompeld zijn in verdund zwavelzuur.
De accumulatorenbatterijen worden veel toegepast bij de spoorwegen (verlichting van de rijtuigen, aanzetten van de dieselmotoren van de motorwagens, aandrijving van bepaalde stations- en werkplaatstractoren enz.)
Draaiende machines

Cellen en accumulatoren zijn slechts relatief kleine elektriciteitsproducenten. Om industriële elektriciteit in grote hoeveelheden te produceren worden draaiende machines (dynamo’s, alternatoren) gebruikt die elektrische energie produceren ten koste van de energie om ze aan te drijven. De principes van deze machines worden later uitgelegd; ze kunnen worden aangedreven door ofwel thermische machines (stoommachine, stoomturbine, dieselmotor enz.) ofwel door hydraulische machines (turbines).


De dynamo’s worden op het spoorwegmaterieel gebruikt om tractiemotoren te voeden bij de diesellocomotieven, om batterijen op te laden of voor de verlichting van rijtuigen.
De elektrische stroom

Uit het bovenstaande schema is gemakkelijk af te leiden dat de hoeveelheid water die per seconde door de buis stroomt afhangt van:


Het niveauverschil tussen de twee reservoirs;

De diameter van de buis;

De lengte van de buis.
De kring wordt dus door twee elementen gekenmerkt: het niveauverschil en het debiet.
Het niveauverschil in het hydraulische model stemt overeen met de spanning in een elektrische kring.

Een spanningsbron (gelijkspanning) wordt in een elektrisch schema voorgesteld door het volgende symbool:

Om een elektrische kring te kenmerken volstaat de spanning niet. De hoeveelheid lading die per seconde door de geleider vloeit moet eveneens gekend zijn.
De elektrische lading wordt uitgedrukt in Coulomb.
Een stroom van 1A (één ampère) wil zeggen dat er per seconde een lading van één Coulomb vloeit. De eenheid van elektrische stroomsterkte is de Ampère (A).
Het waterdebiet in het hydraulische model komt overeen met de stroomsterkte.
De stroom vloeit steeds van de positieve naar de negatieve pool.
De elektrische weerstand

We nemen als voorbeeld een elektrische kring die bestaat uit een spanningsbron en een verbruikstoestel R dat aangesloten is op de spanningsbron door middel van 2 koperdraden.


In deze kring is een voltmeter (V) geplaatst om de spanning tussen de klemmen van de spanningsbron te meten en een ampèremeter (A) om de stroomsterkte te meten.


Stel dat de voltmeter een spanning van 24 Volt aangeeft. We veronderstellen dat het verbruikstoestel R een gloeilamp is en dat de ampèremeter een stroomsterkte van 2,5 A aangeeft.
Als we die lamp vervangen door een elektrisch verwarmingstoestel geeft de ampèremeter 8 A aan.
We stellen vast dat voor éénzelfde voedingsspanning de lamp en het elektrisch vuurtje een verschillende stroom doorlaten. Het elektrische vuurtje laat een grotere stroom door dan de lamp: het elektrische vuurtje heeft dus een kleinere elektrische weerstand dan de lamp.

 Inleidende begrippen

De stroombron

De elektromotorische kracht (e.m.k.)

Spanningsbronnen kunnen eveneens worden gekenmerkt door de elektromotorische kracht E (EMK), een grootheid die soms wordt verward met de klemspanning U. Deze twee begrippen die allebei in Volt worden uitgedrukt, zijn nochtans verschillend.
Nemen we bij wijze van voorbeeld een Volta-element en veronderstellen we dat het niet aan een verbruikstoestel R is gekoppeld. Met een voltmeter V meten wij over de klemmen een spanning van 1,5 Volt, die de elektromotorische kracht van het Volta-element aangeeft.

Wanneer het element op een verbruikstoestel is aangesloten, verandert de klemspanning afhankelijk van de waarde van de geleverde stroom. We vinden nu de elektromotorische kracht van 1,5 Volt niet meer terug, maar een lagere spanning.


In een spanningsbron is de elektromotorische kracht steeds hoger dan de klemspanning U bij gesloten kring aangezien de inwendige weerstand Ri van de bron, doorlopen door een stroom I een spanningsval Ri.I veroorzaakt.


Bij een gesloten kring (aangesloten op een verbruikstoestel R), waarbij I „j 0 geldt:
U = E ¨C Ri.I met : E = de elektromotorische kracht;

U = de klemspanning;

Ri = de inwendige weerstand van de bron (meestal zeer klein);

I = de stroom van de bron.


In een open kring (I = 0):
U = E
De inwendige weerstand en de kortsluiting
Verbinden we de twee polen van een willekeurige spanningsbron met een koperen geleider van grote doorsnede waarvan de weerstand praktisch 0 is. We spreken over een kortsluiting. De stroom die in de kring vloeit is zeer groot en wordt enkel beperkt door de inwendige weerstand van de bron. Die weerstand wordt de interne weerstand genoemd. We merken op dat in spanningsbron zelf de stroom van de negatieve naar de positieve pool vloeit.
In de praktijk heeft een kortsluiting steeds uiterst gevaarlijke gevolgen omdat ze belangrijke stroomsterkten veroorzaakt.
De weerstand van een geleider

De weerstand R van een geleider hangt van de drie volgende factoren af:

het materiaal (koper, ijzer, aluminium enz.)

dedoorde doorsnede;

de lengte.
De weerstand van een geleider wordt als volgt berekend:

µ § met R = weerstand van de geleider [ƒÇ] ;

ƒâ = de specifieke weerstand van het materiaal [ƒÇ.mm²/m] ;

µ § = de lengte vand e geleider [m] ;

S = de doorsnede van de geleider [mm²].
Uit die formule blijkt dat de weerstand verkleint naarmate de geleider een grotere doorsnede en een kleinere lengte heeft.

De soortelijke (specifieke) weerstand ƒâ van het materiaal is de weerstand van het materiaal per lengte-eenheid (m) en per oppervlakte-eenheid (mm²).


De weerstand van een geleider is ook afhankelijk van de temperatuur van het materiaal. Om deze reden wordt de waarde van ƒâ steeds gegeven bij 0°C (rho).
Om de waarde van de weerstand te bepalen bij een hogere temperatuur moet rekening worden gehouden met de temperatuurcoëfficiënt ƒÑ (alpha).
De weerstand bij een temperatuur (T) wordt berekend aan de hand van de formule:
RT = R0 . (1 + Ą .T)
De volgende tabel vermeldt de waarden ĉ en Ą voor enkele gewone geleiders

metaalñákoper0,0170,00380zilver0,0160,00377konstantaan0,50,000005


Deze tabel toont ons het volgende:

zilver is de beste geleider maar zeer duur en dus weinig gebruikt;

konstantaan is uitermate geschikt voor de vervaardiging van weerstanden omdat de temperatuurscoëfficiënt klein is.

Oefeningen :


We willen een weerstand maken van 0,125 ƒÇ bij 0 °C uit koperdraad met een doorsnede van 3 mm². Hoe lang moet deze koperdraad zijn ?
We nemen een zilverdraad : de weerstand bij 70°C bedraagt 6 ƒÇ. De doorsnede bedraagt 0.5 mm2. Bereken de lengte van de draad..
We hebben een koperen kabel met een diameter van 2 cm en een lengte van 20 km. Bereken de weerstand van deze kabel als de temperatuur van de kabel 35 °C bedraagt.
Geleiders en isolerende stoffen
Als we de twee klemmen van een spanningsbron (accu, dynamo enz.) verbinden met een verbruikstoestel (gloeilamp) door middel van koperdraden dan stellen we vast dat de lamp brandt. Koperdraden hebben dus als eigenschap elektrische stroom door te laten. Ze worden geleiders van de elektrische stroom genoemd.
Als we nu echter de polen van de bron met een plastiekdraad verbinden, zal de lamp niet meer branden. Dit wordt verklaard door het feit dat de elektrische stroom niet kan vloeien door deze stof. Het is een niet-geleidende stof, de zogenaamde isolerende stof of isolator.
Geleiders

Metalen zijn doorgaans goede geleiders van de elektrische stroom. Ze worden daarom in toestellen en machines gebruikt.


Isolerende stoffen

Isolerende stoffen voorkomen kortsluitingen tussen onderdelen die onder spanning staan. Verder beletten ze dat iemand de onder spanning staande delen zou kunnen aanraken en op die manier zou kunnen geëlektrocuteerd worden.


Een isolator is een materiaal met een zeer grote soortelijke weerstand waardoor zelfs bij kleine doorsnede de stroom praktisch onbestaande is.
Een isolerende stof moet de volgende eigenschappen hebben:
De soortelijke weerstand moet zeer groot zijn opdat de lekstromen zeer klein zouden zijn;

moet mechanisch sterk zijn;

mag chemisch niet worden aangetast (door smeerolie);

moet haar eigenschappen behouden bij hoge temperatuur.


De meest gebruikte isolatoren zijn:
mica : zeer goed bestand tegen hoge temperaturen ; weinig mechanische weerstand ; nogal duur

vormpersstoffen op basis van bakeliet of polyester eventueel versterkt met glasvezel ;

thermohardende stoffen;

vernissen voor impregnatie of oppervlaktebescherming.

Elektrische cellen en accumulatoren

Elektrische cellen

De eenvoudigste elektrische cel is de Volta-cel.
In een bak met verdund zwavelzuur worden twee elektroden, één van koper en één van zink, gedompeld.
We dompelen een elektrode van koper en één van zink in het zwavelzuur: er is een chemische reactie.
Wanneer we beide elektroden met een weerstand R verbinden, heeft die reactie een stroom I tot gevolg. Die stroom I loopt, in de externe kring (weerstand), van de koperen elektrode naar de elektrode van zink. Bijgevolg wordt de koperen elektrode als de positieve pool en de zinken elektrode als de negatieve pool beschouwd.
In de elektrolyt vloeit de stroom van de zinken naar de koperen elektrode.

De elektronen stroom (e-) in de externe kring vloeit van de negatieve zinken elektrode naar de positieve koperen elektrode. In de elektrolyt vloeit de elektronen stroom van de koperen naar de zinken elektrode.

Door de scheikundige reactie met als gevolg de stroom vormt zich waterstofgas dat zich op de koperen elektrode afzet. Die afzetting van waterstofgas veroorzaakt een laag waardoor het potentiaalverschil vermindert. Dit fenomeen heet polarisatie. Ze is totaal ongewenst.

Om de polarisatie tegen te werken wordt in de elektrolyt een product (MnO2) toegevoegd.

Bij het opladen van die elektrische cel ontstaat er een reactie die verschilt van deze die ontstaat bij de stroomproductie. Die reactie is onomkeerbaar.
De accumulatoren

De accumulatoren zijn omkeerbare cellen. Bij het opladen van de accumulator wordt de energie omgezet in chemische energie. Die chemische energie kan opnieuw in elektrische energie worden omgezet.


Soorten accumulatoren
De accumulatoren kunnen volgens verschillende criteria worden gerangschikt:
µ §

Loodaccumulatoren


De loodaccu bestaat uit een bak van een isolerend materiaal gevuld met verdund zwavelzuur, waarin twee elektroden zijn ondergedompeld : de ene bestaat uit lood (Pb) (negatieve pool) en de andere uit looddioxide (PbO2) (positieve pool)..
De reactie die plaatsvond is omkeerbaar. Een ontladen loodaccu kan inderdaad opnieuw worden opgeladen.
Eigenschappen van de loodaccumulator
De temperatuur: een verhoging van de temperatuur verhoogt de capaciteit. (Aangroei van 1% per 0,01 °C boven de 25 °C)

Boven de 40 °C worden de platen te snel ingevreten.

In weinig opgeladen accu’s kan de elektrolyt bevriezen.
De veroudering: de scheikundige reacties bij het laden en ontladen wijzigt de kwaliteit van de elektroden en dus vermindert bijgevolg de capaciteit.

Nullast: een accu die lang is opgeborgen zal zich traag ontladen. Wanneer de accu niet geregeld wordt bijgeladen, kan er door sulfatering definitieve schade optreden. De sulfatering is zichtbaar door de blauwe schimmel. Om de goede staat van een accu te bewaren moet ze op geregelde tijdstippen worden bijgeladen.


Isolatie: De loodaccu moet in een geïsoleerde bak worden geplaatst. Die bak is meestal van kunststof.
Inwendige weerstand van een element
Hoe groter de capaciteit van een element, hoe kleiner de inwendige weerstand.

De inwendige weerstand van een element is zeer klein (ongeveer 0,001 ohm) .

Als de temperatuur stijgt, daalt de inwendige weerstand.
Accubatterij
Een accumulator levert slechts een e.m.k. E van „b 2V. Voor een industriële spanning van 6V ¨C 12V ¨C 24V ¨C 72V , moeten meerdere elementen in serie worden geschakeld. Een dergelijke groep heet een batterij.
Parallelschakeling van loodbatterijen
Er kunnen meerdere batterijen parallel worden geschakeld. Daardoor verhoogt de capaciteit. Opgelet: de batterijen mogen nooit « rusten », (d.w.z. noch in lading of in ontlading) want er is een eventuele stroom tussen de batterijen mogelijk zodat de ene in de andere ontlaadt. Dit is nefast voor de batterijen.
Serieschakeling van loodbatterijen
Dit heeft tot doel de spanning te verhogen.
De alkalische accu’s
Er zijn verschillende types van alkalische accu’s.
Nikkel-Ijzer accumulator (Ni-Fe)

Bij een volledig geladen accu bestaat de positieve elektrode uit nikkeloxide (NiO) en de negatieve elektrode uit ijzer (Fe).


De elektrolyt is een oplossing van kaliumhydroxide (KOH).

Cadmium-Nikkel accumulator (Ca-Ni)


Bij een volledig geladen accu bestaat de positieve elektrode uit nikkeloxide (NiO) en de negatieve elektrode uit cadmium (Ca).


De elektrolyt is een oplossing van kaliumhydroxide (KOH).

Vergelijking tussen alkalische en loodaccumulator


Op het vlak van constructie
µ §
Op het vlak van economie
µ §

Op elektrisch vlak


µ §

Besluiten


De keuze van het type batterij hangt van diverse factoren af:
het doel van de accu: start-, noodbatterij enz. ;

het beschikbare personeel voor het onderhoud en de herstelling;

het beschikbare budget;

de vereiste capaciteit.


Capaciteit
De hoeveelheid elektrische energie die een accu kan leveren wordt de capaciteit genoemd. Die hoeveelheid wordt uitgedrukt in Ampère-uur (Ah).
Om de capaciteit van een accu te doen stijgen, volstaat het om grotere en meerdere platen te nemen. Hierdoor stijgt de totale massa actief materiaal zodat meer scheikundige energie kan worden omgezet.
C = I. t (Ampère-uren)

Waarbij: C = capaciteit [Ah];

I = stroomsterkte [A];

t = tijd [u].

De wet van Ohm, arbeid en vermogen

De wet van Ohm


Een weerstand R en een ampèremeter A worden aangesloten op een accu (batterij).

De totale weerstand R van de kring bedraagt 2 Ă.


Als we de schakelaar S sluiten, geeft de ampèremeter een stroomsterkte van 0,7 ampère (A) aan.
We plaatsen nu een voltmeter V op de twee klemmen van de accu en we meten een potentiaalverschil (of spanning) van 1,4 V.
We stellen het volgende vast: 0,7 A. 2 Ă = 1,4 V.
We vervangen de eerste weerstand door een andere zodanig dat de totale weerstand 4 Ă bedraagt.

Als we de schakelaar S sluiten, geeft de ampèremeter een stroomsterkte aan van 0,35 A, want de weerstand R is verdubbeld en dus is de stroom gehalveerd. De voltmeter wijst nochtans een spanning U aan van 1,4 V.


Besluit
De stroomsterkte I die in een elektrische kring circuleert, is rechtstreeks evenredig met de aangelegde spanning U en omgekeerd evenrelig met de weerstand R. Dit is de wet van Ohm.
De stroomsterkte:

µ § in ampère (A) 

De spanning :
U = R. I in Volt (V)De weerstand:

µ § in Ohm (ƒÇ)

Oefeningen
Een spanningsbron van 100 V voedt een weerstand R van 100 V. Met een ampèremeter meten we een stroomsterkte van 4 A. Hoe groot is deze weerstand?
Een spanningsbron van 1 kV voedt een weerstand van 0,1 kĂ.

Welke stroom vloeit er door deze weerstand?


Een stroom van 0,1 kA stroomt door een weerstand van 1 mĂ.

Welke spanning staat er over deze weerstand?


De arbeid ( W)

Wat is arbeid ?


De arbeid, geleverd door een elektrische stroom I, is gelijk aan het product van de spanning U met de stroom I die door een gegeven punt gaat gedurende een bepaalde tijd t.
Formules

W = U. I. t


De eenheid van arbeid is de Joule.
arbeid = spanning x stroomsterkte x tijd = energie
Joule = Volt. Ampère. Seconde.

1 Joule = 1 V . 1 A . 1 s = 1 Ws (Wattseconde) = 1 Nm (Newtonmeter).

1 kWh (kilowattuur) = 1000 W . 3600 sec = 3600000 Nm.

Aangezien W = U . I . t en U = R . I, kunnen we afleiden dat:


W = R. I². t
Oefeningen
Hoeveel energie verbruikt een elektrisch vuurtje gedurende 6,5 uur en gevoed wordt met 230 V en een stroom trekt van 6,9 A? (in Joule en in kWh)
Hoeveel arbeid levert een stroom van 6,9 A die een weerstand van 500 Ă voedt gedurende 19 uur 36 minuten?
Het vermogen P

Wat is vermogen ?


Het vermogen van een elektrische stroom is de arbeid die wordt geleverd per eenheid van tijd
Formules

µ §
Vermogen = arbeid / tijd ;

= energie / tijd ;

= spanning stroom ;

= weerstand (stroom) ².
De eenheid van vermogen is de Watt.
µ § = Volt. Ampère = Ohm. (Ampère)².
Het stroomverbruik wordt door de teltoestellen aangegeven in wattuur of in kilowattuur (kWh-teller).
Bijgevolg wordt de verbruiksprijs van de stroom altijd berekend aan de hand van de arbeid van een toestel.

We hebben een lamp met een vermogen van 60 W aangesloten op een spanning van 120 V. Na één uur staat op de teller het cijfer 60, m.a.w. er is na dit uur een energieverbruik van 60 Wh.


De stroomsterkte door de lamp bedraagt: µ §

Deze lamp verbruikt 30 Wh per half uur, 60 Wh per uur, 120 Wh per 2 uur, 180 Wh per 3 uur enz.


Oefeningen
Een stroom van 5 A stroomt door een weerstand van 7 Ă. Hoeveel stroom is er verbruikt na 3,8 uur? Hoeveel vermogen heeft die weerstand? Na hoeveel tijd is er 26 kWh verbruikt?
Een elektrisch vuurtje heeft een vermogen van 3000 W en wordt gevoed op 230 V. Indien 1 kWh 4,6 BEF kost, hoeveel kost het dan om 12 uur te verwarmen? Hoeveel stroom trekt dit elektrische vuurtje? Hoeveel bedraagt de weerstand van dit vuurtje?
Een lamp van 100 W blijft een gans jaar branden (24h/24h en 365 dagen). Die lamp wordt gevoed met een spanning van 230 V. Wat is het stroomverbruik? Wat is de weerstand van die lamp? Wat is de kostprijs als één kWh 0,16 € kost?
De schakeling van weerstanden

Principe

Vermits er een analogie bestaat tussen elektrische kringen en hydraulische circuits, gaan we nu dieper in op de overeenkomsten tussen beide kringen.

Serieschakeling


Hydraulische kringElektrische kring

Twee turbines T1 en T2 zijn achter elkaar op dezelfde leiding gemonteerd. Het water komende uit het reservoir moet eerst de weerstand van de turbine T1 overwinnen alvorens de turbine T2 wordt bereikt, waar een nieuwe weerstand zich tegen de waterstroom verzet.De elektrische stroom, geleverd door de accu moet eerst door de lamp L2 vloeien, waar hij een weerstand ondervindt voor hij de lamp L1 bereikt, waar hij een nieuwe weerstand ondervindt om vervolgens naar de negatieve klem van de accu te stromen.


Wanneer het gloei-element van één van de twee lampen zou doorbranden, zal het andere niet beginnen branden omdat er geen elektrische stroom meer is, want de kring is onderbroken.

Parallelschakeling


Hydraulische kring.Elektrische kring.

De watertoevoerleiding van het reservoir vertakt zich in twee leidingen. In elke tak is er een turbine opgesteld.


De waterstroom van het reservoir verdeelt zich voor de turbines in twee. Een gedeelte loopt door de turbine T1 terwijl het andere gedeelte door de turbine T2 stroomt.



  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina