Elektronische Installatie-technieken derde graad tso



Dovnload 227.75 Kb.
Pagina2/3
Datum20.08.2016
Grootte227.75 Kb.
1   2   3

Interdisciplinaire probleemsituaties

Het geïntegreerd werken vereist het gebruik van kennis en vaardigheden uit diverse domeinen (schetsen, diverse uitvoeringstechnieken, praktijk, ict, …). Deze domeinen vormen een samenhangend geheel. Daar er geen splitsing in vakken is, gebeurt de integratie van kennis en vaardigheden uit diverse disciplines automatisch. De leraar – beter het lerarenteam – dient echter wel te zorgen voor een goed evenwicht tussen theorie en praktijk. De jaarplanning is hier bepalend. Een grote uitdaging is het bewaken van diverse leerlijnen.



Herhaling en terugkoppeling

Door telkens met nieuwe projecten te werken, waarin aspecten uit vorige projecten voorkomen, is er voortdurend herhaling en terugkoppeling mogelijk. Voor een doelgroep – TSO technieken – is dit, vanuit pedagogisch-didactisch standpunt, een groot pluspunt.



Succesbeleving

Elk project biedt een nieuwe kans op succesbeleving. De leerling heeft dus niet alleen kans op succesbeleving op het einde van een semester, op het einde van een leerjaar maar na elk nieuw project. Dit houdt dus in dat er permanent wordt geëvalueerd. De eindevaluatie baseert zich dan op een portfolio van gerealiseerde en geëvalueerde projecten.



    1. Projectmatig werken

Een mogelijkheid om integratie te bevorderen is het werken met projecten.

In de context van dit leerplan verstaan we onder project: “Op inzichtelijke wijze elektronische installatiewerkzaamheden starten, praktisch realiseren, individueel en/of in team en begeleiden”.

Binnen een project komen zowel kennis, vaardigheden en attitudes aan bod. Ook is er voortdurend aandacht voor evaluatie en bijsturing.

Kennis: begrippen en inzichten om een opgedragen taak inzichtelijk te kunnen uitvoeren. Dit betekent eenvoudig gezegd: het denken voor het doen, voorkennis en voorbereiding.

Vaardigheden en elementen nodig om de uitvoering te realiseren.

Evaluatie slaat zowel op het proces als op het product met als bedoeling om de eigen kennis en vaardigheden bij te sturen en aldus te komen tot kwaliteitsverbetering.

Onder attitude wordt verstaan: resultaatsgerichtheid, initiatief nemen, kostenbewustzijn, doorzetting, klantgerichtheid, kwaliteitszorg, werkmethodiek, discipline, interesse, sociale houding, …



    1. Aandachtspunten

      1. Het gebruik van Informatie en Communicatie Technologie (ICT)

Het is evident dat van de mogelijkheden die de computer, op het didactisch vlak biedt, optimaal gebruik moet worden gemaakt. Typische mogelijkheden die op dit leerplan betrekking hebben zijn:

  • het opzoeken van onder meer: kenmerken van materialen, gereedschappen en uitvoeringstechnieken via Internet, cd-roms, …

  • eenvoudige rekenbladen of geprogrammeerde formulieren om de kostprijs te berekenen,

  • programma’s ter ondersteuning van zelfevaluatie,

  • eenvoudige software om op een actieve manier kennis en inzichten te verwerven.

Er dient opgemerkt dat de programma’s die men aanwendt dermate gebruiksvriendelijk zijn dat de klemtoon ligt op de te verwerven leerplandoelstellingen en zeker niet op de beheersing van één of ander softwarepakket.

    1. De geïntegreerde proef

De geïntegreerde proef vormt een belangrijk onderwerp van het 2de leerjaar. Deze proef is enerzijds bedoeld als onderdeel van evaluatie, maar maakt anderzijds ook deel uit van de vorming, de opleiding. Voor de concretisering van de geïntegreerde proef verwijzen we naar:

  • de omzendbrief van 25 juni 1999 punt 8 “Evaluatie en bekrachtiging van de studies”,

  • naar het algemene kader in verband met de geïntegreerde proef van het VVKSO,

  • naar het vademecum in verband met de geïntegreerde proef specifieke invulling “studiegebied Koeling en warmte”, studierichting Koel- en warmtechnieken TSO.

    1. Welzijn op het werk en het behalen van een VCA B-attest

In dit leerplan werden de betreffende doelstellingen en inhouden opgenomen.

Voor de modaliteiten om het attest te behalen, verwijzen we naar de bevoegde organisaties en instanties.



V: Veiligheids-, gezondheids-, en milieumaatregelen.

C: Checklist of vragenlijst

A: Aannemers

In het kader van de certificatie VCA2000/03 moet elke werknemer een opleiding basisveiligheid (B-VCA) volgen. De verplichte opleiding is gebaseerd op de plicht om te voorzien in informatie en vorming, zoals bepaald wordt in het K.B. van 27 maart 1998 over het welzijnsbeleid tegenover werknemers.

Deze vorming komt overeen met vraag 4.2 van VCA2000/03. Dit is dus een verplichte vraag om het VCA certificaat te behalen, namelijk: “Zijn alle operationele medewerkers (langer dan 3 maanden in dienst) in het bezit van een VCA erkend diploma, certificaat of attest dat niet ouder is dan 10 jaar.
In dit leerplan werden de betreffende doelstellingen en inhouden samen opgenomen in het vak “Realisaties elektriciteit”. Het is echter evident dat deze ook in de andere vakken zullen aan bod komen wanneer dit noodzakelijk is. Het zou een meerwaarde voor de leerlingen inhouden indien zij dit attest kunnen verwerven bij het einde van het eerste jaar van de derde graad. Dit in het kader van een eventuele stage tijdens het tweede jaar.

Voor de modaliteiten om het attest - dat 10 jaar geldig is - te behalen, verwijzen we naar de bevoegde organisaties en instanties.

Provinciaal Veiligheidsinstituut
Jezusstraat 28, 2000 Antwerpen
Tel.: 03 203 42 00 - Fax: 03 203 42 30 –
E-mail: petra.verschueren@pvi.provant.be

Vormelek VZW


Heizel Esplanade, BDC 35


  1. Evaluatie

De evaluatie is geen doel op zich en maar dient om leerlingen te oriënteren, hen vooruit te helpen en het leerproces te sturen, niet om hen terecht te wijzen. Evaluatiemomenten zijn meer leermomenten dan beoordelingsmomenten.

Evalueren is meestal geen afzonderlijke activiteit meer maar wordt sterk geïntegreerd in het leerproces. De geloofwaardigheid en het succes van onderwijsvernieuwingen zoals “geïntegreerd” en “projectmatig” werken neemt toe indien leerlingen ervaren dat de evaluatie op een “aangepaste wijze” verloopt, zij passen hun leergedrag aan.

In de eerste plaats stellen we dat permanente- en zelfevaluatie sterk aangewezen zijn bij de geïntegreerde en projectmatige aanpak bij de realisatie van dit leerplan. Om de leerlingen toe te laten zichzelf en hun leerproces te evalueren is het uiteraard belangrijk dat de evaluatiecriteria goed begrepen en bekend zijn.

Evaluatiemomenten waarbij men gebruik maakt van meer “klassieke” evaluatiemiddelen zijn echter nog steeds verantwoord binnen deze benadering, maar ook dan dienen de evaluatiecriteria en –elementen op voorhand bij de leerlingen gekend te zijn.

De prestaties van de leerlingen dienen globaal gewaardeerd te worden en vanuit de meest diverse standpunten benaderd. Er dient op een evenwichtige wijze rekening gehouden te worden met zowel het proces als het product.

Bij de evaluatie worden de volgende aspecten in een verantwoord evenwicht in rekening gebracht, in overeenstemming met het profiel van de studierichting:



  • Cognitieve aspecten: kennen, begrijpen, inzien, toepassen …

  • Psychomotorische aspecten (vaardigheden): nadoen, beheersen, oog-hand-coördinatie, ritme, snelheid nauwkeurigheid

  • Attitudes: doorzetting, efficiëntie, sociale gerichtheid, …

    1. Procesevaluatie

De procesevaluatie kan gebeuren:

  • Aan de hand van een opvolging van de door de leerling geleverde prestaties waarin de neerslag (verwerking, reflectie en kritiek) ligt van het verwerkingsproces.

  • Door een regelmatige individuele begeleiding van de leerling die moet leiden naar zelfevaluatie waardoor de leerling zijn eigen handelen kan bijsturen om tot kwaliteitsverbetering te komen.

  • Langsheen de verschillende opeenvolgende oefeningen en opdrachten waaraan het inzicht en de persoonlijke vorming van de leerling kan getoetst worden.

Enkele indicaties in verband met procesevaluatie:

  • Gaat de leerling logische, gestructureerd en zorgvuldig te werk?

  • Ontwikkelt de leerling zelfredzaamheid en groeit hij/zij naar meer zelfstandigheid?

  • Maakt de leerling efficiënt gebruik van de ter beschikking gestelde gereedschappen en leermiddelen?

  • Voert de leerling een opdracht volgens voorschrift uit?

  • Voert de leerling spontaan controleberekeningen uit?

  • Reflecteert de leerling na het uitvoeren van opdracht?

    1. Productevaluatie

De productevaluatie kan gebeuren:

  • In de vorm van rechtstreekse communicatie: individuele gesprekken, groepsbesprekingen en overleg.

  • Als onrechtstreekse communicatie: bespreking van het werk van de leerling, onderlinge vergelijkingen en tegenstellingen.

Enkele indicaties in verband met productevaluatie:

  • Is een tekening conform de normen?

  • Is het resultaat van een berekening correct?

  • Voldoet de uitvoering van een installatie aan de vooropgestelde eisen?

  1. Leerplandoelstellingen, leerinhouden en didactische wenken

Doelstellingen met de vermelding (U) kunnen bij uitbreiding worden nagestreefd. Alle andere doelstellingen moeten worden bereikt.

    1. Planning, veiligheid, milieu en zelfevaluatie

      1. Planning

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Een planning van de gezamenlijke werkzaamheden in overleg opstellen, bijsturen en evalueren

  • Planning van de gezamenlijke werkzaamheden

  • Planning van de eigen werkzaamheden

  • Afspraken in overleg

  1. De materialen- en productenstroom in de school herkennen

  • Materialen, producten

  • Toevoer, verwerking, afvoer

  1. De eigen werkplek inrichten en deze zo efficiënt mogelijk organiseren

  • Werkplekinrichting

  • Werkplekorganisatie

  1. De eigen werkplek opruimen en onderhouden

  • Het opruimen van de werkplek.

  • Het onderhouden van de werkplek

  1. De nodige materiaalhoeveelheden berekenen

  • Bruto hoeveelheid

  • Netto hoeveelheid

  • Materiaalverlies

  1. De materiaalkostprijs berekenen

  • Materiaalkostprijs

  • Winstmarge

  • Prijszetting

  1. Van de uitgevoerde werken onderdelen de uitvoeringstijd noteren

  • Uitvoeringstijd bepalen

  • Uitvoeringstijd schatten

DIDACTISCHE WENKEN

  • Probeer aan de hand van sprekende voorbeelden de leerlingen te laten inzien dat het team met een bepaalde planningsmethode antwoord moet geven op de vraag: 'wie', 'wat' gaat doen, 'hoe', 'wanneer' en 'voor hoeveel'.

  • Geef leerlingen de kans om in overleg werkzaamheden te plannen, bij te sturen en te evalueren. Geef voldoende feedback en beklemtoon voornamelijk de positieve kanten van hun voorstellen. Laat hun ook ervaren wat minder goede voorstellen inhouden op het vlak van efficiënte, het afstemmen van ieders inbreng, op kwaliteit… Laat de leerlingen ook een verslag maken over dit overleg. Spreek terzake ook af met de leraren algemene vakken.

  • Toon, aan de hand van beeldend materiaal uit de praktijk, het belang aan van de plaats van het materieel en het materiaal bij een werkplaatsinrichting. Leg ook het verband tussen een goed ingerichte werkplek, het rendement, de netheid, de productiekostprijs en het opruimen na de werktijd.

  • Voldoende toelichten dat bij de aanvang van het project nooit alle parameters in detail gekend zijn, maar duidelijker worden naargelang de vorderingen van de werkzaamheden. Het is dus belangrijk dat in de beginfase de parameters zo goed mogelijk worden omschreven en bij opvolging zo goed mogelijk wordt geanticipeerd op onverwachte gebeurtenissen.

  • Schenk tijdens bedrijfsbezoeken aandacht aan de bedrijfsorganisatie bestudeer de inrichting van de werkplaats en de goederenstroom. Laat eventueel bedrijfsdeskundigen een les in de school mee ondersteunen.

  • Schenk voldoende aandacht aan het naleven van de interne afspraken in de school. Leg de link met afspraken die in het bedrijfsleven worden gemaakt.

  • Laat de leerlingen ervaren dat een degelijke werkvoorbereiding noodzakelijk is om rendabel en efficiënt te werken.

  • Stel gegevens ter beschikking van werkelijke uitvoeringstijden en laat leerlingen deze noteren van de werkzaamheden die ze zelf uitvoeren. Toon de invloed ervan aan op de voorziene planning en licht de bijsturingmogelijkheden voldoende toe.

  • Laat tabellen maken/invullen met de nodige materiaalhoeveelheden. Maak gebruik van eenvoudige computerprogramma’s om de berekeningen uit te voeren/ te controleren.

      1. Veiligheid – Milieu

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De voorschriften in verband met basisveiligheid naleven.

  • Aandachtspunten

  • Mogelijke risico’s en ongevallen

  • Gevaarlijke producten

  • Brand en ontploffingsgevaar

  • Gereedschap en machines

  • Struikelen, uitglijden en vallen

  • Signalisatie

  • Te treffen maatregelen

  • Werkvergunningen

  1. De gevaren van de elektriciteit voor personen en omgeving toelichten.

  • Gevaren

  • kortsluiting

  • overbelasting

  • brandgevaar



  1. De eigen bevoegdheid toelichten.

  • Codificatietabel art. 47 van het AREI

  1. De gevaren verbonden aan elektriciteit in het algemeen en de betrokken installatie in het bijzonder toelichten.

  1. Handelen volgens de procedures eigen aan de betrokken elektrische installaties

  • Werken en werkzaamheden

  • buiten spanning

  • onder spanning

  • Procedures voor exploitatiewerkzaamheden op de oefeninstallaties

  • Procedures voor exploitatiewerkzaamheden op de vaste elektrische installatie

  1. De collectieve veiligheidsvoorzieningen herkennen en volgens de verstrekte richtlijnen handelen.

  • Collectieve beschermingsmiddelen

  1. Persoonlijke beschermingsmiddelen volgens verstrekte richtlijnen gebruiken.

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

  1. Gevaarlijke situaties herkennen, melden en volgens verstrekte richtlijnen handelen.

  • Gevaarlijke situaties eigen aan werkplek

  1. De werking en veiligheidsvoorschriften van de te gebruiken machines, gereedschappen en hulpmiddelen toelichten.

  • Machine-, gereedschaps- en hulpmiddelen

  • Machine-instructiekaart

  • Machineveiligheidsinstructies

  1. De elementaire voorzieningen van een EHBO-kit kennen.

  • EHBO-kit

  1. De nodige maatregelen die men bij een ongeval mag en kan treffen kennen.

  • EHBO

  1. De verstrekte richtlijnen op het vlak van milieu naleven.

  • Milieuvoorschriften

  • Sorteren van afval

  • Afvalvoorkoming en –verwerking



  1. Maatregelen nemen om op een milieuvriendelijke wijze te werken.

  • Duurzaam construeren

  • Duurzaam materiaalgebruik

  • Levenscyclus van materialen

  • Recyclage

  1. Producten, materialen, afvalstoffen volgens afspraak en voorschriften verhandelen, bewerken, verwerken, sorteren en opslaan.

  • Kenmerken van producten en materialen

  • Verhandelen, bewerken, verwerken

  • Sorteren

  • Opslaan



  1. De ergonomische voorzieningen bij een werkpost herkennen, bij het werken een ergonomische werkhouding aannemen en lasten ergonomisch tillen, dragen en hijsen.

  • Aangepaste voorzieningen

  • Ergonomische werkhouding

  • Lasten tillen, dragen, hijsen

DIDACTISCHE WENKEN

  • Wijs op de overeenkomsten tussen de in de school na te leven afspraken en deze die in het bedrijfsleven gelden.

  • Bij de doelstelling over de persoonlijke veiligheidsvoorschriften verwijzen sommige leerinhouden naar het te behalen VCA-attest. Vermits heel wat van onze leerlingen tewerkgesteld worden in aannemingsbedrijven waar een zo’n certificering wordt gevraagd, is het zinvol hier voldoende aandacht aan te schenken.

  • Besteed bijzondere aandacht aan voorschriften in verband met preventie, persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen, hygiëne en milieu. Let er op dat elke leerling alvorens aan het werk te gaan aan een machine voldoende geïnstrueerd is over het werken ermee en de gevaren die ermee gepaard gaan. Zie toe op het noteren ervan in de agenda. Heb oog voor eventuele afwezigen.

  • Verwijs naar de impact van op het milieu bij de winning, productie, verwerking gebruik en verwerking na gebruik van materialen. Maak de leerlingen bewust van de richtlijnen inzake giftige stoffen, hierbij wordt bijzonder gedacht aan de loodhoudende stoffen, maar ook gebruikte zuren en de milieuonvriendelijke afvalproducten bij de productie en herstelling van elektronische schakelingen en toestellen.

  • Laat niet toe dat de leerlingen werken onder spanning, ook niet op zeer lage veiligheidsspanning. Het is belangrijk dat de leerlingen de attitude ontwikkelen om voor het aanvatten van de werkzaamheden hun installatie te scheiden.

  • Bij het opvolgen en handelen volgens voorgeschreven procedures dienen controlewerkzaamheden zoals, visueel onderzoek, metingen, proeven en fouten opsporen te gebeuren met meetsnoeren die het onmogelijk maken naakte onder spanning staande delen aan te raken.

  • De overdracht van bevoegdheid geldt zolang de leerlingen zijn toevertrouwd aan een bevoegd verklaarde leerkracht. Zorg ervoor dat de leerlingen zich bewust zijn van hun bevoegdheden.

      1. Zelfevaluatie

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Na het uitvoeren van de werkzaamheden, in team, de constructie en het constructieproces evalueren en op basis daarvan voorstellen formuleren tot bijsturen.

  • Productevaluatie

  • Procesevaluatie

  1. De evaluatiecriteria opstellen en opvolgen.

  • Evaluatiecriteria

  • Productcontrole

  • Procescontrole

  1. Tijdens de uitvoering van constructies, uitvoeringsfouten ontdekken en oplossingen formuleren.

  • Uitvoeringsfouten

  • Suggesties tot bijsturen

  1. Hedendaagse inzichten op het vlak van kwaliteitscontrole met eigen woorden uitleggen.

  • Demingcirkel

DIDACTISCHE WENKEN

  • Bij het evalueren is het belangrijk dat individuele leerlingenevoluties kunnen worden vastgesteld.

  • Leer de leerling meer en meer zichzelf en het eigen werk te evalueren.

  • Zorg ervoor dat evaluaties dicht aansluiten bij de werkzaamheden waarmee de leerlingen echt bezig zijn. Enkel op die manier kan er aan remediëring worden gedaan.

    1. Aandachtspunten bij projecten

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Defecte componenten desolderen in een bestaande schakeling.

  • Technieken voor het desolderen van componenten

  1. Gegevens van een gegeven component opzoeken in de daartoe voorziene media

  • Databoeken

  • Internet

  1. Doelgericht gebruik maken van een CAE pakket.

  1. Doelgericht gebruik maken van een EDA pakket.

  • Algemeenheden

  • Schema’s opvragen en bewaren

  • Bibliotheekbeheer

  • Eigen componenten aanmaken

  • ERC (Electrical Rule Check)

  1. Een netlijst aanmaken en importeren in een PCB pakket.

  • Componentenlijsten

  • Netlijsten

  • Importeren in een PCB pakket

  1. Een PCB ontwerpen rekening houdend met opgelegde ontwerpregels en de productie ervan voorbereiden en/of uitvoeren.

  • Plaatsen van de componenten

  • Manueel routen van het ontwerp

  • Automatisch routen

  • DRC (Design Rule Check)

  • wat

  • waarom

  1. Een PCB manueel bestukken, solderen, aansluiten en testen.

  • Conventionele componenten

  • SMD

  1. De productie van een ontwerp volledig voorbereiden.

  • Rack bestanden

  • Boor bestanden

  • Gerber bestanden

  • Pick en place bestanden

  • Milling (U)

  1. De montage van een elektromechanisch project plannen, voorbereiden, uitvoeren en eventueel de montage coördineren.

  • Chassisonderdelen

  • schakelaars, potentiometers

  • motoren, andere bewegende onderdelen

  • Klein elektromechanisch materiaal

  • afstandsbussen, e.d.

  • Bekabeling

  1. De technische documentatie van diverse toestellen analyseren en de functionaliteit van het toestel aan de hand van het schema toelichten.

  • Audioversterker

  • Cassetterecorder

  • CD/DVD-speler

  • Videorecorder

  • Tuner(s)



1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina