Elektrotechnieken tweede graad tso



Dovnload 270.52 Kb.
Pagina1/5
Datum22.07.2016
Grootte270.52 Kb.
  1   2   3   4   5



elektrotechnieken

tweede graad tso




LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

September 2009

VVKSO – BRUSSEL D/2009/7841/002





Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel






elektrotechnieken

tweede GRAAD tso




LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

VVKSO – BRUSSEL D/2009/7841/002

September 2009

(vervangt leerplan D/2002/0279/020 met ingang van 1 september 2009)




Inhoud

Plaats van dit leerplan in de lessentabel 5

1 Studierichtingprofiel 6

1.1 Elektrotechnieken in het tso curriculum van het studiegebied Mechanica-elektriciteit 6

1.1 Elektrotechnieken in het tso curriculum van het studiegebied Mechanica-elektriciteit 6

1.2 Instroom 7

1.2 Instroom 7

1.3 Profilering van Elektrotechnieken t.o.v. Elektrische installaties. 7

1.3 Profilering van Elektrotechnieken t.o.v. Elektrische installaties. 7

1.4 Vorming vertrekkend van een christelijk mensbeeld 8

1.4 Vorming vertrekkend van een christelijk mensbeeld 8

1.5 Algemene doelstelling van de studierichting Elektrotechnieken 8

1.5 Algemene doelstelling van de studierichting Elektrotechnieken 8

1.6 Uitstroom 9

1.6 Uitstroom 9

2 Algemene pedagogisch-didactische wenken 10

2.1 Integratie van theorie en proefondervindelijk waarnemen 10

2.1 Integratie van theorie en proefondervindelijk waarnemen 10

2.2 Projectmatig werken 10

2.2 Projectmatig werken 10

2.3 Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ict) 12

2.3 Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ict) 12

3 Evaluatie 13

3.1 Procesevaluatie 13

3.1 Procesevaluatie 13

3.2 Productevaluatie 14

3.2 Productevaluatie 14

3.3 Zelfevaluatie 14

3.3 Zelfevaluatie 14

4 Leerplandoelstellingen, leerinhouden en didactische wenken 15

4.1 Te integreren doelstellingen 15

4.1 Te integreren doelstellingen 15

4.2 Specifieke doelstellingen, Installatiemethoden en realisaties 19

4.2 Specifieke doelstellingen, Installatiemethoden en realisaties 19

4.3 Specifieke doelstellingen, Elektriciteit 35

4.3 Specifieke doelstellingen, Elektriciteit 35

5 Minimale materiële vereisten 47

5.1 Installatiemethoden en praktijk 47

5.1 Installatiemethoden en praktijk 47

5.2 Elektriciteit 52

5.2 Elektriciteit 52

6 Bibliografie 54

6.1 Naslagwerken 54

6.1 Naslagwerken 54

6.2 Nuttige adressen op het internet 54

6.2 Nuttige adressen op het internet 54

6.3 Aanbevolen software 55



6.3 Aanbevolen software 55



    Plaats van dit leerplan in de lessentabel



Studierichting

Elektrotechnieken tweede graad tso







Pedagogische vakbenaming

Installatiemethoden en realisaties (zie 4.2 in leerplan)

Administratieve vakbenaming

PV + TV Elektriciteit

Specifiek gedeelte

12-14 uur in eerste en tweede leerjaar







Pedagogische vakbenaming

Elektriciteit (zie 4.3 in leerplan)

Administratieve vakbenaming

TV Elektriciteit

Specifiek gedeelte

3-4 uur in eerste en tweede leerjaar

  1. Studierichtingprofiel

    1. Elektrotechnieken in het tso curriculum van het studiegebied Mechanica-elektriciteit

Eerste graad

2de leerjaar




Tweede graad

1ste en 2de leerjaar




Derde graad

1ste en 2de leerjaar




Derde graad

3de leerjaar













Mechanica-elektriciteit

Mechanische technieken

Autotechnieken

Toegepaste autotechnieken







Mechanische vormgevingstechnieken

Computergestuurde mechanische productietechnieken




Mechanica constructie- en planningstechnieken







Koel- en warmtechnieken

Industriële koeltechnieken




Industriële warmtetechnieken







Kunststoftechnieken

Kunststof

vormgevingstechnieken









Orthopedie

technieken



Orthopedische instrumenten







Vliegtuigtechnieken













Elektrotechnieken

Elektrische Installatietechnieken

Stuur- en beveiligingstechnieken







Elektronische installatietechnieken

Audio-, video-, en teletechnieken







Industriële ICT

Industriële computertechnieken













Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen













Elektromechanica

Elektromechanica

Industriële onderhoudstechnieken










Elektriciteit-elektronica

Elektriciteit-elektronica

Regeltechnieken

De plaats van de 2de graad Elektrotechnieken wordt in bovenstaand curriculumschema aangegeven. Dit schema – dat van links naar rechts wordt gelezen – geeft een aantal studierichtingen weer in een aantal studiegebieden van de tweede en de derde graad. Het studiegebied mechanica-elektriciteit start vanaf de tweede graad. Uit het schema blijkt dat de studierichting Elektrotechnieken 2de graad:

  • naadloos aansluit op de basisoptie Mechanica-elektriciteit in de 1ste graad;

  • de logische onderbouw is voor de 3de graad Elektrische installatietechnieken, Elektronische installatietechnieken en Industriële ict.

    1. Instroom

Alle leerlingen hebben een uitgesproken interesse voor techniek. Ze hebben in de eerste graad technologisch-technische basisinzichten, -vaardigheden en attitudes verworven. De studierichting Elektrotechnieken 2de graad bouwt hierop verder.

Bovendien hebben leerlingen die uit de basisoptie Mechanica-elektriciteit instromen reeds tal van vakspecifieke vaardigheden verworven.

Leerlingen die niet uit de basisoptie Mechanica-elektriciteit instromen, kunnen bij de start van de studierichting aan de hand van ter beschikking gesteld aangepast cursusmateriaal en het uitvoeren van aangepaste oefeningen, begeleid zelfstandig de startcompetenties nastreven.

Gezien de aard en de vereisten van een aantal beroepen waarop deze studierichting voorbereidt, moet er bij de oriëntering van de leerlingen worden op gewezen dat voor heel wat beroepen in deze sector bepaalde beroepsdrempels gelden. Er moet daarbij aandacht worden gegeven aan mogelijke belemmerende factoren: letsels die de fysieke inspanning of het motorisch functioneren beletten of bemoeilijken, gewrichts- en rugaandoeningen, beperkt gezichtsvermogen, aandoeningen aan de luchtwegen, producteczeem, contacteczeem en allergieën, kleurenblindheid.



    1. Profilering van Elektrotechnieken t.o.v. Elektrische installaties.

Elektrotechnieken 2de graad tso

De studie van een uit te voeren project

Elektrische installaties 2de graad bso

Het uitvoeren van een project

Communiceren om het concept van de werkzaamheden te begrijpen en de uitvoering voor te bereiden.

Communiceren om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

Zelfstandig een opdrachtgebonden dossier samenstellen en beheren

Onder begeleiding een opdrachtgebonden dossier samenstellen en beheren

De noodzakelijke uitvoeringsrichtlijnen formuleren om de gevraagde kwaliteitscriteria te bereiken

De kenmerken van het concept begrijpen en voorzieningen treffen om de uitvoering ervan mogelijk te maken.

De uitvoering voorbereiden opvolgen en bijsturen.

Onder leiding de werkzaamheden uitvoeren volgens opgelegde kwaliteitscriteria.

50% van de beschikbare tijd gaat naar conceptstudie, 50% naar uitvoering.

25% van de beschikbare tijd gaat naar conceptstudie, 75% naar uitvoering.

Hoewel beide studierichtingen hetzelfde globaal project nastreven moet het onderscheid tussen beiden bewaakt worden. Leerlingen uit de studierichting Elektrische installaties zullen in eerste instantie hun projecten begeleid verwezenlijken, leerlingen uit de studierichting Elektrotechnieken zullen daarentegen alle werkzaamheden zelfstandig uitvoeren en zonodig ontwerpfouten structureel bijsturen en documenteren.

    1. Vorming vertrekkend van een christelijk mensbeeld

Ons onderwijs streeft de vorming van de totale persoon na waarbij het christelijk mensbeeld centraal staat. Onderstaande waarden zijn dan ook steeds na te streven tijdens alle handelingen:

  • Respect voor de medemens;

  • Solidariteit;

  • Zorg voor milieu en leven;

  • Respectvol omgaan met eigen geloof, anders gelovigen en niet-gelovigen;

  • Vanuit eigen spiritualiteit omgaan met ethische problemen (geneeskunde, milieu, wetenschap …);

  • Respectvol omgaan met eigen lichaam (seksualiteit, gezondheid, sport …).

    1. Algemene doelstelling van de studierichting Elektrotechnieken

De studierichting Elektrotechnieken heeft de dubbele doelstelling;

Voldoende kennis, inzichten en attitudes verwerven om;

  • de vervolgopleidingen 3de graad Elektrische installatietechnieken, Elektronische installatietechnieken, Industriële ICT, te volgen;

  • een moderne huishoudelijke elektrische installatie te ontwerpen, de installatie ervan voor te bereiden, uit te voeren en desgevallend te coördineren.

Elektrotechnieken is daarom een studierichting die zich richt op jongeren met uitgesproken motorische vaardigheden, een voldoende sterk analytisch vermogen en een ruime praktische belangstelling voor de technologie en technieken uit het vakgebied elektriciteit.

      1. Te integreren doelstellingen

De leerling:

  • is er zich bewust van welke de verwachtingen zijn bij het volgen van de studierichting Elektrotechnieken en kent de mogelijkheden om een beroepscarrière uit te bouwen;

  • plant, binnen de gegeven opdracht, de werkzaamheden op een ecologische en kostprijsbewuste manier;

  • verantwoordt de geplande werkzaamheden ten overstaan van zijn directe overste en de opdrachtgever/klant;

  • houdt rekening met geldende reglementering en past deze consequent toe om zijn veiligheid, deze van zijn teamgenoten en tenslotte die van de eindgebruiker te garanderen.

  • voert, binnen de gegeven opdracht, de werkzaamheden uit en treedt zonodig coördinerend – leidinggevend op;

  • beoordeelt kritisch en zelfstandig de uitgevoerde werkzaamheden op een volledig correcte, kwalitatieve uitvoering.

      1. Specifieke doelstellingen

De leerling:

  • ontwerpt een moderne huishoudelijke elektrische installatie, rekening houdende met de nieuwste technologische ontwikkelingen;

  • plant de installatie van moderne huishoudelijke elektrische installaties;

  • voert zelfstandig de installatie van moderne huishoudelijke elektrische installaties, en kan een klein team aansturen.

  • voert, kostprijsbewust, herstellingen uit aan elektrische toestellen;

  • stelt ecologisch verantwoorde oplossingen voor, dimensioneert en installeert ze.

      1. Na te streven attitudes

Het is belangrijk om attitudes bewust en expliciet op diverse momenten na te streven. Attitudes die bijzondere aandacht verdienen zijn:

De leerling:



  • voltooit, volgens afgesproken regels en afspraken binnen de gestelde tijd, de opdracht kwaliteitsvol en kostprijsbewust;

  • past zich aan bij wijzigende omstandigheden (andere materialen, andere gereedschappen, nieuwe opdrachten, nieuwe technologieën, …) en probleemsituaties;

  • functioneert in team, met het oog op tevredenheid van zichzelf en van anderen;

  • leeft zich in in de situatie, de cultuur en de filosofische overtuiging waarin de medemens leeft;

  • beoordeelt de uitgevoerde werkzaamheden kritisch op de volledige vooropgestelde vereisten;

  • communiceert vlot in de eigen taal met het oog op:

  • het zich verantwoorden ten opzichte van zijn directe overste of gebruiker/klant;

  • het bevorderen van de samenwerking in teamverband;

  • het actief deelnemen aan gesprekken omtrent de te volgen werkstrategieën;

  • het invullen van werkverslagen en documenten in het kader van een opdracht.

  • het actief meewerken aan het veiligheidsbeleid;

  • het naleven van de voorschriften op het vlak van gezondheid, hygiëne en ergonomie;

  • werkt actief mee aan een milieuvriendelijke leefwereld.

Al deze attitudes terzelfder tijd nastreven is uiteraard onmogelijk. Het is daarom aangewezen om in functie van de opdracht telkens één of enkele attitudes expliciet te benadrukken.

    1. Uitstroom

Na de tweede graad van de studierichting ‘Elektrotechnieken’ zullen de leerlingen vooral doorstromen naar de derde graad:

  • Elektrische installatietechnieken

  • Elektronische installatietechnieken

  • Industriële ICT.

  1. Algemene pedagogisch-didactische wenken

De vorming leunt sterk aan op wat typisch en attractief is voor het betreffende arbeidsveld. De leerlingen ervaren dagelijks de samenhang tussen het lesgebeuren en het arbeidsproces in het beroepsleven. Het lesgebeuren streeft naar de vorming van beroepsfiere technici.

Vanuit pedagogisch-didactisch standpunt is het absoluut noodzakelijk een degelijke, duidelijke samenhang tussen de deelgebieden te realiseren. Een eerste stap om op dit vlak goede resultaten te bereiken is vertrekken vanuit het geïntegreerd en projectmatig werken.

Alle technologische aspecten van een residentiële elektrische installatie komen zinspelend op elkaar aan bod. Hierbij wordt het verwerven van encyclopedische kennis vermeden. De leerlingen verwerven daarentegen de attitude en methoden om de gepaste bronnen te raadplegen.

Dergelijke aanpak bevordert sterk de succeservaring en het welbevinden van de leerlingen. Een aantal randvoorwaarden om deze vernieuwde aanpak te realiseren dienen vervuld te zijn: voldoende ruimte en uitrusting, aangepaste leermiddelen …



    1. Integratie van theorie en proefondervindelijk waarnemen

Enkele aspecten van het vakdomein van de residentiële installateur behelzen basiswetenschappelijke competenties omtrent de elektriciteit. Deze technisch-theoretische competenties worden geïntegreerd aangeboden.

In de context van dit leerplan verstaan we onder een geïntegreerde aanpak een methodiek waarbij theorie wordt opgebouwd uit proefondervindelijk waarnemen en beiden verder betrokken op elkaar aan bod komen.

Er wordt echter rigoureus gewaakt over de samenhang meer praktisch georiënteerde te behalen doelstellingen.


    1. Projectmatig werken

In de context van dit leerplan wordt gewerkt aan een globaal project: het ontwerp en de realisatie van de residentiële elektrische installatie. Zowel cognitieve als meer uitvoeringsgerichte doelstellingen komen hierbij betrokken op elkaar aan bod.

Elk deelproject start vanuit een duidelijke probleemomschrijving en verloopt volgens het technologisch proces waardoor de leerlingen regelmatig zichzelf en hun realisaties dienen te evalueren.

De grootste uitdaging is het kiezen van geschikte deelprojecten in een logisch en pedagogisch verantwoord continuüm. Belangrijke richtlijnen hierbij zijn:


  • projecten dienen om de leerplandoelstellingen te realiseren.

  • projecten zijn zinvol, vermijd in ieder geval opdrachten waar enkel de “vaardigheid op zich” centraal staat.

  • elk project schenkt aandacht aan het technologisch proces.

  • elk project vertrekt steeds vanuit een voorbereiding en planning.

  • de moeilijkheidsgraad van de projecten neemt geleidelijk toe.

  • elk nieuw project refereert enerzijds naar kennis en vaardigheden uit vorige projecten maar biedt anderzijds ook telkens iets nieuws aan.

  • beperk de projecten in de tijd.

      1. Projectdossier en dossiers van deelprojecten

Omwille van deze didactische aanpak kan de leerling, volgens het profiel van de studierichting, een “dossier van (deel)projecten” bijhouden en aanvullen. Dit biedt heel wat voordelen: gans de leerstof kan erin worden gebundeld, het kan het persoonlijk werk van de leerling bevatten en het kan aangeven hoe de leerling heeft gepresteerd en hoe hij werd geëvalueerd.

Mogelijke dossierinhouden:



  • een omschrijving van de opdrachten en de gestelde kwaliteitseisen;

  • verwijzingen naar informatiebronnen zoals brochures, handboeken, technische fiches, cd-rom’s en websites;

  • verwerkingsdocumenten in verband met de voorkennis zoals samenvattingen, geformuleerde oplossingen en verantwoording van gemaakte keuzen;

  • tussentijdse opdrachten en toetsen;

  • documenten in verband met de voorbereiding;

  • documenten in verband met evaluatie en rapportering;

  • foto’s van de realisatie.

Hierbij moet worden opgemerkt dat dossiers gaandeweg door de leerlingen worden samengesteld en aangevuld.

      1. Hoe vertalen in een jaarplan?

Wanneer alle projecten afgewerkt zijn dienen alle leerplandoelstellingen één of meerdere malen aan bod te zijn gekomen. Om het overzicht te behouden worden de leerplandoelstellingen het best opgelijst, wordt bijgehouden in welke projecten ze aan bod komen, welke diepgang er wordt gevraagd en bereikt, welke evaluatiemethoden er worden gehanteerd, welke elementen van belang zijn voor bijsturing, welke punten in een volgend project extra aandacht vragen.

Dit overzicht vervult tevens de rol van jaarplan.



      1. Randvoorwaarden

Hieronder worden enkele essentiële voorwaarden die deze leerplanvisie ondersteunen opgesomd:

  • Deze visie vraagt een zorgvuldige keuze en opbouw van de diverse (deel)projecten.

  • De meest geschikte opbouw van de leerstofonderdelen wordt bestudeerd en door het lerarenteam gedragen. Alle actoren dienen deze vormingsvisie te steunen en blijvend te stimuleren.

  • Een krachtige leeromgeving met aangepaste infrastructuur en voldoende ruimte om aan projecten te werken. Een werkplaatsklas is hiervoor zeer geschikt.

  • De leerkrachten coachen en inspireren hun leerlingen om eigenhandig hun opleiding te sturen.

  • Polyvalente en gedreven leerkrachten die niet de inhoud maar de leerling centraal plaatsen.

  • Aangepaste leermiddelen en evaluatie-instrumenten moeten worden ontwikkeld.

  • Beperkte klasgroepen om via differentiatie recht te doen aan elke individuele leerling.

    1. Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ict)

      1. Algemeen

Van de didactische mogelijkheden van de computer dient optimaal gebruik te worden gemaakt.

Typische mogelijkheden die op dit leerplan betrekking hebben zijn:



  • Het opzoeken van onder meer: kenmerken van materialen, gereedschappen en uitvoeringstechnieken via Internet, cd-rom’s, …

  • Het gebruik van educatieve programma’s in verband met de elektriciteitstheorie, eenvoudige simulatie, het lezen van tekeningen, ruimtelijk voorstellings- en waarnemingsvermogen.

  • Eenvoudige rekenbladen of geprogrammeerde formulieren om de kostprijs te berekenen.

  • Programma’s ter ondersteuning van zelfstudie en zelfevaluatie.

Er dient opgemerkt dat de programma’s die men gebruikt dermate gebruiksvriendelijk dienen te zijn dat de klemtoon ligt op de te verwerven leerplandoelstellingen en zeker niet op de beheersing van één of ander softwarepakket.

      1. Specifiek schetsen en tekenen

Bij het elektrisch tekenen is het gebruik van een aangepast CAE-pakket fundamenteel. Vaardigheden rond het schetsen, zowel mechanisch als elektrisch mogen echter niet uit het oog verloren worden.

Vooral het verhogen van het waarnemings- en voorstellingsvermogen en het lezen, begrijpen en interpreteren van de tekeningen en schema’s staan centraal, niet de beheersing van de software.

Het gebruik van de computer met gebruikersvriendelijke tekensoftware verhoogt de efficiëntie, waardoor er meer aandacht kan gaan naar de reeds vermelde doelstellingen omtrent het tekenen en de creatieve aspecten daarvan.


  1. Evaluatie

De evaluatie is geen doel op zich maar dient om leerlingen te oriënteren, hen vooruit te helpen en het leerproces te sturen, niet om hen terecht te wijzen. Evaluatiemomenten zijn actieve leermomenten eerder dan beoordelingsmomenten.

In de eerste plaats stellen we dat permanente- en zelfevaluatie sterk aangewezen zijn bij de geïntegreerde en projectmatige aanpak bij de realisatie van dit leerplan. Om de leerlingen toe te laten zichzelf en hun leerproces te evalueren is het uiteraard belangrijk dat de evaluatiecriteria goed begrepen en bekend zijn.

Evaluatiemomenten waarbij men gebruik maakt van meer “klassieke” evaluatiemiddelen zijn echter nog steeds verantwoord binnen deze benadering maar ook dan dienen de evaluatiecriteria en –elementen op voorhand bij de leerlingen gekend te zijn.

De prestaties van de leerlingen dienen globaal gewaardeerd te worden en vanuit de meest diverse standpunten benaderd. Er dient op een evenwichtige wijze rekening gehouden te worden met zowel het proces als het product.

Bij de evaluatie worden de volgende aspecten in een verantwoord evenwicht in rekening gebracht, in overeenstemming met het profiel van de studierichting:


  • Cognitieve aspecten: kennen, begrijpen, inzien, toepassen …

  • Psychomotorische aspecten (vaardigheden): nadoen, beheersen, oog-hand-coördinatie, ritme, snelheid nauwkeurigheid

  • Attitudes: doorzetting, efficiëntie, sociale gerichtheid …

    1. Procesevaluatie

De procesevaluatie kan gebeuren door:

  • een opvolging van de door de leerling geleverde prestaties waarin de neerslag (verwerking, reflectie en kritiek) ligt van het verwerkingsproces.

  • een regelmatige individuele begeleiding van de leerling die moet leiden naar zelfevaluatie waardoor de leerling zijn eigen handelen kan bijsturen om tot kwaliteitsverbetering te komen.

  • de verschillende opeenvolgende oefeningen en opdrachten waaraan het inzicht en de persoonlijke vorming van de leerling kan getoetst worden.

Enkele indicaties in verband met procesevaluatie:

  • Gaat de leerling logisch, gestructureerd en zorgvuldig te werk?

  • Ontwikkelt de leerling zelfredzaamheid en groeit hij/zij naar meer zelfstandigheid?

  • Maakt de leerling efficiënt gebruik van de ter beschikking gestelde gereedschappen en leermiddelen?

  • Voert de leerling een opdracht volgens voorschrift uit?

  • Reflecteert de leerling na het uitvoeren van opdracht?

    1. Productevaluatie

De productevaluatie kan gebeuren:

  • In de vorm van rechtstreekse communicatie: individuele leergesprekken, groepsbesprekingen en overleg.

  • Als onrechtstreekse communicatie: bespreking van het werk van de leerling, onderlinge vergelijkingen en tegenstellingen.

Enkele indicaties in verband met productevaluatie:

  • Is een tekening conform de normen?

  • Voldoet de uitvoering van een installatie aan de vooropgestelde eisen?

    1. Zelfevaluatie

Alvorens een lerende zichzelf kan evalueren moet hij vertrouwd zijn met de vooropgestelde leerdoelen. Ter ondersteuning van het verwerven van de minimumdoelstellingen is het daarom belangrijk dat de leerlingen ze kennen en begrijpen. Hierdoor wordt hen hét criterium geboden om zichzelf en hun realisaties te beoordelen. Enkele doelstellingen uit dit leerplan beogen daarom het verwerven van inzicht in de doelstellingen en het profiel van het beroep waartoe deze studierichting vormt.

Zorg dat de leerlingen bij de start van elk (deel)project een duidelijk beeld heeft van het einddoel en de te verwerven leerplandoelstellingen. Een korte checklist in functie van uitgevoerde project kan een extra hulp zijn bij zelfevaluatie door de leerling.



  • Is een tekening conform de normen?

  • Voldoet het ontwerp en de uitvoering van een installatie aan de vooropgestelde eisen?

  • Is er ruimte voor verbetering?

  • Hoeveel tijd werd besteed aan de voorbereiding?

  • Hoeveel tijd nam de uitvoering in beslag?



  1. Leerplandoelstellingen, leerinhouden en didactische wenken


  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina