Elektrotechnieken tweede graad tso



Dovnload 270.52 Kb.
Pagina4/5
Datum22.07.2016
Grootte270.52 Kb.
1   2   3   4   5

DIDACTISCHE WENKEN

  • Maak gebruik van de sites van de erkende keuringsorganismen.

  • Duiden op de correcte plaatsingswijze van de aardgeleider en het belang hiervan aantonen.

  • Aantonen waar je welk type aardgeleider gebruikt (elektrolytisch volkoper of gelood koper).

  • Correcte plaatsingswijze van aardingspennen benadrukken, eventueel werken met verkorte aardingspennen dewelke terug uitgegraven kunnen worden.

  • Het belang van de aardingsonderbreker aantonen.

  • Eventueel bezoek brengen aan een werf voor plaatsing aardingslus.

  • Een realistisch opgebouwd, gemonteerd paneel of wand ter beschikking stellen (aangepast aan de woning).

  • Leer de leerlingen gericht zoeken in catalogi, multimedia en internet.

      1. Verlichtingsapparatuur dimensioneren, plaatsen en aansluiten

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Vermogentabellen van verlichtingskringen opstellen of genereren met een CAE-pakket.

  • Vermogentabellen van verlichtingskringen

  1. Verlichtingssterkte meten en de resultaten toetsen aan het opgenomen vermogen.

  • Verlichtingssterkte E

  • meten (Lux)

  • toetsen aan het opgenomen vermogen

  1. Verlichtingssystemen toelichten en selecteren in functie van de specifieke toepassing.

  • Verlichting

  • diffuus

  • direct

  • indirect

  • gemengd

  1. Zelfstandig een verlichtingsstudie uitvoeren. (U)

  • Verlichtingsstudie

  • Verlichtingsnormen

  1. Armaturen, gloei- en halogeenlampen selecteren, de keuze verantwoorden, plaatsen en aansluiten.

  • Soorten gloei- en halogeenlampen

  • netspanning

  • zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS)

  • draad- en kabellengten en doorsneden

  • brandveiligheidsvoorschriften bij halogeenverlichting

  • rendementen

  • Lampvoeten

  • Soorten armaturen

  • Varianten met dimmers

  1. Armaturen en fluorescentielampen selecteren, de keuze verantwoorden , plaatsen en aansluiten.

  • Diverse schakelingen

  • basisschakeling met TL en starter

  • elektronische schakelingen

  • varianten met dimmers

  • rendementen

  • Soorten lampen

  • kleurtemperatuur

  1. Armaturen en duurzame technologieën selecteren, de keuze verantwoorden, plaatsen en aansluiten.

  • Spaarlampen

  • LED-verlichting

didactische wenken

  • Beperk deze doelstellingen tot praktische benaderingen rond de huishoudelijke installatie en beoog in de eerste plaats het streven naar een duurzame attitude bij de leerlingen. Het “rondstrooien” van gloei- en halogeenlampen is zeker uit den boze.

  • Sta voldoende lang stil bij duurzame verlichtingsconcepten, je kan een woning, energievriendelijk, gezellig én functioneel verlichten met 500 W. Leer de leerlingen daarom in de eerste plaats kritisch om te gaan met het installeren van verlichting, het is vaak dé verspilpost bij uitstek in een woning.

  • Geef enkele waarden op die nodig zijn om in verschillende omstandigheden de optimale verlichting te realiseren.

  • Verklaar het bestaan van verschillende types TL-lampen aan de hand van mogelijke toepassingen.

  • Toon het belang van kleurtemperatuur, kleurweergave aan de hand van praktische voorbeelden aan.

  • Licht het belang van het gebruik van reflectoren en rasters toe.

  • Leg voldoende nadruk op het belang van de juiste montagemethode voor armaturen en lampen bij halogeenverlichting.

  • Maak gebruik van verschillende types dimmers en transformatoren.

  • Besteed veel aandacht aan het gebruik van de juiste draaddoorsnede bij halogeenverlichting.

  • Leer de leerlingen gericht zoeken in catalogi, multimedia en internet.

      1. Systematisch storingen oplossen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De mogelijke storingen in een elektrische installatie opsommen, verklaren, opsporen en verhelpen.

  • Kortsluiting

  • Overbelasting

  • Isolatiefout

  • Onderbreking

  • Meetapparatuur

  1. De mogelijke storingen in eenvoudige elektrische huishoudtoestellen opsommen, verklaren, opsporen en verhelpen.

  • Storingen bij huishoudstoestellen

  • snoerbreuk

  • andere

  1. Voor herstelling, de juiste snoeren kiezen

  • Snoeren

  • H05VV-F(VTMB)

  • H03VV-F(VTLB)

  • H03VVH2-F(VTLBp)

  • H03RT-F(CSuB)

  • Naar keuze:

  • koffiezet, strijkijzer, toaster, convector …

  • friteuse, waterverwarmer, kookplaat …

  1. De belangrijkste storingen in eenvoudige werkplaatstoestellen opsommen, opsporen en verhelpen.

  • Storingen bij werkplaatstoestellen

  • snoerbreuk

  • Rubbermantelsnoeren

  • H05RR-F (CTLB)

  • H07RN-F (CTMB/N)

  • Netaansluiting

  • stekkers

  • koppelstekkers

  • trekontlasting

  • krimpkous

  • draadhuls, kabelschoentjes

  1. Na herstelling de controle uitvoeren.

didactische wenken

  • De leerling moet een algemene werkwijze leren en toepassen om fouten op te sporen in lichtschakelingen en signalisatieschakelingen die hij maakt.

  • Het opsporen van fouten kan gebeuren op de eigen gemaakte schakelingen, maar ook op speciale simulatiepanelen.

  • In de tweede graad worden geen toestellen besproken met motoraandrijving, enkel toestellen met lampen of verwarming.

  • Leer de leerlingen gestructureerd handelen.

  • Let op de lengte van de ontmanteling, degelijke verbindingen, beschadigingen van de kern en juiste druk.

  • Laat de leerlingen met de nieuwste gereedschappen kennis maken via demonstratie of multimedia.

  • Gebruik recente huishoudtoestellen.

  • Het is alleen de bedoeling kleine herstellingen te laten uitvoeren (vb. thermostaat, snoeren en stekkers).

  • Het kan niet de bedoeling zijn dat elke leerling elk toestel verwerkt, de leraar maakt een keuze uit de in de school beschikbare toestellen.

  • Ervoor zorgen dat de hulpmiddelen, gereedschappen en de machines steeds juist benoemd worden.

  • In het begin kan de keuze van hulpmiddelen, gereedschappen en machines nog bepaald worden door de leraar. Na verloop van tijd bepalen de leerlingen hun keuze zelf.

  • Het schoonmaken van gereedschappen en machines hoort bij het gebruik.

  • De verschillende verbindingsmogelijkheden worden aangeleerd in functie van de herstellingen die gemaakt moeten worden.

      1. De in de elektrotechniek gebruikte metalen herkennen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De belangrijkste ferro-metalen herkennen.

  • Gelegeerd en ongelegeerd staal

  • Gietijzer

  1. De belangrijkste non-ferro-metalen herkennen.

  • Aluminium (Al)

  • Koper (Cu)

  • Zilver (Ag)

  • Lood (Pb) (U)

didactische wenken

  • Maak een lijstje maken met een belangrijkste metalen, hun specifieke eigenschappen en de toepassing in de elektrotechniek. Leg de nadruk op het herkennen van deze metalen.

      1. Mechanisch schetsen en vorm geven

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Eenvoudige werktekeningen maken.

  • Perspectief

  • Aanzichten

  • Maataanduiding

  1. Bewerkingen op plaat en kunststofplaat uitvoeren.

  1. Een elektromechanisch project realiseren. (U)

  • Projecten;

  • dimmer, flikkerlicht, testapparaatje

  • Bewerkingen, montage

  • Testen en fout zoeken

  1. Op correcte wijze schroefdraad tappen en snijden. (U)

  • Schroefdraad tappen

  • Schroefdraad snijden

didactische wenken

  • De technieken worden enkel behandeld in functie van de realisaties.

  • Verschillende aantrekkelijke en bruikbare realisaties zijn nodig om de doelstellingen te bereiken. De realisaties worden zodanig gekozen dat ze nauw aansluiten bij het elektriciteitsproject.

  • Een eenvoudige werktekening kan zijn;

  • een constructietekening voor een montageplaat van een kastje,

  • een constructietekening voor een wartelplaat,

  • een boormal voor armaturen.

  • De tekeningen staan steeds in teken van een uit te voeren project.

    1. Specifieke doelstellingen, Elektriciteit

      1. De basiselektrische grootheden meten en berekenen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De basisgrootheid van het SI-stelsel van elektriciteit definiëren, de eenheid, het symbool en de meest gebruikte veelvouden en onderdelen correct gebruiken.

  • SI-stelsel

  • Elektrische stroom (verplaatsing van ladingen per tijdseenheid)

  • Symbool: (I) en basiseenheid:(A)

  • Veelvouden en onderdelen:

  • kA, mA, µA

  • Hoeveelheid elektriciteit (Wet van Faraday)

  1. Het begrip elektrische spanning toelichten, de eenheid, het symbool en de meest gebruikte veelvouden en onderdelen correct gebruiken.

  • Elektrische spanning (potentiële elektrische energie)

  • Symbool(U) en basiseenheid (V)

  • Veelvouden

  • kV

  1. Een elektrische stroomkring tekenen en de functie van de componenten toelichten.

  • Soorten kringen

  • open kring

  • gesloten kring

  • Functie van de componenten

  • bron (spanning, polariteit, stroomzin)

  • overstroombeveiliging

  • geleiders (goede en slechte)

  • isolatoren

  • schakelaar

  • verbruiker, weerstand, belasting

  1. Meettoestellen schakelen in een elektrische kring en elektrische grootheden meten1.

  • Soorten digitale meettoestellen

  • Voltmeter

  • Ampèremeter, Ampèretang

  • Multimeter

  • Correct gebruik van meettoestellen

  • Polariteit

  • Aansluiten van meettoestellen

  • De relatie tussen ingesteld meetbereik en afgelezen waarde

  1. Aan de hand van metingen het verband tussen de spanning over - en de stroom door een gebruiker verklaren.

  • Wet van Ohm

  1. Zelfstandig weerstand- en continuïteitsmetingen uitvoeren.

  • Weerstandsmeting met multimeter

  • Continuïteitsmetingen met multimeter en/of continuïteitstester

  1. De weerstandslijn van een lineaire weerstand opmeten en de wet van Ohm eruit afleiden.

  1. Het stroomverloop bij een variabele weerstand aangesloten op een constante spanning opmeten en grafisch voorstellen.

  • bij een constante spanning

  • Omgekeerd evenredig

DIDACTISCHE WENKEN

  • Vertrek vanuit het dagelijkse leven, alle leerlingen hebben een accu op zak. De gegevens op de accu van een GSM moeten zeker betrokken worden bij het lesgebeuren. Laat de leerlingen eventueel de accuspanning van hun GSM meten.

  • De leerlingen bouwen zelfstandig de elektrische stroomkring op, naast het verwerven van inzicht in de elektriciteit staan de lessen in het teken van het verwerven van meetvaardigheid! De leerlingen meten dus zelfstandig spanningen en stromen.

  • Kenmerken van rechtevenredigheid en omgekeerd evenredigheid worden ook behandeld tijdens de lessen toegepaste fysica, enig overleg kan verdiepend zijn voor de leerlingen.

  • Verwijs uitvoerig naar de lessen toegepaste fysica; voornamelijk het hoofdstuk metrologie behandelt tal van relevante doelen en inhouden, coördinatie is absoluut noodzakelijk. Als je oefeningen maakt op de omzettingen van eenheden, veelvouden en onderdelen, gebruik daarbij dan dezelfde methodiek als de leerkracht toegepaste fysica.

  • Breng weerstand aan als een eigenschap van gebruikers. Het is het logische gevolg van het meten van de spanning over en de stroom door de verbruiker in een elektrische kring.

  • Sta bij het aanbrengen van de wet van Ohm voldoende lang stil bij de betekenis van de grafiek, hanteer eensgezind dezelfde methodiek als de leerkracht toegepaste fysica voor het behandelen en benaderen van grafieken.

  • Laat de leerlingen zelf bedenkingen formuleren rond de gemeten en berekende waarden.

      1. Elektrische arbeid en vermogens meten en berekenen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De begrippen arbeid en vermogen met eenvoudige praktische voorbeelden illustreren.

  • Arbeid

  • Vermogen

  1. De begrippen arbeid en vermogen definiëren en omschrijven aan de hand van enkele voorbeelden.

  • Arbeid: het omzetten van een energievorm naar een andere energievorm.

  • Omschrijving met voorbeelden zoals:

  • verplaatsing van een lichaam

  • verwarmen van een vloeistof

  • verplaatsen van lading

  1. De basis- en afgeleide formules, het symbool, de eenheid en de meest gebruikte veelvouden van arbeid en vermogen correct gebruiken.

  • Basisformules

  • Afgeleide formules

  • Eenheid: 1 Watt en 1 Joule

  • Veelvouden

  • mW, kW, MW, GW

  • kJ, MJ, GJ

  1. De herkomst van meer praktische eenheden van arbeid toelichten.

  • Praktische eenheden van arbeid

  • Ws, Wh, kWh

  • Kalorie 4,184 J = 1 Kal (U)

  1. Het begrip “Joule-effect“ verklaren.

  • Joule-effect

  • Toepassingen van het Joule-effect

  1. Zelfstandig arbeid en vermogen meten en de meetresultaten toelichten.

  • Metingen

  • vermogen

  • energie (arbeid)

  1. De omzetting van elektrische energie naar andere energievormen met een praktisch voorbeeld omschrijven.

  • Energieomvormingen

  • gloeilamp

  • motor

  • Energieverlies bij omvormingen

  • rendement

  1. Het begrip rendement verduidelijken.

  • Rendement van een energieomzetter

  • toegevoerde arbeid (vermogen)

  • nuttige arbeid (vermogen)

DIDACTISCHE WENKEN

  • Breng arbeid aan vanuit de mechanica, op die manier zijn arbeid en energie geen abstracte begrippen. Het is fundamenteel dat de leerlingen de grootte van een vermogen kunnen inschatten om hen hiermee te helpen kan je eventueel de vergelijking met de oude eenheid van vermogen aanbrengen. (735,5 W = 1 PK)

  • Elke omvorming van energie gaat gepaard met een gedeeltelijk verlies aan energie. Dit verlies is niet nuttig gebruikt, het is echter niet verdwenen maar omgezet in een energie die niet bedoeld was. (bv. warmte bij een motor, warmte bij een gloeilamp ...)

  • De begrippen arbeid, vermogen en rendement staan in een nauwe onderlinge relatie met elkaar.

  • Het vermogen is een vergelijkbare factor wanneer het gaat om toestellen (motoren, huishoudelijke toestellen, lampen, …). Laat vermogens aflezen op kenplaatjes van toestellen, beperk je indien mogelijk niet tot elektrische toestellen. Leg de leerlingen uit waarom een elektrische kookplaat met een vermogen van 7,2 kW in een energiezuinig concept een slechtere oplossing dan een gaskookplaat met hetzelfde vermogen.

  • Dit is het uitgelezen moment om meer duurzame vormen van energie en duurzame technologieën onder de aandacht te brengen. Onze leerlingen moeten de attitude verwerven om steeds de oplossing met het hoogste systeemrendement voor te stellen, ook als die oplossing een niet elektrisch is!

  • De leerlingen zelf de proefopstellingen laten uitvoeren.

  • Wijs op de gevolgen van slechte contacten bij het behandelen van het Joule–effect.

  • Verklaar met een praktische oefening de termen toegevoegde en nuttige energie.

      1. Het schakelen van verbruikers toelichten

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. In een serieketen de stroomsterkte, de deelspanningen en de vervangingsweerstand meten en berekenen.

  • Metingen

  • Berekeningen

  1. Een serieschakeling van weerstanden herkennen, de eigenschappen toelichten en het begrip vervangingsweerstand verduidelijken.

  • Serieschakeling

  • Eigenschappen van een serieschakeling

  • Vervangingsweerstand

  1. Vanuit de eigenschappen van de serieschakeling enkele praktische toepassingen toelichten en hun voor- en nadelen verklaren.

  • Toepassingen

  • spanningsdeler

  • voorschakelweerstanden

  • Voor- en nadelen

  1. In een parallelketen de stroomsterkte, de deelstromen en de vervangingsweerstand meten en berekenen.

  • Metingen

  • Berekeningen

  1. Een parallelschakeling van weerstanden herkennen, de eigenschappen toelichten en het begrip vervangingsweerstand verduidelijken.

  • Parallelschakeling

  • Eigenschappen van de parallelschakeling

  • Vervangingsweerstand

  1. Vanuit de eigenschappen enkele praktische toepassingen toelichten en hun voor- en nadelen verklaren.

  • belasting bij een spanningsdeler

  • Voor- en nadelen

  1. Een gemengde schakeling van enkele weerstanden herkennen als een opbouw van basisschakelingen, en methodisch vereenvoudigen.

  • Gemengde schakeling

  • Vervangingsweerstand

  1. In een gemengde schakeling de onbekende grootheden meten en berekenen.

  • Metingen

  • Berekeningen


1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina