En dan komt Jezus zelf al als een klein kindje ter wereld, klein en nederig



Dovnload 11.99 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte11.99 Kb.
KERSTTIJD

De Adventstijd is een reeks van 4 zondagen op weg naar Betlehem, op weg naar de stad v David, op weg naar het licht, op weg naar het kerstfeest, op weg naar het feest vh licht.

In deze tijd gaan ook wij op weg naar het feest, naar het kerstfeest, naar het feest vh licht en daarom steken ook wij een kaarsje aan, een kaarsje ten teken van het naderende kerstfeest.
Bethlehem in het OT de stad v David, de stad waarbij David de schapen v zijn vader hoedde, David de herder, de schaapherder, de herder en zijn schapen, David was een goede herder, de schapen waren bij hem veilig, hij zorgde voor zijn schapen zoals een vader voor zijn kinderen.

En David was op zijn beurt weer veilig bij de Heer, de Heer zorgt voor David zoals David voor zijn schapen zorgt. Hij David, hij is een schaap van de hemelse Heer, hij is een schaapje id grote kudde v d Heer.

En deze eenvoudige herdersjongen David wordt op een gegeven moment door Samuel , door God uitgekozen en tot koning gezalfd. Een eenvoudige kleine roodharige jongen, een herdersjongen: koning, koning v Israel, uitgekozen om koning te zijn, koning v Israel. Zomaar van een jongen vh veld, een herdersjongen, een arme, simpele, niet veel voorstellende herder, een jongen nog.
In het NT gebruikt Jezus later het beeld vd herder en zijn schapen als een gelijkenis, als een voorbeeld voor de mensen, een voorbeeld om mensen iets duidelijk te maken. Het kleine, het geringe zei een dominee en juist dat kleine, dat geringe, die kleine geringe dingen die worden groot gemaakt door Jezus. Jezus stelt het kleine, de kleine dingen als voorbeeld voor de mensen: Niet het grote is interessant, maar juist dat kleine, dat geringe, dat wordt groot geacht!!
En dan komt Jezus zelf al als een klein kindje ter wereld, klein en nederig,

niet als een koningszoon,

niet als een prins met saluutschoten, nee, een kindje klein en teer,

niet in een paleis, nee in een schuur, in een stal in het veld.

niet in een mooi opgemaakte wieg, nee zijn bedje, zijn wieg was een kribbe, een voerbak voor het vee.

Geen mooie dure kleertjes liggen voor dit koningskindje klaar, nee, het kindje moet in doeken gewikkeld worden, in doeken die gewarmd zijn aan het lichaam vd moeder.

En zijn ouders zijn ook geen rijke voorname mensen uit een gegoed geslacht, uit een gegoed milieu, geen koningskinderen, geen prins en geen prinses,

Nee, zijn ouders zijn arme drommels, jonge mensen, Maria, de moeder, een meisje nog en Jozef, de vader: een timmerman, een handwerker.

Maar wel uit het geslacht v David, uit het huis en het geslacht v David en dat is de reden dat de ouders, Jozef en Maria, ook in Bethlehem terecht waren gekomen: want de keizer had bepaald dat iedereen terug moest naar de Stad v zijn/haar voorvaderen en in dit geval v Jozef en Maria was dat Bethlehem, de stad v David.

En als dat kindje Jezus dan geboren is, kijk, dan, dan komen er herders.

De herders, ze hebben hun schapen in het veld achter gelaten onder de hoede vd Heer vd hemel.

Herders komen het kindje hulde bewijzen, herders, de minsten onder de bevolking,

herders, zij zijn als eersten ingelicht door de engelen dat er een koningskindje, dat de Messias geboren is.

En zij komen als eersten dit kindje, dit koningskindje, deze Messias hulde bewijzen, stil en eerbiedig! Herders met hun grote, grove ruwe werkhanden, met hun grove mantels om.

Ziet u ze daar staan, in de deuropening vd stal, Stil, verlegen , ze durven bijna de heilige grond, de stal, ze durven die stal, die grond bijna niet te betreden.

Maar kijk, schuchter komen ze naderbij, ziet u ze komen:

eerbiedig, hun grote, grove handen gevouwen en zo komen ze naderbij. Deze ruwe, grove werkmannen, deze herders zijn voor dit kleine kindje gekomen èn bij dit kleine kindje, dit koningskindje, dit koningskindje dat ook voor deze herders een koningskindje wil zijn.
Het kleine, het geringe, de niet noemenswaardige dingen zegt Jezus later in Zijn gelijkenissen, de kleine geringe dingen die groot geacht, groot gemaakt worden door diezelfde Jezus:

Kinderen mogen bij Hem komen, volwassenen stuurt Hij weg,

een verloren penning, een verloren schaap, daar wordt naar gezocht, kleine dingen worden groot gemaakt, groot geacht.

En wij, wij zijn de schapen, de schapen die door de herders in het veld achter gelaten worden, maar wel onder de hoede van God, zoals Anne d Vries dat zo mooi in zijn grote vertelboek zegt. En Jezus is onze herder, onze verzorger, onze vertrouwensman.


Een herder, de onderste laag vd bevolking, het kleine, het minste, het geringe, dat wordt groot geacht: de heel gewone ouders, de stal, een ezel, een kribbe, de doeken en de herders: het nederige wordt groot geacht.
Laten wij, luisteraars, laten wij in deze kersttijd zo op weg gaan naar Bethlehem, naar het licht, naar het licht van kerst, naar het licht van het kerstfeest, naar het feest vh licht, naar het Kindje id kribbe, nederig maar wel vol van verwachting.

We wensen u, we wensen jou goede kerstdagen!!


aly katerbarg truin



voorz passage zuidbarge

atruin@yahoo.com



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina