En de heer Balkenende, minister-president, minister van Algemene Zaken



Dovnload 68.09 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte68.09 Kb.



VOLLEDIG ONGECORRIGEERD STENOGRAM EERSTE KAMER, niet voor citaten en niet voor correcties. Aan deze tekst kan geen enkel recht ontleend worden.


*0: EK

*1: 2003-2004

*2: 1

*3: WordXP



*4: 1ste vergadering

*5: Dinsdag 30 september 2003

*6: 13.30 uur
Voorzitter: Timmerman-Buck
Tegenwoordig zijn 64 leden, te weten:
Van de Beeten, Van den Berg, Bierman-Beukema toe Water, Biermans, Van den Broek-Laman Trip, Broekers-Knol, Van Dalen-Schiphorst, Doek, Van Driel, Dupuis, Dölle, Eigeman, Essers, Van Gennip, De Graaf, Hamel, Hoekzema, Ten Hoeve, Holdijk, Kalsbeek-Schimmelpenninck van der Oye, Ketting, Klink, Koekkoek, Kohnstamm, Van der Lans, Van Leeuwen, Lemstra, Linthorst, Luijten, Maas-de Brouwer, Meindertsma, Meulenbelt, Middel, Van Middelkoop, Nap-Borger, Noten, Van den Oosten, Pastoor, Platvoet, Pormes, Putters, Rabbinge, De Rijk, Rosenthal, Russell, Schouw, Schuurman, Slagter-Roukema, Soutendijk-van Appeldoorn, Swenker, Sylvester, Tan, Terpstra, Van Thijn, Timmerman-Buck, Vedder-Wubben, Wagemakers, Walsma, Werner, Westerveld, Witteman, Witteveen, Woldring en Bemelmans-Videc,
en de heer Balkenende, minister-president, minister van Algemene Zaken.
**
*N
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:

Kox, Van Heukelum, wegens verblijf buitenslands;

Schuyer, wegens ziekte;

Van Raak, wegens bezigheden elders;

De Wolff, wegens het bijwonen van de AVVN te New York, ook volgende week;

Jurgens, Van der Linden, Dees, wegens het bijwonen van een vergadering van de Raad van Europa te Straatsburg;

Hessing, wegens verblijf buitenslands, ook volgende week.

**
Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.


De voorzitter: In korte tijd zijn uit ons midden twee leden en een oud-lid overleden. In navolging van de wens van de familie van Johan Stekelenburg zal zijn herdenking volgende week plaatsvinden.

Ik verzoek u te gaan staan.


Op 8 september is op 51-jarige leeftijd overleden onze collega Raymond Leenders in Maastricht, de stad waar hij van hield, de stad waarvoor hij zich lang en geëngageerd heeft ingezet, de stad die hem begiftigde met de zilveren eremedaille, een onderscheiding waar hij trots op was.

Hij was lid van de gemeenteraad van Maastricht van 1986 tot 2002. Tot dat laatste jaar heeft hij het wethouderschap twaalf jaar vervuld, met onder meer stadsvernieuwing, volkshuisvesting, cultuur en financiën in zijn portefeuille. Hij verwierf bekendheid als grote initiator van samenwerking tussen de publieke en de private sector. Hij zocht partners die rendement voor de langere termijn voor ogen hadden. Hij vond private investeerders, zodat de risico’s niet eenzijdig op de overheid zouden worden afgewenteld. In het zoeken en vinden van partners met wie de toekomst van de gemeente veilig zou kunnen worden gesteld, bleek Raymond een meester. Daarbij bleek zijn persoonlijkheid een belangrijke rol te spelen. In de woorden van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht: stuk voor stuk vielen ze voor zijn joyeuze levensstijl en zijn persoonlijke charme.

Intensieve samenwerking was ook het motto van Raymond Leenders bij het bieden van kansen voor zijn stad Maastricht door de Euregio als belangrijk werkterrein te beschouwen en Maastricht te plaatsen in een perspectief biedende relatie met steden als Hasselt, Luik en Aken. Europa was dan ook een belangrijk aandachtspunt voor hem in de Eerste Kamer. Het was tevens zijn uitdrukkelijke voornemen om in dit huis vanuit zijn bestuurlijke ervaring wetgeving met name te toetsen op de gevolgen voor de regionale en lokale politiek en, zoals hij dat verwoordde, voor de gewone burger op straat. Ongetwijfeld zou hij daarbij in het bijzonder oog hebben gehad voor de Maastrichtenaren, aan wie hij zijn hart had verpand.

Het Eerste-Kamerlidmaatschap, waarvoor hij door de PvdA was benaderd, zag hij als een kroon op zijn werk. Raymond wees er in het dagblad De Limburger uit eigener beweging op, dat hij de eerst naoorlogse sociaal-democratische senator uit Maastricht zou zijn. Weliswaar was Joop van den Berg Eerste-Kamerlid geweest, maar in de ogen van Raymond telde dat niet mee, omdat deze weliswaar geboren maar niet getogen was in Maastricht.

Wij hebben Raymond maar kort, vanaf 10 juni, als collega mogen meemaken, te kort. Met hem is niet alleen een mens heengegaan die met zijn ervaring in vele functies in het openbaar bestuur, in het bedrijfsleven en in het verenigingsleven een verrijking voor de Eerste Kamer zou zijn geweest. Met hem is ons ook een collega ontvallen die warm en hartelijk was, die gevoel voor humor had, die zich betrokken toonde met de man of de vrouw voor wie hij zich als bestuurder en als politicus inzette, die op een natuurlijke wijze mensen voor zich kon winnen en aan zich bond. Dat hij zal voortleven in de harten van velen, wordt treffend geïllustreerd door de uitspraak in zijn uitvaartdienst: Raymond, we zullen je vreselijk missen maar we raken je niet kwijt.

Wij leven mee met zijn vrouw, kinderen en anderen die hem nabij waren en wensen hen alle benodigde sterkte toe om dit verlies te dragen.


Minister Balkenende: Mevrouw de voorzitter. Na vier jaar gemeenteraadslid en twaalf jaar wethouder te zijn geweest in zijn geliefde stad Maastricht, nam Raymond Leenders in maart vorig jaar afscheid van het lokale bestuur. Hij wilde het iets kalmer aan gaan doen, maar tegelijkertijd zat hij vol nieuwe plannen. Want Raymond Leenders was een doener, die slecht kon stilzitten.

Enkele weken na zijn afscheid als wethouder, werd bij hem een ernstige ziekte geconstateerd. Desondanks bleef hij optimistisch gestemd. Hij wilde zich nuttig blijven maken voor anderen en voor de samenleving. Met een positieve houding en hard werken wilde hij zijn ziekte overwinnen.

In juni dit jaar trad hij toe tot de Eerste Kamer. Hij verheugde zich op de samenwerking met die andere vechter: Johan Stekelenburg. Voor beiden was het erop of eronder. Ze konden elkaar in hun strijd steunen. Maar voor beiden was de ondermijnende kracht van hun ziekte uiteindelijk te sterk.

Raymond Leenders stelde zich niet zomaar kandidaat voor de Eerste Kamer. Als bestuurder van Maastricht wist hij welke invloed wetten en regels uit Den Haag hebben op het leven van mensen. Hij wilde die opgedane ervaring teruggeven aan Den Haag. Het is buitengewoon te betreuren dat hij daartoe niet de kans heeft gekregen.

Bij de uitvaart van Raymond Leenders op 13 september jongstleden zat de Servaasbasiliek aan het Vrijthof vol. Burgemeester en wethouders waren aanwezig, en ook veel andere bestuurders en functionarissen. Maar de meeste banken werden bezet door gewone Maastrichtenaren; onder hen de leden van de harmonie St. Petrus en Paulus Wolder-Maastricht, waarvan Leenders voorzitter was. Het tekent de grote betrokkenheid van Leenders bij zijn stad, waaraan hij zoveel jaar zijn beste krachten had gegeven. Het wel en wee van de stad en haar bewoners gingen hem bijzonder aan het hart. En de liefde kwam van twee kanten.

Tijdens zijn wethouderschap veranderde Maastricht van een oude industriestad in een kennis- en dienstenstad met internationale allure. Aan die ontwikkeling heeft hij veel bijgedragen. Als wethouder volkshuisvesting, financiën en cultuur zocht en vond hij nieuwe vormen van samenwerking die de stad ten goede kwamen. “Investeren in de duurzame ontwikkeling van de stad bevordert de werkgelegenheid en daardoor investeer je ook in mensen”, zei hij.

Raymond Leenders was bij zijn overlijden pas 51 jaar. Het vervult ons met droefheid dat hij zijn werk als lid van de Eerste Kamer, waarnaar hij met zoveel enthousiasme uitkeek, niet werkelijk heeft kunnen beginnen. Hij had het ook hier ongetwijfeld heel goed gedaan. Zijn overlijden is een verlies voor Maastricht en Limburg, maar ook voor onze landelijke volksvertegenwoordiging.

Onze gedachten gaan uit naar zijn vrouw en kinderen, in wier leven nu een gat geslagen is. Wij herdenken Raymond Leenders met veel respect en kijken met dankbaarheid terug op zijn werk voor zijn stad, zijn provincie en voor ons land.


De voorzitter: Op 18 september jongstleden ontvingen wij het bericht van het plotselinge overlijden van Leendert Ginjaar op de leeftijd van 75 jaar. Hij maakte bijna 22 jaar deel uit van deze Kamer, van 1981 tot 2003. Het in kort bestek geven van een overzicht van de politieke en bestuurlijke activiteiten van Leendert Ginjaar is geen eenvoudige opgave. Deze activiteiten beslaan niet alleen een lange reeks van jaren, maar omvatten ook een enorm werkterrein, passend bij zijn brede deskundigheid en interesse.

Na de start van zijn loopbaan als chemicus en later als directeur van TNO begon zijn politieke carrière in 1971. Hij was lid van provinciale staten van Zuid-Holland, van 1971 tot 1977. Aansluitend was hij tot 1981 minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne in het eerste kabinet-Van Agt. Na zijn ministerschap trad hij toe tot de VVD-fractie in deze Kamer en hij zou volksvertegenwoordiger blijven tot juni jongstleden. Gedurende die periode vervulde hij daarnaast een immens aantal publieke en bestuurlijke functies, waaronder het voorzitterschap van de Gezondheidsraad en van de Centrale Raad voor de Milieuhygiëne. Hij was tevens voorzitter van het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Utrecht.

Binnen de VVD, de partij waarmee hij zich zo intens verbonden voelde, bekleedde hij een groot aantal partijpolitieke functies door de jaren heen. Van afdelingsvoorzitter in Rijswijk, fractievoorzitter in de staten van Zuid-Holland, lid van het dagelijks bestuur van de partij, partijvoorzitter gedurende vijf jaar tot vice-fractievoorzitter en fractievoorzitter hier in de Senaat. Het erelidmaatschap van de VVD, dat de partij hem in 1998 toekende, was een passende bekroning van zijn partijloopbaan en werd door hem ook bijzonder gekoesterd.

Als bestuurder en politicus, die zoveel functies opeenvolgend en soms tegelijkertijd vervulde, was Leendert Ginjaar een meester in het scheiden en onderscheiden van zijn verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Dat hij die kunst ook beheerste in zijn directe persoonlijke relaties mag wel blijken uit het feit dat het gedurende zijn periode in deze Kamer ten minste vier keer is voorgekomen dat senator Ginjaar het woord voerde en vragen stelde aan het kabinet met achter de regeringstafel de staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, mevrouw Ginjaar-Maas.

Het onderscheiden van rollen en verantwoordelijkheden was Leendert Ginjaar op het lijf geschreven. Bovendien ging hij zijn verantwoordelijkheid, zoals hij die zag, niet uit de weg. Dat heeft soms geleid tot het nemen van moeilijke beslissingen, bijvoorbeeld in zijn rol als partijvoorzitter ten tijde van de kabinetscrisis ten gevolge van het reiskostenforfait en de daarop volgende politieke leiderschapswisseling binnen de VVD. Hoewel hij geen moeite had om de verschillende rollen waarin hij werkte en bestuurde te onderscheiden, was hij tegelijk bij uitstek de politicus die zocht naar samenhang tussen verschillende beleidsterreinen. In zijn functies als voorzitter van de Centrale Raad voor de Milieuhygiëne en van de Gezondheidsraad zocht hij naar een gezamenlijke aanpak van de maatschappelijke problemen. Ook in zijn ministerschap kenmerkte hij zich hierdoor.

Algemeen staat Leendert Ginjaar te boek als de eerste minister die in ons land een integrale aanpak ontwikkelde voor de verbetering van het milieu. Zo stond hij onder andere aan de wieg van de MER, de milieueffectrapportage, en een groot aantal wetten die een samenhangende aanpak van de milieuproblematiek beoogden. Ook het aanbrengen van de bekende educatieve teksten op sigarettenpakjes en in tabaksreclames is in zijn periode geïntroduceerd. Tijdens zijn kabinetsperiode en onder zijn met minister Job de Ruiter gedeelde verantwoordelijkheid kwam de Wet afbreking zwangerschap tot stand na een lange periode van maatschappelijke en politieke discussie.

Gedurende zijn periode als fractievoorzitter in de Eerste Kamer heeft de discussie over en de verwerping van de Referendumwet tot veel publieke aandacht en emotie geleid. Dat ook Leendert Ginjaar deze gebeurtenis niet zonder emotie beleefde, moge blijken uit de krantenkoppen van die dagen, die melding maakten van het feit dat hij “ontplofte” tijdens de discussies in de fractie over dit onderwerp. Mogelijk was hier sprake van journalistieke uitvergroting, maar het geeft ook aan dat hij zich als fractievoorzitter enerzijds verantwoordelijk voelde voor het bieden van steun aan het kabinet. Anderzijds, en dat betoogde hij ook, was zijn inzet om steeds ruimte te bieden aan de leden om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en op basis daarvan hun eigen opvattingen uit te dragen. De liberaal Leendert Ginjaar is hiermee ten voeten uit getekend.

De laatste keer dat Leendert Ginjaar in deze Kamer het woord voerde was op 3 juni jongstleden. Hij sprak namens alle vertrekkende leden de Kamer en de voorzitter nog eenmaal toe. Hij nam de vrijheid geheel op persoonlijke titel een beschouwing te geven op het werk en de functie van de Eerste Kamer. De door hem geplaatste accenten op het specifieke karakter van de Senaat getuigden van een grote liefde voor het werk en van een warme belangstelling voor de mensen die hier werken, leden en medewerkers. Zonder twijfel was die beleving wederzijds.

Het bericht van het plotselinge overlijden van Leendert Ginjaar is door de leden van deze Kamer, maar ook door de medewerkers met ontroering ontvangen. Een wijze man is heengegaan. De Eerste Kamer is hem veel dank verschuldigd voor al zijn werk door de jaren heen. Onze gevoelens van deelneming gaan uit naar zijn echtgenote en zijn familieleden die zo plotseling geconfronteerd werden met dit grote verlies.

**
Minister Balkenende: Mevrouw de voorzitter. Wij herdenken vandaag Leendert Ginjaar, die van 1981 tot juni van dit jaar lid was van uw Kamer. Aan het eind van de jaren ’90 was hij tweeënhalf jaar voorzitter van de VVD-fractie. Ik kende Leendert Ginjaar persoonlijk, onder meer van het werk dat wij samen deden binnen de Stichting Parlementaire Geschiedenis. Hij was zeer geïnteresseerd in zowel de historie als in de toekomst van onze democratie. Vandaag is het goed om samen stil te staan bij de bijzondere positie die hij zelf in onze parlementaire geschiedenis heeft ingenomen.

Wie portretfoto’s van Leendert Ginjaar bekijkt -- er verscheen na zijn overlijden een aantal foto’s in de kranten -- ziet een ernstige, bedachtzame man met een scherpe blik, op het eerste gezicht een beetje streng misschien. Dat beeld klopt deels, maar niet helemaal. Wie hem kende, weet dat hij weloverwogen zijn woorden koos. Hij was een helder denker, die zijn gedachten en meningen genuanceerd over het voetlicht bracht, maar die wetenschappelijke benadering maakte hem niet tot een koele analyticus. Integendeel, hij was een warm, aangenaam mens, een charmante man die zeer veel mensen voor zich wist te winnen.

Leendert Ginjaar heeft gedurende tientallen jaren een prominente rol gespeeld in een groot aantal publieke functies. Zijn stijl was rustig, ingetogen, verzoenend. “De stille werker”, stond er in 1986 boven een krantenportret. Bij mensen die zich zo bescheiden opstellen, wordt wel eens over het hoofd gezien hoe groot hun verdiensten feitelijk zijn. Leendert Ginjaar heeft in onze parlementaire geschiedenis een bijzondere plaats verdiend, alleen al door zijn grote betekenis voor het Nederlandse milieubeleid. Van eind 1977 tot september 1981 was hij minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne in het eerste kabinet-Van Agt. Zijn belangstelling voor milieuvraagstukken was groot en zijn kennis breed en diep, omdat hij als onderzoeker al vele jaren op dat terrein actief was.

Als minister kreeg hij de kans zijn kennis en ideeën ook politiek en maatschappelijk te concretiseren en dat deed hij bijzonder goed. Hij was een overtuigd pleitbezorger van een stevig, samenhangend milieubeleid. Een schoner milieu is niet ondergeschikt aan een gezonde economie, maar is even belangrijk. En dus moest milieu volgens hem een volwaardige eigen plaats krijgen. Hij bracht moderne inzichten naar voren die nu -- een kwart eeuw later -- nog steeds leidend zijn in het milieubeleid, zoals het feit dat je beter het productieproces schoner kunt maken dan je richten op het zuiveren van een vervuild milieu. Hij sprak het bedrijfsleven aan op zijn verantwoordelijkheid om door middel van technologische innovatie schoner te gaan produceren.

Leendert Ginjaar was niet iemand die hield van conflicten. Toen een journalist hem ooit vroeg hoe hij dacht over polarisatie, was het antwoord: “Heilloos! In één woord”. Toch was hij ook geen liefhebber van waterige compromissen. Het ging hem erom niet het compromis te vinden, maar de “synthese”, zoals hij het zelf uitdrukte. De rust die hij tegenover anderen uitstraalde, is hem zelf niet altijd gegund geweest. Als partijvoorzitter van de VVD in de jaren 1986-1991 kreeg hij de taak zijn partij door een moeilijke periode te voeren. Ook als voorzitter van de VVD-fractie in de Eerste Kamer beleefde hij hectische momenten, met name in het debat over het correctief referendum. Hij stelde zich op het standpunt dat een open gedachtewisseling van levensbelang is voor een parlementaire democratie.

Leendert Ginjaar heeft zich altijd met hart en ziel ingezet voor onze democratie, die volgens hem onze permanente aandacht en zorg nodig heeft. “Wij moeten ervoor zorgen dat de parlementaire democratie niet uitgehold wordt”, zei hij in 1979. Hij was een politicus zonder een zweem van ijdelheid, voor wie de inhoud belangrijker was dan de vorm, voor wie de grote lijn belangrijker was dan het detail en voor wie het algemeen belang zwaarder woog dan de eigen positie. Typerend waren zijn woorden bij zijn afscheid als partijvoorzitter van de VVD in 1991: “Geen heisa rond mijn vertrek; ik draag alleen de hamer over.”

Onze gedachten gaan uit naar zijn vrouw, die eveneens lange tijd de publieke zaak diende in verschillende functies. Wij herdenken Leendert Ginjaar met groot respect en zijn dankbaar voor alles wat hij voor ons land heeft betekend.


De voorzitter: Ik verzoek de leden, enkele momenten stilte in acht te nemen ter herdenking van Raymond Leenders en ter herdenking van Leendert Ginjaar.

**
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.


De voorzitter: Ingekomen zijn de volgende beschikkingen van de voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, te weten:

een, houdende aanwijzing tot leden van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie;

een, houdende aanwijzing tot leden van de OVSE-Assemblee;

een, houdende aanwijzing tot leden en plaatsvervangende leden van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad;

een, houdende aanwijzing tot leden en plaatsvervangende leden van de NATO Parlementaire Assemblee;

een, houdende aanwijzing tot plaatsvervangend vertegenwoordigers in de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van de leden Kox en Platvoet;

een, houdende aanwijzing van de heer Hessing tot lid van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad.

Deze aanwijzingen liggen op de griffie ter inzage. Ik stel voor, de aanwijzingen voor kennisgeving aan te nemen.

**
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter: De overige ingekomen stukken staan op een lijst die in de zaal ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

**
(Deze lijst is, met de lijst van besluiten, opgenomen aan het einde van deze editie.)


De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede dat ik heb benoemd tot ondervoorzitters van de commissies de leden:
Schuyer, commissie voor Algemene Zaken en Huis der Koningin;

Tan, commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken;

Dees, commissie voor Buitenlandse Zaken;

Soutendijk-van Appeldoorn, commissie voor Ontwikkelingssamenwerking;

Jurgens, commissie voor Europese Samenwerkingorganisaties;

De Wolff, commissie voor Justitie;

Bemelmans-Videc, commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat;

Linthorst, commissie voor Onderwijs;

Dupuis, commissie voor Wetenschapsbeleid en Hoger Onderwijs;

Schouw, commissie voor Cultuur,

Biermans, commissie voor Financiën;

Van Middelkoop, commissie voor Defensie;

Meindertsma, commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

Ketting, commissie Milieu;

Lemstra, commissie voor Verkeer en Waterstaat;

Terpstra, commissie voor Economische Zaken;

Rabbinge, commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Van Leeuwen, commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Swenker, commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Kox, bijzondere commissie voor de JBZ-Raad.

**
*B

*!Hamerstukken*!


Aan de orde is de behandeling van de wetsvoorstellen:

- Wijziging van de Wet op de dierproeven (28503);

- Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met onder meer de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomsten 2000-2001, 2001-2002 en 2002-2003 sector Rechterlijke Macht (28722);

- Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de - in beginsel tijdelijke - invoering van een omzetbelastingregel voor elektronische diensten (e-commerce) (28887);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Huis der Koningin (I) voor het jaar 2002 (slotwet) (28891);

- Wijziging van de begrotingsstaat van de hoge colleges van staat, het kabinet der Koningin, het kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het kabinet van de Gouverneur van Aruba (II) voor het jaar 2002 (slotwet) (28892);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (III) voor het jaar 2002 (slotwet) (28893);

- Wijziging van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2002 (slotwet) (28894);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2002 (slotwet) (28895);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2002 (slotwet) (28896);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2002 (slotwet) (28897);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002 (slotwet) (28898);

- Wijziging van de begrotingsstaat van de Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2002 (slotwet) (28899);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2002 (slotwet) (28900);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2002 (slotwet) (28901);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2002 (slotwet) (28902);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2002 (slotwet) (28903);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2002 (slotwet) (28904);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2002 (slotwet) (28905);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2002 (slotwet) (28906);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2002 (slotwet) (28907);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2002 (slotwet) (28908);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2002 (slotwet) (28909);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Provinciefonds voor het jaar 2002 (slotwet) (28910);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Fonds economische structuurversterking voor het jaar 2002 (slotwet) (28911);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Spaarfonds AOW voor het jaar 2002 (slotwet) (28912);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2002 (slotwet) (28913);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (III) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28932);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28934);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28935);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28936);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28937);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28938);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Provinciefonds voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28939);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Fonds economische structuurversterking voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28940);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28941);

- Wijziging van de begrotingsstaat van de Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28942);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28943);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28944);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28947);

- Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28948);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28949);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28952);

- Wijziging van de begrotingsstaat van de hoge colleges van staat, het kabinet der Koningin, het kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het kabinet van de Gouverneur van Aruba (II) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28953);

- Wijziging van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28954);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (28955);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(28956);

- Wijziging van de begrotingsstaat van het Spaarfonds AOW voor het jaar 2003 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(28957).
Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen.
*B

*!Jaarverslagen*!


Aan de orde is de behandeling van:

- de Jaarverslagen over 2002, te weten:

- Jaarverslag van het Huis der Koningin (I) over het jaar 2002 (28880, nr 2);

- Jaarverslag hoge colleges van staat, het Kabinet der Koningin, het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het Kabinet van de Gouverneur van Aruba (II) over het jaar 2002 (28880, nr 4);

- Jaarverslag van het ministerie van Algemene Zaken (III) over het jaar 2002 (28880, nr. 6);

- Jaarverslag van Koninkrijksrelaties (IV) over het jaar 2002 (28880, nr. 8);

- Jaarverslag van ministerie van Buitenlandse Zaken (V) over het jaar 2002 (28880, nr. 10);

- Jaarverslag van het ministerie van Justitie (VI) over het jaar 2002 (28880, nr. 12);

- Jaarverslag van ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) over het jaar 2002 (28880, nr. 14);

- Jaarverslag van ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) over het jaar 2002 (28880, nr. 16);

- Jaarverslag van de Nationale Schuld (IXA) over het jaar 2002 (28880, nr. 18);

- Jaarverslag van ministerie van Financiën (IXB) over het jaar 2002 (28880, nr. 20);

- Jaarverslag van ministerie van Defensie (X) over het jaar 2002 (28880, nr. 22);

- Jaarverslag van ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) over het jaar 2002 (28880, nr. 24);

- Jaarverslag van ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) over het jaar 2002 (28880, nr. 26);

- Jaarverslag van ministerie van Economische Zaken (XIII) over het jaar 2002 (28880, nr. 28);

- Jaarverslag van ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) over het jaar 2002 (28880, nr. 30);

- Jaarverslag van ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) over het jaar 2002 (28880, nr. 32);

- Jaarverslag van ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) over het jaar 2002 (28880, nr. 34);

- Jaarverslag van het Infrastructuurfonds over het jaar 2002 (28880, nr. 36);

- Jaarverslag van het Gemeentefonds over het jaar 2002 (28880, nr. 38);

- Jaarverslag van het Provinciefonds over het jaar 2002 (28880, nr. 40);

- Jaarverslag van het Fonds economische structuurversterking over het jaar 2002 (28880, nr. 42);

- Jaarverslag van het spaarfonds AOW over het jaar 2002 (28880, nr. 44);

- Jaarverslag van het Diergezondheidsfonds over het jaar 2002 (28880, nr. 46).
De voorzitter: Ik stel voor de bij de Jaarverslagen over het jaar 2002 van de ministeries en fondsen behorende rapporten van de Algemene Rekenkamer (28 880) voor kennisgeving aan te nemen en de desbetreffende ministers decharge te verlenen voor het door hen gevoerde financiële beheer.

**
Daartoe wordt besloten.


De voorzitter: Ik deel u mede dat de Eerste Kamer op 20 mei 2003 het verslag heeft ontvangen van de JBZ-Raad van 8 mei 2003. In dit verslag wordt een politiek akkoord gemeld met betrekking tot het ontwerpkaderbesluit Wederzijdse erkenning geldelijke sancties. Het aangeboden raadsdocument 8889/03 was op dat moment evenwel niet openbaar. Inmiddels is het ontwerpkaderbesluit langer dan zes weken openbaar. De bijzondere commissie voor de JBZ-Raad heeft heden voorgesteld, in te stemmen met dit ontwerp-kaderbesluit.

Voorts heeft de Eerste Kamer op 11 juli 2003 het verslag ontvangen van de JBZ-Raad van 5 en 6 juni 2003. In dit verslag werd een politiek akkoord gemeld met betrekking tot de ontwerprichtlijn betreffende de status van langdurig ingezeten derdelanders. Het aangeboden raadsdocument 10009/03 plus addendum was op dat moment evenwel nog geen zes weken openbaar. Inmiddels is de ontwerprichtlijn langer dan zes weken openbaar. De bijzondere commissie voor de JBZ-Raad heeft heden voorgesteld, in te stemmen met deze ontwerprichtlijn.

Ten slotte heeft de Eerste Kamer op 17 september 2003 een ontwerpovereenkomst tussen de EG en Macao over terug- en overname ontvangen, welke als hamerstuk geagendeerd staat op de JBZ-Raad van 2 en 3 oktober 2003. De bijzondere commissie voor de JBZ-Raad heeft heden voorgesteld om in te stemmen met deze ontwerpovereenkomst.

De overige ontwerpbesluiten geagendeerd voor de JBZ-Raad van 2 en 3 oktober 2003 werden niet tijdig aangeboden bij de geannoteerde en de aanvullende geannoteerde agenda, namelijk op 19 september 2003, respectievelijk 30 september 2003. Voor deze ontwerpbesluiten geldt dat deze de uitdrukkelijke instemming van de Eerste Kamer behoeven.

Ik stel de Kamer voor, deze adviezen te volgen.

**
Daartoe wordt besloten.


De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede dat door mij zijn benoemd tot leden van de commissie tot Onderzoek van de geloofsbrief van het benoemde lid der Kamer de heer T.R. Doesburg: de leden Lemstra (voorzitter), Van der Lans en Ketting.

De ingekomen missives van de voorzitter van het Centraal Stembureau en de geloofsbrieven van de heer T.R. Doesburg zijn inmiddels in handen gesteld van de commissie tot Onderzoek van de geloofsbrief.

Het is mij gebleken dat de commissie haar taak reeds heeft verricht. Ik geef derhalve het woord aan de heer Lemstra, voorzitter van de commissie, tot het uitbrengen van het rapport.

**
De heer Lemstra (voorzitter der commissie): De commissie tot Onderzoek van de geloofsbrief van de heer Doesburg heeft de eer aan de Kamer te rapporteren dat de geloofsbrieven en de daarbij ingevolge de Kieswet overgelegde bescheiden in orde zijn bevonden. Het rapport van de commissie is neergelegd ter griffie, ter inzage voor de leden. De commissie adviseert om de heer Doesburg als lid van de Kamer toe te laten.


De voorzitter: Ik dank de heer Lemstra bijzonder hartelijk voor het uitbrengen van het rapport en de commissie voor het verrichten van haar taak. Ik stel de Kamer voor, het advies van de commissie te volgen en het rapport in de Handelingen te doen opnemen.

**
Daartoe wordt besloten.


(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)<1>
De voorzitter: De heer Doesburg is in het gebouw der Kamer aanwezig.

Ik verzoek de griffier, hem binnen te leiden.

**
Nadat de heer Doesburg door de griffier is binnengeleid, legt hij in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaring en belofte af.
De voorzitter: Ik wens u van ganser harte geluk met uw benoeming. Ik geef iedereen de gelegenheid u te feliciteren, nadat ik de vergadering heb gesloten.

**
Sluiting 14.30 uur





/ stenogram Eerste Kamer 30 september 2003 AB




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina