…en de liefde niet had…



Dovnload 22.67 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte22.67 Kb.

…EN DE LIEFDE NIET HAD…


(over de Gereformeerde theologiebeoefening in het perspectief van de liefde)1
Enige tijd gelden waren we in Praag. Op het grote marktplein van de oude stad, Staroměstské Náměstí. Daarop het reusachtige standbeeld van Johannes Hus (1371-1415) die in 1415 op zijn verjaardag (6 juli) werd verbrand. Het symbool van een religieus verzet tegen Roomse dictatuur en dwaalleer.


Wandelend van de Karels-brug naar deze historische plek, waren we kort daarvoor langs het in een muur gebeeldhouwde gelaat van Jan Palache gekomen: een jonge student (20 jaar oud) die in 1969 zich op het Wenzelplein levend in brand stak. Protest tegen de dictatuur van de oprukkende tanks van de Russen, een symbool van nationalistische strijd tegen tirannieën die het mensenhart doorwonden.



Tussen twee brandstapels
Twee brandstapels. Tekenen van protest, van weerstand tegen verdrukkende systemen van religieuze, politieke en sociale aard. Praag is niet los te denken van hen die ‘hun lichaam overgaven, opdat het verbrand zou worden’, om met de woorden van Paulus uit 1 Korinthe 13 te spreken. 2

Maar - zo vraagt men zich onwillekeurig af - heeft dit alles het zo geplaagde volk van Tsjechië wezenlijk verder gebracht? Is dit volk, nadat het ontslagen is geworden van de gesel van het Rooms Katholieke systeem van de Middeleeuwen, van het nationaal-socialisme van Adolf Hitler en van het communisme in de vorige eeuw sinds de fluwelen revolutie van 1989 werkelijk verder gekomen? In elk geval is er thans sprake van een geestelijk en moreel vacuüm.


Ja, men kan zich zelfs afvragen, of brandstapels op zich ooit omwentelingen in de geschiedenis der mensheid hebben te weeg gebracht. En ook kan de vraag gesteld worden, of niet elke vernieuwing (religieus, politiek/ sociaal) die daardoor ooit tot stand kwam, zich later bleek voltrokken te hebben binnen de door de zonde diep aangetaste structuren van elke vorm van menselijke samenleving.

Op de noemer van de liefde

Zou dit dan ook niet de reden zijn, waarom we in 1 Korinthe 13 lezen: ‘Al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden…, zo zou het mij geen nuttigheid geven.’

In dit hoofdstuk - het lied der liederen van het Nieuwe Testament – wordt alles op één noemer gezet, de noemer van de liefde. Het kan duidelijk zijn, dat het daarin dan gaat over een liefde van hoge komaf. Zeker, het gaat hier over de liefde onder elkaar, waardoor er dingen veranderen.

Maar de diepe ondertoon daarvan is toch de liefde (‘agapè) die zijn wortel vindt in Gods liefde. In het: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad…’ (Joh.3:16). In de liefde van het offer van Gods Zoon tot verzoening van de zonden der wereld.


Het is van deze liefde dat alles mag worden verwacht. Alleen de zelfopoffering van Gods Eniggeborene kan de hefboom zijn, waardoor de wereld uit zijn voegen wordt getild. Dat kan niet het geval zijn, als er sprake is van een liefde in het algemeen (‘eros’). Die kan op zijn best een seksuele revolutie opleveren. En eindeloze chaos. De liefde waarover in 1 Korinthe 13 gesproken wordt, is bepaald meer dan humanitaire toegenegenheid die met een zekere algemene mensenmin samenvalt.

Korinthische begaafdheden zonder meer

Het is van die liefde van hemelse origine, dat de apostel Paulus kennelijk alles verwacht. Zo zelfs, dat hij al het andere, ook al is dat op zich van het beste soort, onder kritiek stelt. Als deze hoge liefde ontbreekt, is ten diepste alles nutteloos. Zelfs ook alles wat men als goede gaven van Gods Geest ontvangen heeft.

Men kon van Korinthes christengemeente immers niet zeggen, dat daar niet het een en ander was gebeurd. Er was een grote ‘Wende’ gekomen sinds het Evangelie van kruis en opstanding er zijn intrede had gedaan. In Korinthe bruiste het alles ook van wondere Geestesgaven.
Daarover heeft de apostel het uitvoerig in de hoofdstukken 12 en 14 van 1 Korinthe. Er werden vreemde talen gesproken, men communiceerde er zelfs met de engelen. Verder liepen daar profeten rond die de tijd doorzagen en geheimen openbaarden. En zoveel meer...

Het merkwaardige is echter, dat Paulus daar niet in alle opzichten de loftrompet over steekt. Integendeel, hij gaat heel ver als hij in 1 Korinthe 13 van al het opzienbarende in Korinthe zegt, dat het nutteloos is, als de liefde erin ontbreekt. Kennelijk is men in die gemeente behoorlijk op de loop gegaan met wat zij aan gaven van de Geest ontvangen hadden. Er werd extatisch gejubeld. Men ‘hemelde’ elkaar op. Men beroemde zich op wijsheid en kennis (echte wetenschappers). Maar met dit alles was men intussen wel bezig er een ‘theologia gloriae’ op na te houden. Alsof de hemel reeds op aarde was. En de liefde? Waar was die nu eigenlijk te vinden?

Korinthe moest veeleer bestraft worden op het punt van seksuele vrijbuiterij (1 Kor. 5), op het punt van religieuze tolerantie inzake deelname aan de cultische maaltijden der heidenen (1 Kor. 8-10). En aan de tafel des Heeren - zo lezen we in 1 Korinthe 11 - ging het er liefdeloos naar toe. Van sociale bewogenheid was geen sprake. Men zag eikaar gewoon over het hoofd. In één woord: hoogmoedig individualisme.
Daarom zet de apostel in 1 Korinthe 13 – een noodzakelijk ‘uitstapje’ te midden van alle goede woorden over de Geestesgaven in 1 Korinthe 12 en 14 – alles onder hoge kritiek. In Korinthe ontbreekt het aan liefde. Daarom moet men het echt nog eens nakijken, of er wel zoveel veranderd is – religieus, moreel, sociaal – ook al is daar een ‘Wende’ gekomen. Wat is dat alles zonder de liefde? Stel, dat ik de beste wetenschapper was…;stel, dat ik het geloof wonderen verrichtte….; stel dat ik alle diaconale goederen besteedde aan het onderhoud van de armen…; stel dat ik mijn lichaam gewillig tot verbranding zou overgeven. Als ik de liefde niet had…. Aldus 1 Korinthe 13:1vv.

De ideologische wurggreep

Op een conferentie over Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van kerken te Santiago de Compostella in 1993 heeft een aartsbisschop (Iakovos) gesproken over de ideologische wurgstrop waarin zowel de Verenigde Naties als de Wereldraad zich na de tweede wereldoorlog heeft bevonden.



  • ‘Ze stonden aan de hemel als regenbogen, kometen die de wereld verlichtten en hoop gaven op een betere toekomst.’ Maar 45 jaar later bleken beide organisaties politieke omwentelingen niet te hebben kunnen voorkomen, evenmin als de ‘economische ellende, het ongebreideld nationalisme en het ontstaan van radicale stromingen.’ Ondoordacht - aldus deze spreker - hebben de kerken sociologische argumenten tot principieel uitgangspunt genomen voor verder handelen.

  • De kerk moet terugkeren van deze heilloze weg, afstand nemen van vrijzinnige theologische en liberale ethische opvattingen, van de ondoordachte toelating van de vrouw tot het priesterambt en stoppen met de aanhoudende discussies over erkenning van homoseksuele groeperingen binnen de kerk…. Het is beter terug te keren tot de geestelijke wortels en in gehoorzaamheid aan Christus en Zijn wil het Evangelie te prediken aan alle creaturen..’. Tot zover Iakovos.

Door Gods Geest in onze harten uitgestort


Het is alleen door de liefde die van hoge komaf is, dat er werkelijk dingen in de wereld veranderen. Dat is een zaak die te maken heeft met de microwereld van het mensenhart. En van daaruit komen er tekenen van in de macrowereld om ons heen.
Ik ken een jongen van 18 jaar die tot de ontdekking kwam, dat hij geen liefde had. Hij was vroom genoeg om anderen te waarschuwen, als zij vloekten. Hij was een bidder die veel tijd besteedde aan het zoeken van God. Maar in dat alles moest hij toch alleen maar aan een eind komen met zichzelf. Hij had de liefde niet.

En toen het God behaagde Zijn Zoon in hem te openbaren, toen, eerst toen veranderde er wat. De liefde Gods werd in zijn hart uitgestort. Hij kon zalig worden als een goddeloze.


Als wij bij al onze inspanningen niet geleerd hebben om God te bedoelen…., als de vlam van onze ijver niet ontstoken is aan het vuur dat op Golgotha brandde…, als wij niet geleerd hebben om tot een grote nul gereduceerd te worden…, als wij zelf niet door het onuitsprekelijke wonder van Gods genade in Christus op de been gebracht zijn, is alles wat we doen dan eigenlijk iets meer dan ‘een lapje voor het bloeden’? Blijft de wereld intussen niet bloeden uit al zijn wonden?
Als de liefde gemist wordt, is de bron van alle ellende niet echt aangeboord; er komt dan ook geen wezenlijke vernieuwing.
De liefde geeft ons perspectief
Met het oog op dit alles is het derhalve een vraag waard wat theologie betekent in een bange en uitzichtloze wereld als de onze. De vraag is ook wat in deze de gereformeerde theologie waard is. Zit er werkelijk de liefde als drijfveer achter?

Lezen we nog eens wat de apostel Paulus allemaal over de liefde schrijft in 1 Korinthe 13. Nee, hij schrijft hier niet over dit alles als over een onbereikbaar ideaal. Integendeel, het gaat hier over de grootste gave van Gods Geest die alle andere overstemt of liever draagt. Bernard van Clairveaux heeft eens gezegd: ‘Ik ken Hem (Christus), voor zover ik Hem liefheb’. En daar mag het ons dan om gaan: Hem te kennen in de liefde (wetenschap met godsvrucht verbonden). Dat is het goede en dat is veel. Niet het vele is het goede. Hartelijke verbondenheid met de gekruisigde en opgestane Christus. Een zaak van zijn, van geestelijke intonatie. Een zaak die ons in beweging brengt.


Deze heilige aandrift geeft ons de rechte studievaardigheid. Niemand moet van ons kunnen zeggen, dat we slechts op bekende klanken afgaan. Gereformeerde mensen zijn geen neuswijze mensen die slechts één boekje lezen. Gereformeerde mensen willen graven in de Schriften.
Zij zijn ook bepaald niet a-historisch. Er is hun alles aan gelegen gelovig te weten, dat de lichamelijke opstanding van Christus een historisch feit is. Daarom gaan ze er tegenaan, als ze theologen horen beweren, dat het Bijbelse verhaal van Jezus’ lege graf slechts een latere traditie is.
Voorts is er hun ook alles gelegen gelovig te weten, welke bodemschatten er liggen in de Gereformeerde traditie en wat wij er in onze tijd mee aan kunnen. Wat de schriftuurlijke en actuele betekenis is van een theologie waarin het recht van God geëerbiedigd wordt, waarin Christus’ plaatsvervangend verzoeningswerk verheerlijkt wordt en waarin het wederbarend en heiligend werk van Gods Geest aangewezen en aangeprezen wordt.
Gereformeerde theologie kan niet dan in ootmoed bedreven worden. Want ze wordt beoefend in een wereld die zich op de meest bizarre en eentonige cadans van housemuziek klaarmaakt voor het verderf. Bovendien hebben wij in het geloof altijd alles slechts in ‘vreze en beven’. Ware theologie is theologie van de bedelaar.

Maar intussen mag deze wel betracht worden onder het rijke beloftewoord van de Almachtige. Dat geeft de burger moed in een wereld die in het boze ligt. Het Koninkrijk van God werkt. Zij het slechts als zuurdeeg. En het duurt niet lang meer, of alle volkeren van deze aarde zullen het zien en horen, dat de aarde en haar volheid van de Heere zijn.


Daarom doen we het allemaal echt niet voor niets. ‘De leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen’ (Openb. 5). Het boek met de zeven zegelen ligt in Zijn handen. En zo kunnen we er ook alles aan wagen. Zo kan ook het bloed der martelaren zaad der kerk Zijn.
Maarten Luther schreef over Johannes Hus: ‘In hem zien wij duidelijk de kracht des Heiligen Geestes, want hij heeft standvastig en blijmoedig Gods Woord beleden tegen: 34 kardinalen, 20 aartsbisschoppen, 160 bisschoppen, 250 priesters en keizer Sigismund, daar op de kerkvergadering (concilie) te Constanz (1414).
Kortom, de liefde vergaat nimmermeer. Uitgerekend daarvan is het levensgrote standbeeld van Johannes Hus in het centrum van Praag het symbool.


1 Deze voordracht is een verkorte weergave van een inleiding ter opening van het collegejaar 1993-1994 van de Theologische Hogeschool vanwege de Gereformeerde Bond in de Ned.Herv.(Geref.) kerk.

2 Johannes Hus preekte tegen de verloedering van de (RK) kerk en verweet de geestelijkheid, dat ze zich meer met geld verdienen bezighield dan met zielszorg. Hij had grote bezwaren tegen de hiërarchie in de kerk. Op het concilie van Konstanz wegerde hij zijn stellingen te herroepen en werd veroordeeld tot de brandstapel, waar hij op 6 juli 1415 stierf.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina