"en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizendtallen"



Dovnload 48.62 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte48.62 Kb.
BEVRIJDINGSPASTORAAT
Engelen

Naast de zichtbare werkelijkheid waarin wij leven is er ook een onzichtbare werkelijkheid. Naast het heelal met als middelpunt de aarde heeft God ook de hemel geschapen en de engelen (Ps.148:2-5; Kol.1:16). Zij waren al geschapen vóórdat God de mens heeft geschapen, want de engelen verheugden zich toen God de aarde schiep (Job 38:4-7). God heeft miljoenen, zo niet miljarden, engelen geschapen. Johannes ziet in een visioen vele engelen om de troon van God staan: “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen” (Opb.5:11). Engelen bewonen met God de hemel. Hun taak is God dienen en aanbidden (Kol.1:16; Ps.148:2; Hebr.1:6-7). Zo zien we de engelen God aanbidden in Jes.6:1-4 en Opb.5:11-12. Engelen zijn volmaakte geesten (Hebr.1:14). Zij bezitten geen lichaam, maar kunnen, als God dat toestaat, wel tijdelijk een lichamelijke gestalte aannemen. Denk maar aan de twee engelen die samen met God aan Abraham en later aan Lot in Sodom (Gen.18-19) verschenen. Maar ook in hun geestelijke gedaante lijken engelen op een menselijke gestalte (Luc.24:4). Sommige engelen hebben vleugels (Jes.6:2; Ez.1:5-7). Engelen bezitten veel kracht, veel meer dan een mens (Ps.103:20; II Pt.2:11). Eén engel was in staat om het leger van de koning van Assur te vernietigen (II Kron.32:21).


Er zijn verschillende soorten engelen:

Cherubim zijn engelen die in nauw verband staan met de troon van God (Num.7:89; I Sam.4:4; Ps.80:2; II Sam.22:11). Het woord ‘cherub’ betekent vermoedelijk ‘bewaker’ (vgl. Gen.3:24) en duidt waarschijnlijk op het bewaken van Gods troon.

Serafim komen alleen voor in Jes.6. Het woord ‘seraf’ betekent vermoedelijk ‘brandend’ en kan duiden op hun ‘brandend verlangen’ God te dienen: ze aanbidden Hem voortdurend. Ze lijken veel op de cherubim van Ez.1, 9, 10 en 11:22.
Aartsengelen, - in het Grieks archangelos en dat betekent ‘hoofdengel’ -, zijn waarschijnlijk de aanvoerders van de engelen. De Bijbel noemt één aartsengel: Michaël (Dan.10:13, 21; Jud.9; Opb.12:7-9). Hoewel de Bijbel Gabriël geen aartsengel noemt, is hij dat waarschijnlijk wel gezien zijn optreden (Dan.8:16; 9:21; Luc.1:19, 26). Enkele joodse apocriefe en pseudepigrafische geschriften vermelden dat er zeven aartsengelen zijn, waarvan vier bij naam worden genoemd: Michaël, Gabriël, Rafaël, Uriël (oftewel Phanuël). Sommigen zien in Opb.8:2 een verwijzing naar deze zeven aartsengelen.

Engelen worden in de Bijbel ook aangeduid als ‘zonen Gods’ (Job 38:7), ‘sterren’ (Job 38:7; Ps.148:2-3), ‘heiligen’ (Ps.89:6-7), ‘heerscharen’ (Ps.24:10) en ‘wachters’ (Dan.4:13, 17).


Het woord ‘engel’ is afgeleid van het Griekse woord angelos, en dat betekent ‘boodschapper’, en is een vertaling van het Hebreeuwse woord ‘mal’ach’, dat eveneens ‘boodschapper’ betekent. Het begrip ‘engel’ duidt op een belangrijke functie van engelen, namelijk op het doorgeven van boodschappen van God. We lezen in dat verband over engelen die allerlei boodschappen van God aan de mensen doorgeven, zoals Michaël aan Daniël verschijnt (Dan.10:11 e.v.) of zoals Gabriël aan Maria verschijnt (Luc.1:26 e.v.). Tenslotte worden engelen ook ‘dienende geesten’ genoemd, die de gelovigen terzijde staan (Hebr.1:14).
Duivel en demonen

De duivel is oorspronkelijk een engel die in opstand is gekomen tegen God. Ooit was de duivel één van de machtigste en mooiste engelen, geschapen door God (Ez.28:12-14). Hij was een cherub (Ez.28:14). In Jes.14:12 wordt hij ‘morgenster’ genoemd. Hij wordt ook wel ‘Lucifer’ (= lichtdrager) genoemd. Zo heeft de Vulgata, de Latijnse Bijbelvertaling, ‘morgenster’ in Jes.14:12 vertaald. Vanwege zijn hoge positie wordt ook gedacht dat hij één van de aartsengelen of aanvoerders van de engelen was. Wellicht was hij de hoogste in rang onder de engelen en aartsengelen, een soort maarschalk van de engelenlegers.


Vanwege zijn hoge positie werd er trots en hoogmoed in hem gevonden, omdat hij aan God gelijk wilde zijn (Jes.14:13-14; Ez.28:17). De duivel kwam niet alleen in opstand tegen God; vele engelen kwamen eveneens, onder leiding en door toedoen van de duivel, in opstand. Volgens Opb.12:3-4 is één derde van de engelen in opstand gekomen. Dat betekent dus miljoenen gevallen engelen. In Jud.6 en II Pt.2:4 wordt ook over de val van engelen gesproken. Gevallen engelen worden in de Bijbel demonen, boze of onreine geesten genoemd. De duivel is de aanvoerder van deze gevallen engelen.
Toen God de mens had geschapen en had aangesteld om over de aarde te heersen, kwam de duivel in de gedaante van een slang om de mens tegen God in opstand te brengen. Door de geraffineerde misleiding van de duivel is het hem gelukt om de mens in zonde te laten vallen (Gen.3). Daarmee kreeg de duivel de heerschappij over de aarde en de mens, omdat de mens hem deze rechtens uit handen had gegeven. Daarom wordt de duivel ‘de overste van deze wereld’ genoemd (Joh.12:31) en kon hij Jezus alle koninkrijken van de wereld aanbieden (Luc.4:5-6). In Jes.14:9-21 en Ez.28:1-19 gaat het niet alleen over de duivel, maar ook over de koningen van Babel en Tyrus. De koningen van Babel en Tyrus zijn aardse machthebbers, maar achter hun macht staat de duivel. Hij is in feite degene die deze koningen macht geeft en aanstuurt tot geweld en onderdrukking.

Achter een aardse strijd (tussen mensen) voltrekt zich dus een geestelijke strijd af, een strijd waarin satan en zijn demonen betrokken zijn. Paulus zegt in Ef.6:11-12 “Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.


Paulus spreekt in Ef.6:12 naast de duivel en boze geesten over overheden, machten, wereldbeheersers, in Ef.1:21 over krachten, heerschappijen, in Kol.1:16 over tronen, in I Kor.2:6 over beheersers en in Kol.2:8 over wereldgeesten. Dit zijn allemaal benamingen voor demonische machten. Of deze benamingen ook nog een bepaalde hiërarchie aanduiden, is wel aannemelijk. Net als in de mensenwereld is er ook in de (gevallen) engelenwereld sprake van hiërarchie. Hoe dan ook, de duivel is de aanvoerder van al deze demonische machten.
De duivel heeft ook verschillende benamingen in de bijbel, die alle iets zeggen over het karakter van deze boze geest: duivel is afgeleid van het Griekse diabolos en dat betekent ‘lasteraar’; satan is Hebreeuws en betekent ‘tegenstander’ (Zach.3:1; Opb.12:9); Beëlzebul is Hebreeuws en betekent ‘heer van de woning’, en dat duidt op zijn heerschappij over de gevallen engelen en mensen. Mt.12:24 spreekt over ‘Beëlzebul, de overste der boze geesten’. Verder wordt hij genoemd: ‘de overste van de macht der lucht’ (Ef.2:2), ‘de overste dezer wereld’ (Joh.12:31), ‘de god dezer eeuw’ (II Kor.4:4), ‘de mensenmoorder van den beginne’(Joh.8:44), ‘de aanklager van onze broeders’ (Opb.12:10), ‘de vader der leugen’ (Joh.8:44), ‘de boze’ (Mt.6:13), ‘brullende leeuw’ (I Pt.5:8), ‘de draak’ (Opb.12:3), ‘de oude slang’ (Opb.12:9), ‘de engel des afgronds’ (Opb.9:11), ‘Abaddon’ (Hebreeuws) of ‘Apollyon’ (Grieks) en dat betekent ‘vernietiger’ (Opb.9:11). Verder zegt Paulus in II Kor.11:14 dat satan zich op een bedrieglijke wijze kan voordoen als een ‘engel des lichts’.

Geestelijke strijd

De duivel is een machtige en sluwe geest, die vele miljoenen demonen tot zijn beschikking heeft en die hij inzet in de geestelijke strijd. Satan voert deze geestelijke strijd om te voorkomen dat Gods plan met mensen tot uitvoering komt. Hij zal alles in het werk stellen om de mens bij God vandaan te houden. Door de zondeval is de mens in de macht van satan gekomen en zit voor eeuwig vast aan de heerschappij van satan.


God wil echter de mens bevrijden uit de macht van satan en weer stellen onder Gods heerschappij. Natuurlijk is God almachtig en kan Hij met één woord de macht van satan voorgoed uitschakelen en de mens definitief bevrijden. Maar God erkent dat de mens uit vrije wil zijn heerschappij over zichzelf en de aarde aan de duivel heeft overhandigd door de zondeval, en dat de duivel rechtens eigenaar is geworden van de mens en de aarde, en daar aanspraak op kan maken. Daarom zocht God een andere weg: Hij zond zijn Zoon Jezus, die als mens zonder zonde op de wereld kwam.
Jezus heeft een volkomen zondeloos leven geleid, en Hij heeft de verleidingen van de duivel in Zijn leven en in zijn dood aan het kruis weerstaan (Luc.4:1-13; Hebr.4:15; 5:7-10). Hij opende daarmee een mogelijkheid voor de mens om rechtens vrij te komen van satan. Degene die zijn zonden belijdt en de kruisdood van Jezus aanvaardt als verlossing van zonden en verzoening met God, die wordt rechtens vrijgemaakt van de heerschappij van satan (II Kor.5:20-21; Kol.1:13-14; 2:13-15).
Door zijn dood en opstanding heeft Jezus de duivel overwonnen. Maar ook al is de duivel verslagen, nog steeds heeft hij macht om mensen bij God vandaan te houden: ”Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden” (I Pt.5:8). Sowieso heeft hij heerschappij over ongelovigen, maar ook zal hij alles op alles zetten om gelovigen zoveel mogelijk bij God vandaan te houden. De macht van de duivel wordt voorgoed tenietgedaan bij de wederkomst van Jezus. Dan worden de duivel en zijn demonen voor eeuwig in de hel geworpen (Opb.20:1-3, 7-10; vgl. Mt.25:41).
Het doel van de duivel is om mensen bij God en Christus vandaan te houden. Als mensen tot geloof in Christus komen, verliest de duivel zijn heerschappij over deze mensen en worden zij het eigendom van God. De duivel heeft het dus vooral gemunt op de gemeente van Christus, omdat de gemeente bestaat uit mensen die God dienen (Ef.6:12). In deze geestelijke strijd staan engelen van God ons terzijde (Hebr.1:14). Zij beschermen ons tegen aanvallen van de boze machten. Want ook al is satan een machtig en sluw wezen, en heeft hij miljoenen demonen tot zijn beschikking, God is almachtig, en heeft nog altijd tweemaal zoveel engelen tot zijn beschikking dan satan. Immers één derde van de engelen ging met de duivel mee, twee derde bleef God trouw.
In de geestelijke strijd gebruikt de duivel vele tactieken en wapens om mensen van God en Jezus vandaan te houden: politieke systemen (die geloof bestrijden of verbieden), godsdiensten (die afgoden aanbidden) en levensbeschouwingen (atheïsme), materialisme en verslavingen (mensen zoeken hun heil niet bij God, maar in geld, drugs e.d.), occultisme, spiritisme, satanisme (bovennatuurlijke zaken die hun oorsprong in satan vinden), verdeeldheid en vrijzinnigheid in de kerken (werkt verlammend voor het getuigenis), zonden en overtredingen van Gods geboden en normen (werkt verlammend voor het geestelijk leven).
We moeten niet denken dat al het kwaad en de geestelijke strijd alleen van satan en zijn demonische machten komen. Paulus onderscheidt in Ef.2:1-3 drie terreinen van kwaad die ons bestoken in de geestelijke strijd, namelijk de duivel, de wereld en het vlees:

Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, - trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns -…”.


De duivel is niet alleen een bron van kwaad, maar gebruikt ook de twee andere bronnen van kwaad, namelijk het vlees en de wereld. Bij ‘de wereld’ moeten we niet zozeer denken aan de aarde en haar bewoners, maar vooral aan de godvijandige invloeden van de menselijke maatschappij. Met ‘het vlees’ wordt de oude mens of de zondige natuur van de mens bedoeld, die in ons schuilt. De satan gebruikt de wereld en het vlees om ons te verleiden en tot zondig gedrag te brengen. In feite is dé bron van kwaad onze oude mens, omdat wij dat zelf betreffen. Het is onze wil die besluit te doen zondigen (Mc.7:15-16), en doordat die wil is onderworpen aan de satan door de zondeval, moet die wil onder de heerschappij van Christus worden gesteld. Dat is een keuze die wijzelf maken. Door onze bekering, hetgeen – naast Gods werk - ons besluit is, wordt de oude mens gekruisigd (Rom.6:6; Gal.5:24), maar die oude mens kan juist in situaties van verleidingen, zorgen en problemen weer de kop opsteken, doordat wij dan toegeven aan onze oude natuur met al haar hartstocht en begeerte (Rom.7:14-26). Dat komt omdat wij nog niet in een volmaakte wereld en omgeving leven, ook al zijn wij een nieuwe schepping in Christus (II Kor.5:17). Daarom roept Paulus ons op om te leven naar de wil van God, en ons te laten leiden door de Heilige Geest (Rom.8:1-17).
Geestelijke wapenrusting

De duivel valt ons aan met ‘geestelijke’ wapens (Ef.6:12). Dat betekent dat de geestelijke strijd alleen maar gestreden en gewonnen kan worden met geestelijke wapens. Paulus levert ons deze wapens in Ef.6:10-20. Hij spreekt over de wapenrusting van God. Als wij deze wapenrusting aantrekken, leven wij naar de wil van God en laten we ons leiden door de Geest.



Paulus gebruikt de wapenrusting van een Romeinse soldaat als voorbeeld. Deze wapenrusting bestaat uit de volgende onderdelen:
*Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid. Een Romeinse soldaat droeg een gordel of riem om zijn middel. Met ‘de waarheid als gordel om uw heupen’ bedoelt Paulus een houding van eerlijkheid en oprechtheid bij de strijder. Een persoon die niet eerlijk is, vormt een makkelijke prooi voor de boze.
*Bekleed met het pantser der gerechtigheid. Achter het borstpantser bevinden zich de kwetsbare lichaamsdelen, zoals het hart. Een soldaat zonder pantser of harnas was ten dode opgeschreven. Met ‘de gerechtigheid als harnas voor uw borst’ bedoelt Paulus een rechte verhouding tussen God en mensen. Wie is gerechtvaardigd door God op grond van de bekering tot Christus, kan de boze weerstaan. Met ‘gerechtigheid’ wordt ook bedoeld een rechtvaardig leven leiden voor God oftewel leven naar Gods wil. Zo heeft de boze geen of nauwelijks vat op je.
*De voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes. Een Romeinse soldaat droeg een soort sandalen. Paulus duidt met deze verwijzing naar sandalen op bereidheid tot actie. En inzet of bereidvaardigheid duidt op zowel het willen als het kunnen. Het gaat erom volledig voorbereid te zijn, gebaseerd op veel training. Het betekent dus zowel bereidheid om het evangelie te verkondigen, - zodat mensen tot geloof kunnen komen en de satan zijn macht over hen verliest -, als bereidheid om te leven in vrede met God en mensen. Daarmee heeft de boze weinig vat op je.
*Neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven. Het schild is een groot rechthoekig schild waarachter een Romeinse soldaat geheel kon schuilen bij een vijandelijke aanval met pijlen of speren. Kenmerkend voor pijlen is dat ze je zo onverwacht kunnen raken. Brandende pijlen zijn nóg gevaarlijker dan gewone pijlen. We kunnen echter schuilen achter het schild van het geloof. Geloof betekent de innerlijke zekerheid dat je altijd op God kunt vertrouwen en rekenen.
*En neemt de helm des heils aan. De helm diende om slagen op het hoofd af te weren of af te zwakken. Met ‘verlossing’ bedoelt Paulus de redding die wij hebben door het offer van Jezus, waardoor onze verbroken relatie met God voor altijd is hersteld. Dankzij het bloed van Jezus hebben we een doeltreffende bescherming in de geestelijke strijd.
*En het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. Gods woord is een wapen waarmee de duivel kan worden teruggeslagen. Toen Jezus door de satan in de woestijn werd verzocht, gebruikte Hij het woord van God om satan terug te slaan. De Heilige Geest gebruikt de Bijbel als Gods Woord. Belangrijk is dan ook om veel kennis van Gods Woord te hebben en deze toe te passen.
Naast deze wapenrusting noemt Paulus nog het gebed. Hoewel het gebed geen parallel kent in de wapenrusting uit Ef.6, ziet Paulus het gebed als een essentieel onderdeel in de geestelijke strijd. Door gebed staan wij namelijk in direct contact met onze hemelse Aanvoerder Jezus Christus. Door gebed gaat God de strijd tot overwinning aanbinden en zendt Hij o.a. zijn engelen om de demonische machten te verjagen.
Een duidelijk voorbeeld is Dan.10. In dit hoofdstuk is Daniël drie weken lang intens aan het bidden. Vanaf de eerste dag dat Daniël bidt, heeft God een engel naar Daniël gestuurd om hem Gods antwoord te geven. Maar deze engel wordt tegengehouden door een sterke demon, de vorst van Perzië, dat wil zeggen een boze geest die Perzië onder zijn heerschappij heeft. Dan stuurt God de aartsengel Michaël om de engel te helpen in de strijd tegen deze demon. Daardoor gelukt het om de demon te overwinnen, en gaat de engel alsnog op weg om Gods boodschap aan Daniël door te geven.
Om ons heen voltrekt zich een geestelijke strijd. Maar als de gemeente van Christus de wapenrusting van God aantrekt, dan zal zij de strijd winnen, omdat Jezus de Overwinnaar is: “Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden” (Jac.4:7). Met name in de eindtijd zal een intensivering van de geestelijke strijd plaatsvinden. In Opb.12:12 staat “Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft”. Tijdens de grote verdrukking laat God het toe dat hele horden demonen uit de afgrond worden losgelaten, - die daar al vastzitten vanaf de val van satan en zijn engelen! -, om de mensen te verleiden en te vernietigen (Opb.9; II Thess.2:9-12). Maar Jezus komt als Overwinnaar!

Gebondenheid en bevrijding

In de Bijbel komen we mensen tegen die boze geesten bij of in zich hebben. Men spreekt dan van gebondenheid of bezetenheid afhankelijk van de mate waarin de demon of demonen de persoon beheersen. Bij bezetenheid is de gehele persoon onderworpen aan de demon of demonen; bij gebondenheid een bepaald aspect van de persoon, zoals een bepaald karaktertrek of emotie. De Bijbel kent het begrip ‘bezetenheid’ niet, maar spreekt over ‘demonisering’ (daimonizomai) of ‘binding’ (deoo). De mate van demonisering of binding kan per persoon verschillen. Zo had de man in het land der Gerasenen vele demonen in zich die zijn persoon in zeer grote mate beheersten (Luc.8:26-39), werd de maanzieke jongen door een boze geest vaak gedwongen in het vuur en water te gaan (Mt.17:14-21), en werd Maria Magdalena bevrijd van zeven demonen (Luc.8:2). Ook in onze tijd komen we mensen tegen die zijn gebonden door boze geesten, net als in de Bijbel.


Oorzaken van demonische gebondenheid bij mensen kunnen zijn:

Zonden. Door bepaalde zonden, die nooit zijn beleden, door volharding in zonden of zondige gewoonten of door occulte zaken kunnen demonen hun invloed uitoefenen op mensen.

Trauma’s. Als mensen iets heel heftigs meemaken, ook als kind, kan daardoor een opening ontstaan voor demonische gebondenheid.

Vervloekingen. Door een vloek over iemand uitgesproken hebben boze geesten kans om iemand te binden, bijvoorbeeld bij voodoo.
Soms wordt beweerd dat een christen niet demonisch gebonden kan zijn. Als iemand christen wordt, komt de Heilige Geest in hem wonen, en dan is er geen plaats in de christen voor onheilige geesten en demonen. Het lichaam is immers een tempel van Gods Geest geworden. Maar dit is niet juist. Alhoewel de Geest heerschappij voert over de christen, kunnen er toch nog vanwege bepaalde onbeleden zonden, onverwerkte trauma’s of vervloekingen demonische bindingen bij een christen zijn. De duivel heeft zijn heerschappij over de christen verloren, toen deze tot bekering kwam (Kol.1:13-14), maar kan op bepaalde terreinen in het leven van de christen nog invloed uitoefenen door gebondenheid.
In de dienst der bevrijding heb ik met christenen te maken gehad die nog demonische gebondenheid kenden en vertoonden en na gebed bevrijd werden. In Ef.4:27 zegt Paulus dat we de duivel geen ‘voet’ moeten geven. Letterlijk staat er dat we de duivel geen ‘plaats’ moeten geven. Dat betekent dat we de duivel een plaats in ons leven kunnen geven, en dat duidt op demonische gebondenheid op een terrein of plaats in ons leven. Het is dus niet zo, dat als iemand christen wordt, hij ook altijd automatisch bevrijd wordt van demonische gebondenheid. Als christenen in de Vroege Kerk werden gedoopt, werd onder handoplegging ook altijd gebeden om verbreking van mogelijke demonische gebondenheid.
Men kan demonische gebondenheid bij iemand vaststellen door een diagnose te stellen en de hierboven genoemde oorzaken aan te kaarten. Maar ook in dit geval hoeft er niet altijd sprake te zijn van demonische gebondenheid. Niet achter elke verdachte boom schuilt een duivel! De Enige die kan vaststellen of er werkelijk sprake is van demonische gebondenheid is de Heilige Geest. Daarom zijn gebed en luisteren naar aanwijzingen van de Geest zo belangrijk. Paulus spreekt in I Kor.12:10 over de gave van het onderscheiden van geesten. Dat is een gave die iemand kan hebben om door gebed te ontdekken of er sprake is van demonische gebondenheid.

Elke vorm van demonische gebondenheid kan verbroken worden, en alle demonen kunnen uitgedreven worden. Naar de mate van gebondenheid kan de strijd korter of langer duren. Maar de overwinning is reeds behaald door de dood en opstanding van Jezus! We mogen demonen gebieden om in de naam van Jezus de persoon los te laten en te verlaten en dan zullen ze moeten gaan (Hand.16:18). Voorwaarde daarbij is wel dat zowel de persoon die gebonden is, als degene die staat in de dienst van bevrijding, wedergeboren zijn, alle zonden beleden hebben, en zich volledig onderwerpen aan de wil en het gezag van Christus (Mc.9:14-29; Hand.19:13-20), want zo luidt de belofte van God in Jac.4:7-8, “Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nadert tot God en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen…, en zuivert uw harten…” .


Ds.K.Kruithof

Februari 2009


BELEID BEVRIJDINGSPASTORAAT

Binnen bevrijdingspastoraat richten we ons voornamelijk op het occultisme als oorzaak van demonische binding. Bij allerlei psychische en medische aspecten is voorzichtigheid geboden en zal verwijzing naar professionele hulpverlening belangrijk zijn.


Bij bevrijdingspastoraat wordt de eigen verantwoordelijkheid en de vrije wil van de confident te allen tijde gerespecteerd. Alles gebeurt in overleg met de confident. Elke vorm van dwang of manipulatie moet worden vermeden.
De kerkenraad en de voorgangers zijn uit hoofde van hun ambt eindverantwoordelijk voor het functioneren van het bevrijdingspastoraat. Het CPZ en het onderdeel ‘leer’ van de kerkenraad spelen een bezinnende en coördinerende rol binnen het bevrijdingspastoraat.
De voorgangers zijn vooralsnog aanspreekpunt als zich een vraag om bevrijdingspastoraat voordoet en worden zij daarbij betrokken. Zij coördineren eventuele hulpvragen in overleg met het CPZ en zij leggen verantwoording af aan de kerkenraad. Daarnaast worden zij ondersteund door personen die affiniteit met bevrijdingspastoraat hebben en daarin ook enige toerusting hebben ontvangen.
Bevrijdingspastoraat ligt in de lijn van gebedsgenezing. De gemeente kent de praktijk dat een zieke om ziekenzalving kan vragen en ontvangen. Verwijzing naar de mogelijkheid van bevrijdingspastoraat en ziekenzalving in de jaargids van de gemeente is belangrijk om het onder de aandacht van de gemeente te blijven brengen.
Er moet onderwijs worden gegeven over demonie, occultisme, alternatieve geneeswijzen, geestelijke strijd, bevrijding etc. om de gemeente gedegen voor te lichten. Dat kan d.m.v. themadiensten, conferenties, catechese, bijbelstudies, jeugdgroepen etc.
Als iemand zich met een hulpvraag op het terrein van bevrijdingspastoraat meldt, dan volgt een gesprek waarin de hulpvraag duidelijk aan de orde komt. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van bijv. onderstaand intake-formulier. Voor verdere bijzonderheden over het gebed om bevrijding en nazorg wordt verwezen naar het boek van Joost Verduijn, Bevrijdingspastoraat, de hoofdstuken 16 en 17. Voor het bevrijdingsgebed kan gebruik worden gemaakt van de brochure van N.T.Anderson, Op weg naar vrijheid in Christus. Stappen naar bevrijding van zonde en gebondenheid; en voor de nazorg kan gebruik worden gemaakt van de brochure van W.v.d.Kamp, Hoe behoud ik mijn vrijheid?

Intakeformulier voor de hulpvrager (bevrijdingspastoraat)
A. Persoonlijke gegevens hulpvrager
Naam:

Adres:


Telefoon/email:

Geboortedatum

Sekse: man / vrouw

Burgerlijke staat:

Beroep:
B. Betrokkenheid bij onbijbelse activiteiten
1.Omcirkel de activiteiten waarbij u op één of andere manier betrokken bent geweest. Neem ruim de tijd om de verschillende activiteiten op u te laten inwerken. Hier worden lang niet alle onbijbelse en occulte activiteiten genoemd. Als u bij andere activiteiten betrokken bent geweest, kunt u dat op de stippellijntjes aangeven.
Ouija-bord (glaasje draaien)

Spiritisme (oproepen van geesten/geestesverschijnen)

Helderziendheid/heldergevoeligheid

Waarzeggerij/tarotkaarten/handlezen

Astrologie/horoscoop

Wichelroede/pendelen

Toverij/magie

Voodoo


Wicca/hekserij

Alternatieve geneeswijzen

Niet-christelijke religies en levensbeschouwingen

…………………………….

…………………………….
2.Bent u wel eens onder hypnose gebracht, of heeft uw wel eens een congres van de New Age beweging bijgewoond, of deelgenomen aan een seance?

3.Heeft u wel eens een cursus gevolgd van of boeken gelezen over parapsychologie? Leg dat eens uit.

4.Hebt u wel eens stemmen gehoord in uw hoofd? Hebt u wel eens last van terugkerende gedachten, die niet overeenkwamen met wat u gelooft of voelt, alsof er een soort dialoog gevoerd werd in uw hoofd? Leg dat eens uit.

5.Welke andere buitengewone, geestelijke ervaringen heeft u gehad?

6.Heeft u ooit deelgenomen aan één of ander satanisch ritueel? Verklaar u nader.

C. Levensgeschiedenis
Beschrijf op een apart vel papier uw levensgeschiedenis en voeg dit als bijlage bij deze informatieformulier. U bent vrij om dat naar eigen inzicht te doen, maar zorg er wel voor dat u ook iets vermeldt over uw (voor)familie en hun geestelijke achtergrond, uw bekering en geestelijk leven, uw gezondheid en de invloed van occulte praktijken.

D. De hulpvraag
1.Wat is naar uw mening het hoofdprobleem?

2.Waarom wilt u geholpen worden? Wat zijn uw verwachtingen?

3.Wat heeft u al gedaan om het probleem op te lossen?

4.Heeft u nog informatie dat belangrijk voor ons kan zijn, maar dat nog niet genoemd is?

5.Omcirkel de probleemgebieden die van toepassing zijn:
Zelfmoordideeën

Concentratieverlies

Slaapmoeilijkheden

Twijfel


Verslavingen (alcohol, drugs, medicijnen)

Angsten


Fantasieën

Dwanggedachten/obsessies

Zelfmoordpogingen

Moeilijk doorslapen

Godslasterlijke gedachten

Dagdromen

Paniekerigheid

Gevoelens van sterke minderwaardigheid en onbekwaamheid


Andere:……………………………….

E. Kerk en geloof
Kerkelijke achtergrond. Sinds …………… lid/vriend van de ………………………….
Hoe vaak per maand bezoekt u de kerkdienst?
Bezocht u de kerk in uw kindertijd? Zo ja, welke?
Bent u gedoopt/hebt u belijdenis gedaan? Zo ja, wanneer en in welke kerk?
Gelooft u in de God van de Bijbel?
Bidt u tot God?

Hoe vaak leest u de Bijbel?


Bezoekt u het avondmaal?
Weet u dat u naar de hemel zou gaan als u vannacht zou sterven?
Bent u actief betrokken bij uw kerk? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina