Enorme variëteit van perspectieven op die bij de analyse van interorganisationele relaties worden toegepast


Hoofdstuk 5: Ethiek en beleidswetenschap



Dovnload 211.76 Kb.
Pagina2/6
Datum21.08.2016
Grootte211.76 Kb.
1   2   3   4   5   6

Hoofdstuk 5: Ethiek en beleidswetenschap





  • Soorten ethiek:

  1. Beschrijvende: deze hanteren cultureel antropologen als ze situaties van samenlevingsverbanden omschrijven.

  2. Normatieve: houdt zich bezig met logisch-systematisch onderzoek naar de rationele grondslagen of rechtvaardigingen voor zedelijke uitspraken

  3. Meta-ethiek: beperkt zich tot analyse en begripsverheldering




  • Relaties zijn tussen waarden onderling tweeërlei van aard:

  • Instrumentele relaties (hebben betrekking op gewenste gedragsveranderingen)

Hieronder vallen Morele waarden (eerlijkheid) en competentie-waarden (van persoonlijke aard/personal inadequacy).

  • prioriteitsverhoudingen




  • 7 elementen:

  • waarden zijn georganiseerd in min of meer duurzame systemen

  • een waarde is een gebiedende of voorschrijvende opvatting(belief)

  • waarden hebben betrekking op gedragswijzen of situaties

  • een waarde is zowel een voorkeur als een conceptie van het wenselijke

  • waarden en waarden systemen hebben functies

  • waarden zijn algemener dan normen

  • waarden zijn niet identiek met behoeften of belangen.




  • Affectiviteit waarden:

  • Waarden zijn affectief in de zin dat mensen over waarden emoties hebben. Een waarde heeft als interveniërende variabele effect op het gedrag. Drie typen van opvattingen (Rokeach):

  1. Descriptieve of zijnsopvattingen.

  2. Evaluerende opvattingen.

  3. Voorschrijvende of gebiedende opvattingen.




  • Functies van waarden:

  • Rokeach onderscheidt er drie:

  • Waarden zijn maatstaven waarmee we eigen en andermans’ gedragingen en handelingen doorlopend beoordelen.

  • Waarden en waardensystemen leveren voor ons handelen de bronnen of motieven.

  • Waardensystemen leveren ons op een zeer algemeen niveau plannen voor onze beslissingen.

Vragen met betrekking tot meta-ethiek:



  • wat is het karakter van een ethische uitspraak

  • voegt zo’n uitspraak iets toe aan onze kennis?

  • Valt zo’n uitspraak verifieerbaar, houdbaar te maken?




  • Cognitivisten / non-cognitivisten ( kijk vooral naar sheets!!!!!!!!)

  • Zij zijn van mening dat normatieve uitspraken iets kunnen toevoegen aan onze kennis (fig. 5.1)

  • Intuïtionisten: zedelijke begrippen hebben volledig eigensoortig, niet-empirisch en niet-analytisch kenniskarakter. Wezenlijke ethische oordelen zijn vanzelfsprekend en kunnen alleen door intuïtie aan het licht komen.

  • Naturalisten: zedelijke begrippen zijn zonder meer en zonder uitzondering vertaalbaar in niet-ethische, empirische begrippen

  • Groot gevaar voor naturalistische denkfout  men meent maatstaven te kunnen afleiden uit een feitelijke stand van zaken of een feitelijke ontwikkeling (moet een burger altijd gehoorzemen aan de wet omdat hij er zoveel aan te danken heeft?)

  • Emotief non-cognitivisten: ethisch oordeel is niets anders dan gevoelsuiting

  • Prescriptief non-cognitivisten: zedelijk oordeel niet slechts een gevoel, maar meer een houding van de spreker uitdrukt

  • Ethiek van goede redenen: zie HC voor definitie

Redenen voor opmars:

  • het vormt een houdbaar alternatief voor sommige onaanvaardbare implicaties van enerzijds definitionisme/WWA en anderzijds emotief/prescriptief non-cognitivisme

  • Het vermijdt de eenzijdige nadruk op finalistisch of doel-middel denken.

Zijn waarden generaliseerbaar (kunnen ze altijd gelden)?


Zijn waarden operationaliseerbaar (zijn ze empirisch meetbaar)?

Intuitionisme


Generaliseerbaar, niet meetbaar

Emotivisme

Niet generaliseerbaar en meetbaar


Naturalisme

Generaliseerbaar en meetbaar

Ethiek van de goede redenen

Niet generaliseerbaar, beperkt meetbaar:



  • Wetenschappelijk Waarden Alternativisme:

De vraag of iets waardevol is, kan in wetenschappelijke zin slechts beantwoord worden onder verwijzing naar:

  • een doel of bedoeling voor het nastreven waarvan het nuttig of niet nuttig is, of

  • De opvattingen van een persoon of groep van personen over wat wel of niet waardevol is;

Het is dientengevolge onmogelijk doelen of intenties wetenschappelijk vast te stellen onafhankelijk van: - De waarde die zij hebben voor het streven naar andere doelen of intenties, of



8 Management van de beleidsagenda

Centrale vragen agendamanagement

Selecteren ‘juiste’ problemen en ‘onjuiste’ weren

Ongetemde problemen

Koppelen problemen aan mogelijke oplossingen




1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina