Epistula VI 16



Dovnload 26.35 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte26.35 Kb.
PLINIUS MINOR

EPISTULA VI 16



24 augustus 79

4 Erat Miseni classemque imperio praesens regebat. Nonum Kal. Septembres hora fere septima mater mea indicat ei apparere nubem inusitata et magnitudine et specie.

5 Usus ille sole, mox frigida, gustaverat iacens studebatque, poscit soleas, ascendit locum, ex quo maxime miraculum illud conspici poterat. Nubes, incertum procul intuentibus, ex quo monte (Vesuvium fuisse postea cognitum es), oriebatur, cuius similiutidinem et formam non alia magis arbor quam pinus expresserit.

Een man van de wetenschap


7 Magnum propiusque noscendum, ut eruditissimo viro, visum. Iubet Liburnicam aptari ; mihi, si venire una vellem, facit capiam, respondi studere me malle, et forte ipse, quod scriberem, dederat.

Een man van kalmte


12 Quo tunc avunculus meus secundissimo invectus complecitur trepidantem, consolatur, hortatur, utque timorem eius sua securiate leniret, deferri in balineum iubet; lautus accubat cenatque aut hilaris, aut, quod aeque magnum, similis hilari.

13 Interim e Vesuvio monte pluribus locis latissimae flammae altaque incendia relucebant, quodum fulgor et claritas tenebris noctis excitabatur. Ille agrestium trepidatione ignes relictos desertasque villas per solitudinem ardere in remedium formidinis dictitabat. Tum se quieti dedit et quievit verissimo quidem somno. Nam meatus animae, qui illi propter amplitudinem corporis gravior et sonantior erat, ab iis, qui limini obversabantur, audiebatur.

14 Sed area, ex qua diaeta adibatur, ita iam cinere mixitisque pumicibus

24 augustus 79

4 Hij was in Misenum en voerde in eigen persoon het bevel over de vloot. Op 24 augustus ongeveer op het zevende uur, wijst mijn moeder hem erop dat een wolk verschijnt met een ongewone grootte en met een ongewoon uiterlijk.

5 Nadat hij een zonnebad had genomen, daarna een koud waterbad, had hij liggend iets gegeten en hij was aan het studeren, hij vraagt om zijn sandalen en beklimt een plaats van waaruit dat wonderlijke schouwspel het best kan worden bekeken. Er ontstond een wolk, het was onzeker voor hen die van ver keken, uit welke berg (later is bekend geworden dat het de Vesuvius is geweest), waarvan geen andere boom meer dan een pijnboom de gelijkenis en de vorm zou kunnen uitdrukken.

Een man van de wetenschap


7 Het wonderlijke schouwspel leek hem, een zeer geleerd man als hij is, belangrijk en de moeite waard om dichterbij te onderzoeken. Hij beveelt dat een Liburnisch schip in gereedheid wordt gebracht; aan mij geeft hij de gelegenheid, als ik zou willen, om met hem mee te gaan; ik antwoordde dat ik liever wilde studeren en hij had toevallig zelf gegeven wat ik moest schrijven.

Een man van kalmte


12 Nadat mijn oom toen met die zeer gunstige wind is binnengevaren, omarmt hij de trillende man, hij troost hem, spoort hem aan en, om diens angst met zijn eigen kalmte te verminderen, beveelt hij naar hij badhuis gebracht te worden (om hem naar het badhuis te brengen). Nadat hij zich heeft gewassen), gaat hij liggen en eet of opgewekt of, wat even groot(moedig) is, gelijk een opgewekt (iemand).

13 Intussen lichtten uit de berg Vesuvius op meerdere plaatsen zeer brede vlammen en hoog oplaaiende vuren op, waarvan de schittering en helderheid door de duisternis van de nacht werd opgewekt. Hij zei steeds als remedie tegen de angst dat er vuren, achtergelaten door de angst van boeren, en verlaten landhuizen in eenzaamheid brandden. Toen ging hij rusten en hij rustte werkelijk in een zeer echte slaap. Want zijn ademhaling, die vanwege de omvang van zijn lichaam tamelijk zwaar en luidruchtig was, werd door hen, die zich bij de deur ophielden, gehoord.

14 Maar de binnenplaats, waarop de woonkamer uitkwam, was al zo omhoog gekomen, omdat hij gevuld was met een mengsel van puimsteen en as, dat , als er langer oponthoud in de slaapkamer zou zijn, de

Excitatus procedit seque Pomponiano ceterisque, qui pervigilaverant, reddit.

oppleta surrexerat, ut, si longior in cubiculo mora, exitus negaretur.

In de open lucht


15 In commune consultant, intra tecta subsistant an in aperto vagentur. Nam crebris vastisque tremoribus tecta nutabant et quasi emota sedibus suis nunc huc, nunc illuc abire aut referri videbantur.

16 Sub dio rusus quamquam levium exesorumque pumicum casus metuebatur; quod tamen periculorum collatio elegit. Et apud illum quidem ratio rationem, apud alios timorem timor vicit. Cervicalia capitibus imposita linteis constringunt, id munimentum adversus inicidentia fuit.

17 Iam dies alibi, illic nox omnibus noctibus nigrior densiorque, quam tamen faces multae variaque lumina solabantur.

De dood van Plinius


Placuit egredi in litus et ex proximo aspicere, ecquid iam mare adimitteret. Quod adhuc vastum et adversum permanebat.

18 Ibi super abiectum linteum recubans semel atque iterum frigidam aquam poposcit hausitque. Deinde flammae flammarumque praenuntius odor sulpuris alios in fugam vertunt, excitant illum.

19 Innitens servulis duobus adsurrexit et statim concidit, ut ego colligo, crassiore caligine spirtiu obstucto clausoque stomacho, qui illi natura invalidus et angustus et frequenter interaestuans erat.

20 Ubi dies rediuts (is ab eo, quem novissime viderat, tertius), corpus inventum integrum, illaesum opertumque, ut fuerat indutut ; habitus corporis quiescenti quam defuncto similior.

21 Interim Miseni ego et mater – Sed nihil ad historiam, nec tu aliud quam de exitu eius scire voluisti.

Finem ergo faciam.



uitgang zou worden geblokkeerd. Nadat hij is gewekt, gaat hij voort en sluit zich aan bij Pomponianus en de overigen,die wakker waren gebleven.

In de open lucht


15 Gemeenschappelijk overleggen ze of ze binnen in de huizen moeten blijven, of in de open lucht moeten ronddwalen. Want door de talrijke en enorme trillingen trilden de huizen en als het ware losgetrild van hun eigen fundamenten schenen ze nu hierheen en dan weer daarheen te vallen of terug te vallen.

16 Onder de blote hemel werd weer het vallen van pluimstenen, hoewel lichte en poreuze, gevreesd. Toch koos vergelijking van de gevaren dit (gevaar). En bij hem overwon weliswaar de ene rationele overweging de andere rationele overweging, maar bij de anderen overwon de ene angst de andere angst. Ze binden hoofdkussens, nadat ze deze op hun hoofden geplaatst hadden, vast met linnen banden, dit was de bescherming tegen alles wat viel.

17 Elders was het al dag, daar was een nacht donkerder en dichter dan alle nachten, een nacht die vele fakkels en verschillende lichten verrichtten.

De dood van Plinius


Het beviel hen (men besloot) om weg te gaan naar de kust en om vanuit de nabijheid te bekijken of de zee al iets toestond. Deze bleef nog steeds woest en vijandig.

18 Terwijl hij daar op zijn rug lag boven op een neergeworpen linnen doek, verzocht hij eenmaal en nog een keer om koud water en dronk het op. Vervolgnes jagen vlammen en de geur van zwavel, voorbode van vlammen, de anderen op de vlucht, maar hem wekken ze op.

19 Terwijl hij leunde op twee slaafjes, stond hij op en zakte meteen weer in elkaar, zoals ik begrijp, omdat zijn adem was versperd door de tamelijk dikke rook en omdat zijn keel was afgesloten, die voor hem van nature zwak, nauw en herhaaldelijk ontstoken was.

20 Toen het daglicht was teruggekeerd (het was de derde dag vanaf die dag die hij het laatst had gezien), is zijn lichaam gevonden, gaaf, ongedeerd en gehuld in de kleren zoals hij was gekleed; de houding van zijn lichaam was meer gelijk aan een rustende dan aan een gestorvene.

21 Intussen waren ik en mijn moeder in Misenum – maar dat heeft niets met geschiedenis te maken, en jij wilde niets anders weten dan over zijn dood. Ik zal er dus een eind aan maken.

EPISTULA VI 20




Een onrustige nacht


2 Profecto avunculo ipse reliquum tempus studiis (ideo enim remanseram) impendi; mox balineum, cena, somnus inquietus et brevis.

3 Praecesserat per multos dies tremor terrae minus formidoluosus, quia Campaniae solitus. Illa vero nocte ita iam invaluit, ut non moveri omnia, sed verti crederentur.

4 Inrumpit cubiculum meum mater; surgebam invicem, si quiesceret, excitaturus. Residimus in area domus, quare mare a tectis modico spatio dividebat.

Afwachten


5 Dubito, constanitam vocare an imprudentiam debeam (agebam enim duodevicesimum annum): posco librum Titi Livi et quasi per otium lego atque etiam, ut coeperam, excerpo. Ecce amicus avunculi, qui nuper ad eum ex Hispania venerat. Ut me et matrem sedentes, me vero etiam legentem videt, illius patientiam, securitatem meam corripit. Nihilo segnius ego intentus in librum.

Toch maar vluchten


6 Iam hora diei prima, et adhuc dubius et quasi languidus dies ; iam quassatis circumiacentibus tectis, quamquam in aperto loco, angusto tamen, magnus et certus ruinae metus.

7 Tum demum excedere oppido visum ; sequitur vulgus attonitum, quodque in pavore simile prudentiae, alienum consilium suo praefert ingetique agmine abeuntes premit et impellit.
1 Je zegt dat naar aanleiding van de brief, die ik jou op je verzoek over de dood van mijn oom geschreven heb, graag zou vernemen niet alleen welke angsten ik doorstaan heb, nadat ik in Misenum achtergebleven was, (want daar heb ik mijn verhaal afgebroken), maar ook welke gevaren.

 

Hoewel mijn hart huivert het zich te herinneren, zal ik beginnen.




2 Nadat mijn oom was vertrokken, besteedde ik de overige tijd aan mijn studies (want daarom was ik achtergebleven); daarna het badhuis, een maaltijd, (en) een onrustige en korte slaap.

3 Minder huiveringwekkend trillen van de aarde was gedurende vele dagen voorafgegaan, omdat (dat) in Campanië gewoon is. In die nacht werd het echter al zo sterk dat men geloofde dat alles niet (gewoon) werd bewogen maar werd omgegooid.

4 Mijn moeder stormt mijn slaapkamer binnen; ik op mijn beurt stond op om haar te wekken, als ze (nog) zou rusten. Wij gaan zitten in de voorhof van het huis, die de zee door een niet al te grote ruimte van het huis scheidde.


5 Ik twijfel of ik het vastberadenheid of onvoorzichtigheid moet noemen (ik was namelijk 17 jaar): ik verzoek om een boek van Titus Livius en lees als het ware in alle rust en ik maak zelfs een uitreksel, zoals ik was begonnen. Kijk (er komt) een vriend van mijn oom, die onlangs naar hem toe was gekomen uit Spanje. Zodra hij mij en mijn moeder ziet zitten, mij echter zelfs (ziet) lezen, berispt hij haar onverschilligheid en mijn zorgeloosheid. Absoluut niet trager ben ik ingespannen bezig met het boek.


6 Het was al het eerste uur van de dag en het daglicht was nog twijfelend en als het ware zwak; omdat de rondom liggende huizen al beschadigd waren, was er, hoewel we op een open (maar) toch nauwe plek waren, grote en zekere angst voor instorting.

7 Toen pas leek het ons (het beste) om weg te gaan uit de stad; het volk volgt geschokt en, wat in angst gelijk is aan verstand, het verkiest het besluit van een ander boven zijn eigen (besluit) en duwt en drijft in een geweldige stoet het die weggaan voort.

Hevige aardschokken


8 Egressi tecta consistimus. Multa ibi miranda, multas formidines patimur. Nam vehicula, quae produci iusseramus, quamquam in planissimo campo, in contrarias partes agebantur ac ne lapidibus quidem fulta in eodem vestigio quiescebant.


10 Tum vero idem ille ex Hispania amicus acrius et instantius : ‘Si frater’inquit ‘tuus, tuus avunculus vivit, vult esse vos salvos ; si periit, superstites voluit ; proinde quid cessatis evadere?’ Respondimus non commissuros nos, ut de salute illius incerti nostrae consuleremus.
11 Non moratus ultra proripit se effusoque cursu periculo aufertur. Nec multo post illa nubes descendere in terras, operire maria ; cinxerat Capreas et absconderat, Miseni quod procurrit, abstulerat.

8 Nadat wij het huis uit zijn gaan, blijven we staan. Daar doorstaan wij vele wonderlijke zaken, vele angsten. Want de wagens die wij hadden bevolen te voorschijn te brengen, werden, hoewel ze op een zeer vlak veld waren, naar verschillende kanten gedreven en ze bleven zelfs niet op hetzelfde spoor rusten, nadat ze met stenen waren geblokkeerd.
9 Bovendien zagen wij dat de zee in zichzelf werd opgeslokt en door de aardbeving als het ware werd teruggedrongen. In elk geval was het strand breder geworden en hield het veel zeedieren in het droge zand vast. Aan de andere kant hing een zwarte en huiveringwekkende wolk, gescheurd door kronkelende en sidderende flitsen van vuur en vlammende stralen; het leken bliksemschichten, maar ze waren groter.

10 Maar toen zei dezelfde vriend uit Spanje heftiger en indringender: "Als jouw broer, jouw oom leeft, wil hij dat jullie ongedeerd zijn; als hij is gestorven, wilde hij dat jullie nog in leven waren; daarom, waarom treuzelen jullie om te ontsnappen?" Wij antwoordden dat wij het niet zover zouden laten komen dat wij, onzeker over het behoud van hem, zouden zorgen voor ons behoud.

11 Nadat hij niet langer heeft gewacht (Zonder lang te wachten), haast hij zich weg en in volle vaart verwijdert hij zich van het gevaar. En niet veel later daalt die wolk neer op de landen, bedekt de zeeën; hij had Capri omgeven en onzichtbaar gemaakt en dat deel van Misenum, dat uitsteekt in zee, weggenomen.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina