Erasmus universiteit rotterdam erasmus school of economics



Dovnload 0.63 Mb.
Pagina6/7
Datum26.08.2016
Grootte0.63 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

Tabel 3B: Turn of the months effect “Large Cap Indices”




MAANDAG

VRIJDAG

Dag 4-15

Dag 16-27

Dag 28-3

Dag 4-15

Dag 16-27

Dag 28-3

Australië tot ‘95

0.13 (1.900)

-0.09 (-1.250)

-0.07 (-.712)

0.10 (1.941)

0.05 (0.947)

0.26 (3.442)

na ‘95

0.09 (1.362)

-0.00 (-.026)

0.03 (0.298)

-0.06 (-1.347)

0.08 (1.795)

0.07 (1.116)

Canada tot ‘95

0.07 (1.077)

-0.21 (-3.290)

-0.05 (-.518)

0.02 (0.370)

-0.02 (-.121)

0.18 (2.635)

na ‘95

0.04 (0.458)

0.07 (0.829)

-0.01 (-.060)

0.01 (0.167)

0.07 (0.942)

0.27 (2.671)

Duitsland tot ‘95

-0.10 (-2.002)

-0.26 (-4.867)

0.01 (0.165)

0.07 (1.687)

0.07 (1.808)

0.22 (3.900)

na ‘95

0.11 (0.969)

0.03 (0.294)

0.10 (0.590)

-0.01 (-.061)

-0.09 (-.992)

0.30 (2.247)

Finland tot ‘95

-0.21 (-1.998)

-0.12 (-1.013)

0.04 (0.261)

-0.02 (-.177)

0.08 (0.720)

0.25 (1.590)

na ‘95

0.08 (0.787)

3.52 (0.000)

0.01 (0.086)

-0.09 (-.914)

0.08 (0.828)

0.50 (3.754)

Frankrijk tot ‘95

-0.21 (-1.472)

-0.44 (-3.222)

0.13 (0.628)

0.08 (0.857)

0.17 (1.744)

0.14 (1.012)

na ’95

0.06 (0.557)

-0.06 (-.588)

0.04 (0.288)

-0.08 (-.925)

0.00 (0.043)

0.31 (2.457)

Hong Kong tot ‘95

0.05 (0.402)

-0.28 (-2.327)

-0.16 (-.926)

0.14 (1.710)

0.15 (1.879)

0.35 (2.925)

na ’95

0.13 (0.997)

0.03 (0.239)

0.08 (0.392)

-0.09 (-.815)

0.12 (1.214)

0.22 (1.411)

Italië tot ‘95

-0.30 (-3.387)

0.16 (1.764)

0.07 (0.513)

0.04 (0.583)

0.18 (2.691)

0.39 (4.039)

na ‘95

0.06 (0.688)

-0.12 (-1.434)

0.12 (0.963)

-0.11 -1.483)

-0.05 (-.620)

0.08 (0.705)

Japan tot ‘95

0.02 (0.351)

-0.12 (-2.429)

0.12 (1.699)

0.09 (2.357)

0.01 (0.326)

0.09 (1.685)

na ’95

0.02 (0.515)

-0.12 (-.919)

-0.04 (-.266)

-0.18 (-1.756)

-0.00 (-.025)

-0.07 (-.524)

Mexico tot ‘95

-0.22 (-1.180)

-0.27 (-1.420)

0.10 (0.354)

0.30 (2.210)

0.38 (2.815)

0.42 (2.213)

na ’95

-0.09 (-833)

-0.13 (-1.129)

0.11 (0.651)

0.02 (0.222)

-0.05 (-.484)

0.28 (2.071)

NL tot ‘95

-0.03 (-.464)

-0.27 (-4.244)

0.05 (0.545)

0.05 (1.080)

0.02 (0.338)

0.12 (1,703)

na ’95

0.07 (0.674)

0.06 (0.590)

0.08 (0.524)

-0.03 (-.360)

-0.00 (-.033)

0.27 (2.106)

Noorwegen tot ‘95

-010 (-.629)

-0.42 (-2.570)

-0.19 (-.848)

0.08 (0.818)

0.13 (1.316)

0.26 (1.863)

  na ’95

0.06 (0.595)

0.05 (0.427)

0.16 (1.065)

-0.11 (-1.117)

0.05 (0.543)

0.35 (2.634)

Spanje tot ‘95

0.09 (0.671)

-0.00 (-.015)

0.33 (1.827)

0.06 (0.674)

0.04 (0.494)

0.14 (1.173)

  na ’95

0.06 (0.584)

-0.11 (-1.131)

-0.02 (-.170)

-0.03 (-.276)

0.05 (0.529)

0.34 (2.726)

VK tot ‘95

-0.01 (-.112)

-0.29 (-3.741)

0.08 (0.692)

0.09 (1.344)

0.04 (0.583)

0.18 (1.901

  na ’95

0.02 (0.182)

0.01 (0.159)

0.05 (0.362)

-0.07 (-.874)

0.04 (0.503)

0.29 (2.469)

VS tot ‘95

0.01 (0.140)

-0.20 (-3.941)

-0.07 (-.965)

0.03 (0.728)

-0.03 (-.740)

0.24 (4.523)

  na ’95

0.06 (0.759)

-0.05 (-.524)

-0.12 (-.951)

0.02 (0.283)

-0.03 (-.412)

0.07 (0.706)

De maandag en vrijdag rendementen worden gegeven in procenten voor verschillende delen van de maand, met tussen haakjes de bijbehorende t-waarde die test op gelijkheid met 0.

Tabel 3C: Turn of the months effect “Small Cap Indices”




MAANDAG

VRIJDAG

Dag 4-15

Dag 16-27

Dag 28-3

Dag 4-15

Dag 16-27

Dag 28-3

Australië tot ‘95

0.01 (0.225)

-0.11 (-2.261)

0.03 (0.388)

-0.03 (-.755(

0.05 (1.083)

0.18 (2.995)

Canada tot ‘95

-0.09 (-1.883)

-0.11 (-2.190)

-0.01 (-.204)

-0.09 (-1.883)

-0.11 (-2.190)

-0.01 (-.204)

Duitsland tot ‘95

0.04 (0.635)

-0.17 (-2.326)

0.09 (0.883)

0.06 (1.155)

-0.01 (-.164)

0.22 (3.031)

Finland tot ‘95

-0.04 (-.612)

-0.14 (-1.982)

0.14 (1.381)

-0.01 (-.216)

0.11 (1.754(

0.33 (3.685)

Frankrijk tot ‘95

0.00 (0.062)

-0.14 (-2.225)

0.07 (0.734)

0.00 (0.027)

0.09 (1.764)

0.28 (4.093)

Hong Kong tot ‘95

-0.03 (-.342)

-0.21 (-2.366)

0.14 (1.134)

0.04 (0.677)

0.12 (1.838)

0.36 (3.814)

Italië tot ‘95

-0.10 (-1.569)

-0.16 (-2.370)

0.12 (1.265)

-0.02 (-.321)

0.10 (1.898)

0.25 (3.522)

Japan tot ‘95

0.02 (0.336)

-0.14 (-2.239)

0.09 (1.079)

0.01 (0.234)

0.04 (0.932)

0.16 (2.612)

NL tot ‘95

0.00 (0.020)

-0.09 (-1.320)

0.09 (0.968)

-0.02 (-.372)

0.00 (0.052)

0.22 (3.014)

Noorwegen tot ‘95

-0.12 (-1.372)

-0.28 (-3.089)

-0.00 (0-.028)

0.03 (0.486)

0.09 (1.310)

0.30 (3.209)

Spanje tot ‘95

0.02 (0.298)

-0.12 (-1.889)

0.11 (1.141)

0.02 (0.380)

0.09 (1.720)

0.23 (3.132)

VK tot ‘95

0.03 (0.867)

-0.10 (-2.417)

0.04 (0.720)

0.01 (0.443)

0.02 (0.777)

0.13 (2,666)

VS tot ‘95

-0.04 (-.969)

-0.23 (-4.806)

-0.20 (-1.386)

0.06 (1.380)

0.00 (0.100)

0.29 (5,161)

De maandag en vrijdag rendementen worden gegeven in procenten voor verschillende delen van de maand, met tussen haakjes de bijbehorende t-waarde die test op gelijkheid met 0.

Tabel 3A, 3B en 3C tonen het volgende aan. De ‘all share’ indices laten in de periode tot 1995 significant negatieve maandag rendementen in het tweede deel van de maand zien in 11 van de 13 landen. Na 1995 is dit in nog maar 2 landen het geval. ‘Large cap’ indices laten een vergelijkbaar beeld zien; tot 1995 zijn er in 13 van de 14 landen significant negatieve maandag rendementen in het tweede deel van de maand. Vanaf 1995 is dit effect helemaal verdwenen. ‘Small cap’ indices zijn alleen voor de gehele periode onderzocht. Hier hebben 10 van de 13 landen een significant negatief maandag rendement in het tweede deel van de maand. Voor alle drie de typen index geldt dat er in het eerste deel en rond de wisseling van de maand nauwelijks significante rendementen worden behaald. De resultaten voor de Verenigde Staten ondersteunen de bevindingen van Liano en Lindley (1995) en Li en Erickson (1997); in de periode tot 1995 geldt voor zowel de Russell 2000 als de S&P 500 dat in het tweede deel van de maand maandag rendementen significant negatief zijn. Net als voor de meeste andere onderzochte landen geldt hier dat dit effect na 1995 verdwijnt. De S&P 600 Small Cap laat voor de gehele onderzochte periode significant negatieve maandag rendementen in het tweede deel van de maand zien.

Verder valt op dat vrijdagen bij alle indexen en in beide tijdsperiodes vrijwel uitsluitend rond de wisseling van de maand significant positieve rendementen laten zien.
7 Conclusie

In dit onderzoek is het bestaan van het weekendeffect, zowel in de Verenigde Staten als in ongeveer de helft van de andere landen, bevestigd voor de jaren tot 1995. Ook wordt het in vele artikelen beschreven ‘twist on the Monday effect’ aangetoond; er bestaat een sterk verband tussen maandag rendementen en de resultaten van de voorgaande vier handelsdagen en de voorgaande vrijdag. Dit effect gaat op voor alle landen en voor zowel ‘all share’, ‘large cap’ als ‘small cap’ indices. De meest waarschijnlijke verklaring hiervoor is het gedrag van individuele beleggers; zij besluiten vaak tot verkoop van aandelen in het weekend na een slecht rendement de voorgaande week of vrijdag. Vanaf 1995 zijn er geen significant negatieve maandag rendementen meer gevonden; het weekend effect is dus verdwenen. Institutionele beleggers zouden de verklaring hiervoor kunnen zijn. Zij kunnen door steeds lagere transactiekosten en betere informatievoorzieningen profiteren van het gedrag van individuele beleggers. Aandelen waarin het belang van institutionele beleggers laag is, de kleinere aandelen, zouden nog steeds lage maandag rendementen kunnen laten zien. Hoewel nog vaak gemiddeld negatief zijn er geen significant negatieve maandag rendementen meer gevonden voor de ‘small cap’ indices. Significant negatieve maandag rendementen worden tot 1995 vrijwel uitsluitend gevonden in de tweede helft van de maand. Dit wordt niet veroorzaakt door het ‘turn off the month effect’. Na 1995 verdwijnt dit effect in de ‘all share’ en ‘large cap’ indices. Ook in de ‘small cap’ indices wordt het weekend effect veroorzaakt door het tweede deel van de maand; hier gaat het effect op voor de onderzochte periode als geheel. Het weekendeffect wordt veroorzaakt in de tweede helft van de maand en na slechte voorgaande resultaten.

Als de oorzaak van het weekend effect inderdaad het gedrag van individuele beleggers is, moet ook een reden gevonden worden om te verklaren waarom zij meer zouden verkopen in de tweede helft van de maand. Dit is een logische richting voor verder onderzoek. Met name onderzoek waarin gebruik gemaakt wordt van data die aangeven wat de verhouding tussen individuele en institutionele beleggers in verschillende aandelen is zou interessant zijn.




1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina