Erasmus Universiteit Rotterdam



Dovnload 1 Mb.
Pagina15/19
Datum22.07.2016
Grootte1 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

Tabel 29Sterkte verband tussen beoordeling spelkwaliteit in koppen van wedstrijdverslagen en verschillende factoren




Beoordeling

spelkwaliteit in koppen (afhankelijke variabele)

Saldo doelpunten in wedstrijd

(goals thuisploeg minus goals uitploeg)

R² = 0,48

Kanssaldo

R² = 0,08

Saldo vrije trappen

R² = 0,08

Saldo fouten

R² = 0,05

Saldo schoten op doel

R² = 0,17

Saldo schoten naast doel

R² = 0,04

Saldo schoten op paal of lat

R² = 0,08

























Tabel 30 Sterkte verband tussen beoordeling spelkwaliteit in de inhoud van wedstrijdverslagen en verschillende factoren













Beoordeling gehele wedstrijd in inhoud wedstrijdverslagen (afhankelijke variabele)

Beoordeling spelkwaliteit in inhoud wedstrijdverslagen (afhankelijke variabele)

Saldo doelpunten in wedstrijd

(goals thuisploeg minus goals uitploeg)

n.v.t

R² = 0,49

Kanssaldo

n.v.t

R² = 0,15

Saldo vrije trappen

n.v.t

R² = 0,4

Balbezit thuisclub

R² = 0,08

n.v.t

Saldo schoten op doel

n.v.t

R² = 0,22

Saldo schoten naast doel

n.v.t

R² = 0,07

Saldo schoten op paal of lat

n.v.t

R² = 0,1

Saldo reddingen

n.v.t

R² = 0,03

























Uit tabel 29 blijkt dat er eigenlijk maar één factor is die de beoordeling van de spelkwaliteit in de koppen behorend bij wedstrijdverslagen voor een deel bepaalt, namelijk het saldo van doelpunten in de wedstrijd. Namelijk, 48 procent van de variantie in de beoordeling van de spelkwaliteit in de koppen wordt verklaard door het saldo van doelpunten. Er is sprake van een matig verband. Tussen de overige factoren (het kanssaldo, het saldo vrije trappen, het foutsaldo, het saldo schoten op doel, het saldo schoten naast doel en het saldo schoten op paal of lat) en de beoordeling van de spelkwaliteit in koppen bestaat geen of een zwak verband.











Uit tabel 30 blijkt dat er ook maar één factor is die de beoordeling van de spelkwaliteit in de wedstrijdverslagen voor een deel bepaalt. Te zien is dat 49 procent van de variantie in de beoordeling van de spelkwaliteit in de wedstrijdverslagen wordt verklaard door het saldo van doelpunten. Er is sprake van een matig verband. Tussen de overige factoren (het kanssaldo, het saldo vrije trappen, het saldo schoten op doel, het saldo schoten naast doel, het saldo schoten op paal of lat en het saldo reddingen) en de beoordeling van de spelkwaliteit in wedstrijdverslagen bestaat geen of een zwak verband.
Scorebordjournalistiek

Uit de in deze paragraaf gepresenteerde resultaten blijkt dat er zowel in koppen als in de inhoud van de wedstrijdverslagen sprake is van enige mate van scorebordjournalistiek. Zowel in de koppen als in de inhoud van de wedstrijdverslagen wordt de beoordeling van de spelkwaliteit door de journalist voor een deel verklaard door het saldo van doelpunten. Door de uitslag van de wedstrijd dus. Er is sprake van een matig verband. Journalisten laten zich dus niet alleen door de uitslag van de wedstrijd leiden in hun beoordeling van de spelkwaliteit.












































































































































































































































































































Hoofdstuk 4 – Conclusies en aanbevelingen

Voetbal is in Nederland volkssport nummer één (CBS, 2008). Nederlanders voetballen en als je niet voetbalt, kijk je in ieder geval naar voetbal op televisie of lees je over voetbal. Dit is lang zo geweest en zal vermoedelijk ook nog wel lang zo blijven.

Met de populariteit van deze sport heeft ook de sportjournalistiek een vlucht genomen. Sport wordt in Nederlandse dagbladen steeds belangrijker en neemt steeds meer ruimte in. Vrijwel elke Nederlandse krant heeft speciale sportjournalisten in dienst die zich puur en alleen met sport bezighouden. Maar hoewel de sportjournalistiek groeit, wordt de plek die de sportjournalistiek in het Nederlandse journalistieke spectrum inneemt van alle kanten ondermijnd. Sportjournalistiek is geen ‘echte’ journalistiek, wordt gezegd door de ‘serieuze’ journalisten. Sportjournalistiek richt zich vaak op emotie en men heeft in de sportjournalistiek een chauvinistische, gekleurde inslag, stellen verschillende wetenschappers. De journalistieke basiswaarden van nu, objectiviteit, onafhankelijkheid en waarheidsgetrouwheid, worden in de sportjournalistiek niet nageleefd, zegt men. In de Nederlandse sportjournalistiek is sprake van ‘scorebordjournalistiek’, zei voetbaltrainer Co Adriaanse ooit (Boon & Geeraets, 2005). Hiermee bedoelde hij dat er in de sportjournalistiek van tegenwoordig niet langer wordt gekeken naar de manier waarop een elftal tot een bepaalde prestatie komt, maar dat de sportpers zich puur en alleen richt op de uitslag van de wedstrijd. Het draait niet om het hoe, maar om de uitkomst. Breder bezien is de term ‘scorebordjournalistiek’ een woord dat alles wat mis is in de sportjournalistiek aanduidt. Belangrijkste kritiekpunt is het gebrek aan objectiviteit. De kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is de vraag of de objectiviteitseis überhaupt wel realistisch is om te stellen. Is het niet onmogelijk om te spreken van ‘pure’ objectiviteit? Is verslaggeving niet altijd een interpretatie van de journalist van de werkelijkheid? De filosoof Immanuel Kant stelde al dat het onmogelijk is om de ‘echte’ waarheid te kennen (Van den Braembussche, 2000). Bovendien zijn er verschillende processen waardoor een journalist van binnen- en buitenaf kan worden beïnvloed. Dit blijkt uit de verschillende ‘priming’ en ‘framing’ theorieën. Om toch te kunnen onderzoeken hoe objectief de sportjournalistiek is in Nederland, is ter vergelijking gebruikgemaakt van cijfers afkomstig van onderzoeksbureau Infostrada. Dit onderzoeksbureau onderzoekt voetbalwedstrijden op een zo objectief mogelijke manier, bijvoorbeeld door het balbezit per club in percentages in kaart te brengen. Met deze ‘quasi-objectieve criteria’ is in dit onderzoek de kwaliteit van het voetbal per club zo objectief mogelijk berekend.

Op de sportpagina worden behalve wedstrijdverslagen ook achtergrondartikelen, columns en andere opiniestukken geplaatst. Sommige kranten plaatsen grafiekjes, statistieken, leuke sportweetjes en schema’s met klassementen. Het wedstrijdverslag kan echter gezien worden als het meest objectieve sportjournalistieke product. Een wedstrijdverslag is immers een verslag van een voetbalwedstrijd. Of niet? In het wedstrijdverslag van tegenwoordig lijken er verscheidene andere zaken aan de orde te komen die weinig met de wedstrijd an sich te maken lijken te hebben. Spandoeken op de tribune, fluitconcerten voor de scheidsrechter of spelers en problemen binnen het clubbestuur, het zijn slechts voorbeelden van zaken die sportjournalisten beschrijven in hun wedstrijdverslag.

Wanneer in het wedstrijdverslag wel daadwerkelijk over de wedstrijd wordt geschreven, wil dit nog niet zeggen dat dit verslag een chronologische opsomming is van feitelijke gebeurtenissen. De sportjournalist interpreteert immers wat hij gezien heeft en deze interpretatie kan van journalist tot journalist verschillen. Door middel van het uitvoeren van verschillende inhoudsanalyses van de koppen boven de wedstrijdverslagen en de inhoud van de wedstrijdverslagen zelf wordt in dit onderzoek in kaart gebracht wat er in een wedstrijdverslag en de daarbij behorende kop wordt beschreven. Deze inhoudsanalyses zijn vergeleken met de metingen die tijdens de wedstrijd zijn gedaan door onderzoeksbureau Infostrada.

Kort gezegd zijn in dit onderzoek de zo objectief mogelijke kwaliteitscriteria van een voetbalwedstrijd vergeleken met de inhoud van de wedstrijdverslagen in Nederlandse dagbladen en de kwaliteitsbeoordeling van de verschillende zaken door de journalist. Tevens is de inhoud van de wedstrijdverslagen en bijbehorende koppen in kaart gebracht en gekeken naar of de bestaande vooroordelen betreffende de Nederlandse sportjournalistiek enige kern van waarheid bevatten.


In wedstrijdverslagen blijkt het spel is in alle onderzochte kranten het belangrijkste onderdeel van het wedstrijdverslag te zijn. Dit lijkt logisch, het gaat immers om de inhoud van een wedstrijdverslag. Andere zaken die vaak genoemd worden zijn de stand in de competitie per ploeg en het spelersmateriaal van de ploegen. Maar, gemiddeld driekwart van alle besproken onderwerpen in wedstrijdverslagen hebben betrekking op andere dingen dan het spel an sich. Wedstrijdverslagen bestaan dus uit veel meer dan alleen beschrijvingen van het spel. Overigens zijn de verschillen wat de inhoud van wedstrijdverslagen betreft tussen populaire kranten, kwaliteitskranten en regionale kranten erg klein.

Het idee dat voetballers tegenwoordig gezien kunnen worden als ‘sterren’ (Stokvis, 2007), lijkt voor een deel op te gaan. Er komen namelijk gemiddeld per wedstrijdverslag 19 namen van voetballers voor. De aanvallers en middenvelders worden het meest genoemd. Verdedigers en keepers daarentegen veel minder. De belangrijkste reden voor journalisten om spelers in hun wedstrijdverslagen te noemen, is het spel van de speler. Het maken van een doelpunt is een tweede belangrijke reden. Sneu is de positie die verdedigers innemen in dit spectrum. Zij worden niet alleen minder vaak genoemd in wedstrijdverslagen, ook worden zij vaker negatief beoordeeld door de journalisten. Wil je dus als voetballer een echte ‘ster’ worden, ervoor zorgen dat je naam vaak wordt genoemd en dan ook nog in positieve zin, kun je je beter niet richten op een carrière als verdediger.

In de koppen van wedstrijdverslagen komt emotionalisering voor, zoals Beunders (2002) al voorspelde. In 71 procent van de geanalyseerde krantenkoppen is sprake van het gebruik van minstens één emotiewoord of emotionele uitdrukking. Tevens bestaan er inderdaad verschillen tussen de emotionalisering in krantenkoppen van populaire kranten, kwaliteitskranten en lokale kranten, maar dit verschil is minder groot dan verwacht. Populaire kranten gebruiken meer dan kwaliteitskranten emotionele uitdrukkingen in hun krantenkoppen. De regionale dagbladen zitten tussen de populaire kranten en kwaliteitskranten in.

Overigens gebruikte het Eindhovens Dagblad meer emotionele bewoordingen wanneer PSV won dan het Parool deed wanneer Ajax won. Ook lijkt het Eindhovens Dagblad chauvinistischer te zijn ingesteld dan het Parool. Zij zijn vaker ‘ten onrechte’ positief over het spel van hun lokale club PSV dan dat het Parool ‘ten onrechte’ positief schrijft in zijn wedstrijdverslagen over het spel van Ajax.












Paragraaf 4.1 – Evaluatie onderzoek en aanbevelingen

Gezien de omvang van dit onderzoek bestaan er een aantal beperkingen.

Het benoemen van alle spelers uit alle 292 artikelen en het in kaart brengen van de daarbij behorende beoordelingen van de journalisten bleek helaas een te ambitieus plan. Aangezien er toch meer dan 1300 spelers uit wedstrijdverslagen in kaart zijn gebracht, kan er wel wat zinnigs worden gezegd over spelers in wedstrijdverslagen, maar meer onderzoek zou nodig zijn om een nog duidelijker en meer generaliseerbaar beeld te geven.

Op het moment dat het onderzoek al in volle gang was, bleek dat van het eerste eredivisieseizoen (2004 – 2005) niet alle wedstrijdstatistieken beschikbaar waren. Onderzoeksbureau Infostrada begon pas in augustus 2005 met het invoeren van alle wedstrijdstatistieken. Vandaar dat de ‘objectieve’ bepaling van de spelkwaliteit alleen voor wedstrijden uit de laatste vier seizoenen berekend kon worden. Omdat er toen al begonnen was met coderen, is besloten om met de van te voren bepaalde wedstrijdverslagen de analyses uit te voeren en niet bijvoorbeeld het eerste eredivisieseizoen in zijn geheel te laten vallen en het aantal wedstrijden van de andere vier seizoenen te vergroten.

Al met al is er in dit onderzoek een grote hoeveelheid informatie vergaard die op veel meer manieren dan is gedaan in dit onderzoek gebruikt zou kunnen worden. In theorie zijn de mogelijkheden eindeloos.

Omdat dit, althans voor zover bekend, het eerste onderzoek is naar de inhoud van wedstrijdverslagen van voetbalwedstrijden uit Nederlandse dagbladen, moet dit onderzoek vooral gezien worden als een explorerend onderzoek. Er is een begin gemaakt met het in kaart brengen van de inhoud van wedstrijdverslaggeving in Nederland en hopelijk biedt het een aanzet tot nieuw onderzoek.



Paragraaf 4.2 – Eindconclusie: scorebordjournalistiek?

Co Adriaanse had gelijk: scorebordjournalistiek bestaat. Voor een deel, namelijk bijna 50 procent, valt de beoordeling van het spel van de ploegen in de onderzochte 292 wedstrijdverslagen te verklaren door de uitslag van de wedstrijd. Er is dus sprake van een zekere mate van scorebordjournalistiek, zowel in de koppen als in de artikelen zelf.

De beoordeling van de kwaliteit van het spel van de ploegen in de wedstrijdverslagen lijkt weinig overeen te komen met de berekende ‘objectieve’ bepaling van de spelkwaliteit. Het NRC Handelsblad is de minst ‘objectieve’ krant van de zes onderzochte kranten. Dit is verrassend, omdat het NRC wordt gezien als zogenaamde kwaliteitskrant en dus als ‘objectiever’. In het geval van wedstrijdverslagen van voetbalwedstrijden gaat dit dus niet op. In het Eindhovens Dagblad komen de beoordelingen door de journalist het meest overeen met de berekende ‘objectieve’ bepaling van de spelkwaliteit.

Ook lijkt er enige sprake te zijn van chauvinisme in de regionale dagbladen, maar het Eindhovens Dagblad is veel vaker ‘onterecht’ positief over PSV dan het Parool is over Ajax in zijn beoordeling van het spel van de lokale ploeg.

Wat emotionalisering betreft, lijkt het erop dat de theorie overeenkomt met de praktijk. In meer dan 70 procent van alle koppen boven de wedstrijdverslagen is sprake van het gebruik van emotionele bewoordingen.

Geconcludeerd kan worden dat de Nederlandse sportjournalistiek, althans wat betreft de 292 onderzochte wedstrijdverslagen in de zes onderzochte Nederlandse landelijke en regionale dagbladen, weinig objectief en zeker emotioneel is. Ook is er sprake van een bepaalde mate van chauvinisme in de regionale dagbladen. De heersende vooroordelen over de Nederlandse sportjournalistiek lijken door dit onderzoek te worden bevestigd.


Bronnen

Andrews, P. (2005). Sports Journalism: A Practical Introduction. London: SAGE Publications.

Bakker, P. & Scholten, O. (2007). De communicatiekaart van Nederland: Overzicht van media en

communicatie. Kluwer.

Bardoel, J., et al. (red.) (2002). Journalistieke cultuur in Nederland. Amsterdam: Amsterdam

University Press.

Bergsma, A., & Petersen, K. van (2004). Psychologie van A tot Z. Houten: Het Spectrum.

Beunders, H.J.G. (2002). Publieke tranen: De drijfveren van de emotiecultuur. Amsterdam: Contact.

Bletz, J.C.F., Lunshof, K.M.H., Reinders, J.S., & Pol, U. van de, (1992). Journalistiek – nieuws brengen



of nieuws maken? Kluwer.

Boer, C. de, & Brennecke, S. (2006). Media en publiek: Theorieën over media-impact. Amsterdam:

Boom.

Boon, C.A. den & Geeraets, D. (2005). Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal .



Utrecht: NDC/VBK Uitgevers.

Bottenburg, M. van (1995). Verbreiding en onderscheiding – enige hoofdlijnen in de sociale

geschiedenis van sport. In: Bottenburg, M. van. Nederland in de twintigste eeuw. Utrecht:

Teleac.


Braembussche, A.A. van den (2000). Denken over kunst: Een inleiding in de kunstfilosofie. Bussum:

Coutinho.

Cebuco, bracheorganisatie Nederlandse dagbladen, oplagen Nederlandse dagbladen (g.d.). Bezocht

op 30 mei, 2009, van http://www.cebuco.nl/dagbladen/oplage_en_bereikcijfers.

Centraal Bureau voor de Statistiek, participatiecijfers sport Nederland (14 november 2008).

Bezocht op 29 juli 2009, van http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=7083spcl&D1=a&D2=a&D3=8-10&HD=090710-1509&HDR=T&STB=G2,G1.

Dielesen, G. (1997). Nieuwe media komen, de regionale krant blijft. In: Meulen, T. (red.). Dichtbij:.

Regionale kranten in Nederland. Den Haag: SDU Uitgevers, pag. 136-143.

Ekman, P., Friesen, W.V. & Ellsworth, P. (1972). Emotion in the human face: Guidelines for research



and an integration of findings. New York: Pergamon Press.

Exter, F. van., (2006), 17 juni. Scoren ten koste van het nationaal belang, Trouw, pag. 12.

Ghanem, S. (1997). Filling in the Tapestry: The second level of agenda-setting. In: McCombs, M.E.,

Shaw, D.L., & Weaver, D.H. (red.), Communication and democracy: Exploring the intellectual frontiers in agenda-setting theory. Mahwah NJ: Lawrence Erlbaum Associates, pag. 3-14.

Hansen, A., Cottle, S., Negrine, R., & Newbold, C. (1998). Mass Communication Research Methods.

New York: New York University Press.

Historie Nederlandse eredivisie (g.d.). Bezocht op 18 mei, 2009, van

http://www.eredivisie.nl/subpage.aspx?l1=1667&l2=1668.

Holland, G. (2008). Sportjournalistiek kiest voor medailles. De Journalist, Amsterdam: Villamedia

Uitgeverij B.V. (jaargang en uitgave onbekend).

Infostrada Sports Nieuwegein, wedstrijdstatistieken, opgestuurd gekregen door Philip Hennemann,

CEO (n.d.). Website bezocht op 18 mei, 2009, van www.infostrada.nl.

Jansen, S. (1999), 6 september. ‘De sportverslaggeving verkleutert.’, Algemeen Dagblad, pag. 25.

Mindich, D.T.Z. (1998). Just the facts. How “objectivity” came to define American journalism. New

York, New York University Press.

Nietzsche, F. (1999). De vrolijke wetenschap (Driessen, H. vertaling), paradigma 59.

Amsterdam: De Arbeiderspers. (Origineel gepubliceerd in 1882)

Onkenhout, P. (2008), 16 augustus. Een parade van ongebreideld chauvinisme, de Volkskrant,

pag. 21.


Schouten, R. (2008), 11 november. De mooiste sportfotografie is die zonder anekdote, Trouw,

pag. 17.


Steen, H. van der. (2004), 8 oktober. De petten van Kees Jansma: “Ik ben nooit zo’n schreeuwer

geweest.”, Parool, pag. 16.

Steen, R. (2008). Sports Journalism. A Multimedia Primer. Abingdon: Routledge.

Stokvis, R. (2007). Sport, publiek en de media. Apeldoorn: Het Spinhuis.

Tulving, E., & Schacter, D.L. (1990). Priming and human memory systems. Science, 247, 301-306.

Vissers, W. (2004), 13 maart. Kunnen we het nog? Clubs worstelen met handhaving van nationale

voetbalnormen, de Volkskrant, pag. 37.

Voncken, T., & Erp, R. van (2008). Voetbalquotes. Zoetermeer: Free Musketeers.

Vreese, C.H. de (2003). Framing Europe. Television news and European integration. Aksant:

Universiteit van Amsterdam.

Waarden, K. van der (2006). Groot Voetbalwoordenboek der Nederlandse taal. Baarn: Trion Uitgevers

Wagendorp, B. (2009), 2 maart. Grootste partij, De Volkskrant, pag. 3.

Wester, F. (red.) (2006). Inhoudsanalyse: theorie en praktijk. Deventer: Kluwer.

Wijfjes, H. (2004). Journalistiek in Nederland 1850 – 2000. Beroep, cultuur en organisatie.

Amsterdam: Boom, pag. 339-340.

Z24 Business nieuws, artikel eredivisie clubs begrotingen (g.d.). Bezocht op 18 mei, 2009, van



http://www.z24.nl/bijzaken/artikel_2565.z24 .

Zoonen, L. van (2002). De voetbalverslaggever. Facta 20 (4), Universiteit van Amsterdam.



1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina