Erasmus Universiteit Rotterdam



Dovnload 1 Mb.
Pagina6/19
Datum22.07.2016
Grootte1 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

De interpretatie van deze tabel is als volgt. Wanneer bijvoorbeeld bij wedstrijd nummer 60 (19 april 2009, PSV – Ajax, 6 – 2) het kanssaldo 0,82 is, heeft PSV 82 procent meer serieuze kansen gehad dan Ajax. Het pressiesaldo in wedstrijd 60 is 0. Dit betekent dat beide ploegen evenveel pressie hebben gezet op elkaar. Het hardheidssaldo is 0,51. PSV heeft dus 51 procent meer hardheid getoond in het spel. Althans, zo is dit door de scheidsrechter tijdens de wedstrijd bepaald, want deze heeft immers gefloten voor fouten en vrije trappen toegekend. Het overwichtssaldo is 0,07. Dit betekent dat PSV 7 procent meer balbezit had dan Ajax in deze wedstrijd.


Om nu de totale ‘objectieve’ spelkwaliteit per wedstrijd te bepalen, wordt het gemiddelde van het kanssaldo, het pressiesaldo en het overwichtssaldo berekend. Het hardheidssaldo wordt buiten beschouwing gehouden, omdat dit niet direct verband houdt met de kwaliteit van het spel. Dit is in de volgende tabel te zien.


Tabel 3Totale spelkwaliteit van wedstrijden nummer 1 tot en met 60 (Ajax, Feyenoord, PSV en SC Heerenveen tegen elkaar in seizoenen 2004 – 2005 tot en met seizoen 2008-2009)2

Wedstrijd

Totale spelkwaliteit

1

.

2

.

3

.

4

.

5

.

6

.

7

.

8

.

9

.

10

.

11

.

12

.

13

0,13

14

-1

15

0,45

16

0,02

17

-0,27

18

-0,18

19

0,57

20

0,27

21

0,28

22

-0,31

23

0,23

24

-0,59

25

0,23

26

-0,02

27

-0,58

28

-0,78

29

-0,21

30

0,1

31

0,52

32

0,14

33

0,07

34

-0,19

35

0,54

36

-0,45

37

0,16

38

0,09

39

-0,61

40

0,02

41

0,53

42

-0,32

43

-0,05

44

0,32

45

-0,04

46

-0,8

47

-0,02

48

0,53

49

-0,16

50

0,45

51

0,1

52

0,41

53

0,6

54

-0,14

55

-0,54

56

-0,09

57

0,56

58

-0,28

59

0,5

60

0,3

Deze tabel wordt als volgt geïnterpreteerd. In wedstrijd 60 (19 april 2009, PSV – Ajax, 6 – 2) is de totale spelkwaliteit 0,3. Dit betekent dat PSV 30 procent beter heeft gespeeld dan Ajax.

Uiteraard is de berekende ‘objectieve’ spelkwaliteit niet geheel objectief. Niet voor niets wordt het woord in dit onderzoek consequent tussen aanhalingstekens geplaatst. Het feit dat het kanssaldo, het pressiesaldo en het balbezit hier even zwaar worden meegewogen in de berekening van de totale spelkwaliteit is een arbitraire keuze die een ander wellicht anders zou maken. Zo is ook de keuze voor het niet gebruiken van het hardheidssaldo een bewuste keuze. Hardheid in een wedstrijd is namelijk een kwestie van smaak. In dit onderzoek is het hardheidssaldo weggelaten omdat de ene persoon gek is op ‘hard’ voetbal en hardheid een positieve factor vindt in zijn kwaliteitsbeoordeling van het spel. Een ander zal de hardheid juist op een negatieve manier mee laten wegen. Vandaar dat deze factor in het berekenen van de totale spelkwaliteit is weggelaten.

Paragraaf 3.3 – Resultaten doelpunten

In deze paragraaf worden de resultanten gepresenteerd aan de hand van de doelpunten. In de 60 geanalyseerde wedstrijden zijn in totaal 219 doelpunten gemaakt. Alle doelpunten zijn ingevoerd in een bestand. In dit bestand staan de maker en de voorbereider van het doelpunt, in welke minuut van de wedstrijd het doelpunt is gemaakt en vanuit welke situatie: vanuit het ‘gewone’ spel, vanuit een dode spelsituatie (vrije trap, corner), vanuit een penalty, uit een rebound, door een solo of als eigen doelpunt.

Uit welke situatie de doelpunten zijn voortgekomen is te zien in figuur 1.
Figuur 1Situatie waaruit de 219 doelpunten zijn gemaakt, in percentages

Duidelijk is dat de meeste doelpunten, maar liefst 71 procent, voortkomen uit het spel. De tweede categorie is de dode spelsituatie: 14 procent van de doelpunten is gemaakt uit een corner of een vrije trap. Penalty’s en rebounds zijn ieder 6 procent. Het eigen doelpunt wordt vaker gemaakt dan een solo, 2 procent van de doelpunten was een eigen doelpunt ten opzicht van 1 procent als solo.

Vervolgens is in kaart gebracht of deze 219 doelpunten zijn besproken in de 262 wedstrijdverslagen, op welke manier het doelpunt is beoordeeld door de journalist en welke spelers die bij het doelpunt betrokken waren zijn genoemd in het wedstrijdverslag. Dit kunnen ook verdedigers zijn van de tegenpartij, de keeper van de tegenpartij of de scheidsrechter. Alle spelers die zijn genoemd door de journalist als betrokken bij het doelpunt zijn door de journalist beoordeeld. Dit kan een positief oordeel zijn, een neutraal oordeel of een negatief oordeel.
3.3.1 – Doelpunten algemeen

Eerst is te zien hoeveel doelpunten er per krant zijn genoemd en hoe deze zijn beoordeeld door de journalist. Dit is te zien in tabel 4.


Tabel 4Aantal doelpunten genoemd in de in totaal 292 wedstrijdverslagen en het oordeel van de journalist over deze doelpunten, per krant




AD

Telegraaf

NRC

Volkskrant

ED

Parool

Geen algemeen oordeel, wel genoemd

138

171

166

156

77

80

Positief oordeel

17

14

14

32

18

3

Neutraal oordeel

11

8

15

16

11

8

Negatief oordeel

2

2

2

3

0

1

totaal

168

195

197

207

106

92

Deze resultaten zijn gegroepeerd naar populaire kranten, kwaliteitskranten en regionale kranten. Dit is te zien in figuren 2 tot en met 4.


Figuur 2Algemeen oordeel over doelpunten populaire kranten (AD + Telegraaf)


Figuur 3Algemeen oordeel over doelpunten kwaliteitskranten (NRC Handelsblad + Volkskrant)



Figuur 4 – Algemeen oordeel over doelpunten regionale dagbladen (ED + Parool)

Als deze drie figuren met elkaar worden vergeleken, valt op dat alle dagbladen weinig ‘oordelen’ over de doelpunten in het algemeen. De populaire kranten ‘oordelen’ nog het minst. In 85 procent van de besproken doelpunten wordt er geen oordeel gegeven over het doelpunt an sich. Dit verschilt niet veel met de kwaliteitskranten en de regionale dagbladen.

Ook opvallend is dat de verschillende groepen dagbladen ongeveer even positief, neutraal en negatief oordelen, wanneer wel een oordeel wordt gegeven over het doelpunt. Er blijkt dus wat het algemeen oordeel over doelpunten betreft weinig verschillen te zijn tussen de populaire dagbladen, de kwaliteitskranten en de regionale kranten.
3.3.2 – Vroege en late doelpunten

De verwachting bestaat dat doelpunten die pas laat in een wedstrijd vielen, positiever worden beoordeeld in de wedstrijdverslagen dan doelpunten die daarvoor al werden gemaakt. Met ‘laat’ wordt hier bedoeld in de laatste tien minuten van de wedstrijd, dus vanaf de tachtigste minuut. Hoe de journalisten oordeelden over de doelpunten is te zien in figuren 5 en 6.



Figuur 5Oordeel over ‘vroege’ doelpunten (gemaakt in minuut 1 tot en met 79) in 292 wedstrijdverslagen uit 6 kranten in percentages



Figuur 6Oordeel over ‘late’ doelpunten (gemaakt in minuut 80 tot en met de blessuretijd) in 292 wedstrijdverslagen uit 6 kranten in percentages


Uit deze twee figuren blijkt dat er weinig verschil zit in de beoordeling van de ‘vroege’ en ‘late’ doelpunten. De ‘late’ doelpunten worden niet positiever beoordeeld dan de ‘vroege’ doelpunten. Sterker nog, de ‘late doelpunten worden zelfs minder vaak beoordeeld door de journalisten in de wedstrijdverslagen.
3.3.3 - Scheidsrechter

De scheidsrechter wordt vaak genoemd als betrokkene bij een doelpunt. Hieronder is te zien hoe vaak dit gebeurt en hoe over de scheidsrechter door de journalist wordt geoordeeld wanneer dit het geval is.


Tabel 4Scheidsrechter genoemd in wedstrijdverslag als betrokkene bij een doelpunt en het eventuele oordeel van de journalist over het optreden van de scheidsrechter, in aantallen







Neutraal

oordeel

Negatief oordeel

AD




0

2

Telegraaf




0

4

NRC




0

3

Volkskrant




1

3

ED




0

2

Parool




0

2

De scheidsrechter wordt, wanneer hij als betrokkene bij een doelpunt wordt genoemd in een wedstrijdverslag, nooit positief beoordeeld. Het aantal keer dat de scheidsrechter negatief wordt beoordeeld door de journalist is erg laag, zoals in bovenstaande tabel te zien is.
3.3.4 - Maker, assist en andere voorbereider(s) van de scorende ploeg

Wanneer een doelpunt in een wedstrijdverslag wordt beschreven worden soms de maker en de voorbereider (of assist) genoemd. Deze spelers worden niet even vaak genoemd en niet hetzelfde beoordeeld door de journalist. Dit is in onderstaande tabellen te zien.


Tabel 5Oordeel van de journalist over de maker van het doelpunt in 292 wedstrijdverslagen, per krant




AD

Telegraaf

NRC

Volkskrant

ED

Parool

Niet genoemd

51

35

32

20

26

31

Positief oordeel

31

34

25

44

30

8

Neutraal oordeel

85

126

138

143

50

52

Negatief oordeel

1

0

2

0

0

1


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina