Erasmus universiteit rotterdam



Dovnload 170.09 Kb.
Pagina2/11
Datum20.08.2016
Grootte170.09 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Inleiding


Op 14 november 2006 is de Wet Onafhankelijk Netbeheer aangenomen. In de Wet Onafhankelijk Netbeheer is besloten dat de elektriciteitsbedrijven gesplitst moeten worden in twee aparte ondernemingen: een netbedrijf en een leverings- en productiebedrijf. Voor deze ondernemingen geldt een cross-ownership verbod. Dit houdt in dat alle financiële en persoonlijke banden tussen de netwerkbedrijven en de productie- en leveringsbedrijven verbroken moeten worden.

De eerste kamer heeft door middel van de motie Doek-Sylvester ook besloten, dat de uitvoering van de eigendomssplitsing wordt opgeschort tot een nader te bepalen moment. Bedrijven zouden hierdoor pas gedwongen worden te splitsen indien een Europese richtlijn een splitsing voorschrijft of als de elektriciteitsbedrijven aantoonbaar misbruik maken van het netwerk.1

Op 7 juni 2007 heeft minister van der Hoeven besloten de uitvoering van de splitsing per 1 augustus 2008 niet langer op te schorten. Directe aanleiding voor het besluit waren de overname van de Belgische afvalverwerker Indaver door Eneco en de destijds voorgenomen fusie tussen Nuon en Essent.2 Door het besluit van de minister hebben de elektriciteits-bedrijven tot 1 januari 2010 de tijd om de splitsing te effectueren.

De splitsing van elektriciteitsbedrijven moet volgens het Ministerie van Economische Zaken leiden tot een onafhankelijk beheer van de distributienetten voor elektriciteit. Hierdoor moet er eerlijkere concurrentie ontstaan. Ook zou de toezichthouder door de splitsing eenvoudiger toezicht moeten kunnen houden op de efficiëntie en de kwaliteit van het netbeheer. Volgens het Ministerie van Economische Zaken leidt dit tot een efficiëntere en betrouwbaardere elektriciteitsvoorziening.3

Tegen het besluit om de elektriciteitsbedrijven te splitsen, is vanuit elektriciteitsector veel weerstand. Volgens de elektriciteitsbedrijven zal de splitsing niet leiden tot een beter functionerende markt. Elektriciteitsbedrijven pleitten er dan ook voor, dat wordt besloten om van uitvoering van het splitsingsbesluit af te zien.

De vraag die in deze scriptie centraal staat, is of de splitsing van elektriciteitsbedrijven in publieke netwerkbedrijven en commerciële productie- en leveringsbedrijven zal gaan leiden tot een efficiënter functionerende elektriciteitsmarkt.

In het eerste hoofdstuk van deze scriptie wordt een beschrijving gegeven van de historische ontwikkelingen in de Nederlandse elektriciteitsmarkt. Ook zal in het hoofdstuk 1 aandacht worden geschonken aan de toekomstige ontwikkelingen in de elektriciteitsmarkt. In het tweede hoofdstuk worden vervolgens de specifieke kenmerken van de elektriciteitsmarkt en elektriciteit beschreven. Ook zal worden aangeven wat de implicaties zijn van deze kenmerken voor het slagen van de splitsing. In hoofdstuk 3 zal de structuur van de elektriciteitsmarkt worden beschreven. In het vierde hoofdstuk zal aangegeven worden op welke wijze een splitsing doorgevoerd kan worden. Ook zal het alternatief voor de splitsing in dit hoofdstuk aan de orde komen. In hoofdstuk 5 zal vervolgens worden aangeven wat de effecten zijn van de splitsing. In dit hoofdstuk zal duidelijk worden wat de voordelen en nadelen zijn van een eigendomssplitsing. Vervolgens zal in de conclusie de vraag beantwoord worden, of de eigendomssplitsing zal leiden tot een efficiënter functionerende elektriciteitsmarkt.


1. Hoe heeft de elektriciteitsmarkt zich in het verleden ontwikkeld?


In de Nederlandse elektriciteitssector zijn in verleden veel veranderingen doorgevoerd om de elektriciteitsmarkt beter te laten functioneren. Een belangrijk onderdeel van deze veranderingen is het introduceren van meer marktwerking op de elektriciteitsmarkt. De reden om de elektriciteitsbedrijven te splitsen, is om meer en betere marktwerking te realiseren.

Een overzicht van de geschiedenis van de elektriciteitsmarkt is dus noodzakelijk om inzicht te krijgen in de redenen voor de eigendomssplitsing. In dit hoofdstuk zal dan ook de geschiedenis van de Nederlandse elektriciteitsmarkt worden beschreven (§1-3). Tenslotte zal ook worden beschreven welke ontwikkelingen er nu gaande zijn in de elektriciteitssector (§4).


1.1 De elektriciteitsmarkt tot de jaren ‘90


De Nederlandse elektriciteitsmarkt was in de jaren ’60 verdeeld tussen vele kleine elektriciteitsbedrijven met een lokaal monopolie. Er waren in de jaren ‘60 vele gemeentelijke elektriciteitsbedrijven, 160 elektriciteitsdistributeurs en 11 regionale elektriciteitsproducenten actief. De aandelen van deze elektriciteitsbedrijven waren in handen van provincies en gemeenten. In deze markt was er een coördinerende rol weggelegd voor de SEP (Samenwerkende Elektriciteitsproducenten). De aandelen van de SEP waren in handen van de 11 regionale elektriciteitsproducenten.4

De markt was dus versnippert en veel bedrijven waren erg inefficiënt. In een poging om efficiënter te opereren fuseerden in het begin van de jaren ‘80 veel elektriciteitsbedrijven. Door deze fusiegolf bleven er 4 grote elektriciteitsproducenten en 23 distributiebedrijven over.5 Deze fusies hadden tot gevolg dat de elektriciteitsbedrijven efficiënter gingen opereren, maar de Nederlandse elektriciteitsbedrijven bleven veel minder efficiënt dan de buitenlandse elektriciteitsbedrijven.6

Daarom werd in 1989 een nieuwe elektriciteitswet ingevoerd. De doelen van deze wet waren om de efficiëntie en coördinatie van de productie te verbeteren. De efficiëntie van de elektriciteitssector moest verbeterd worden door meer marktwerking te introduceren op de elektriciteitsmarkt. Door de elektriciteitswet-1989 werd op twee manieren meer marktwerking geïntroduceerd. Enerzijds kregen distributiebedrijven en zeer grote elektriciteitsafnemers de keuze bij welke producent ze elektriciteit inkochten. Hierdoor ontstond er concurrentie tussen de producenten. Anderzijds werd de mogelijkheid om decentraal elektriciteit te produceren verbeterd. Lokale distributiebedrijven werden verplicht gesteld om decentraal geproduceerde elektriciteit af te nemen, zodat afname van decentrale stroom verzekerd was. Hierdoor werd het voor bedrijven aantrekkelijker om te investeren in decentrale opwekkingscapaciteit. De verbeterde coördinatie probeerde men te bereiken de transmissieleidingen van 380 en 220 kilovolt over te dragen aan de SEP.7



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina