Erasmus universiteit rotterdam



Dovnload 170.09 Kb.
Pagina3/11
Datum20.08.2016
Grootte170.09 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

1.2 De ontwikkelingen in de jaren ‘90


In de jaren ’90 zijn de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt sterk beïnvloed door Europees beleid. Zo werd in 1990 door de Europese Unie de transportrichtlijn aangenomen. De transportrichtlijn verplichtte landen om de elektriciteitsnetwerken te koppelen aan netwerken van andere lidstaten.8 Om deze richtlijn te implementeren heeft Nederland zijn elektriciteitsnetwerk aan het Belgische en Duitse netwerk gekoppeld. Deze koppelingen maken het mogelijk een klein deel van het binnenlandse verbruik te importeren of een klein deel van de binnenlandse productie te exporteren. Deze koppelingen zijn echter nog niet groot genoeg om één elektriciteitsmarkt te creëren.9

Ook werd er vanaf begin van het begin van de jaren ’90 gewerkt aan een elektriciteitsrichtlijn. Deze richtlijn werd in 1996 aangenomen. De doelstelling van deze richtlijn was om één Europese elektriciteitsmarkt te laten ontstaan. Deze richtlijn eist daarom een drietal zaken. Ten eerste eist de richtlijn dat overal in de EU dezelfde regels voor productie, distributie en levering worden opgesteld. Ten tweede eist de richtlijn van lidstaten dat zij een begin maken aan de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Ten slotte eist de richtlijn van de lidstaten dat zij een management splitsing verplicht stellen voor elektriciteitsbedrijven.10

In Nederland werd het elektriciteitsbeleid in de jaren ’90 voornamelijk bepaald door de het Europese beleid. Enerzijds werden er plannen gemaakt voor een fusie tussen elektriciteitsproducenten, zodat er een bedrijf zou ontstaan dat groot genoeg zou zijn om te concurreren op de Europese markt. Anderzijds werd de elektriciteitwet ontworpen om de EU-richtlijn te implementeren.11

De plannen om de elektriciteitsproducenten te laten fuseren tot een Grootschalig Productiebedrijf werden in 1994 gemaakt. De regering wilde de Nederlandse elektriciteitsproducenten laten fuseren tot een Grootschalig Productiebedrijf, zodat er een Nederlands productiebedrijf zou ontstaan dat groot genoeg zou zijn om te concurreren op de Europese elektriciteitsmarkt. Dit GPB zou er moeten komen door een fusie van de vier productiebedrijven en de SEP tot één productie- en transportbedrijf. De aandelen van dit bedrijf zouden in handen moeten komen van de centrale overheid. Uiteindelijk zijn de onderhandelingen over de vorming van het GPB in 1998 na vier jaar onderhandelen vastgelopen en is het GPB er nooit gekomen.12

Parallel aan de onderhandelingen over het GPB, werd ook de nieuwe elektriciteitswet ontworpen om de EU elektriciteitsrichtlijn te implementeren. In 1998 werd de elektriciteitswet ingevoerd. Deze elektriciteitswet is sterk beïnvloed door de onderhandelingen over de vorming van het GPB. Door de elektriciteitswet-1998 werden een drietal belangrijke wijzigingen doorgevoerd.13

Ten eerste werd door de elektriciteitswet-1998 de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in gang gezet. Door de liberalisering werd enerzijds de elektriciteitsmarkt geopend voor nieuwe toetreders en anderzijds werd afnemers de keuze gegeven om hun eigen leverancier te kiezen. De liberalisering werd in Nederland in stappen ingevoerd. Als eerste werd in 1998 de markt voor nieuwe toetreders geopend en werd aan grootverbruikers de vrijheid gegeven om hun eigen leverancier te kiezen. In juli 2001 werd vervolgens de markt voor groene stroom geopend. In januari 2002 werd de middenzakelijke markt vrijgegeven. Ten slotte werd in juli 2004 de liberalisering voltooid, doordat vanaf dat moment ook de kleine gebruikers hun leverancier konden gaan kiezen. Zodoende was in Nederland de liberalisering eerder voltooid dan de EU richtlijn eiste.14

Ten tweede werden bedrijven door de elektriciteitswet-1998 verplicht een juridische splitsing in te voeren. Dit terwijl de EU-richtlijn slechts een management splitsing eiste. Door de juridische splitsing moesten elektriciteitsbedrijven hun activiteiten onderbrengen in twee verschillende juridische entiteiten, één juridische entiteit voor het netwerk en één juridische entiteit voor de productie en distributie. Deze splitsing is ingevoerd om te voorkomen dat het bezit van het netwerk wordt gebruikt om op een oneerlijke een machtspositie op te bouwen op de markt.15

Ten slotte werden door de elektriciteitswet-1998 alle taken van de SEP overgedragen aan het staatsbedrijf TenneT. Hierdoor werd TenneT verantwoordelijk voor het beheer van het 380 en 220 kilovolt transmissienetwerk en de coördinatie in de elektriciteitssector.16


1.3 De ontwikkelingen vanaf 2000


In 2003 heeft de Europese Unie een nieuwe Europese elektriciteitsrichtlijn aangenomen. Deze elektriciteitsrichtlijn vervangt de Eerste Elektriciteitsrichtlijn. Door deze richtlijn werden een drietal wijzigingen doorgevoerd. Ten eerste verplicht deze elektriciteitsrichtlijn lidstaten om afnemers de mogelijkheid te bieden zelf hun leverancier te kiezen. De richtlijn verplicht lidstaten om er voor te zorgen dat vóór 1 juli 2004 alle niet-consumenten zelf hun stroomleverancier kunnen kiezen. Tevens verplicht de richtlijn lidstaten om er voor te zorgen dat vóór 1 juli 2007 alle consumenten zelf hun stroomleverancier kunnen kiezen. Ten tweede eist de richtlijn dat de transporttarieven worden vastgesteld door een regulerende instantie. Ten slotte eist de richtlijn dat voor 1 juli 2007 in alle lidstaten een juridische splitsing wordt doorgevoerd.17

Nederland had bijna alle eisen van de Tweede Elektriciteitsrichtlijn al verwerkt in de elektriciteitswet 1998. Daardoor waren er door de invoering van de richtlijn geen grote wetswijzigingen nodig. Er werden slechts enkele veranderingen doorgevoerd in de elektriciteitswet-1998, om de richtlijn te implementeren.18

Vanaf dat moment is de Nederlandse wetgever voornamelijk bezig geweest met een voorstel tot eigendomssplitsing van elektriciteitsbedrijven. In 2006 is door de Tweede Kamer de Wet Onafhankelijk Netbeheer aangenomen, die een drietal belangrijke wijzigingen doorvoert in de elektriciteitswet. Ten eerste is in deze wet een eigendomssplitsing van elektriciteitsbedrijven in publieke netwerkbedrijven en commerciële productie- en leveringsbedrijven geregeld. Ten tweede is besloten dat distributiebedrijven verplicht worden alle 110 en 150 kilovolt netwerken per 1 januari 2008 over te dragen aan TenneT. Ten slotte is besloten dat distributiebedrijven alle strategische taken zelf moeten gaan uitvoeren, in plaats van deze taken uit te besteden. Deze maatregelen zijn bedoeld om eerlijkere concurrentie te bewerkstelligen en betrouwbaardere netwerken te realiseren. Tevens maakt de eigendomssplitsing de weg vrij voor een privatisering van de commerciële productie- en leveringsbedrijven.19

De door de tweede kamer aangenomen Wet Onafhankelijk Netbeheer werd in november 2006 door de Eerste Kamer aangenomen, tezamen met de motie Doek/Sylvester. In deze motie is besloten dat de wet wordt aangenomen, maar dat de uitvoering van de eigendomssplitsing wordt opgeschort totdat het publieke en onafhankelijke netbeheer in gevaar komt.20

In juli 2007 heeft de minister van Economische zaken Maria van der Hoeven besloten dat de invoering van de splitsing niet langer zal worden opgeschort en dat de eigendomssplitsing per 1 augustus 2007 zal ingaan. Elektriciteitsbedrijven krijgen hierdoor tot 1 januari 2010 om hun bedrijf te splitsten in een publiek netwerkbedrijf en commercieel productie- en leveringsbedrijf. Directe aanleiding voor het besluit van de minster waren de fusieplannen van Nuon en Essent en de overname van het Belgische afvalbedrijf Indaver door Delta. De minister is van mening dat hierdoor het risico ontstaat dat deze bedrijven buitenlandse activiteiten financieren uit de opbrengsten van de netwerken, waardoor de leveringszekerheid van het netwerk in gevaar zou kunnen komen.21



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina